Inventarisatie en interpretatie.

H.W. van Egmond

 Begin maart kwam het “Handboek 2013 van de Gereformeerde Kerken in Nederland”uit. Tegelijk verscheen in diezelfde week ook het boek van Gerard Dekker “De doorgaande revolutie”. Een boekje dat de ontwikkelingen van de Gereformeerde Kerken in perspectief zet.

Dekker

 Eerst willen we enkele opmerkingen maken over dat boekje van Dekker. Niet om de gegevens die dit boek biedt tegen het licht te houden. Dekker bekijkt de ontwikkelingen in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt[i] in vergelijking met die van de Gereformeerde Kerken synodaal. Hij geeft in zijn boek een “consequent volgehouden sociologische benadering van de ontwikkelingen in de vrijgemaakt – Gereformeerde Kerken sinds 1970”[ii]. Deze sociologische ontwikkeling vergelijkt Dekker met de ontwikkelingen in de synodaal- Gereformeerde Kerken tussen 1950 en 1990. Hij tekent in zijn boek een parallel tussen de cijfers en de ontwikkelingen in de synodaal Gereformeerde Kerken van 1950 – 1990 met die van de vrijgemaakt Gereformeerde Kerken in de periode tussen 1970 – 2010. Hij zet die ontwikkelingen van beide Kerken naast elkaar. Enkele keren ook op een tijdbalk. Zo probeert Dekker in het licht van een historische vergelijking van beide kerken een eventuele parallel tussen die kerken te vinden. Op de achtergrond staat de vraag: volgen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt in hun ontwikkelingen de ontwikkelingen van de Gereformeerde Kerken synodaal?

 Dekker komt tot een voorzichtige conclusie (p. 143) dat de vrijgemaakt-gereformeerden de synodaal–gereformeerden zullen volgen. Tenzij de vrijgemaakt-gereformeerden de relatie tussen geloof en leven losser maken. Als ze dat doen verliezen ze hun eigen-aardige godsdienstige identiteit (cursief H.W.v.E).
Wat Dekker m.i. bedoelt is dat de ontwikkeling die de vrijgemaakt-gereformeerden op dit moment meemaken in de samenleving, door hen óók moet worden doorgetrokken in de praktijk van het kerkelijk leven. Dekker werkt met het vrijgemaakte thema van ‘het leven is één’. De vrijgemaakten zelf hebben daarmee bedoeld te zeggen dat wat je als lid van de kerk belijdt, dat je dat ook in de samenleving moet vasthouden. Kortom: de doorgaande reformatie. Daarom kwam er een pleidooi voor gereformeerde organisaties. Dekker draait het m.i. nu om. Hij zegt: de vrijgemaakten moeten vanuit hun thema ‘het leven is één’ nu dat wat ze in de samenleving aan ontwikkelingen meemaken, ook in hun kerkelijk leven van vandaag integreren. Dan is wat de kérk op grond van het Woord moet zeggen niet meer de norm voor wat je doet in heel je leven, maar dat wat je in de samenleving hebt geaccepteerd als normaal, dát moet je nu ook doortrekken in je leven als christen. De vrijgemaakten moeten dat dan geen secularisatie noemen, want het is een bewuste verandering in het godsdienstige leven die secularisatie wil voorkomen. Let op de titel van zijn boek: de doorgaande revolutie!

 Welke maat leg je aan? 

Dekker spreekt over een verandering in het godsdienstige leven. Zelf wil ik blijven denken vanuit het kerkelijk leven. Kerkelijk dan in de zin van zondag 21 van de Heidelberger Catechismus. Daar belijden we dat de Zoon van God werkt aan Zijn kerk. En ook dat we over die kerk spreken als een gemeenschap zowel met elkaar als broeders en zusters als ook met de Here Jezus Christus. We staan als broeders en zusters in de samenleving. Zeker. En we doen ook mee met de ontwikkelingen. Die gaan aan ons niet voorbij. Echter we staan daar in die samenleving in verbondenheid met Jezus Christus, ons Hoofd. Met de roeping het evangelie vast te houden. Vergelijk Openbaring 11, daar staan de twee getuigen die het evangelie preken. Echter de samenleving verdraagt dat niet en doodt deze getuigen: revolutie van de dienaren van het beest tegen de getuigen van Christus die de reformatie preken.

 Wanneer we dan nadenken over het voortbestaan van of steun voor déze kerk die geroepen is om te profeteren, zoeken we geen hulp vanuit de sociologie, dat is vanuit dat wat de samenleving ons biedt, maar dan zoeken we de identiteit van de kerk te versterken onder de regering en het werk van onze Here Jezus Christus. Zijn Woord en Geest wijzen daarvoor de weg. Wanneer de vergelijking met de synodaal-gereformeerden ter sprake komt behoren we het Woord van God en de belijdenis van de kerk als maat te nemen.
Nu gaat het er mij verder niet om een mening te geven over de synodaal-gereformeerden, wel over onszelf: de vrijgemaakt-gereformeerden. In dat licht kom ik dan terug bij het genoemde jaaroverzicht.

 Het jaaroverzicht

 Wat zijn de ontwikkelingen in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt?
In het jaaroverzicht geeft ds. J. H. Kuiper een goed, helder en inzichtelijk jaaroverzicht. De ontwikkelingen zowel in de plaatselijke Kerken als die in het geheel van het kerkverband komen goed voor het voetlicht. Daarvoor alle complimenten.
Wat ik hier nu naar voren wil brengen is geen kritiek op het jaaroverzicht. In geen geval. Wat daar ons wordt voorgehouden is, denk ik, de werkelijkheid van dat wat het afgelopen jaar allemaal is gepasseerd in het kerkelijk leven. Daar staan voor zover ik dat kan beoordelen gaan foute of vertekende feiten in dat overzicht vermeld. Maar daar gaat het mij ook niet om.

 Omdat dit jaaroverzicht zo precies is en de feiten kernachtig tekent, zie ik hier een ontwikkeling getekend die verdrietig is. Verdrietig voor mij. Een ander zal daar weer anders over denken. Meerderen zullen wellicht blij zijn dat er in een jaaroverzicht van de Gereformeerde Kerken een kopje kan staan met “De kerk voorbij”. Zonder vraagteken! Als feit. En als onderverdeling treffen we een ander kopje “De enige ware kerk?”. Met vraagteken! Ook lees ik in dat jaaroverzicht meerdere keren iets van een geest van onzekerheid die leeft in de Gereformeerde Kerken. Vergelijk opmerkingen als: ‘wat is de kerk dan wel?’en ‘Of is die kerk voorbij?’ Ook over de uitspraak van de kerken over de Open Brief van 31 oktober 1966 worden vragen gesteld. Kortom: dat jaaroverzicht is één groot signaal dat de verschuiving in de kerken actueel is. Verontrusting over die verschuiving kan je niet meer wegzetten met de opmerking dat dit slechts over bijkomstige zaken gaat. Hier is meer aan de hand.

 Zowel in het jaaroverzicht als in het boek van Dekker komen twee lijnen bij elkaar. Het jaaroverzicht inventariseert de ontwikkelingen onder het kopje “de kerk voorbij”. Dekker interpreteert de ontwikkelingen van de laatste 30 jaar in de Gereformeerde Kerken. Mijn vrees is dat zijn voorzichtige conclusie in de Kerken zich al aan het actualiseren is. ‘Je moet met je tijd meegaan’. Het is een bekende uitdrukking in discussies over de liturgie, het huwelijk en het ambt. Om maar niet meer te noemen. Vanuit enkele opmerkingen in het jaaroverzicht wil ik de ontwikkelingen in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt van de laatste jaren op een enkel punt proberen te interpreteren.

 Katholiek-gereformeerd

 Onder het kopje “De kerk voorbij”, wordt iets gezegd over de verhouding en de ontwikkelingen tussen de Gereformeerde Kerken en de Nederlands Gereformeerde Kerken. Inventariserend zet Kuiper enkele feiten op een rij: De Reformatie en Opbouw kwamen met een speciale uitgave over het thema ‘de kerk’. En in 2013 zullen ze in een congres hierover verder spreken. Het thema is bijzonder zegt Kuiper terecht, want in de jaren zestig van de vorige eeuw gingen de beide kerken vanwege een verschil op dit punt uiteen.
Kuiper inventariseert verder: “Eind 2011 overleed prof. J. Kamphuis, een van de voormannen van de GKV in de tijd van de breuk met de buitenverbanders”. En dan inventariseert Kuiper verder dat in de overzichten naar aanleiding van het overlijden van J. Kamphuis steeds de vraag naar voren kwam  “hoe iemand met zo’n katholiek-gereformeerde instelling in die tijd zo’n harde opstelling kon kiezen”. 

 Was de positie van J. Kamphuis ten tijde en tegenover de Open Brief een harde opstelling? Dat waag ik te betwijfelen. Met name J. Kamphuis kon warm over de kerk spreken als het werk van de Here! De vreugde van het mogen leven onder het vergaderende, beschermende en onderhoudende werk van de Here Jezus Christus, kon hij warm uit tekenen. Tot eer van Christus. Om de gehoorzaamheid aan zijn Woord. En vanwege de kracht van zijn Geest! Maar dan kon hij ook heilig (!) verontwaardigd positie kiezen tegen iedereen die dit grootse werk van de Zoon van God durfde te reduceren tot een ‘klein vaderlands gedoe’.

 Wanneer we nu anno 2013 spreken over de kerk, vergelijk het jaaroverzicht, dan moeten we niet spreken over de harde opstelling van o.a. (!) J. Kamphuis. Laten we eerlijk zijn en vaststellen dat wij vanuit onze ontwikkelingen die we in de samenleving hebben meegemaakt anders zijn gaan spreken over wat zich in de jaren zestig heeft afgespeeld. De kerkelijke pers is daar anders over gaan spreken omdat daar de belijdenis aangaande de kerk is verschoven. Ik mis in het huidige spreken over de kerk de verwijzing naar de eenheid van de artikelen 27,28 en 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Wat is de eenheid tussen de Nationale Synode van Dordt 1618 – 1619 en de Nationale Synode die men vandaag wil organiseren tussen alle ‘kerken’?  Kan men daar b.v. uit de Dordtse Leerregels II, artikel 9 en V artikel 15 citeren? Of is deze vraag een harde opstelling? Toch eerder gereformeerd!

 Wie nu gaat spreken over een ‘harde opstelling van Kamphuis’ is precies zo bezig als wat m.i. Dekker bedoelt te zeggen dat we onze taxatie van het kerkelijke leven moeten herzien vanuit hoe we de ontwikkelingen in de samenleving taxeren. Wie dan spreekt over een ‘harde opstelling van Kamphuis’ geeft daarmee aan zelf te zijn verschoven. Weg van het vaste gereformeerde fundament naar een fundament dat zacht – vloeibaar is. Vloeibaar in de zin van meegaan met de tijd. Aanpassen bij de ontwikkelingen. In dat licht is dan niet alleen de opstelling van J. Kamphuis ‘hard’, maar dan zal – denk ik – straks wel meer onder het oordeel van een harde opstelling worden opgeofferd.

 Laten we elkaar echter aansporen om in het goede spoor te blijven of terug te keren. Immers de verknoping waar we in leven, de verknoping tussen het kerkelijke en het maatschappelijke, is een verknoping waarin we behoren te kiezen. Een keus die we behoren te maken in de belijdenis dat wij zondaren zijn. Dat we ons daarom onder de klem van het Woord van Gods genade weten te staan. “Alleen in de overgave van het geloof ….. blind ziende in de toekomst, ziende op het gebod – vindt de kerk haar weg en wordt haar weg gebaand. Wordt haar weg van bóven gebaand. Wordt haar weg uit genade gebaand. Dán zien we niet meer ‘onze kerk’, maar dan zien we alleen op Christus, die Zijn kerk vergadert”[iii]. Woorden van de katholiek-gereformeerde Kamphuis uit de zestiger jaren van de vorige eeuw. 



[i] Dat de naam Gereformeerde Kerken vrijgemaakt gebruiken is, komt omdat we Dekker volgen in het vergelijk met de Gereformeerde Kerken synodaal.

[ii] Vergelijk het Woord vooraf p. 7.

[iii] J. Kamphuis uit “Onderweg aangesproken”, 1968. P.248. Genomen uit een artikel “De kerk tussen klem en knoop”. 

Reacties zijn gesloten.