Kort commentaar 57-61

 J.Douma

 [57] Dr. Gerard Dekker over de vrijgemaakt-gereformeerde kerken

 Op het in 1994 te Kampen gehouden symposium over ‘Vijftig jaar Vrijmaking’ was dr. Gerard Dekker een van de sprekers. Hij kwam daar met de stelling dat de vrijgemaakt-gereformeerden in de toekomst ingrijpende veranderingen te zien zouden geven. Ja, zij zouden zich ontwikkelen in de richting waarin de synodaal-gereformeerden zich reeds ontwikkeld hadden. Ze zouden meer op die kerken gaan lijken.
Tijdens dat congres in 1994 heb ik nog mijn schouders over deze stelling opgehaald. Nu doe ik dat niet meer. Dr. Dekker heeft gelijk gekregen. Hij heeft zijn stelling van destijds nu toegelicht in een boekje De doorgaande revolutie, uitgave Vuurbaak 2013. Veldonderzoek kwam er niet aan te pas. Dekker nam een stapel literatuur door, onder meer veertig jaaroverzichten die in het Handboek van de vrijgemaakt- gereformeerde kerken (1970-2010) te vinden zijn.
Ook zonder eigen veldonderzoek zit Dekker er met de meeste conclusies in zijn nieuwste publicatie niet naast. Wie zelf vrijgemaakt-gereformeerd is en zijn ogen voor de realiteit niet wenst te sluiten – wat overigens velen proberen te doen – moet Dekker in 2013 gelijk geven. Over onderwerpen als het gezag van de Heilige Schrift, de vrouw in het ambt, samenwonen, homoseksualiteit, de tweede kerkdienst, de binding aan de belijdenis, verandering in de kerkelijke tucht, en nog meer zaken, geven velen een ander antwoord dan er tot zo ongeveer het jaar 2000 gegeven werden in de vrijgemaakt-gereformeerde kerken.
Dat antwoord wordt overigens niet door een andere theoretische visie op het onderwerp, maar door de praktijk ingegeven. Zeer illustratief is de kwestie van de homoseksualiteit. Is het homoseksueel samenleven niet in strijd met de Heilige Schrift? Zeker, maar wat begin je er nog mee in de praktijk? Is over de vrouw in het ambt al niet vanaf de Vrijmakingstijd onder ons nagedacht? Natuurlijk, een volgende publicatie levert theoretisch geen draad nieuws op. Maar wat moet je er nog mee aan als je de vrouw niet meer buiten het kerkelijk ambt kunt houden? Je klopt voor eenheid op de deur van de Nederlands Gereformeerde kerken, en hoe wil je die eenheid realiseren als je geen vrouw in het ambt wenst toe te laten?

[58] De oplossing die Dekker aanbiedt

Op Dekkers analyse van de situatie in onze kerken valt wel wat aan te merken, ook al probeer ik niet zijn hoofdstelling te weerleggen, omdat ik dat niet kan. Maar ik mis bv. in hoofdstuk 6 over ‘leer en belijdenis’ aandacht voor de beroering die er ontstaan is door de dissertaties van dr. Paas en dr. Van Bekkum. Aanvaarding in Kampen van de betoogtrant in dergelijke historisch-kritische Bijbelstudies, door het afwijzen van alle bezwaren die tegen deze studies werden ingebracht, had de aandacht van Dekker moeten trekken. Hij weet af van ontwikkelingen rond de missionaire gemeente Stroom in 2012, maar van wat zich daarvóór heeft afgespeeld over het gezag van de Schrift horen we niets.
Belangrijker vind ik dat we de oplossing die Dekker voor onze kerken heeft, kritisch onder de loep nemen. Die oplossing lijkt een eenvoudige: Deze kerken moeten zich niet verzetten tegen de toenemende autonomie en mondigheid, maar ze zouden er het licht van het evangelie over moeten laten schijnen. Ze zouden zich tegen allerlei ontwikkelingen in de wereld niet moeten verzetten, maar deze aanvaarden en dan als het ware ‘verlichten’. Ik neem aan dat dit ‘verlichten’ met het licht van het evangelie te maken heeft.
Aldus Dekker aan het eind van zijn betoog, op pag. 136.
Het is wel duidelijk dat Dekker zijn boekje niet heeft geschreven om tegen het verval in de vrijgemaakt-gereformeerde kerken te schrijven. Hij vindt die ontwikkelingen vanzelfsprekend. Hij geeft de kerken feitelijk nog een duwtje om radicaler te werk te gaan. Wat moeten zij nl. doen? Zij moeten de ‘toenemende autonomie en mondigheid’ in de wereld  aanvaarden en daarover dan licht van het evangelie laten schijnen.
Let op de volgorde! Eerst aanvaarden wij die toenemende autonomie en mondigheid van de mensen en daarover laten wij dan evangelisch licht schijnen. Ik verdedig het omgekeerde: eerst over die mondigheid het licht van het evangelie laten schijnen en dan je afvragen, of je kunt aanvaarden wat voor mondig wordt uitgegeven.
In het interview met Dekker, dat het Nederlands Dagblad op donderdag 28 februari j.l. plaatste, is Dekker heel duidelijk. Zolang je vasthoudt aan ‘een traditionele Schriftvisie’ verzet je je tegen veranderingen. Wij moeten de ‘traditionele’ visie loslaten. En wat gebeurt er dan? Het voorbeeld is van Dekker: De Bijbel verbiedt homoseksuele omgang. maar zulke concrete normen zijn niet voor de eeuwigheid!
Ik weet niet of Bijbelse normen ‘voor de eeuwigheid’ zijn. Ik weet wel dat ze er voor vandaag, voor mij, voor Dekker en voor allen die Jezus Christus willen volgen, gelden.
Dekker kan vinden dat autonomie en mondigheid intussen zo ver zijn voortgeschreden, dat wij allen de homoseksuele omgang, de vrouw in het kerkelijk ambt, het samenwonen en zoveel meer zaken als ‘gewoon’ zullen moeten aanvaarden. IK zou niet weten wat het nog betekent om daar dan evangelisch licht op te laten vallen.
Deze ommezwaai moeten de vrijgemaakt-gereformeerde kerken maken. Wat het dan ook nog mag betekenen dat wij ‘evangelisch’ licht laten vallen, na onze capitulatie voor wat onze huidige wereld onder autonomie en mondigheid verstaat.
Tegenover Dekker poneer ik, dat de vrijgemaakt-gereformeerde kerken hun kerk-zijn vervalsen als zij het pad van aanpassing aan de wereld nog verder bewandelen.

[59] Het aftreden van de paus

 Het is te gemakkelijk om te beweren dat wij onnodig achterlopen op de wereld wanneer wij haar niet willen volgen in wat zij voor autonoom en mondig verklaart. Neem de kwestie van de homoseksualiteit. Als wij ons hier aanpassen aan de ‘wereld’, is het duidelijk niet de hele wereld. In die wereld leven, islamieten, boeddhisten, christenen en nog andere soorten mensen. Zij praten over ‘autonoom’ en ‘mondig’ onderling nogal verschillend. Dekker vindt het vandaag gewoon dat wij de homoseksuele beleving behoren te aanvaarden. Maar dat zegt de paus en zijn ‘wereld’ Dekker niet na. Dat wereldse wereldje van ons is niet wereldwijd. Het is natuurlijk wel het wereldje dat ons in het kleine Nederland op de huid zit. En dan kunnen vrijgemaakte kerken het daarmee moeilijk hebben. Net zoals de afgetreden paus het zwaar te verduren kreeg zodra hij zich uitliet over homoseksuele relaties.
Bij het aftreden van paus Benedictus XVI erken ik met dankbaarheid dat in allerlei ethische zaken Rome voor en tijdens zijn pontificaat standpunten verdedigde die ook voor mijn werk in Kampen in allerlei ethische zaken van betekenis waren. Ik noem hun niet aflatende strijd tegen abortus provocatus. Ik denk verder aan wat deze kerk schreef over de heiligheid van het huwelijk en over de seksuele beleving die binnen het kader van het huwelijk behoort te vallen. Ik vermeld ook de aangename contacten die ik met bisschoppen en andere rooms-katholieken, onder wie de huidige kardinaal Wim Eyk, gehad heb. De Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind (VBOK) was zonder de inbreng van rooms-katholieke bestuursleden niet mogelijk. Ik herinner mij hen allen met dankbaarheid, ook als we gesprekken over het geloof hadden. 

[60]  Waardering, maar… 

Waardering voor wat goed is, moeten we kunnen uitspreken, maar nooit ten koste van wat we geloven. Gereformeerdeen vinden hun geloof verwoord in de drie formulieren van eenheid. Deze belijdenissen zijn geen dode letter als het over de paus en zijn kerk gaat. Dat zeg ik ds. Willem Visscher na, predikant in de Gereformeerde Gemeenten, die op de vraag van het Ned. Dagblad d.d. 2 maart jl. naar zijn oordeel over de paus antwoordde: ‘We kijken tegen de paus aan zoals verwoord is in de gereformeerde belijdenisgeschriften’  Zo kijk ik ook tegen de paus aan, al zal ik hem geen antichrist noemen. Op de vraag wat hij van een volgende paus verwachtte, antwoordde ds. Visscher: ‘Ik wens vooral dat de Rooms-Katholieke Kerk naar de Bijbel terugkeert. Als dat gebeurt, is er van het pausschap geen sprake meer’. Dat is ook mijn wens.
Het waren woorden die mij opvielen in een krant, die volstond met stukken over de vertrekkende paus. En soms met zoveel waardering dat ik me afvroeg wat ons principieel eigenlijk nog van de RKK scheidt. Wat te denken van prof. Bram van de Beek, die het ook best vindt dat één bisschop de centrale spil is? ‘Van mij mogen alle protestanten zich vandaag nog onder de bisschop van Rome plaatsen. Ik bid voor ónze paus en ónze aartsbisschop in Utrecht’. Ik denk dat we dit gelegenheidstheologie moeten noemen, die meer zegt over de protestantse verwarring dan over het voordeel van een paus. We hebben in Nederland geen behoefte aan een paus, maar aan herders, die in hun pleidooien het gereformeerd geloof uitdragen.
De NGK-predikant Henk de Jong vertelt dat hij in de kerk, waar hij de zondag daarop gaat preken, voor de paus zal bidden. Hij herkent in hem een broeder en heeft liever een rechtzinnige katholiek dan een vrijzinnige protestant. Maar als ik denk aan de eigen opvattingen van De Jong over de homoseksuele beleving, die volledig geaccepteerd moet worden binnen de kerk, tot en met in het kerkelijk ambt, dan spreekt hij over rechtzinnigheid anders dan de paus en ik het doen.
Een andere NGK-predikant (ds. Gerkema) bidt eveneens voor de paus. De kerkmuren zijn volgens hem lager geworden, de herkenning groter. ‘De paus is een leider en ook wij als kleine splintertjes komen daarin mee. Alleen ja, dat vreselijke celibaat’, etc.
Wat de door mij geciteerde theologen gemeenschappelijk  hebben, is een ruime kijk op het pausdom en Rome, die ik niet kan verenigen met wat wij belijden in onze confessie. Het past wel in de de moderne protestantse trend om niet meer moeilijk te doen over kerkmuren. Het onderscheiden tussen ware en valse kerken, zoals de confessie daarover spreekt, hebben we kennelijk achter ons te laten.

 [61] Micha ben Jimla

 Uit een Australisch rapport vernemen wij dat onze deputaten BBK (Betrekkingen Buitenlandse Kerken) de zusterkerken in Australië gewaarschuwd hebben tegen o.a. onze website gereformeerdekerkblijven.nl. Die zusterkerken kregen een vermaanbrief dat ze zich in hun kritiek op de vrijgemaakt-gereformeerde kerken dienen te beperken tot beoordeling van officiële synodale besluiten. Geen verhalen dus over bedenkelijke situaties in de kerken hier of daar, nee alleen een oordeel over wat de synodes hebben uitgesproken!
Merkwaardig is het dat de zusterkerken in Australië al op de vingers worden getikt voordat zij op hun synode klaar zijn met een brief aan de GKV inzake hun grote zorg over de ontwikkelingen in de GKV. Ze kregen onlangs een lesje van deputaten BBK hoe de brief, die ze naar onze synode van 2014 zullen sturen er uit moet zien: Ze mogen kritisch reageren op GKv-synodale besluiten en daarmee basta. Geen verhalen die geput worden uit kritische websites van binnen de vrijgemaakte kerken en evenmin verhalen van kerken die zich van de GKV hebben afgescheiden!
In Australië neemt men dit paternalisme niet. Schoon gelijk hebben ze! Mag je als zusterkerken alleen maar aandacht geven aan synodale besluiten, zonder bedenkingen te hebben tegen wat er van mooie besluiten in de praktijk terecht komt?! De GKV zelf mag praten met allerlei andere kerkelijke groeperingen, maar de Australische kerken zouden ons oor niet te luisteren mogen leggen bij de van de GKV afgescheiden kerken?
Wij waarderen het dat men in Australië ook onze website leest, juist nu ze ons dujidelijk maken dat ze vanuit Nederland gewaarschuwd worden tegen onze website. Er wordt over ons gepraat vanuit Nederland, maar niet met ons, zodat wij van de heren die vlak bij ons wonen gewaar worden waarom men in het buitenland geen kennis van ons moet nemen.
Het troost ons dat de Australiërs onze website altijd gedocumenteerd vinden. Wij zeggen het omgekeerde. Het antwoord dat de Australische deutaten aan hun Nederlandse broeders geven, klinkt als een klok. Ze wensen als gelijwaardige partner gesprekken aan te gaan en laten zich de wet niet voorschijven wat ze wel en wat niet mogen zeggen.
We zijn dankbaar dat we – zonder dat we tot nu toe enige poging gedaan hebben buitenlandse kerken voor onze visie te winnen – toch gelezen worden in Australië. Trouwens ook in Canada en in Zuid-Afrika. De kritiek in deze buitenlandse kerken groeit op de moederkerk in Nederland. De verontwaardiging groeit ook, wanneer men als partner aan banden gelegd wordt om in een vermaanbrief te vertellen wat men meent te moeten vertellen.
Hoe komt zoiets? Voor mij doemt de figuur van de profeet Micha ben Jimla op. Hij zat in de gevangenis en zijn naam viel, toen koning Josafat van Juda met koning Achab van Israël een oorlog tegen Aram zouden beginnen. Josafat stelde aan zijn collega de vraag, of er niet nog een profeet was die ze konden raadplegen om al of niet op te trekken tegen Aram. Vierhonderd profeten hadden al demonstratief hun ‘raad’ gegeven. Maar Josafat voelde wel aan dat hij met vierhonderd ja-knikkers te maken had. Is er niet nog een profeet? Ja, zei Achab, maar ik heb een hekel aan hem. Hij heeft nog nooit iets goeds over mij geprofeteeerd, alleen maar onheil (1 Kon. 22,8).
Het is geen pretje te profeteren als je in de gevangenis terecht kunt komen.
Het is ook geen pretje een website te verzorgen, als je ernstige kritiek moet hebben op de kerken die je leven bepaald hebben. En dan moet je ook nog na het uitbrengen van die kritiek merken dat men niet gewaarschuwd wil worden. De argumenten daarvoor zijn bekend: Het loopt zo’n vaart niet, je moet niet alles op scherp zetten, de tijden veranderen toch, etc. Discussie met ons als zwartkijkers – daar rekenen we al niet meer op. Anderen worden over ons ingelicht.
Wij merken hoe bitter dat smaakt. Toch gaan we vol moed verder. Ook wij weten dat het God is voor wie wij ons moeten verantwoorden. 

 

Reacties zijn gesloten.