De nieuwe koers: hoe sta je in de wereld?

Het blad CV/Koers is met een manifest gekomen. Dit manifest moet de nieuwe koers van dit blad aangeven. De vorige keer hebben we er naar gekeken hoe in dit manifest verwoord werd hoe deze generatie tegenover de kerk staat. Toen kwamen we tot de conclusie dat daarin een nogal afstandelijke en hooghartige manier van denken schuilgaat. Het treft me als ik dan lees hoe er in het manifest over de verhouding met het ongelovige deel van eigen omgeving gesproken wordt. Daarin wordt veel minder over afstand gesproken en veel meer over er deel van zijn.

Wij & de wereld

In het manifest wordt er op gewezen dat we al meer als christenen een minderheid aan het worden zijn. Dit wordt een pijnlijke zegen genoemd. Dan wordt de manier waarop de mensen van dit manifest in de wereld willen staan zo omschreven: “Het maakt bovendien dat we niet hoog van de toren blazen en onze identiteit laten zien in wat wij doen, in plaats van wat wij allemaal vinden. Tegelijk is onze valkuil dat onze bescheidenheid omslaat in relativisme. Dat de ruimte om toch  vooral ‘jezelf’  te zijn, ten koste gaat van de herkenbaarheid. Dit gaat namelijk ten koste van ons verlangen ‘anders’ te zijn – een contrast te vormen met de wereld om ons heen.” Daarbij komt in dit manifest veel onzekerheid. Dat wordt iets later zo onder woorden gebracht: “Bij alle vragen die de actualiteit aan ons opdringt weten we tenminste dit: dat God rechtvaardig is en Hij vrede zal brengen onder de mensen. Op sommige dagen is de zekerheid genoeg, op andere voelt dit hopeloos voorlopig.” Daarbij wordt dan ook heel nadrukkelijk op de Here Jezus gewezen als we in het vervolg lezen: “Maar onder dat alles sluimert het verlangen dat het houden van Jezus, leren van Jezus en het dienen van Jezus onze levens en onze wereld echt op de kop zet. We hoeven niet spraakmakend te zijn, maar willen op onze plek smaakmakers zijn, proeven en laten proeven dat God goed is. We willen niet per se aardig worden gevonden, maar relevant. Niet slechts betrouwbaar, maar ook verrassend en, als het nodig is, irritant. Niet alleen nuchter, maar ook hoopvol. En natuurlijk andersom.”  

Zoeken maar niet vinden

Het is een te waarderen element in dit manifest dat er stelling genomen wordt tegen het hoog van de toren blazen. Zelfvoldaanheid en zelfverzekerdheid horen niet bij het leven van een christen. Ook niet bij het leven van de kerk. Het gaat bij het leven als gelovigen er niet om dat wij de belangen van onze eigen groep voorop stellen. Wanneer in het manifest daartegen geprotesteerd wordt is dat een goede zaak. Toch zie ik daar juist één van de problemen van dit manifest. Het legt namelijk op een heel andere manier wel weer alle nadruk op de groep. Het gaat om de herkenbaarheid en identiteit van de groep. Het doet me ook denken aan wat ik las in een interview met Jaap Marinus en Erik Drenth. Zij zijn de mannen achter de website: Staat Geschreven. Erik Drenth heeft duidelijk gemaakt dat hij er ernstig aan twijfelt of de Here Jezus wel echt lichamelijk is opgestaan. Naar aanleiding daarvan lezen we dan in het interview: “ In sommige kerken zou Erik vanwege zijn vraagtekens ten aanzien van de opstanding niet aan het Avondmaal mogen. Erik: “Ik word daar niet blij van. Je legt dan wel de nadruk op een dogma en niet op gemeenschap met andere gelovigen.” Jaap: “Je mag overal over twijfelen.” (http://www.cip.nl/artikel/31799/Kerkleiders-en-leden-zijn-te-stellig-in-hun-overtuiging) De nadruk wordt zo op de groep gelegd, op mensen die zeggen samen van Jezus te willen leren dat de vraag wie de echte Jezus is en wat Hij ons echt geleerd heeft al meer achter de horizon verdwijnt. Het gevolg daarvan is dat we dan blijven zoeken. Het zoeken wordt dan een soort godsdienst. Je ontkomt dan bijna niet aan relativisme. Zodra je namelijk zegt wat de waarheid is en dat we ons daaraan samen moeten binden, komt er het verwijt dat je te grote woorden spreekt. Toch is dat heel vreemd. Geloven in Christus, in de HERE als de enige God geeft ons juist de zekerheid die we van onszelf niet hebben. Het Woord van God is er vol van. Een enkele illustratie volgt hier: Het echt leren van Christus volgens Zijn Woord geeft juist zekerheid en echte eenheid in een wereld die vol is van allerlei meningen en theorieën. Dan denk ik o.a. aan Efeze 4:14,15: “Dan zijn we geen onmondige kinderen meer die stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien, met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen.  Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus.” Het geloof, wat we leren van de Heilige Geest uit de Schrift, geeft ons ook zekerheid over dingen die we met onze menselijke wetenschap niet kunnen bewijzen. Heel duidelijk lees je dat bijvoorbeeld in Hebreeën 11: “ Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.  Om hun geloof werden de mensen uit vroeger tijden geprezen. Door geloof komen we tot het inzicht dat de wereld door het woord van God geordend is, dat dus het zichtbare is ontstaan uit het niet-zichtbare.”, vers 1-3. Wie zoekt en daarom luistert naar Gods eigen Woord krijgt de zekerheid uit Gods Woord aangereikt om die aan te nemen en daaruit te leven.

Waar blijft de echte Christus?

We zien in het manifest veel nadruk op de identiteit van de groep die vooral in het doen ligt. Die vooral vorm moet krijgen in het door doen laten zien hoe goed God is. Wat mij daarbij opvalt is dat er wel veel over Jezus wordt gesproken maar niet over Hem als de Verlosser van zonden en schuld. Bij al het spreken over Jezus krijg je toch de indruk dat het meer over een algemeen Godsgeloof gaat. Over God die voor ons zorgt, die zorgt voor vrede. Die mensen toekomst geeft. Ik mis de oproep aan de wereld om door het geloof in Christus je met God te verzoenen. Ik mis het besef dat de wereld in de schuld ligt. Dat de wereld uit zichzelf tegenover God staat en de verloren mensheid naar Christus moet komen om gered te worden. Om niet voor altijd verloren te gaan. Ik mis in dit manifest de kern van het evangelie zoals ik dat bijvoorbeeld lees in Joh 3:16-18: “Want God had de wereld zo lief dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.  God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door Hem te redden.  Over wie in Hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in hem gelooft is al veroordeeld, omdat Hij niet wilde geloven in de naam van Gods enige Zoon.” Als we die kern niet steeds weer voor ogen hebben, zien we ook niet wat onze plaats als gemeente van Christus in deze wereld is. We zijn echt relevant in de wereld als we dit evangelie uitdragen en uitleven! Het gaat om doen. We moeten daders van het Woord zijn. Het gaat ook om het vertellen, het verkondigen. Ook daarvoor zijn we in de wereld als gemeente van Christus. Heel krachtig zegt de Geest dat in 1 Petrus 2: “Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht.”, vers  9. De gemeente die in de zekerheid van het geloof zo het evangelie uitdraagt en er uit leeft is relevant! Ook als de omgeving je dan niet relevant vindt. Je draagt dan namelijk de echte boodschap de wereld in. Die boodschap die de waarheid, de reddende waarheid voor de wereld is. Met de oproep van geloof en bekering. Je doet dat dan, in navolging van de Here Jezus, met ontferming bewogen. Daarbij moet je je niet laten ontmoedigen. De wereld in de tijd van de Here Jezus vond Hem niet relevant. Maar Hij was en is het wel! Hij is de Zoon van God en heeft ook ons het volgende geleerd: “ Wanneer de wereld je haat, bedenk dan dat ze Mij eerder haatte dan jullie.  Als jullie bij de wereld zouden horen, zou ze jullie hebben liefgehad als iets van haarzelf, maar jullie horen niet bij haar, want Ik heb jullie uit de wereld weggeroepen. Daarom haat ze jullie.  Denk aan wat Ik gezegd heb: een slaaf is niet meer dan zijn meester. Ze hebben Mij vervolgd, dus zullen ze ook jullie vervolgen; maar wie zich aan mijn woorden gehouden heeft, zal zich ook aan jullie woorden houden.  Dit alles zullen ze jullie vanwege mij aandoen, want ze kennen hem niet die mij gezonden heeft. “, vers 18-21. Dit onderwijs van de Here Jezus klinkt toch heel anders dan wat we in het manifest lezen.

 

Ds. Rob Visser

 

 

 

 

Reacties zijn gesloten.