De theologische universiteit in het nieuws

 H.J.C.C.J. Wilschut

 De afgelopen weken kwam de Theologische Universiteit meer dan eens in het nieuws. Het meest opvallend was het nieuws over ideeën om de TU te verplaatsen. Ook werd dr. Koert van Bekkum benoemd als universitair docent voor de oudtestamentische vakken. Nieuws genoeg dus!

 Benoeming

Ik begin met wat op de site van de GKv te lezen is over de benoeming van dr. Koert van Bekkum.

 Dr. Van Bekkum, die momenteel adjunct-hoofdredacteur is van het Nederlands Dagblad, is sinds 2011 voor 1 dag per week als postdoc onderzoeker werkzaam aan de universiteit. Met de benoeming van dr. Van Bekkum wordt invulling gegeven aan de vacature van 0,5 fte die per 1 september 2012 ontstaat door de parttime aanstelling van professor dr. G. Kwakkel aan de Faculté Jean Calvin te Aix-en-Provence (Frankrijk).
Koert van Bekkum (1970) studeerde van 1989 tot 1997 aan de TU. Daarnaast studeerde hij archeologie van Palestina aan de Rijksuniversiteit te Groningen en Akkadisch aan de Rijksuniversiteit te Leiden. Van 1998 tot 2002 was hij assistent in opleiding bij prof. dr. G. Kwakkel. In dat kader nam hij gedurende de zomers van 1998 en 2000 deel aan de Megiddo Expedition, de hernieuwde opgraving van Tel Megiddo, in Israël. In de herfst van 2000 verbleef hij twee maanden aan het Archaeological Institute van Hebrew University te Jeruzalem voor aanvullende literatuurstudie en historisch-geografisch veldwerk. Op 18 maart 2010 promoveerde Van Bekkum cum laude op een proefschrift getiteld From Conquest to Coexistence. Ideology and Antiquarian Intent in the Historiography of Israel’s Settlement in Canaan. In deze studie heeft hij op een vernieuwende wijze de oudtestamentische geschiedschrijving onderzocht, door het zorgvuldig analyseren van de Bijbeltekst te combineren met gegevens uit archeologie en buitenbijbelse bronnen.

 Laat helder zijn dat dr. Van Bekkum vakmatig gezien optimaal gekwalificeerd is voor de taak waarvoor hij is benoemd. Wat dat betreft is het enthousiasme in Kampen te begrijpen: 

De Theologische Universiteit is verheugd dat Van Bekkum de veelzijdige kennis en ervaring die hij heeft opgedaan als adjunct-hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad (sinds 2002) en als onderzoeker en auteur van diverse publicaties wil inzetten ten dienste van de gereformeerde theologie en de kerken.

 Toch wil het mij niet lukken om voluit in dit enthousiasme te delen. En dat betreur ik oprecht. Liefst had ik hier een royale felicitatie laten volgen. Ik ken en waardeer dr. Van Bekkum als integer mens en bekwaam theoloog. Ik ben er ook van overtuigd dat hij echt als gereformeerd theoloog wil werken. Graag neem ik dr. Van Bekkum in bescherming tegen uitspraken over hem, als zou hij een soort vrijzinnige zijn.

 Dat neemt niet weg dat naar mijn mening in zijn proefschrift de feitelijkheid van de stilstaande zon en maan (Jozua 10:12v) op onaanvaardbare manier onder druk komt te staan. Wat daarover na het verschijnen van dit proefschrift in de pers gezegd is, ga ik hier niet herhalen. In dat opzicht krijg ik een beetje de kriebels bij het loflied op de vernieuwende wijze, waarop Van Bekkum de oudtestamentische geschiedschrijving heeft onderzocht. Ook al wil Van Bekkum gereformeerd zijn en wil hij opkomen voor de Schrift – ik betwijfel of zijn visie op Jozua 10:12v in overeenstemming is te brengen met een gereformeerde hermeneutiek.

 Daarom kan ik niet juichen over deze benoeming, hoezeer ik het dr. Van Bekkum gun. Ik had al moeite met het feit dat aan onze universiteit deze dissertatie verdedigd kon worden. Diezelfde moeite komt hier terug. Dit dient het vertrouwen in het onderwijs te Kampen niet. 

Ik vrees dat het punt in geding beschouwd wordt als een wetenschappelijke kwestie, waaraan je geen verdere consequenties moet verbinden. Zoals het ook gebeurd is, toen er bezwaren werden ingebracht tegen de benoeming van dr. S. Paas. 

Jammer. Niet alleen blijkt het moeilijk om in Kampen je bezwaren kwijt te kunnen (je hebt meestal geen ‘rechtsingang’). Ook wordt er met bezwaren die er leven weinig rekening gehouden. Zou er enig besef zijn hoe gevoelig een benoeming als van dr. Van Bekkum bij sommigen in ons kerkverband ligt? 

Zo groeit de afstand en neemt de vervreemding toe. Wie weet er raad op? 

Verhuizing

Het was voorpaginanieuws in het Reformatorisch Dagblad van 22 mei 2012: ‘TU Kampen wil naar grotere universiteitsstad’. Het Nederlands Dagblad volgde een dag later met hetzelfde bericht, zij het onder een opvallend andere kop: ‘’Kampen’ zoekt samenwerking’- te weten met andere universiteiten. 

Beide kranten ontleenden hun nieuws aan rapportage, bestemd voor de GS Harderwijk. De TU vraagt om een onderzoek naar de voor- en nadelen van een verhuizing naar een grotere universiteitsstad. ‘Blijven in Kampen is niet zonder meer een optie’, zegt rector prof. dr. M. te Velde in een toelichting. ‘Dat kan alleen als er maatregelen voor versterking van de positie van de TU mogelijk zijn’ (RD). 

Ik zet de ideeën op een rijtje, zoals ik ze uit de krantenverslagen (ook uit het RD van 23 mei 2012) gedestilleerd heb: 

  • De universiteit wil nadrukkelijk zelfstandig blijven. Dus met een eigen bachelor- en masteropleiding. Dit conform eerdere besluitvorming op de GS.
  • Op termijn kan de universiteit niet meer op eigen benen staan, wanneer niet intensief met andere onderwijsinstellingen wordt samengewerkt. Steeds hoger worden de eisen die aan wetenschappelijke publicaties worden gesteld.
  • Vestiging in Groningen of Amsterdam heeft als voordeel, dat studenten vrije ruimte kunnen besteden aan vakken van verschillende faculteiten. De vestigingsplaats heeft effect op de eindkwalificaties van onze studenten. Het is een groot nadeel dat we geïsoleerd liggen ten opzichte van de rest van de wetenschappelijke wereld.
  • Verhuizing is ook goed voor het imago. Dat imago is op dit moment goed, maar de Kamper universiteit wordt wel beleefd als een bijna exclusief vrijgemaakte plek. Een andere vestigingsplaats kan zorgen voor groei van studentenaantallen.
  • Intensivering van de samenwerking met de TU Apeldoorn zit er niet in. Er is verschil in cultuur en tempo tussen de universiteiten, we kunnen niet wachten, zegt prof. Te Velde (ND). 

Een vrolijk beeld rijst uit het hele verhaal niet op. Kennelijk bevindt de TU Kampen zich in zwaar weer. Met teruglopende studentenaantallen. En met steeds zwaardere eisen van de overheid. Samenwerking lijkt onvermijdelijk om te overleven. 

De vraag is alleen, of verhuizing dan de aangewezen oplossing is. Ik maak de volgende opmerkingen: 

  • Het is een nobel streven om een eigen bachelor- en masteropleiding in stand te houden. Vestigt de TU zich echter te Groningen of Amsterdam, dan kon de overheid wel eens verdergaande samenwerking gaan eisen. Waarom nog een aparte vrijgemaakte bacheloropleiding, wanneer er al een zo dicht in de buurt is? Laat het gaan om ongesubsidieerde onderdelen van de opleiding, dan nog kan er met het subsidiewapen meer door de overheid worden afgedwongen dan ons lief is.
  • Voor een bredere academische oriëntatie van Kamper studenten is een verhuizing niet strikt noodzakelijk. Met openbaar vervoer zijn andere universiteitssteden goed bereikbaar. Dit argument heeft in het verleden ook nooit een rol gespeeld. ‘Zelfs in een klooster kan TUK uitstekend zijn’ (J. Douma in RD van 31 mei 2012) Zo is het maar net. Waarom zou nu ineens de inbedding in een breder academisch milieu noodzakelijk zijn?
  • Van dat exclusief vrijgemaakte imago kan ik niet zo van slag raken. De TU is bedoeld als opleiding tot de dienst van het Woord. De theologiebeoefening in Kampen is middel, en geen doel in zichzelf. Het is geen kerkelijke taak om een theologische universiteit als zodanig in stand te houden. De academische vorm werd gekozen als het meest passend voor de opleiding van aanstaande predikanten. Mooi wanneer anderen er mee van profiteren. Maar de eigen kerkelijke gemeenschap is de doelgroep. Niets om je voor te schamen.
  • Ik betreur zeer dat – wanneer samenwerking noodzakelijk is – niet eerst richtingTU Apeldoorn gekeken wordt. Wat dat betreft sluit ik mij aan bij de oproep van dr. Hans Burger (GKv), dr. Jaap Dekker (NGK) en dr. Arnold Huijgen (CGK) om meer te focussen op samenwerking tussen Kampen en Apeldoorn (ND van 24 mei 2012).Waarom niet allereerst gezocht naar meer samenwerking binnen de gereformeerde gezindte? Ook al verschilt tempo en cultuur – je kunt het als GKv niet maken om in dit opzicht de CGK links te laten liggen.
  • Ik vrees dat een beroep op historisch besef aan dovemansoren gepredikt is. Meer dan 150 jaar is Kampen een goede vestigingsplaats gebleken voor de opleiding tot de dienst van het Woord. Postmoderne mensen zullen niet gauw meer voor dit argument ontvankelijk zijn. Het is ook niet het meest zwaarwegende argument. Als het echt strikt noodzakelijk is om te verhuizen, moet dat het zwaarste wegen. Maar persoonlijk zie ik die noodzaak niet.
  • Het lijkt mij volstrekt onverantwoord om in een tijd van financiële crisis aan een zo kostbare onderneming te denken. De Kamper gebouwen zijn dermate specifiek gestructureerd, dat ze vermoedelijk moeilijk verkoopbaar zijn. Er zit iets van kapitaalvernietiging in. Zelfs wanneer dat mocht meevallen, zal een verhuizing veel geld kosten. Het is niet te verwachten dat de kerken dat zullen willen opbrengen. En m.i. terecht. 

Grootschalig

De zorgen van de TU Kampen hoe te overleven lijken me reëel. De richting waarin de oplossing gezocht wordt niet. Die heeft iets van een vlucht naar voren. 

Ik weet niet hoe het u vergaat. Maar ik voor mij vind de plannen allemaal zo grootschalig. We willen blijkbaar vooral meedoen in de grote academische wereld. Dan moet het allemaal een maatje groter en imponerender dan nu het geval is. Want in het nederige Kampen tel je niet zo mee. 

Dat denken in het groot proef ik ook in het voorstel voor een bijzondere leerstoel christelijke identiteit. En in het inmiddels door de GS aanvaarde voorstel voor een Praktijkcentrum voor theologie en gemeenteopbouw. Toe maar! Alsof wij dat allemaal op onze nek kunnen nemen. 

Dan nog zullen wij het op den duur niet redden, vrees ik. We zijn een klein kerkje (en dat bedoel ik per se niet denigrerend). Er zijn grenzen aan onze financiën, onze mankracht (pardon, dat moet tegenwoordig menskracht zijn, geloof ik) en onze capaciteiten. Enige bescheidenheid zou ons passen. 

Laat er daarom liever bezinning komen, of we op de ingeslagen weg moeten doorgaan. Wanneer de eisen van de overheid de opleiding tot de dienst van het Woord dreigen te frustreren, is de vraag te overwegen: Moeten we niet gaan denken aan een opleiding in Kampen, die nog steeds van academisch niveau is, maar niet langer als academie erkend wordt? 

Ook dat heeft financiële gevolgen. Een niet erkende universiteit kan geen aanspraak maken op subsidie. En de studenten krijgen geen studiefinanciering meer. ’t Is trouwens nog maar de vraag hoe lang dat laatste standhoudt. De tijd lijkt niet ver dat je als student moet lenen, om de lening later terug te betalen. In ieder geval kost ook deze route de kerken extra geld. Maar je bent en blijft tenminste baas in eigen schoolhuis. 

Voor de duidelijkheid: ik bedoel niet te zeggen dat het deze kant op moet. Een officiële universitaire opleiding heeft mijn voorkeur. Toch noem ik het alternatief als een te overwegen optie. Tot hoe lang laten we ons door de overheid in een richting drijven, die we als kerken met onze opleiding nooit bedoeld hebben?[i] 

Met het bovenstaande ga ik tegen een bepaalde trend in. Maar ook dit is liefde voor wat altijd eenvoudigweg de ‘School der kerken’ was. En dat vooral ook moet blijven. 

We bidden allen die hier beslissingen hebben te nemen, veel wijsheid van onze God toe.

  

9 juni 2012 

 


[i] Bij die ongewenste richting denk ik ook aan de nieuwe bestuursinrichting van de TU, als gevolg van wettelijke regelingen. Mede hierdoor kwam de TU op grotere afstand van de kerken te staan dan m.i. voor het toezicht wenselijk is.

Reacties zijn gesloten.