Kort Commentaar 30-33

J. Douma

 [30] Een dochterkerk wil moeder worden

 Van bevriende zijde werd mij een stuk toegestuurd onder de titel: ‘Instituering Stroom Amsterdam. Voorstel voor de classis van 15 maart 2012’. Om dit stuk te begrijpen, moet ik eerst even enige informatie aan onze lezers geven. Stroom is een missionaire gemeente in de stad Amsterdam. Zij werd ongeveer tien jaar geleden opgestart vanuit de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Onder de paraplu van deze kerken is er in Amsterdam naast Stroom  nog een tweede gemeente in Amsterdam, nl. De Aker. Dergelijke gemeenten worden vaak dochtergemeenten genoemd. In de afgelopen jaren is Stroom uitgegroeid tot een gemeente van ongeveer 120 mensen. Dit zijn overigens slechts voor een klein deel mensen zonder kerkelijke achtergrond. Het is bekend dat er nogal wat vrijgemaakt-gereformeerden lid zijn van dergelijke gemeenten. Lid zijn van een missionaire gemeente betekent in de praktijk dat dergelijke ‘dochters’ tegen hun moederkerk kritisch aankijken. Ik las op internet een artikel (op www.godsmarketing.nl) waaruit die kritiek ook blijkt. Men heeft uitgesproken ideeën over de vrouw en de homo. De kinderdoop kan er worden toegepast, maar de gemeentestichter Martijn Horsman geeft zijn zegen ook graag aan mensen die hun kinderen niet willen  laten dopen. Dogma’s die onder ons lang geleden vastgesteld werden, zijn geen gesneden koek voor de nieuwe gestichte dochterkerk, zo lees ik op de hierboven genoemde website.
Nu maakte een bepaalde ontwikkeling het gewenst op onze website erover te schrijven. Want wat wil Stroom na en in haar geschiedenis als missionaire gemeente nu? Zij vraagt via de moederkerk (Oosterparkkerk te Amsterdam) om als volwaardige gemeente in het verband van de Gereformeerde Kerken te worden opgenomen. Heel concreet: zij wenst volledig deel uit te gaan maken van de classis Amsterdam-Leiden van deze kerken. Om het met een variatie op de naam dochterkerk te zeggen: De dochter wil moeder worden en een gelijkberechtigde plaats innemen binnen het verband van de andere moeders binnen onze gereformeerde kerken.

 

[31] Vrouwelijke ambtsdragers aanvaarden? 

Dat het opnemen van deze dochter in het verband van de Gereformeerde Kerken geen formaliteit is, zal iedereen begrijpen. Op de classis van 15 maart 2012 werd het verzoek om opneming in het verband van de classis Amsterdam-Leiden behandeld, maar de beslissing is uitgesteld tot na de vakantie. Laat ik eerst even vermelden wat er in de bijzondere situatie van Stroom nodig is volgens de Gereformeerde Kerkorde om onder de zelfstandige kerken binnen een classis te worden gerekend.
Allereerst valt het op dat het aanstellen van oudsten volgens het bij de classis ingediende stuk ‘Instituering Stroom Amsterdam’ niet gebeurd is door de classis en evenmin door de moederkerk, maar door Stroom zelf. Dat is tegen de regel van art. 38 KO in, waar de instemming van de classis vereist is voor een dergelijke instituering. Stroom meende die instituering zonder hulp van buiten te kunnen doen. Argument? ‘Het zijn de mensen van Stroom die in hun eigen midden de gaven van de Geest herkennen om leiding te geven aan de gemeente’. Zij besloot op 20 december 2011 over te gaan tot instituering.
De Oosterparkkerk sloot zich daarbij kennelijk aan, want zij nam op 18 januari 2012 het besluit dat het goed was als Stroom tot instituering over wilde gaan. Natuurlijk wisten zowel de gemeentestichter van Stroom, alsook de moederkerk wat er in art. 38 van de KO staat, maar zij hebben het niet nodig gevonden vooraf de classis in te schakelen. Die mag achteraf met het genomen en geëffectueerde besluit instemmen.
Nu gebeurt het wel vaker dat een regel niet in acht genomen wordt en de classis dan achteraf toch maar haar goedkeuring daaraan geeft. In dit geval zou dat echter een heel opvallende beslissing zijn. Want de kerkenraad van Stroom bestaat voor een deel uit vrouwen! Geeft de classis dus goedkeuring aan de benoeming van de door Stroom zelf benoemde ambtsdragers, dan gaat zij tegelijk akkoord met het accepteren van vrouwen in de kerkenraad. Stroom schrijft dus via haar moederkerk in haar stuk aan de classis dat zij voor de leiding van haar gemeente de gaven van de Geest in haar midden zelf wel kan herkennen. Maar zij maakten er daarbij duidelijk geen probleem van dat tot op heden de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) in Nederland en al de gereformeerde kerken in de wereld waarmee deze kerken contacten onderhouden, geen vrouwelijke ambtsdragers kennen. Wil Stroom in het verband van de vrijgemaakte kerken worden opgenomen, dan zal zij zich naar deze stand van zaken moeten schikken. Er zijn Bijbelteksten die tot heden in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) verhinderd hebben dat vrouwen voorgangers en ouderlingen kunnen worden. Daarom moet Stroom de classis niet voor het blok zetten – en dan nog wel met een beroep op de Geest, die in het midden van Stroom, ook vrouwen zou hebben aangewezen als geschikt voor het ambt van ouderling en/of voorganger.
Het is glashelder dat een positieve beslissing van de classis Amsterdam-Leiden om Stroom via haar moederkerk in haar midden te aanvaarden, gevolgen zal hebben voor alle gereformeerd-vrijgemaakte kerken. De jongste synode maakte zich weer druk over de vrouw in het ambt. Het is wikken en wegen. Ophouden na het zoveelste rapport over deze materie, of maar blijven door gaan met de bestudering van dit vraagstuk? Blijven bij wat de Gereformeerde Kerken hebben besloten en meer dan eens hebben bevestigd? Of de knoop doorhakken ten gunste van de vrouw in het ambt? Welnu, wanneer de vrouw als ambtsdrager binnen de classis Amsterdam-Leiden verwelkomd wordt, is daar de knoop alvast doorgehakt. En ieder die daarna nog een zorgelijk gezicht zet over de mogelijkheid om ook vrouwen voor het ambt van predikant of ouderling in te schakelen, kan als antwoord krijgen: Jullie hebben toch al vrouwen in het ambt?

 

[32]  Van harte gereformeerd of niet 

Er is nog een bepaling in de KO die met betrekking tot Stroom voor problemen zorgt. In onze KO vraagt art. 54 van de ouderlingen en diakenen dat zij de drie formulieren van eenheid zullen tekenen. De bedoeling daarvan is duidelijk. De Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) aanvaarden van harte de inhoud van het gereformeerde geloof, zoals dat vervat ligt in de  Nederlandse geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels. In de brief van de moederkerk aan de classis van Stroom vinden we deze oprechte instemming met de gereformeerde belijdenis niet. We lezen wel dat de classis het podium is ‘voor permanente onderlinge bevraging rond gereformeerd belijden en het bijbels functioneren van de kerken’.  Voor het eerst lees ik dat de classis daarvoor het podium is! Maar ‘bevraging rond het gereformeerde belijden’ lijkt mij wat anders dan hartelijke instemming met de gereformeerde belijdenis als een hechte en door alle classicale kerken aanvaarde basis voor hun gemeenschappelijke arbeid. Blijkbaar is deze basis ook binnen de huidige classis Amsterdam-Leiden zo hecht niet, want we lezen dat Stroom graag de discussie afwacht die momenteel binnen de classis over het ondertekeningsformulier gevoerd wordt.
Stroom wil wel de belofte geven dat het onderwijs en de sacramenten ‘in lijn zullen zijn’ met het evangelie en het gereformeerde belijden. Maar wij weten dat deze gemeente er geen punt van maakt als ouders de kinderdoop niet aanvaarden. Dat kan ik moeilijk ‘in lijn’ vinden met de grote betekenis die de Gereformeerde Kerken vanaf Calvijn aan het verbond hebben gegeven, waarin ook de kinderen zijn opgenomen, zodat dit in hun doop betekend en verzegeld behoort te worden. Wie de doop niet als doop voor alle kinderen van gelovige ouders propageert, en op die doop dus niet aandringt,  komt in strijd met de gereformeerde belijdenis, zoals Zondag 27 (antw. 74) daarvan getuigt, en zoals de KO in art. 56 alle kerken daarop wijst.

 

[33] Een duidelijk antwoord gewenst 

De moederkerk is niet onduidelijk in haar verzoek om Stroom als zelfstandige kerk onderdeel te gaan uitmaken van het kerkverband van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Naast de moederkerk hebben ook andere kerken binnen de classis Amsterdam-Leiden reeds de wens te kennen gegeven om Stroom in hun midden te accepteren. Let wel, ik denk nu even niet aan Stroom zelf, maar aan een aantal gereformeerde kerken, die op illegitieme gronden een kerk in hun midden willen aanvaarden zonder dat deze kerk zich helder en van harte wenst te binden aan wat gereformeerd mag heten. Stroom wil haar ambtsdragers erkend hebben en wil dat het ‘geestelijk leiderschap’ open blijft voor mannen en vrouwen. Zij wil best over het gereformeerde belijden in ‘onderlinge bevraging’ praten, maar wenst het huidige ondertekeningsformulier niet te ondertekenen. Bovendien lezen we dat Stroom graag na twee jaar wil evalueren, om te bekijken hoe de samenwerking tussen Stroom en de classis vorm heeft gekregen. Ook dat laatste wijst niet op een bijzonder hartelijke entree binnen de gemeenschap van gereformeerde kerken. Het kan blijkbaar vriezen of dooien. Over twee jaar zien we wel weer!
Mijn conclusie is dat geen classis kan voldoen aan de voorwaarden die gesteld moeten worden voor toelating van Stroom tot het gereformeerde kerkverband.
Ik besef hoe moeilijk het is zoiets vandaag nog openlijk te schrijven. Gereformeerde zekerheden hebben plaatsgemaakt voor een generale twijfel aan zowat alles wat ons tot kort geleden nog dierbaar was. Omdat ik aan de verbreiding en de verdediging van het gereformeerde geloof mijn naam als predikant en als hoogleraar met grote vreugde verbonden heb,  wens ik niet te zwijgen in bovenvermelde zaak. De gereformeerde kerken in een bepaalde classis staan voor een beslissing, die waarschijnlijk, hetzij naar de ene, hetzij naar de andere kant, grote gevolgen zal hebben.

 

  

Reacties zijn gesloten.