Kort commentaar 53-56

[53] Naar een soort Gereformeerde Bond?

 Op en na onze landelijk vergadering op 29 september 2012 in Spakenburg zijn er vragen gesteld, die wij nog moeten beantwoorden.
Ik begin met de volgende vraag:

Is het de bedoeling een groep te vormen binnen de kerk? Worden wij op deze wijze niet een ‘Gereformeerde Bond’ binnen de kerk, waarvoor wij altijd gewaarschuwd hebben?

 Het is onvermijdelijk dat wij met onze website ‘gereformeerdekerkblijven.nl’ een groep vormen binnen de GKV.We merken dat dit voor sommigen al genoeg is om van onze opvattingen geen kennis te nemen. Dat is jammer. Gelukkig zijn er ook anderen, met name in het blad Nader Bekeken, die verkeerde ontwikkelingen in de kerken bestrijden. Wij zoeken naar meer samenwerking met dit blad!
Onze website zal er dus nog wel een poosje blijven. Toch zal het niet het orgaan worden van een soort ‘Gereformeerde Bond’ binnen de GKV. De gereformeerde kerken hebben zich om principiële reden altijd tegen zo’n bond gekeerd, omdat ze zich binnen de kerk niet als groep wilden isoleren. Wij willen geen aparte bond, maar een gereformeerde kerk. Wij willen verbonden zijn aan het lichaam van Christus, waarin leugen en waarheid niet kunnen samengaan. En dat is wel het geval binnen de PKN, de Protestantse Kerk van Nederland. Tucht over dwaalleer moet men daar niet verwachten.
Is die er bij ons dan nog wel? Om op die vraag een duidelijk antwoord te krijgen en te geven, maken we gebruik van deze website.

 [54] Vraag over een dialoog 

Het is niet denkbeeldig dat ook de GKV, ondanks betuigingen van het tegendeel, zal afglijden naar een kerk waarin zowel voor waarheid als leugen plaats is. Vroeger waren wij er sterk in andere kerken dit te verwijten, maar nu onze website ontwikkelingen in eigen kerk aanwijst die in eenzelfde richting lijken te gaan, weigeren velen ons nog serieus te nemen. We kregen de volgende vraag:

Met wie gaan we de dialoog aan over uw referaat in Spakenburg?

 Ik zou het niet weten. Er heeft zich niemand gemeld. Zeker, we hebben een aantal e-mails ontvangen, waarin we te horen krijgen dat we ons zo negatief opstellen en opbouwend zouden moeten schrijven. We zouden beter kunnen bidden voor de jonge mensen die onze kerken intussen verlaten hebben, stelde iemand voor. Maar heel weinig mensen gingen serieus op onze kritiek in. Een dialoog? Graag! Wij schrijven met de bedoeling lezers te vinden die hun stem laten horen.

 [55] De kerkelijke weg bewandelen

 Goed, wanneer een ander niet komt opzetten voor een gesprek, dan blijven we doorschrijven zoals we dat tot nu toe gedaan hebben. We moeten ons soms inhouden, niet kwaad worden, onze woorden wikken en wegen. We zullen doorgaan, zonder ons miskend te voelen. Er zijn gelukkig nog veel lezers die zich gesteund voelen door wat wij schrijven. Wij schrijven niet uit geldingsdrang, maar uit treurnis over het verval in de kerken die ons altijd lief waren. Wij menen dat wij moeten schrijven, al beseffen we dat velen na zo’n opmerking ons vreemd aankijken. Zij denken vaak dat er eigenlijk niets aan de hand is en wij ons druk maken over achterhaalde zaken. Het bruist toch van activiteiten in onze kerken? We bewandelen nieuwe wegen, we zijn niet meer zo benauwd bezig als vroeger. Deuren naar andere christenen en niet-christenen gaan open. We worden opgeroepen de missionaire arbeid in onze kerken alleen maar toe te juichen in plaats van te bekritiseren. We gaan met onze kritiek door en hebben een antwoord op de volgende vraag:

 Hoe bereik je dat de zaken die u op uw website aansnijdt, in de kerkelijke weg de noodzakelijke behandeling krijgen?

 Wij zullen niet verzuimen ons tot de eerstvolgende generale synode te wenden met een dringend appel. Allerlei zaken die nu spelen, zullen ook op het agendum staan van de eerstvolgende synode in 2014. Wij mogen duidelijkheid verlangen in allerlei zaken. Het is ons ernst wanneer wij verklaren, dat wij niet tot in lengte van dagen in appel gaan. Reeds van de vorige synode hebben velen  antwoorden verlangd die hun rust zouden geven over de richting waarin de kerken zich bewegen. Zij ontvingen die antwoorden niet. Sommigen verlieten daarom de GKV. Wij hopen dat de eerstvolgende synode wel een duidelijk geluid zal laten horen.
Binnenkort verschijnt in Kampen een boek van dr. Gerard Dekker, die van godsdienstsociologische zijde komt vertellen, dat de veranderingen in de GKV grote overeenkomsten vertonen met die in de synodaaal-gereformeerde kerken destijds.
Wij zitten niet te wachten op een godsdienstsociologisch betoog, al zal het ons niet verbazen dat dr. Dekker over soortgelijke veranderingen in de GKV zal spreken als wij die hebben gesignaleerd. Voor ons is het echter belangrijker dat de eerstvolgende synode met argumenten en besluiten duidelijk zal maken dat wij het helemaal bij het vekeerde eind hebben, of dat het vervalproces zal worden gestuit. Godsdienstsociologische betogen zijn niet zonder waarde. Maar wij vragen van een synode van de gereformeerde kerken wat anders. Wij willen weten wat in concreto onze gemeenschappelijke binding aan het christelijk geloof, zoals we die in de Drie Formulieren van Eenheid bezitten, nog betekent.

 [56] Oecumenische ontwikkelingen

Waarom zijn we over die binding aan de confessie niet zo gerust? Een van de deelnemers aan de vergadering in Bunschoten brengt zijn misnoegen onder woorden, niet met een vraag, maar de volgende opmerking:

 De GS heeft geen recht gedaan aan de ernstige bezwaren tegen de deelname aan de zgn. Nationale Synode

 Met die opmerking stemmen wij in. En daarom is er alle reden de kwestie van oecumenische ontwikkelingen duidelijk aan de orde te stellen in een appel bij de generale synode in 2014. Laat ik op een paar dingen wijzen die de noodzaak van een appel inzake dit onderwerp evident maken.
Vinden wij werkelijk dat de vrijzinnigheid vanzelf wel afsterft, zoals de voorzitter van de deutaten kerkelijke eenheid onder ons beweerd heeft, toen het ging over het meedoen aan de vorige Nationale Synode?  Kunnen we de duivel en de dwaalleer rustig vergeten, omdat vrijzinnige praat vanzelf wel over gaat?
Kan het onze instemming hebben als diezelfde voorzitter, nog voor het gesprek met de PKN plaatsvindt, al laat merken dat de afstand tot de PKN toch maar betrekkelijk is? Het gesprek met de PKN kan plaatsvinden, lezen we, omdat in de PKN en in de Raad van Kerken meer nadruk wordt gelegd op rechtzinnigheid (Ned. Dagblad van 7 febr. 2013)? Neem even aan dat daarvan werkelijk sprake is. Wat zegt dat voor de nog immer geldende realiteit binnen de PKN, nl. dat (in de woorden dr. Arjan Plaisier) de manieren waarin de PKN God wordt beleefd, legitiem zijn? En dat het geloof in het evangelie van Jezus Christus ruimte geeft voor orthodoxen en vrijzinnigen (Ned. Dagblad van 25 april 2012)? Is zo’n laatste opmerking niet altijd het struikelblok geweest en gebleven voor gereformeerde kerken om met de Ned. Hervormde Kerk en de PKN naar eenheid te streven?
Kan het onze instemming hebben wat een van onze emeritus-predikanten in het ND verklaart, nl. dat wij het uitsteken van de hand van de PKN naar de afgescheiden kerken met beide handen zouden moeten aangrijpen, omdat de Afscheiding niet heeft gebracht wat we ervan verwacht hadden (ND van 5 febr. 2013)? Het lijkt erop dat we dan beter met de PKN kunnen fuseren, ook al moeten we de aanwezige vrijzinnigheid daar als legitiem aanvaarden?
Ik wil best aan zelfbeproeving doen. Er is onder afgescheiden gereformeerde kerken genoeg reden daarvoor. Maar we moeten niet bereid zijn tot verregaande samenwerking met een kerkelijke gemeenschap die de vrijnnigheid legitimeertWat Christus gezegd heeft over binnendringende huurlingen (Joh. 10), die zijn kudde niet moeten weiden, is niet voor een compromis vatbaar.
De PKN wil eenheid bewerkstelligen. In haar visie op ‘Kerk met anderen’ heeft zij gesteld:

 De Protestantse Kerk wil kerk zijn met andere kerken. Dat geldt in bijzondere mate voor kerken van het protestantse erf. We zijn van mening dat tussen deze kerken geen reden tot voortzetting van kerkscheiding is.

Dat is duidelijke taal. Wij antwoorden met een even duidelijk nee, zolang deze kerkelijke gemeenschap voor dwaalleer een legitieme plaats inruimt. Wij willen bij een kerk blijven die haar belijdenis naspreekt, hoeveel herrie er in de afgescheiden kerken ook te vinden is. Die herrie beschaamt ons, maar wij ruilen haar niet in tegen een kerkelijke gemeenschap, die vrede najaagt en daarvoor de tucht nalaat.

Reacties zijn gesloten.