Kort commentaar 48-52

[48] Koningin Beatrix neemt afscheid

Het bericht dat koningin Beatrix het voornemen heeft op 30 april a.s. afstand te doen van de troon, heeft ons allen verrast. En ook ontroerd. Want wij nemen afscheid van een vorstin die hecht aan ons volk verbonden was en wij aan haar. Zij heeft zich voorbeeldig van haar taak gekweten. Het kost ons geen moeite haar te rekenen tot die vorsten, die volgens Romeinen 13,4 het welzijn van hun onderdanen bevorderen. Als wij denken aan heersers die hun volken onderdrukken en aan terroristen die op macht belust zijn om aan anderen hun religie op te leggen tot in de uiterste consequenties van hun religie toe, dan beseffen we waarvoor wij dankbaar moeten zijn. Er is aan de kerk van Christus geen strobreed in de weg gelegd het evangelie van Jezus Christus aan Nederlanders en vreemdelingen binnen en buiten onze grenzen te  verkondigen, Niemand kwam daarvoor in de gevangenis tijdens het bewind van drie koninginnen uit het huis van Oranje. Wij hebben het aanzienlijk beter getroffen dan destijds Paulus, die ons ondanks zijn eigen bittere ervaringen met overheidspersonen, oproept respect te hebben voor alle overheden,

Hoe de kerk zelf ervoor staat, werd tot nu toe nauwelijks beïnvloed door het overheidsbeleid, maar door haar eigen beleid. Politieke vrijheid is geen waarborg voor kerkelijke bloei. Daarom te meer zal kerkelijke afval tegen onszelf getuigen. Wat hebben wij gedaan en wat doen wij met onze vrijheid onder een vorstin en straks onder een vorst, die ons gelukkig niet de wet voorschrijven hoe wij kerk moeten zijn? Onze naam verspelen als vrije kerk doen wij zelf. De kerk is pas vrij als zij het evangelie van Jezus volledig en onbekommerd verkondigt.

 [49] Heeft God alle mensen lief?

In een brief die een kerkenraad over kerkelijke eenheid schreef aan de gemeente, las ik dat God alle mensen liefheeft. Naar mijn overtuiging wordt hier iets beweerd dat beantwoordt aan een verkeerde trend, die ook in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) zichtbaar is.
Laat ik dat duidelijker maken. Wie de bewering dat God alle mensen liefheeft, werkelijk serieus neemt, geeft blijk van een ongegrond optimisme. Wanneer God alle mensen lief zou hebben, is het niet te begrijpen dat hij in de oudtestamentische periode aan het volk Israël het bevel gaf complete volken uit te roeien. Er zijn genoeg theologen die van zoiets zeggen dat God er niets mee te maken had, Maar het is voor geen misverstand vatbaar dat het Oude Testament daar anders over spreekt. Zou ik geloven dat God alle mensen liefheeft, dan had ook ik allang afscheid moeten nemen van deze zgn. ‘wrede’ God van het Oude Testament.
Maar laten we vooral naar het Nieuwe Testament kijken. Daarin lezen we dat God de wereld zó liefhad, dat Hij zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft (Joh. 3,16). Deze God brengt ons redding, want Hij had de wereld en speciaal de mensen lief. Deze mensenliefde van God, onze redder door Jezus Christus, heeft laten zien hoe barmhartig Hij is (Tit. 3,4)!
Wij verheugen ons over deze blijde boodschap, die kort is samengevat in Joh. 3,16. Maar laten we de tekst niet korter maken dan zij is. Naast de liefde van God is er sprake van ons geloof. Wij geloven en gaan daarom niet verloren, maar mogen eeuwig met God leven.
Het kan ook anders. Er zijn mensen die wél verloren gaan, omdat zij niet geloven. Van die mensen wordt in hetzelfde hoofdstuk Joh. 3 (vs. 36) gezegd, dat zij geen eeuwig leven hebben. Integendeel, Gods toorn blijft op hen rusten! Kan ik van die mensen zeggen dat God hen liefheeft?! Had Jezus al die mensen lief, die Hij tijdens zijn leven op aarde als huichelaars ontmaskerd heeft? Had Hij Judas lief? Of liep er toen, zoals ook nu nog. een scheiding tussen de mensen, van wie God de een liefheeft en de ander haat (vgl. Rom. 9,13)? Kunnen wij alle mensen onze broeders en zusters noemen, of geldt dat alleen voor de schapen die Jezus in zijn stal bijeenbrengt (Joh. 10)? Leert het evangelie niet dat alleen zij die in Jezus geloven het voorrecht hebben kinderen van God te heten (Joh. 1,12)? Zijn het volgens Jezus’ eigen woorden niet die mensen, die de Vader Hem gegeven heeft (Joh. 6,37-40; 17,6v; 18,9)? Is Hij niet voor hen gestorven? God heeft de wereld lief, maar dan heel duidelijk de wereld die in Jezus Christus gaat geloven. Jezus bidt niet voor de wereld, maar voor hen die God aan Hem gegeven heeft, Want, zegt Hij tegen zijn Vader, ‘alles wat van Mij is, is van u, en alles wat van U is, is van mij’ (Joh. 17,9v).
Het evangelie brengt een boodschap van Gods verkiezing en verwerping, van zijn liefde en zijn haat, van zijn genade en zijn veroordeling. Wij moeten het evangelie van Jezus Christus brengen aan alle mensen, zonder onderscheid. Wij geloven ook dat allen die door het evangelie geroepen worden, in volle ernst worden geroepen. Wij geloven eveneens dat de kracht en de waarde van de kruisdood van Jezus Christus meer dan genoeg is om de zonden van de gehele wereld te verzoenen, zoals we met de Dordtse Leeregels II,3 belijden. Maar van dit evangelie moeten wij de scherpe kantjes niet afvijlen door ieder mens onze broeder en zuster te noemen. Wij weten dat we zelfs onze vijanden moeten liefhebben en in onze liefde voor hen moeten tonen hoe graag we mensen voor Christus willen winnen. Maar daarom noemen we onze vijanden nog geen broeders en zusters. Gods verkiezing, liefde en genade gaan onverbrekelijk samen met geloof en gehoorzaamheid.

 [50] Christelijke ethiek is concrete ethiek

 In het Nederlands Dagblad van 25 januari jl. stond een artikel van ds. Tim Vreugdenhil onder de titel ‘In het vuur met die ring’. Het werd mij duidelijk dat het over de huwelijksring ging, maar niet waarom die ring in het vuur moest. Andere dingen verbaasden mij ook. Met name wat ds. Vreugdenhil schreef over wat christelijke ethiek is. De schrijver gaat uit van de betekenis van het evangelie voor de christelijke ethiek. Jezus draagt je leven én Hij wil het helen. Dat is ‘onvoorwaardelijk’, aldus deze predikant. Er is goed nieuws voor vreemdgangers en pornoverslaafden, voor doodongelukkige singles en mensen die in een huwelijk zitten, maar daar spijt van hebben, etc.
De schrijver weet dat er mensen zijn die boos worden als je dit zo onomwonden zegt. Hij wijst zelf een moralistische ethiek af, waarin er ‘van alles niet mag’.
Om hier met mijn kritiek te beginnen: Ik vind mij zelf geen moralist, maar tegelijk weet ik dat er heel veel niet mag. Hoe weet ik dat? Omdat Gods wet en Jezus’ woord ons dit glashelder maken. Dat hebben alle christelijke ethici uit alle tijden in hun boeken beweerd en ook geconcretiseerd. Zij zullen soms de plank hebben misgeslagen. Maar zij concretiseerden in de lijn van Jezus Christus wat Gods gebod voor hen en voor de christelijke gemeenten betekende.
Dat konden ze doen omdat er geen verlossing voor ons is zonder geloof, maar evenmin zonder dat wij Jezus’ geboden bewaren (Joh. 14,15,21;15,10). Hij heeft het gebod van God (onder meer in de tien geboden) niet afgeschaft, maar vervuld en verdiept (Matt. 10,19; Marc. 7,8; Luc. 18,20, etc.). En wie die geboden nagaat, weet dat er heel veel niet mag, als men aan Christus verbonden wil zijn en blijven. De aanvaarding van het evangelie heeft een duidelijke prijs. We kunnen niet Jezus’ liefde voor ons en zijn heling van ons leven onvoorwaardelijk noemen, als we Hem niet willen volgen op het pad dat zijn Vader en Hij voor ons hebben uitgestippeld. Geloof en het bevel tot bekering gaan samen. Als een kerk dit serieus meent, is het nog geen kerk ‘waar alles in regels vastligt’ (Vreugdenhil), maar wel een kerk die de goddelijke geboden serieus neemt. Elke christelijke ethiek onderzoekt de wil van God ten bate van de heiligheid van de gemeente. Zij komt er openlijk voor uit wat Jezus Christus van zijn en onze broeders en zusters vraagt. Zo concreet als het maar kan, ten dienste van iedereen. De kerk kan geen leden aannemen of handhaven, die Gods geboden in de wind slaan. Zij moet in alle liefde, maar ook in alle ernst van tucht willen weten.

[51] Wie is er welkom in de kerk?

Terecht mogen mensen boos worden op een predikant die met groot gebaar ieder mens zijn broeder en zuster noemt en eraan toevoegt dat Jezus voor iedereen gestorven is. Op die basis alleen kan er volgens ds. Vreugdenhil iets ontstaan dat christelijke ethiek mag heten.
Hier is een optimisme aan het woord, dat mij in strijd lijkt met het evangelie en ingaat tegen de gereformeerde belijdenis, die de schrijver en ik ondertekend hebben. Lees de Dordtse Leerregels, met name hoofdstuk 2. Iemand anders in het Nederlands Dagblad heeft ds. Vreugdenhil reeds op dit hoofdstuk gewezen.
Alle zware woorden, die Vreugdenhil schrijft over het volgen van Jezus en de pijn die daaraan verbonden is, verhullen niet dat hij de indruk achterlaat alsof samenwonen en homoseksueel leven in het volgen van Jezus mogelijk zijn.
Volgens Vreugdenhil is iedereen in de kerk welkom. Hij zegt het stellig, zoals hij meer dingen stellig beweert, zonder zelf nog vragen te hebben. Welkom in de kerk! Iedereen! Dat vind ik ook. De boodschap van onze verlossing door het bloed van Jezus Christus mag ieder, zonder onderscheid horen en geloven. Maar willen ze bij de kerk horen, dan zullen het mensen zijn die in God geloven en zijn geboden willen bewaren, De hoer is welkom. als zij beseft dat je achter Jezus aan geen hoer kunt blijven. De homo is welkom, als hij het gebod van God tegen het homoseksuele geslachtsverkeer respecteert. De heteroseksueel is welkom, als hij breekt met seksuele lusten die hem overspelig kunnen maken. Er komt ook heel wat meer kijken dan op seksueel terrein alleen. Strijden moeten wij allen om in te mogen gaan. Ook de nette Nikodemus moest wedergeboren worden om het koninkrijk van God binnen te komen.

Volgens ds. Vreugdenhil wordt er van homo’s meer gevraagd dan van hetero’s. Zo’n opmerking maakt duidelijk welke concretiseringen Vreugdenhil zelf ons in zijn ethiek over huwelijk en seksualiteit laat zien. Hij wil gelijke behandeling. En dat zal betekenen dat we ons niet druk moeten maken over het samenwonen en het homoseksueel samenleven. De kerken die hem hierin bijvallen, zullen op grond van gelijke behandeling gaan afzien van tuchtoefening. Een congres in Kampen ging Vreugdenhil al voor in de wens om tucht op te schorten over mensen die homoseksueel samenleven. Het lijkt erop dat de strijd over wat God hier verbood, binnen de GKN al beslist is.

 [52] In het vuur met die ring?

Eigenaardig is de titel van het artikel van ds. Vreugdenhil: ‘In het vuur met die ring’. Uitleg van de titel wordt er in het artikel zelf niet gegeven. Wel lezen we dat een trouwdienst niet draait om de ring, maar om Gods zegen. Waarom de ring in het vuur moet, is mij niet duidelijk. En al helemaal niet als we Gods zegen moeten contrasteren met de trouwring. Hier stelt een predikant een vals dilemma. De huwelijksring is een zegel op de verbintenis die man en vrouw aangaan. Zij worden in de kerk onderwezen in wat het huwelijk is. Zij horen het gebod van God, waaraan zij zich als getrouwden onderwerpen. En God geeft hun zijn zegen. Weg met ring? In het vuur ermee? Wat wil ds. Vreugdenhil eigenlijk? Ik zou zeggen: Laten man en vrouw elke dag van hun huwelijk genieten en in hun zorgen denken aan Gods zegen, die ze tijdens de trouwdienst ontvingen. Het huwelijk is een afschaduwing van het verbond tussen Christus en zijn gemeente (Ef. 5,21vv). En daarom mag het goud van de trouwring blinken! 

Reacties zijn gesloten.