Kort commentaar 40-44

[40] Een aflevering zonder polemiek

 Wie welwillend onze website leest, zal begrijpen dat het ons, zoals wij het in de ‘Verklaring’ te Bunschoten hebben geformuleerd, niet gaat om de groep, maar om de kerken die wij liefhebben. Het zou daarom verkeerd zijn in elke aflevering te vertellen wat er allemaal niet deugt onder ons. Wij leggen (denk aan de naam van deze website) het accent op ‘gereformeerd blijven’. Maar dan graag zó, dat men merkt hoeveel vreugde wij ervaren, wanneer we ons er rekenschap van geven dat wij ons geloof in Jezus Christus mogen belijden in gereformeerde zin. De rijkdom daarvan is eeuwenlang in ons land en daarbuiten ervaren, maar zij kan op elk moment ook weer als springlevend ervaren worden.
Zo verging het mijn vrouw en mij, toen wij op zaterdag 20 oktober de opening meemaakten van het nieuwe studieseizoen aan het Reformatorisch-Theologisch Seminarie (RTS) in Hannover. Wij hadden daarnaast het voorrecht de volgende dag de kerkdienst te bezoeken, waarin dr. Victor d’Assonville, rector van het zojuist genoemde voorging. Uitgenodigd om bij de familie d’Assonville de middag door te brengen, samen met andere gemeenteleden, hadden wij de gelegenheid over de vreugden en moeiten te spreken van een heel kleine kerk in Hannover en een al even klein theologisch seminarie in deze grote stad. Ieder kan begrijpen dat een kerkdienst die in een huiskamer gehouden wordt, voor het oog weinig voorstelt. Ook de jaarlijkse opening van een theologisch seminarie met acht studenten, in aanwezigheid van zo’n zestig belangstellenden, kan bepaald niet indrukwekkend heten.
Maar wie de achtergrond kent van ruim tien jaar theologisch onderricht in reformatorische geest, eerst in Marburg en later in Hannover, mag zich verbazen dat er nog een opening van de lessen wás!
Deze maal dus géén aandacht voor de situatie in Nederland, géén polemiek, maar de beschrijving van een gebeurtenis die mijn vrouw en mij in het voorbije weekend diep getroffen heeft.

 [41] Een bewogen geschiedenis

 In het najaar van het jaar 2000 werd in Marburg een theologische opleiding onder de naam Akademie für Reformatorische Theologie (ART) gestart. Ik ben zowel bij de oprichting als bij de eerste tien jaren van de ART betrokken geweest. Als voorzitter van het curatorium heb ik de vreugden, maar niet minder de moeiten van deze kleine opleiding ervaren. Tot driemaal toe kwam het voortbestaan van de opleiding in gevaar. Ik laat de beide eerste malen hier geheel buiten beschouwing, maar meld alleen iets van de laatste crisis die wij doormaakten. Ik was al geen voorzitter meer, maar mocht als erelid de vergaderingen van het bestuur nog wel meemaken. Ik liet mij niet meer zien, als het enigszins kon. Maar opnieuw was er wrijving tussen enkele docenten, die op een dramatische breuk uitliep. Op 5 november 2011 – dus nog geen jaar geleden – was er een curatoriumvergadering, die begon met een motie van wantrouwen tegen de voorzitter dr. Maris. De motie werd na enige discussie aangenomen, waarop dr. Maris de vergadering verliet en ik hem volgde. Diepe verontwaardiging over deze handelwijze van de meerderheid in het curatorium vervulde ons beiden. Het eigenlijke conflict, dat het curatorium had moeten onderzoeken, liep tussen de docenten/medewerkers, van wie er drie hadden verklaard dat zij met de vierde man (dr. Klautke) niet meer konden samenwerken en daarom het curatorium om een onderzoek hadden gevraagd. In plaats van dit onderzoek in te stellen, ging de meerderheid alvast achter dr. Klautke staan. Om een heel lang en heel bitter verhaal kort te maken: In april 2012 werd de breuk definitief. Ik ken in mijn eigen leven geen periode met zoveel slapeloosheid als in die maanden. Voor mij stond het eigenlijk al vast dat wij de opleiding in Hannover verder wel konden vergeten. Einde van alle dromen dus. Einde ook van alle gebeden voor deze opleiding in Hannover, waarvoor wij God bij de oprichting in 2000 zo dankbaar waren geweest.

 

[42] En toch geen einde 

Toch was dat het einde niet. Er gebeurden in april twee belangrijke dingen. Allereerst bereikte ons het bericht dat de studenten, op één na met vreugde hun theologische studie wensten voort te zetten onder leiding van prof. Maris, dr. d’Assonville en Sebastian Heck. Laatstgenoemde is predikant van de Selbständig-Evangelisch-Reformierte Kirche (SERK) in Heidelberg. Deze Sebastian Heck, die voor verdere studie in Apeldoorn staat ingeschreven, heeft in 2010 de drie confessies die wij in Nederland aanvaarden (Heidelbergse Catechismus, Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels) in het Duits uitgegeven. Daarnaast verklaarden de Vrienden van Hannover in Nederland (voorzitter prof. dr. B. Kamphuis), dat zij een uitvoerig onderzoek hadden ingesteld naar de situatie in Hannover, maar het hun niet gelukt was die situatie te verbeteren, laat staan volledig te herstellen. Zij stelden zich achter de nieuwe opleiding onder de naam Reformatorisch Theologisches Seminar en constateerden met vreugde dat zeven van de acht voltijds studenten hadden aangegeven de nieuwe opleiding te gaan volgen. Een achtste (nieuwe) kwam daar nog bij.
Ik kom nog even terug op die studenten. Zij waren blij dat ze met hun studie verder konden gaan. Dit voegden zij aan hun mededeling toe:

 ‘Wij danken onze hemelse Vader, dat wij ook in de toekomst samen met u de Heilige Schrift en de reformatorische confessie bestuderen mogen. De laatste maanden brengen ons ertoe in nederigheid te bidden, ‘want God heeft de macht om te helpen en de macht om te doen struikelen’ (2 Kron. 25:8). Wij bidden tot de HERE, dat Hij ons en U nederigheid, wijsheid en kracht mag geven voor dit nieuwe begin, opdat wij gemeenschappelijk blijvend dienst verrichten in zijn rijk, tot lof van zijn heerlijkheid’.

 Toen ik dit las, wist ik dat wij door moesten gaan. Heel concreet met het ondersteunen van deze studenten en hun docenten, moreel en financieel. Wij kunnen studenten, die in deze stijl wilden doorgaan en hun curatoren en docenten opriepen hetzelfde te doen, niet in de kou laten staan.

 

[43] Wel studenten, maar geen geld

 Toen de breuk een feit was, beseften wij heel goed dat alles nieuw moest worden opgebouwd. De werkelijkheid na de breuk was zo, dat de ART geen studenten, maar nog wel geld had. Bij het nieuwe Reformatorisch Theologisches Seminarie (RTS) is het precies andersom: wel studenten, maar geen geld. Toch hebben zelfs nieuwe studenten zich gemeld voor het nu aangebroken studiejaar. Het programma is gereed voor het eerste semester, te geven door docenten en gastdocenten. Maar waar krijgen we het geld vandaan?
De vraag is belangrijk. Ik weet dat ook persoonlijk. Ik ga geen beroep op anderen doen, zonder mijzelf te beproeven, of ik bereid ben per jaar bij te dragen. Ook vanaf 2000 was het geregeld een zorg het geld binnen te krijgen. Er wordt veel arbeid voor weinig of geen geld verricht. Maar het jaarbudget komt ver boven de 100.000 euro uit.
Welnu, er zijn mensen in Duitsland, maar ook in Nederland die bereid zijn zich in te zetten  om de opleiding in Hannover in stand te houden. In het huidige curatorium zitten de Nederlanders prof. Maris en ds. Adrian Verbree die, geholpen door anderen, alles zullen doen de (financiële) hulpverlening goed op te zetten. Vooral van de kerken mogen wij hulp verwachten.

 

[44] Missionaire arbeid

Waarom durf ik vrijmoedig te schrijven dat wij op hulp van gereformeerde kerken (niet beperkt overigens tot de vrijgemaakt-gereformeerde kerken) mogen rekenen? Omdat wij, zodra we het over ‘missionaire arbeid’ hebben, ook mogen kijken naar arbeid in het naburige Duitsland. Het is een land waarin aan allen bekend is dat een van de steden Heidelberg heet. Maar vraag in Heidelberg naar de Heidelbergse Catechismus, en men kijkt u vreemd aan. Daarom is het goed dat er ook in Duitsland studenten zijn die wel van deze catechismus afweten en willen getuigen van de enige troost in leven en in sterven. Dat is mij ook duidelijk geworden uit de gesprekken op zondagmiddag. Het RTS wil z’n missionaire taak oppakken. En waarom zouden we wel missionaire arbeid in Nederland of Ukraïne steunen en niet in Duitsland?
Laten we proberen deze theologische opleiding te helpen overeind te blijven. Het heeft docenten die er een werkelijk theologische opleiding van kunnen maken. Een van de docenten (dr. d’Assonville) houdt zich op internationaal niveau met het  Calvijn-onderzoek bezig. Een ander (de Japanner Yoshio Ozawa) geeft onderricht in Grieks en Hebreeuws en doet mee met een internationaal project voor een nieuwe uitgave van de Griekse vertaling van het Oude Testament, de zgn. Septuagint. Zich isoleren van de (wetenschappelijke) buitenwereld doen noch de docenten noch de studenten. Hun begeerte het koninkrijk van God te verkondigen, te verdedigen en te bevorderen hebben wij geproefd in alle voordrachten op zaterdag en in de preek van zondag. De concrete navolging van Jezus Christus kwam aan de orde in het referaat van prof. B. Kamphuis over Bonhoeffer. En de nederigheid waarvan de  kleine, nieuwe theologische opleiding blijk moet geven, kreeg haar echo in de preek van pastor Jörg Wehrenberg.
En daarom vraag ik in alle vrijmoedigheid dat de lezers van dit verhaal royaal zijn/haar steun aan Hannover zal laten blijken. Stort uw gift op bankrekening  54.75.80.800 van de Stichting: Vrienden van het RTS, te Urk. Er is een website in aanbouw: www.rtsonline.de. We hopen dat deze website binnen korte tijd gerealiseerd kan worden, zodat u op de hoogte kunt blijven van de verdere ontwikkelingen aan deze opleiding! 

Reacties zijn gesloten.