Open brief aan collega Wim van der Schee

 Vrijdag 1 maart waren collega Van der Schee en ik allebei bij de presentatie van het boek De doorgaande revolutie van dr. G. Dekker. In dit boek schetst dr. Dekker overeenkomsten tussen de ontwikkeling van de synodaal Gereformeerde Kerken tussen 1950-1990 en de Gereformeerde Kerken tussen 1970 en 2010. Dr. Dekker meent op sociologische gronden dat er sprake is van een zelfde soort ontwikkeling en verwacht ook dat dit zal doorzetten. Collega Van der Schee heeft zich heel erg aan dit boek geërgerd. Ook ik heb kritiek op dit boek, maar zie ook duidelijke overeenkomsten vanuit eigen leven in de synodaal Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Collega Van der Schee komt in zijn verontwaardiging tot bepaalde beschrijvingen die mij diep raken en waarop ik in briefvorm inga. Ik hoop ook dat collega Van der Schee hierop wil reageren. Het hele artikel van collega Van der Schee kunt u vinden op: http://www.wimvanderschee.nl/?p=4867 

Beste broeder Wim,

 Jij hebt op de dag van de presentatie van het boek van Dekker duidelijk en ook bewogen laten horen dat jij heel negatief tegenover de inhoud van dit boek staat. Ik heb op die dag kort aangegeven dat het voor mij in de zeventiger jaren van de 20e eeuw  een feest was om vanuit de synodaal Gereformeerde Kerken deel van de Vrijgemaakte Kerken te worden. Niet omdat mijn familie en ik zo conservatief waren. Dat waren we niet. Het was voor ons een teken van leven dat er gewerkt werd aan nieuwe formulieren, aan de berijming van de Psalmen. Dat we in een kerk kwamen die juist in de wereld van vandaag kerk wilde zijn en toch vanuit diepe gehoorzaamheid aan het Woord wilde leven.
Juist die komst van synodale broeders en zusters die in diepe liefde voor de HERE en Zijn Woord wilden leven, zie jij, Wim, nu als een probleem.

 Giftig mengseltje   

Wim, jij schrijft daarover:

 “Deels waren het mensen die in de jaren tachtig de vrijzinnigheid en het ongeloof in de synodale kerken ontvluchtten en het gevoel hadden weer ‘thuis’ te komen – en zo zou het vooral moeten blijven, thuis. Niemand lette er op hoe juist de kongsi van de geboren vrijgemaakte conservatieven en de nieuwe ex-synodalen een giftig mengseltje vormde dat op zichzelf al ingrijpende veranderingen met zich mee bracht”.

 Ik was het die op de bijeenkomst van 1 maart gezegd heb dat het komen in de Vrijgemaakte kerken in de zeventiger jaren thuis komen was. Ik heb erbij gezegd: omdat je weer in vrijheid van het Woord kwam te staan! Niet om alles te laten zoals het was, maar om samen je zonder kritiek op Vaders Woord door dat Woord van de Geest je te laten leiden.
Wat jij schrijft, Wim, betekent dat ik deel van een giftig mengseltje ben. Dat ik deel ben van een stuk vergif, een stuk bederf dat de kerken is binnengekomen. Dat wordt nog duidelijker als jij zegt dat een stuk wantrouwen daarmee de kerken is binnengekomen. Je brengt dat heel kernachtig zo onder woorden:

“Het systematische wantrouwen dat de guerrilla-technieken van de conservatieven vanaf de jaren negentig zou gaan kenmerken is import. Het heeft de vrijgemaakte kerken buitengewoon gehinderd en doet dat nog tot op de dag van vandaag.”

Zware beschuldigingen. Ook een denken niet vanuit de eenheid van Gods volk dat samen de Here wil volgen, maar vanuit groepen die tegenover elkaar willen staan. Dat lijkt me een heel gevaarlijke en onvruchtbare manier van denken door gelovigen die vanuit het werk en de vrucht van de Geest willen leven.
Wim, ik wil hierop vanuit mijn eigen leven en hart reageren. Voor de ogen van de HERE. Dan kan ik zeggen dat ik niet met wantrouwen de overgang heb gemaakt. Dat ik guerrilla-technieken haat en met een open vizier het gesprek wil aangaan! Dat ik op geen enkele manier conservatief wil zijn, maar alleen maar de stem van de Here Jezus, als mijn Goede Herder, wil volgen. Dat ik niets anders wil dan die leiding ook als dienaar van het Woord in onze kerken wil geven. Niets meer en niets minder.
Het moet mij van het hart dat wat je schrijft erg sektarisch klinkt.  Het lijkt erop dat je graag gehad had dat oorspronkelijke vrijgemaakten lekker knus bij elkaar gebleven waren, want dan was het beter gegaan. Ik mis hier de echte oecumene waarin we samen in diepe eerbied de HERE willen volgen volgens Zijn Woord en elkaar daarop aanspreken. Dan is de ‘eigen smoel’ zoals jij dat noemt en de eigen dynamiek van bepaalde kerken toch niet meer belangrijk? Het gaat er toch om  – en dat is ook het heerlijke! – om Christus samen te mogen kennen en volgen? Om zo kerk te zijn.
Ik moet je zeggen, Wim, dat ik het moeilijk vind om zo samen in de kerken te dienen als dienaren van het Woord, terwijl jij mij ondertussen schaart onder een giftig mengseltje in de kerken. Hoe kun je dat rijmen met een liefdevolle omgang met elkaar en het elkaar benaderen als broeders in Christus?

 Wereld-Geest-Kerk 

Wim, één van de verschillen tussen ons lijkt me de verhouding tussen de wereld en de kerk. Ik zie bij jou een heel optimistische kijk op de ontwikkeling van de wereld. Jij begroet de ontwikkeling naar het al meer denken vanuit autonomie als een zegen. Je schrijft daarover o.a. dit: “Dat geldt volstrekt voor de ontwikkeling naar meer autonomie van mens en wereld. Dat is een zegen, ook voor kerk en geloof. Je zult je altijd weer zelf je geloof je eigen moeten maken en moeten mogen maken.”
Met het laatste, dat je je je geloof eigen moet maken, ben ik het helemaal eens. Dat is ook geen uitvinding van de autonomiegedachte. We vinden in de Bijbel zelf vanaf het begin juist die oproep om zelf te geloven, om je hart te besnijden en zelf in liefde in gehoorzaamheid aan de HERE te leven.
Maar de gedachte van een al meer autonoom leven, komt toch heel duidelijk in strijd met wat de Heilige Geest ons zelf leert? Er is toch altijd weer voor Gods kind het beslissende Woord van God wat er in de wereld ook gedacht en gevoeld wordt?!
Ik denk in dat verband bijvoorbeeld aan wat we lezen in Romeinen 8:5-14:

 “Wie zich door zijn eigen natuur laat leiden is gericht op wat hij zelf wil, maar wie zich laat leiden door de Geest is gericht op wat de Geest wil.  Wat onze eigen natuur wil brengt de dood, maar wat de Geest wil brengt leven en vrede.  Onze eigen wil staat vijandig tegenover God, want hij onderwerpt zich niet aan zijn wet en is daar ook niet toe in staat.  Wie zich door zijn eigen wil laat leiden, kan God niet behagen.  Maar u leeft niet zo. U laat u leiden door de Geest, want de Geest van God woont in u. Iemand die zich niet laat leiden door de Geest van Christus behoort Christus ook niet toe.  Als Christus echter in u leeft, bent u door de zonde weliswaar sterfelijk, maar de Geest schenkt u leven, omdat u door God als rechtvaardigen bent aangenomen.  Want als de Geest van Hem die Jezus uit de dood heeft opgewekt in u woont, zal Hij die Christus heeft opgewekt ook u die sterfelijk bent, levend maken door zijn Geest, die in u leeft.
Broeders en zusters, we hoeven ons niet langer te laten leiden door onze eigen wil.  Als u dat wel doet, zult u zeker sterven. Als u echter uw zondige wil doodt door de Geest, zult u leven.  Allen die door de Geest van God worden geleid, zijn kinderen van God”.  

Beste Wim, als je dat leest blijven er toch heel weinig goede woorden voor autonomie over? Dan is het Woord zoals de Geest ons dat in de Bijbel gegeven heeft toch voor alle tijden beslissend? En is het toch een bevrijding om niet autonoom te zijn maar het eigendom van mijn trouwe Heiland Jezus Christus? Dat Hij de Heer van mijn leven is en ik Hem wil volgen. Ik hoop dat we dit samen nog delen. De dingen die jij schrijft, Wim, roepen heel veel vervreemding op.

 Ik zie uit naar je antwoord.

 Hartelijke groet in Christus,

 Rob Visser 

 

 

Reacties zijn gesloten.