Kort commentaar 45-47

[45] Stadskanaal

Nieuws uit kerkelijk Stadskanaal trekt altijd mijn aandacht, omdat ik in die plaats geboren en opgegroeid ben. In mijn jeugd maakte ik er de landelijke bevrijding mee van de Duitse onderdrukking uit de jaren 1940-1945. In diezelfde tijd viel ook de kerkelijke Vrijmaking van 1944. Dat laatste speelde zich voor mij af in de Gereformeerde Kerk van Stadskanaal-Pekelderweg, waarin ik gedoopt ben en mijn catechetische vorming ontving. De kleine vrijgemaakte kerk die toen ontstond, bleek jaren later te klein om zelfstandig te blijven functioneren. Stadskanaal was destijds verdeeld over twee burgerlijke gemeenten. Stadskanaal-Pekelderweg viel onder de gemeente Wildervank, terwijl het grootste deel tot de gemeente Onstwedde behoorde. Later werd het één burgerlijke gemeente Stadskanaal. De kerk van Stadskanaal-Pekelderweg fuseerde met de grotere gemeenschap van de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) in het andere Stadskanaal. Met vreugde denk ik terug aan de preekbeurten die ik daar heb vervuld. Ook de televisiedienst op zondag 4 mei 1997 staat mij nog goed voor de geest, toen de landelijke bevrijding uit het jaar 1945 werd herdacht.
Maar nu het laatste kerkelijke nieuws uit Stadskanaal! De Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) aldaar wil nauwer gaan samenwerken met niet alleen de Christelijke Gereformeerde Kerk aldaar, maar ook met de Hervormde gemeente Nieuw-Stadskanaal (Oosterkadekerk). Deze samenwerking gaat heel ver, want op termijn hoopt men zelfs tot kanselruil te komen. Als ik het goed begrepen heb, ligt er principieel geen blokkade meer om elkaars diensten te bezoeken, samen het Heilige Avondmaal te vieren en elkaars predikanten te beluisteren.
Op mijn verzoek kreeg ik van vrijgemaakte zijde inzage in een aantal schriftelijke stukken. Ik bedank de kerkenraad GKV voor deze vriendelijkheid. Ook als ik in het vervolg enkele kritische opmerkingen maak, zal de kerkenraad willen aanvaarden, zo neem ik aan, dat ik in hartelijke verbondenheid mijn opmerkingen maak. De kerkenraad is ook het eerste adres waaraan ik mijn opmerkingen toezend.
Intussen heeft de zaak wel zoveel publieke belangstelling gekregen, dat ook anderen iets meer mogen weten over de draagwijdte van wat men in Stadskanaal heeft afgesproken. Afgelopen zaterdag las ik in het Nederlands Dagblad dat de scheidende voorzitter van de PKN, ds. Peter Verhoef, het Stadskanaalster initiatief prachtig vond. Dat is op zijn standpunt begrijpelijk. Maar oordelen de vrijgemaakte kerken daar ook zo over?

[46] Een nieuwe situatie?

Het is immers opvallend dat een vrijgemaakt-gereformeerde kerk een kerkelijke relatie wil aangaan met een PKN-gemeente. De vraag is waarom de GKV te Stadskanaal thans zo’n relatie mogelijk acht. Want de gereformeerde kerken vóór de Vrijmaking en de gereformeerd-vrijgemaakte kerken ná 1944 hebben een dergelijke mogelijkheid altijd verworpen. Waarom? Dat kwam niet door het ontbreken van hervormde gemeenten met een gereformeerde signatuur binnen de toenmalige Ned. Hervormde Kerk of later binnen de PKN. Zulke gemeenten zijn er altijd gebleven sinds de Afscheiding en de Doleantie. Ik denk aan de Gereformeerde Bond, opgericht in 1906. Deze Bond stond (staat) een kerkelijk leven voor dat gebonden is aan de Schrift en de gereformeerde belijdenis, zoals die in de drie bekende belijdenisgeschriften verwoord is, nl. in de Heid. Catechismus, de Ned. Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels. Geen wonder dat wij ons verwant voelen aan gemeenten die een band met deze Bond hebben. Zo is het ook begrijpelijk dat de GKV te Stadskanaal die verwantschap voelt met een de Hervormde Gemeente in Stadskanaal, en met een predikant, ds. J. Prosman, die lid is van de Gereformeerde Bond, zoals ik dat in de pers heb gelezen.
Tot zover is van opvallend nieuws nog geen sprake. Opvallend wordt het echter door wat de GKV te Stadskanaal in haar ‘Visie over Kerkelijke Eenheid 2012 en nadien’ verklaart. Zij brengt een passage uit de Acte van Afscheiding en Wederkeer van 1834 onder onze aandacht. Staat daarin niet dat wij terugkeren naar de Hervormde Kerk als zij zich tot Gods Woord zou keren? Welnu, de GKV Stadkanaal heeft kennisgenomen van het beleidsplan 2007-2011 van de Oosterkadekerk en zegt ervan dat die tekst ‘klinkt als een gereformeerde klok’!
Je zou nu denken dat de GKV tot de conclusie is gekomen dat zij zichzelf kan opheffen om één te worden met de Hervormde Kerk, zoals die zich nu bevindt in de PKN. Zo eenvoudig ligt het kennelijk niet, want ik lees met geen woord over de PKN.
Laat ik eerst even precies citeren wat er in de Acte van Afscheiding en Wederkeer  staat. Deze Acta van Afscheiding behoudt haar kracht
 
‘totdat deze (nl. de Nederlandse Hervormde Kerk) terugkeert tot de waarachtige dienst des Heeren’.

Let nu op het verschil  tussen wat er in de Acte van Afscheiding en Wederkeer staat en wat Stadskanaal erin leest. Stadskanaal laat zich alleen uit over de plaatselijke Hervormde Kerk (Oosterkadekerk) en niet over het verband waarin deze kerk zich thans bevindt, nl. in de PKN. Wie de Acte van Afscheiding wil overbrengen naar vandaag, kan onmogelijk voorbijgaan aan het feit dat wat destijds de Nederlandse Hervormde Kerk was, nu gelezen moet worden als de Protestantse Kerk in Nederland, de PKN.
Van een nieuwe situatie zou alleen dan te spreken zijn als de PKN tot het besluit was gekomen terug te keren ‘tot de waarachtige dienst des Heren’. Wat dat inhoudt, kan de GKV Stadskanaal in diezelfde Acte lezen. De landelijke kerk zou dan weer de drie kenmerken van de ware kerk serieus nemen. Er zou een einde komen aan de verminking of verloochening van de leer onzer vaderen, die gegrond is op Gods woord. Het zou afgelopen zijn met de verbastering van de bediening der Heilige Sacramenten. En men zou de kerkelijke tucht niet langer verwaarlozen.
Helaas zegt Stadskanaal niets over de PKN. Men weet daar natuurlijk ook van de affaire rond de Zeeuwse predikant Klaas Hendrikse met zijn boek ‘Geloven in een God die niet bestaat’ en met zijn volgende boek ‘God bestaat niet en Jezus is zijn zoon’. De GKV-ers van Stadskanaal weten evengoed als ik dat er tal van PKN-kerken zijn, waarvan zij niet kunnen zeggen wat zij wél van de Oosterkadekerk zeggen. Zij zullen ook weten dat de PKN zich niet druk maakt over wat de gereformeerde kerken voor en na de Vrijmaking onaanvaardbaar achtten: het ontbreken van tucht in geval van afwijking van de gereformeerde leer. Trouwens, ook uit het interview met ds. Peter Verhoef van afgelopen zaterdag in het Nederlands Dagblad blijkt dat. Het Stadskanaalster wordt geprezen. We zullen, verklaart ds. Verhoef, de handen ineenslaan moeten slaan met christelijke gereformeerden, vrijgemaakten, Nederlands-gereformeerden, doopsgezinden en remonstranten! Dit rijtje lijkt mij duidelijke taal te spreken. Als de vrijgemaakten van de partij willen zijn, prachtig. Maar vrijzinnige doopsgezinden en remonstranten horen er net zo goed bij!

[47] Blijdschap en droefheid

Ik begrijp best dat er blijdschap is als wij in anderen onze broeders en zusters herkennen. Die blijdschap is er bij mij evenzeer als bij de Stadskanaalster GKV-ers. Van kerkisme heb ik mij afgekeerd en zal het blijven doen. Bedoelt men het in Stadskanaal niet goed, als men het hetzelfde gereformeerde geloof ontdekt, tot in de Hervormde Kerk toe en daar ook wat mee wil doen? Ik zou zeggen, kom rustig voor hetzelfde geloof uit en waardeer wat er gewaardeerd kan worden. Maar kom ook voor de draad met de problemen die er rijzen.
Helaas is er in deze bedeling veel blijdschap die met droefheid gemengd is. Zoals ook hier. We kunnen ons eensgezind voelen met een gemeenschap op gereformeerde grondslag en tegelijk diepgaand van mening moeten verschillen over het kerkverband waarin zo’n kerk wil blijven. Ik lees niet dat de Hervormde Oosterhavenkerk moeite heeft zich als PKN-kerk te profileren. Dat moet toch de blijdschap, waarvan de GKV zo onomwonden blijk geeft, temperen! Als GKV, CGK en Hervormde Gemeente stelde men in 2011 een gemeenschappelijke Verklaring op over allerlei punten, o.a. over de tucht en over het huwelijk. Maar waarom wordt bij de tucht slechts gesproken over ‘het onderlinge toezicht, waarbij elke gelovige verantwoordelijk is voor zijn medegelovige in leer en leven’? Zegt de gereformeerde confessie, waaruit alle drie kerken de kern van hun belijdenis halen, niet het een en ander over de kerkelijke tucht die heel concreet door de ambtsdragers bediend moet worden? Over het huwelijk wordt terecht gesteld dat het gaat om een altijddurend verbond tussen een man en een vrouw. Maar is onze blijdschap daarover niet vervuld van droefheid als je zonder enige moeite op internet een website vindt van een PKN-dominee, die het in zijn gemeente prima vindt dat een homohuwelijk wordt ingezegend? Terwijl hij ook zomaar een rijtje predikanten zou kunnen opnoemen, die zonder huwelijk samenleven?
Om de oecumene te beoefenen kan men z’n ogen niet dichtdoen voor wat er buiten de eigen woonplaats gebeurt. Het past wel bij het huidige individualisme zich niet druk te maken over kerkverbanden en zich te beperken tot wat men voor de ‘Kanaalstreek’ verlangt. De GKV te Stadskanaal spreekt er hooggestemd over dat men wil toewerken naar een eenheid in eigen buurt. Ja, dat men zelfs wil toewerken naar een ‘katholieke kerk’ (breder dan een reformatorische), om de wil van Christus te volgen. Dat kan de GKV toch niet waarmaken zonder het eigen kerkverband daarin te betrekken? En toch evenmin door over de PKN te zwijgen?

Reacties zijn gesloten.