De nieuwe koers: wat moet je met de kerk?

 Het blad CV/Koers heeft de naam veranderd in De Nieuwe Koers. Ter gelegenheid daarvan is het met een manifest gekomen (‘Hoopvol realistisch’, september 2012). Dit manifest moet de nieuwe koers van dit blad aangeven.  Als het over niet meer dan dit blad zou gaan, zou ik er nu niet over schrijven.

Wat we in dit manifest lezen heeft echter een veel breder bereik. Het is een beschrijving van hoe velen van de huidige generatie denken en voelen. Juist in de kerk. Voor zover ik het zie, is het een rake beschrijving daarvan. Daar moeten we iets mee. Dat kun je niet zomaar negeren.
Je merkt ook dat dit manifest in eigen kring enthousiast ontvangen wordt. Martijn Horsman en Jos Douma zijn daarvan voorbeelden. Zij betuigen op de site waar dit manifest gepresenteerd is hun instemming.
Het eerste onderdeel van dit manifest gaat over ‘Wij & de kerk’.

 Wij & de kerk

 Onder dit kopje wordt  in het manifest gezegd dat de huidige generatie in de wereld wil staan. Hun leven is in de wereld en niet binnen een heel netwerk van allerlei christelijke organisaties.  Die organisaties zijn alleen nuttig zijn als ze je helpen om  in het leven van elke dag  christen te zijn.
Daarbij wordt ook afstand genomen van de geschiedenis en de traditie, omdat die tot veel verdeeldheid geleid heeft. Daarom wordt weinig waarde meer gehecht aan typeringen als gereformeerd, evangelisch en charismatisch.
De generatie van nu wil trots zijn op de inhoud van hun geloof. Over het betrokken willen zijn bij de kerk lezen we dan o.a: “We lopen daarbij niet weg voor onze verantwoordelijkheid, maar zoeken naar andere manieren om onze betrokkenheid in te vullen dan door kerkenraden, commissies en synodes alleen. En als we daar dan wel in plaatsnemen, dan graag op onze eigen manier.  Informeel, maar efficiënt. Bevlogen, maar niet belerend. Als middel, maar nooit als doel.” (dikgedrukt door mij, JRV).
Over de secularisatie wordt gesproken als een gegeven. Daarbij is volgens dit manifest belangrijk dat we zien dat het niet om de kerk maar om het Koninkrijk gaat. Er is geen behoefte aan grote woorden en grote toekomstperspectieven. Opvallend is de laatste zin in dit deel van het manifest: “We zitten vooral te wachten op manieren om ons geloof en ons dagelijks leven met elkaar te verbinden. ‘Want dat is al ingewikkeld genoeg’.”

 Schreeuw om hulp

 Ik kan nu meteen inzetten met kritiek. Die is er volgens mij ook zeker te geven. Die moet zelfs gegeven worden. Zelfs zo dat ik het enthousiasme van Jos Douma en Martijn Horsman niet kan delen. Maar toch hoor ik hier wel een schreeuw om hulp. Een schreeuw die ik ook in gesprekken in eigen gemeente bij een deel van de gemeente hoor. Dan hoor je de vraag om handvatten,  om heel praktisch geleid te worden in wat  geloven met je leven van elke dag te maken heeft.
Die moeite kwam ook uit in een onderzoek dat Rik Peels onder studenten deed. In het RD van 3 maart 2012 lezen we als deel van de uitkomst van dit onderzoek: “Maar studenten slagen er niet in om hun geloof te integreren in het dagelijks bestaan. Het is bekend dat wanneer deze studenten afstuderen en aan het werk gaan, zij heel vaak hun geloof kwijtraken en opgaan in een seculiere omgeving. Het gaat daarbij om tientallen procenten.”
Volgens mij is een belangrijke oorzaak hiervan dat we het leven in allerlei vakjes verdeeld hebben. Er is een vakje voor je studie, voor je werk, voor je vrienden, voor jezelf, voor de kerk, voor je geloof enz. Bij elk fragment van je leven hoort een bepaald gevoel en horen bepaalde waarde en normen. Je ziet hier iets terugkomen van het leven met allerlei goden waarin elke god voor een ander deeltje van het leven zorgt. De aantrekkingskracht om zo te leven en te denken zie je ook steeds weer in de Bijbel als het volk Israel naast de HERE ook andere goden gaat dienen.
Het is van fundamenteel belang dat we samen en ook op de catechisaties en in de prediking laten zien dat Christus de Heer is van ons hele leven. Dat Hij het geheim, het mysterie, de drijfkracht voor ons hele leven is. In 1 Timotheüs 3: 16 wordt dat prachtig beschreven:

“Ongetwijfeld is dit het grote mysterie van ons geloof:
Hij is geopenbaard in een sterfelijk lichaam,
in het gelijk gesteld door de Geest,
is verschenen aan de engelen,
verkondigd onder de volken,
vond geloof in de wereld,
is opgenomen in majesteit.”

Als je ziet hoe echte liefde God bewoog om Zijn Zoon naar de wereld te sturen om te redden dan kan leven met de HERE niet iets wezen voor alleen maar de zondag. Of voor zo af en toe bij Bijbelstudie en je bidden.
Als je ziet wie de HERE is. Als je ziet wie de Here Jezus is dan zijn er geen twee werelden waarin je leeft die elk hun eigen normen hebben. Dan is er die ene wereld waarin we aan Christus verbonden willen zijn en volgens Zijn wil willen leven. Als ik uitga, ga ik als kind van God uit. Dan ben ik ook dan in liefde en eerbied aan Christus verbonden. Ook dan is het geheim van mijn  leven de vraag: ‘Kan de Here Jezus nu bij me staan en zitten zonder dat Hij zich voor mij zou schamen?’
Dan is de Bijbel het liefdeswoord van mijn God en Vader geworden, dat ik in mijn hart wil ronddragen in alle dingen van mijn leven.
Dan wil je niet anders zijn dan je omgeving omdat je nou eenmaal anders wil zijn.. Maar dan wil ik wel anders zijn dan de wereld  en mijn kinderen ook zo opvoeden omdat Christus het geheim voor mijn hele leven geworden is.  Omdat ik in alles mijn leven wil laten vormen door Gods wil, naar het beeld van Christus.  Christus is me alles geworden en daarom verlang ik ook dat mijn hele leven volgens Zijn wil wordt. Door op Christus te zien, door steeds naar Hem volgens Zijn Woord te luisteren. Door te bidden om de Geest die je zo leert te leven, leer je je hele leven in dienst van Hem te stellen. Dan is het zelfs niet zo dat je je geloof in je leven integreert.  Want dat lijkt nog op twee werelden. Dan lijkt het nog alsof je geloof ook een woordje mag meespreken. Nee, dan wordt Christus echt de Heer van je hele leven. Dan raak je echt gericht op Hem. Dat is zo goed!
Het is nodig dat we zo met elkaar spreken. Het is nodig dat we dat elkaar op het hart binden in de kerk. Dat we daar in de prediking werk van maken. Dan ga je ook zien dat je in de prediking het Woord van God niet actueel moet maken. Dat Woord is actueel, omdat daarin de HERE zelf spreekt. Dat Woord heeft ons in het leven van vandaag alles te zeggen.

 Een belangrijk punt van kritiek

 Er zouden juist vanuit het Woord van God hier veel kritische noten te kraken zijn.  Ik noem er nu één. Dat is de arrogantie die uit dit deel van het manifest spreekt. Die arrogantie, die hoogmoedigheid zie ik vooral als er gezegd wordt: “En als we daar wel in plaatsnemen, dan graag op onze eigen manier.  Informeel, maar efficiënt. Bevlogen, maar niet belerend. Als middel, maar nooit als doel.”
Deze woorden doen mij denken aan de gemeente van Korinte die het allemaal zo goed weet tegenover Paulus. Zij vinden die Paulus, die saaie man van de oude stempel, maar niets. Zo als zij het doen dat is pas eens aantrekkelijk en spannend.  Als zij het allemaal zo goed weten dan horen we Paulus in de naam van Christus het volgende zeggen: “Of is het woord Gods bij u begonnen? Of heeft het alleen u bereikt? Indien iemand meent een profeet of geestelijk mens te zijn, laat hij dan wèl weten, dat hetgeen ik u schrijf, een gebod des Heren is.  Maar als iemand hiermede niet rekent, dan wordt met hem niet gerekend.”, 1 Kor. 14:36-38.
Wat is het belangrijk dat we niet vanuit een zekere hoogmoed tegenover elkaar staan maar samen luisteren naar het actuele Woord van God waarmee Christus als de Heer ons de weg wijst. Het gebed om de Geest die ons dit samen leert is onmisbaar.

  

Ds. Rob Visser

 

 

 

           

Reacties zijn gesloten.