Waarom zou ik gereformeerd zijn?

Je bent gereformeerd. De naam ‘gereformeerd’ staat op het bordje van het gebouw waar je naar de kerk gaat. Wat is dat eigenlijk? Wil ik eigenlijk wel gereformeerd zijn, want er wordt in de samenleving nogal eens negatief over gereformeerden gesproken. Het zijn vragen die onze aandacht vragen en ook besproken worden.  Bijvoorbeeld in De Reformatie van 11 januari 2013. Naar aanleiding van één artikel in dat nummer schrijf ik deze bijdrage.  

Een kwestie van fasen? 

Ds. Bram Beute schrijft een artikel – titel: ‘(on)gegeneerd gereformeerd – waarin hij ingaat op het verschil in de beoordeling tussen mensen in verschillende landen van wat ‘gereformeerd zijn’ inhoudt. Op een conferentie kwam dat verschil heel duidelijk naar voren. Mensen die nadrukkelijk bezig zijn met het uitdragen van het evangelie waren heel enthousiast over het gereformeerd zijn. En gedreven om vanuit een duidelijke gereformeerde identiteit hun werk te doen. Hoe is het dan mogelijk dat we in Nederland het ‘gereformeerde’ vaak niet als inspirerend ervaren?
Collega Beute herkent dat ook bij zichzelf. Zo schrijft hij: “Mijn eerste associaties bij het woord ‘gereformeerd’ zijn ook anders. Niet allereerst op de toekomst gericht, maar op het verleden. Er staan mooie dingen in de belijdenisgeschriften, maar ‘binding aan de belijdenis’ klinkt mij niet inspirerend in de oren – eerder beklemmend en behoudzuchtig.”
Het verschil tussen mensen die enthousiast zijn over gereformeerd zijn en mensen die er weerstand tegen voelen, wil collega Beute verklaren met de ontwikkelingsfasen zoals die door Jan-Willem Grievink worden beschreven in zijn boek Hand-&hartsboek christelijk leiderschap.
In fase 1 en 2 is er een enthousiaste pionier die mensen om zich heen krijgt die zijn enthousiasme delen. In fase 3 komen er door de groei structuren en vormen, die belangrijker worden dan de inhoud. In fase 4 komt er weerstand tegen de bestaande vormen en zoekt men het in nieuwe vormen maar ook dat werkt niet echt. In fase 5 komt er weer het zoeken naar de wezenlijke inhoud. Dan is bekering nodig.
De mensen die enthousiast vanuit de gereformeerde identiteit werken zitten in fase 1 en 2. Hier in Nederland zouden we in fase 4 of 5 zitten.
Het is een mooie theorie maar toch legt het volgens mij een waas over wat er echt aan de hand is. De oorzaak daarvan is dat er niet naar ons eigen hart gegaan wordt, maar er een theorie overheen gelegd wordt.
Collega Beute verwijst in het artikel ook naar het boek Rechters en naar Openbaring 2:1-7. Het lijkt me dat we daaraan meer aandacht moeten geven dan aan de theorie van Grievink.

 Het hart gericht op de HERE 

Heeft gereformeerd zijn de muffe geur van het verleden? Is je binden aan de gereformeerde belijdenisgeschriften beklemmend
Ik kan me hierbij wel iets voorstellen. Ik zou het ook heel muf en beklemmend vinden als ik gebonden was aan wat mensen in het verleden bedacht hebben. Waarom zou ik me daaraan moeten binden?  Ik zou het voelen als een belemmering van mijn vrijheid en van hoe ik me graag wil ontwikkelen.
Het grote kenmerk van echt gereformeerd zijn is voor mij dat het juist om vandaag en morgen en de verre toekomst gaat. Dat ik samen met mijn broeders en zusters in het geloof vol moed naar de toekomst mag kijken en die toekomst mag instappen. Ik voel de binding aan de gereformeerde belijdenisgeschriften daarbij niet als een last, als een beperking. Ik mag vanuit het hele Woord vandaag geloven en belijden wat er over bepaalde dingen, die zo belangrijk voor mijn leven  zijn, in de Bijbel staan. Ik mag met de belijdenis beamen wat de Goede Herder zegt. Dat mogen we samen doen. Ik vind het echt heerlijk als de Nederlandse Geloofsbelijdenis begint met de woorden: “Wij geloven allen met het hart en belijden met de mond”.  Dat is de toonhoogte van onze belijdenisgeschriften. Dan is het ook bevrijdend dat als vanuit het Woord van onze Here duidelijk zou worden dat iets in die belijdenis niet zou kloppen, we dat als kerken zouden gaan veranderen.
Het is daarom dat ik mij als predikant met mijn hart ook gebonden heb aan deze belijdenisgeschriften, omdat ik me met mijn hart aan Christus en Zijn Woord gebonden heb.
Als je het boek Rechters en Openbaring 2:1-7 leest, zie je dat het daar ook om het hart gaat. De afval in het boek Rechters en in Openbaring 2 had niet als oorzaak dat mensen bepaalde vormen waren gaan invoeren en een volgende generatie daar geen weg meer mee wist. Het gaat hier om mensen die met hun hart van het evangelie zelf, het echte evangelie vervreemd zijn.
Enthousiast zijn en blijven over gereformeerd zijn en de gereformeerde belijdenisgeschriften, lukt alleen wanneer je met je hart aan Christus verbonden bent en je instemt met hoe in de belijdenisgeschriften de stem van Christus nagesproken wordt. Dan gaat het niet om fasen maar om samen te leven en te leren volgens het onderwijs van de Drie-enige God. En is het een voorrecht om je aan de gereformeerde belijdenisgeschriften te mogen binden. Daarmee sta je dan juist in de vrijheid van Christus. En laat jij je ook corrigeren als jij je van dat leven volgens Gods Woord verwijdert.  Die oproep tot bekering zie je steeds weer in het boek Rechters en ook in de brieven die Christus schrijft in Openbaring 2 en 3.
We zullen samen terug moeten naar de inhoud, naar Christus. Naar de vraag: wat betekent het om Christus vandaag en in de toekomst te belijden?

Nieuwe mensen nodig om enthousiast te kunnen blijven?  

Collega Bas Luiten verwijst in De Reformatie van 25 januari nog naar het artikel van Beute.  Naar aanleiding hiervan schrijft hij o.a. dit: “Wat moet je dan met een kerk waar genade gewoon lijkt geworden? Hoe kun je terug naar de eerste liefde voor God?  Wel, het recept lijkt duidelijk: zorg ervoor dat er steeds weer mensen zijn die het evangelie voor het eerst horen en die de belijdenissen voor het eerst lezen. Als je Gods genade doorvertelt, heb je geen saai leven!”
Is dit echt het recept dat we nodig hebben? Het komt me weer voor dat de echte oorzaak hier ondersneeuwt.  Namelijk dat het eigen hart niet meer ziet wat echt genade is en het wonder daarvan. Als de HERE in de Bijbel mensen hierop aanspreekt, geeft Hij niet het advies om het aan anderen door te vertellen en zo weer verwonderd te raken. Nee, dan is het allereerst zijn liefdevolle opdracht om je te bekeren. Om bij je eigen hart te beginnen en je echt weer op Christus te richten. Dat wil de Geest ons leren als het echte medicijn.
Daarbij komt nog iets anders. Iets waarvan ik de indruk heb dat het steeds meer vergeten wordt. Dat is dat de HERE ons kinderen gegeven heeft, een volgende generatie met wie Hij Zijn verbond gesloten heeft om ze Gods grote daden vol verwondering en liefde te vertellen. De HERE geeft ons zoveel jonge mensen en kinderen om het heerlijke evangelie aan door te vertellen. Om de genade steeds weer nieuw te laten klinken met de oproep van geloof en bekering.

Om vanuit die verwondering dan ook de wereld in te gaan met die geweldige boodschap.

Samen, met ons hart gericht op de HERE, dan raak je steeds weer verwonderd over Hem en Zijn Woord. En over belijdenissen die dat Woord eerbiedig beamen!

 

31 januari 2013,  ds. Rob Visser

 

Reacties zijn gesloten.