Verklaring

 EEN BEROEP OP ALLE GEREFORMEERDEN

  Uit liefde voor de gereformeerde kerken

 Wij beginnen met onze dank uit te spreken voor wat God ons in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) geschonken heeft. Het zijn de kerken waarin wij zijn gedoopt of waarbij wij ons met overtuiging gevoegd hebben. We zijn er onderwezen over de bevrijding van al onze zonden door het lijden en sterven van Jezus Christus. In deze kerken hebben wij belijdenis van ons geloof afgelegd en we vieren er het heilig avondmaal. We beleefden en beleden er de eenheid van het ware geloof. Wij verwachten Jezus’ terugkeer, waarmee  een einde zal komen aan het leed en verdriet, dat ons allen treft. 

 Door de gereformeerde kerken weten wij ons verbonden aan de ene, heilige, katholieke en christelijke kerk van alle eeuwen. Wij denken daarom met vreugde terug aan de voorgangers die ons in het verleden het Woord van God gebracht hebben. Zonder de kerk kunnen wij niet leven. Rechtvaardige kritiek, die er op het verleden en heden van de gereformeerde kerken uitgebracht kan worden, moet er niet toe leiden dat wij de kerk de rug toekeren. Wij geloven dat wij deel uitmaken van de gemeenschap die door Jezus Christus als zijn bruid gereed gemaakt wordt, zonder vlek of rimpel, heilig en zuiver (Ef. 5,27).

  Altijd strijd en vreugde over wat gereformeerd is

 Over het gereformeerde karakter van de kerk is er vanaf de grote Reformatie altijd strijd geweest. Eenheid en waarheid horen samen te gaan. Maar de Schrift is er zeer duidelijk over dat de gemeente van Christus, niet minder dan het oude Israël, voortdurend bedreigd wordt door afval van het geloof. Zonder strijd is er geen ingang in het koninkrijk van de hemelen mogelijk. Letten we op ons eigen gereformeerd verleden in Nederland, dan danken wij Hem hoe Hij door Afscheiding, Doleantie en Vrijmaking heen onze kerken bewaarde bij de waarheid van zijn Woord en het gereformeerd belijden.
Tegelijk beseffen wij dat het begrip ‘gereformeerd’ niet samenvalt met of beperkt is tot ‘vrijgemaakt gereformeerd’. Wij verheugen ons over elke gemeenschap, binnen en buiten Nederland, die er blijk van geeft de gereformeerde religie te belijden. De bandbreedte van wat wij ‘gereformeerd’ noemen, is groter dan vaak onder ons gedacht is in de jaren na de Vrijmaking. Het gevaar van kerkelijk exclusivisme  als versmalling van wat gereformeerd mag heten, moet onderkend worden. Anderen in Nederland en buiten ons land beleven hun gereformeerde geloof anders dan wij. Deze pluriformiteit is gezond voor de kerk, zolang anders-gereformeerd niet anti-gereformeerd gaat betekenen.
Wij zijn ook erkentelijk voor alles wat niet slechts christelijk heet, maar ook christelijk is. In het ontdekken van het wereldwijd geloof in Jezus Christus vinden wij vreugde, ook daar waar kerkelijke eenheid helaas geen realiteit kan worden.

 Grondslagen in geding

 Als gereformeerden is ons geloof onder woorden gebracht in de Drie Formulieren van Eenheid. Evenals andere gereformeerde kerken in binnen- en buitenland hebben de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) afgesproken dat deze drie geschriften het akkoord vormen voor ons kerkelijk samenleven. Hoogleraren, predikanten en andere ambtsdragers onder ons tekenen vóór de aanvang van hun kerkelijke arbeid deze Drie Formulieren. Zo willen wij de eenheid bewaren zonder de waarheid geweld aan te doen.

 Helaas wordt deze binding aan de belijdenisgeschriften niet altijd in de praktijk nageleefd. Op een zeer aangelegen punt tonen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) een totaal ander beeld dan enkele decennia geleden. Toen belemmerde onze gereformeerde overtuiging ons om aan allerlei interkerkelijke activiteiten mee te doen. Nu hebben onze kerken plaatsgenomen in de zogeheten Nationale Synode van Dordrecht, waar alle kerken, orthodox of vrijzinnig, welkom zijn. Zij kiezen daarmee voor eenheid, terwijl de praktijk laat zien dat gezwegen gaat worden over de waarheid. Vroeger kwamen we er nog voor uit dat we zoons en dochters van de Reformatie, de Afscheiding, de Doleantie en de Vrijmaking waren.
De bedoelingen van velen om vandaag gewoon mee te doen aan activiteiten als de genoemde Nationale Synode, is in het licht van de tijdgeest begrijpelijk. Ook is deze grote verandering te verklaren uit verzet tegen het kerkisme dat we terecht achter ons willen laten. Immers, hoezeer terecht het ook was dat we naar binnen en buiten toe op wilden komen voor wat we over de kerk (en haar eenheid in de waarheid) belijden in de artikelen 27-29 van de NGB en ons wilden verzetten tegen relativering daarvan, is ons kerkelijk leven niet steeds van exclusivistische tendensen vrij gebleven.
Maar nu gaan wij doen alsof de vele kerken in de grond van de zaak het wel met elkaar eens zijn. Vrijzinnigheid wordt dan uiteraard een randkwestie, die – zoals sommigen in hun optimisme denken – vanzelf wel uitsterft. 

 Wij maken ons ook zorgen over moderne, niet-gereformeerde hermeneutische concepten in de uitleg van de Heilige Schrift. De historiciteit van wat zich in de Schrift als geschiedenis aandient, is niet meer onomstreden. Naast de Schrift krijgen eisen van de eigen tijd en van de context van de maatschappij waarin we leven, een beslissende betekenis. Helaas is van een duidelijke en ook door de Theologische Universiteit Kampen toegezegde standpuntbepaling over de uitleg van de Heilige Schrift weinig terecht gekomen. 

 Ook zien wij onder ons steeds meer missionaire arbeid ontstaan waarbij men zich niet ondubbelzinnig wenst te binden aan het bovengenoemd fundament van ons kerkelijk samenleven. Vraagt de moderne missionaire arbeid niet om een heel andere aanpak dan het gebeurde in onze zending en evangelisatie, zo verdedigt men zich. Wij antwoorden: Waarom ontplooit u geen missionaire arbeid in duidelijk gereformeerde geest, zoals dat vandaag door gereformeerden op vele plaatsen in de wereld nog steeds gebeurt?
Het heeft ons getroffen dat de theologische opleiding in Kampen niet kritisch dergelijke zaken toetst, maar luide haar instemming betuigt met wat er in de pioniersgemeenten gedacht en gedaan wordt. Men zet er zelfs het stempel op van ‘overweldigende instemming met het klassieke gereformeerde belijden’ (Ned. Dagblad van 4 sept. 2012) – een kwalificatie die de werkelijke stand van zaken geweld aandoet.

  Gereformeerd in leer en leven

 Het is niet zo moeilijk aan te geven hoe in allerlei zaken ons geloof onder druk komt te staan als wij de binding aan de Schrift en de daarop gefundeerde gereformeerde belijdenis prijsgeven. Wij noemen een aantal punten: 

 De kerk bestaat uit volwassenen en kinderen. Het teken van de doop is voor al deze leden van de kerk de bevestiging van Jezus’ arbeid ten bate van onze redding. Reeds in de tijd van de grote Reformatie trad er met betrekking tot het punt van de kinderdoop een scheiding op tussen de gereformeerden en de dopersen, die hun kinderen niet lieten dopen. Het getuigt van ondankbaarheid de doop aan onze kinderen te onthouden. Een kerk die de ouders vrijlaat hun kinderen al of niet te laten dopen, schendt wat de Schrift ons leert en wat de gereformeerde belijdenis nazegt over het verbond dat God met ons en onze kinderen gesloten heeft.
Wij willen opkomen voor het grote belang van regelmatige catechismusprediking. Misschien wel meer dan ooit is die nodig om de optredende teruggang in kennis van de leer van de Schrift tegen te gaan. Zowel de groeiende tendens om de regelmatige catechismusprediking achterwege te laten, als het groeiende kwaad van de eenmalige kerkgang, waarbij met name de middagdienst (de leerdienst!) verzuimd wordt, vergroten het risico van toenemende vervreemding van de gereformeerde leer. 

 Wat wij belijden, behoren we ook uit te dragen in ons leven Het geloof geeft vorm aan ons leven. We moeten ons voor het evangelie niet schamen, maar er in al onze (missionaire) arbeid van getuigen. We spreken de mensen aan in hun zeer diverse omstandigheden en opvattingen, maar dan zonder te zwichten voor opvattingen die strijden met het evangelie, zoals wij dat als gereformeerde kerken belijden.

 Wij bepleiten daarom de noodzaak van een christelijke levensstijl. Eer brengen aan de Drie-enige God gaat boven het zoeken van eigen genot uit. In het genieten weten we ons gebonden aan de geboden die God en Jezus Christus ons gegeven hebben (Matt. 19,17; Joh. 14,15.21). De ware vrijheid luistert naar de wetten van God, die nimmer als ‘oudtestamentisch’ opzij gezet kunnen worden, maar voor alle tijden gelden. Voor een heilig leven blijft de voortdurende prediking van de wet en de verkondiging van de belofte van vergeving van al onze zonden nodig. 
De leiding van de Heilige Geest is ons toegezegd om te onderscheiden waarop het aankomt. In onze geseculariseerde maatschappij blijven wij de zondag gebruiken als speciale dag voor de kerkdiensten, waarin wij de Schriften horen uitleggen en ons bezinnen op het christelijk geloof. We houden vast aan het huwelijk zoals God het heeft ingesteld en verwerpen daarom het homoseksueel samenleven. Man en vrouw heeft Hij in samenleving en kerk een eigen positie gegeven. Zij zijn zeker gelijkwaardig, maar niet gelijk. Het onderwijs van Christus en zijn apostelen heeft er tot op heden niet toe geleid dat onze synodes de kerkelijke ambten hebben opengesteld voor vrouwen. 

 Wat te doen?

 Velen onder ons zuchten onder wat er in hun eigen kerkelijke gemeente gebeurt. Zij vragen zich voortdurend af wat ze moeten doen. Blijven of heengaan? Kerkdiensten zijn vaak happenings geworden, afgestemd op wensen van individuen of groepen in een gemeente. Van de door onze synodes aangeboden liturgieën wordt of niet of op zeer vrije manier gebruikgemaakt. De voorlezing van de Tien Geboden vindt in toenemende mate niet of op povere wijze plaats, in de mening dat we de wet als oudtestamentisch niet meer nodig hebben. Het zingen van de psalmen moet om dezelfde reden wijken voor het vrije lied. Ook beluisteren velen tot hun verdriet oppervlakkige en vooral geruststellende prediking, waarin aan de ernst van onze schuld en aan de rijkdom van Gods genade in Christus geen recht wordt gedaan.

  Wat te doen? Moeten we ons van de Gereformeerde Kerken afscheiden, omdat ze niet meer gereformeerd zijn? Anderen deden dat reeds. Moeten we ons bij hen aansluiten? Ons dringend advies is dat niet te doen. Er is alle reden ons zorgen te maken over ontwikkelingen in onze kerken. Maar ons van deze kerken afscheiden kunnen we pas nadat we alles te hebben gedaan om verontrustende ontwikkelingen te stuiten.
Voor deze ongetwijfeld moeitevolle strijd moeten we ons inzetten. Laten wij ons tot het uiterste inspannen onze krachten – en dan gebundeld – te gebruiken.

 Wij beseffen dat het plaatselijk moeilijk, ja onmogelijk kan worden, de eigen kerkdiensten nog te bezoeken. Het kan gebeuren dat de kerkdienst ons geloof niet meer bevestigt en verdiept, zodat we met verdriet de dienst verlaten.
Ook is het mogelijk dat het (catechetisch) onderwijs geen werkelijk onderricht meer geeft in de Schriften. Uitwijken kan voor ouders en kinderen nodig zijn. Maar laten we wel proberen tussen ‘blijven’ en ‘heengaan’ elke mogelijkheid aan te grijpen, die ons verbonden houdt in onze strijd tegen het verval in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt).

  Wij willen op de kerkelijke vergaderingen een krachtig beroep doen om weer een duidelijke gereformeerde koers te varen. Wij zien het verval, maar een vervallen kerk is nog geen valse kerk, zoals daarover onze confessie (Ned. Geloofsbelijdenis, art. 28 en 29) spreekt. Laten we aansluiting zoeken bij allen die eveneens leed dragen over de gang van zaken. Laten we landelijk proberen, als uitvloeisel van onze bijeenkomst in Bunschoten op 29 september 2012, elkaar te bemoedigen in het geloof. Een landelijke organisatie zal nodig zijn om in woord en geschrift, door het organiseren van bijeenkomsten, door adviezen te geven, etc., onze plaats binnen de kerken in te nemen. Daarbij zal ons doel niet zijn de groep, maar de kerken te dienen die wij liefhebben.   

  Laten we ons voor alles oefenen in de godsvrucht, zodat we ons leven kunnen leggen in de handen van de HERE en kalm (stil) kunnen zijn (Ps. 37,5-8). Niet wij, maar Jezus Christus brengt zijn kerk tot haar voltooiing. 

 Beroep op alle gereformeerden

 Velen doen er liever het zwijgen toe, omdat zij vrezen voor deining in de kerken. Velen hebben angst voor een nieuwe scheuring. Het is uit het voorgaande duidelijk dat wij geen nieuwe scheuring beogen. We beseffen ook dat het voor velen, zoals ook voor onszelf, aangenamer is te zwijgen. We moeten echter niet alleen op tijd zwijgen, maar ook op tijd spreken, met de bedoeling de eenheid in onze kerken te dienen.
Wie over het bevorderen van vrede spreekt, moet beginnen in eigen kerkverband. Het schaadt de vrede als ja en nee tegenover elkaar staan in het nakomen van wat wij elkaar beloofd hebben. 

 Met deze verklaring doen wij een beroep op alle gereformeerden die onze zorg delen. In de details en in het leggen van accenten zullen we onderling kunnen verschillen. Als we elkaar vinden in de noodzaak van het zoeken naar echte onderlinge vrede, is ieder welkom om met onze activiteiten mee te doen!

 

 Basistekst voor onze verdere activiteiten. Deze tekst is eerst als concept op de vergadering van 29 september 2012 te Bunschoten aangeboden, waarna diverse aldaar ingebrachte vragen en opmerkingen gewogen en hierboven verwerkt zijn.  

 

 

 

Reacties zijn gesloten.