Kerkelijk leven

DE BAKENS VERZETTEN?

Enkele opmerkingen naar aanleiding van het rapport: Ambt en homoseksualiteit: een Bijbels verantwoord perspectief?

 Conclusie en voorstellen van de commissie

 Onlangs verscheen het rapport: Ambt en homoseksualiteit: een Bijbels verantwoord perspectief?  Dit rapport is geschreven in opdracht van de Landelijke Vergadering van de Nederlands Gereformeerde Kerken.
De vraag die de commissie moest beantwoorden was: “Welke weg wijst Gods Woord inzake het roepen van gemeenteleden die een homoseksuele relatie hebben tot het ambt van ouderling en diaken?”
De meerderheid van deze commissie komt o.a. tot de volgende conclusies: “dat Gods tegemoetkomendheid en barmhartigheid ruimte bieden voor een duurzame en geordende homoseksuele relatie in liefde en trouw. Ondanks verlegenheid en het besef van gebrokenheid mag er sprake zijn van (een zekere) vrijmoedigheid om deze weg voor Gods aangezicht in vrede te gaan.”  (p. 93).

“Dat de kerken het in de vrijheid van de plaatselijke gemeente dienen te laten om het ambt open te stellen voor gemeenteleden die leven in een homoseksuele relatie.” (p. 97).
De meerderheid van de commissie stelt de Landelijke Vergadering voor om o.a. uit te spreken: “Binnen de gemeente van Christus mag met een zekere vrijmoedigheid ruimte voor homoseksuele relaties in liefde en trouw geschapen worden. Ook in een homoseksuele relatie kan de liefde, genade en gerechtigheid van God weerspiegeld worden en daarom is er geen beletsel om de ambten in Christus’ gemeente ook voor homo’s die samenleven in een relatie van liefde en trouw open te stellen.
Of:
Binnen de gemeente van Christus mag uit het oogpunt van recht en gerechtigheid geen onderscheid gemaakt worden tussen heteroseksuele en homoseksuele broeders en zusters, ongeacht de vraag of ze wel of niet in een relatie leven. Dit impliceert dat de ambten ook voor leden die in een homoseksuele relatie samenleven behoren te worden opengesteld.” (p. 99).
“Het is gewenst om over te gaan tot de openstelling van de ambten van ouderling en diaken voor gemeenteleden die in een homoseksuele relatie samenleven, waarbij de feitelijke openstelling in de vrijheid van de plaatselijke kerken wordt gelaten.”

 Waarom hierover schrijven 

Het gaat me in dit artikel niet in de eerste plaats over homoseksualiteit. Het rapport waar we het nu over hebben zegt heel duidelijk en eerlijk dat in de Bijbel geen goed woord over homoseksualiteit te vinden is. De uitleving van homoseksualiteit wordt in de Bijbel heel duidelijk veroordeeld.
We zien om ons heen een duidelijk beweging waarbij aan de ene kant erkend wordt dat homoseksualteit  in het Woord van God  veroordeeld wordt, maar aan de andere kant er toch ruimte wordt bepleit voor een homoseksuele verhouding in liefde en trouw. We zien deze beweging in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt o.a. in de classis Groningen, ondanks synodebesluiten die nog een andere richting wijzen. We zien dit in de Christelijke Gereformeerde Kerken in de bezwaren tegen het synodebesluit dat een homoseksuele relatie en trouw niet in overeenstemming met de wil van God te brengen is. Dat daarom mensen die in zo’n relatie leven niet aan het Avondmaal toegelaten kunnen worden.

We zien deze beweging in de Nederlands  Gereformeerde Kerken waar al een heel aantal kerken mensen die homoseksueel samenleven in een relatie van liefde en trouw aan het Avondmaal toegelaten worden. Het rapport dat nu uitgekomen is maakt duidelijk dat deze beweging en denkrichting zich voorzet. Wat hebben deze dingen en vooral de omgang met de Schrift die hierachter zit voor gevolgen voor het streven naar eenheid tussen CGK, NGK en NGK?  Is het zo dat er sprake van echte eenheid is of gaan de wegen hier heel duidelijk uit elkaar in de hantering van Gods Woord?  Dan gaat het niet alleen om de verhouding tussen de kerken maar ook tussen kerken en gelovigen binnen deze kerkverbanden.
Ik ga me in dit artikel concentreren op wat dit rapport zelf de kern noemt.  Dat is een bepaalde omgang met de Schrift die consequenties heeft voor veel meer als de homoseksualiteit.  Is dat een omgang met de Schrift die werkelijk kan verenigen? Is dat een omgang met Gods Woord die kan bestaan tegenover wat de Geest zelf in de Bijbel zegt?
Ik geef hieronder het kerngedeelte weer en ga daarna kijken hoe dit concreet in dit raspport functioneert om daarna te kijken of dit een goede omgang met Gods Woord is.
De kern van dit rapport wordt op pagina 78 zo omschreven:
“Kern is dat uit heel de Bijbel blijkt dat de HERE meer is dan zijn schepping en dat Hij, uit barmhartigheid en indien het heil van de mens dat vereist, bereid is de bakens van de scheppingsorde te verzetten. Mutatis mutandis geldt dit ook voor de geboden. Gerechtigheid, liefde, barmhartigheid, heiligheid, vrede, trouw, genade zijn doel in zichzelf en Gods geboden zijn er altijd op gericht om gerechtigheid en trouw te dienen.”    
In het vervolg wil ik vooral ingaan op het veranderen van de scheppingsorde en de geboden ter wille van het heil van de mensen en op wat gerechtigheid in dit verband nu eigenlijk is.

 Gods orde en het heil van de mensen 

Het is belangrijk om eerst vast te stellen dat het woord scheppingsorde in de Bijbel niet voorkomt.  Het is niet zo dat wij als mensen precies voor ogen hebben hoe het voor  de zondeval precies was en wij al denkend precies kunnen uitmaken wat de scheppingsorde was en daaruit kunnen opmaken hoe we vandaag moeten leven. Wij hebben de levende stem van de HERE in de Bijbel nodig om de wil van God voor ons leven vandaag te kennen.
Zonder om dus tot de constructie van een scheppingsorde te komen waaruit we een heel christelijk leven kunnen afleiden, is het wel zo dat we in de Schrift wel meerdere keren een beroep op de schepping lezen waarbij  dat ons als norm voor ons leven ook vandaag wordt voorgehouden. Het beroep op de schepping is ook nog niet hetzelfde als dat de natuur ons dingen leert.

Twee heel duidelijke momenten waarbij Gods goede schepping ons als norm wordt voorgehouden is wat de Here Jezus over de onontbindbaarheid van het huwelijk zegt en wat de Geest ons door Paulus leert over vrouwen in het ambt. 
Het gaat hier om Mattheus 19 en 1 Timotheüs 2. Ik ga nu in op Mattheus 19 omdat dit Bijbelgedeelte in het rapport gebruikt wordt.  

De Here Jezus gaat in Mattheus 19 heel duidelijk in tegen de gebruiken en de cultuur van die tijd. Wat Hij daar zegt, gaat in tegen wat mensen toen en daar als rechtvaardig en goed hebben ervaren. Wat de Here Jezus daar Zijn volgelingen leert, wordt ook beslist niet ervaren als goed, barmhartig en heilzaam voor de mensen.
Dat wordt heel duidelijk als je Mattheus 19:3-10 leest: “Toen kwamen er farizeeën op hem af om hem op de proef te stellen. Ze vroegen: ‘Mag een man zijn vrouw om willekeurig welke reden verstoten?’  Hij zei: ‘Hebt u niet gelezen dat de schepper de mens bij het begin mannelijk en vrouwelijk heeft gemaakt?’  En Hij vervolgde: ‘Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één worden;  ze zijn dan niet langer twee, maar één. Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden.’  Toen vroegen ze Hem: ‘Waarom heeft Mozes dan voorgeschreven haar een scheidingsbrief te geven en haar zo te verstoten?’  Hij antwoordde: ‘Omdat u harteloos en koppig bent, daarom heeft Mozes u toegestaan uw vrouw te verstoten. Maar dat is niet vanaf het begin zo geweest.  Ik zeg u: wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt overspel, tenzij er sprake was van een ongeoorloofde verbintenis.’   Hierop zeiden zijn leerlingen: ‘Als het met de verhouding tussen man en vrouw zo gesteld is, kun je maar beter niet trouwen.’ 

De norm die de Here Jezus hier vanuit Gods goede scheppingswerk oplegt wordt met verbazing en verzet ontvangen. Het past niet bij het leven en de cultuur van die tijd. Deze norm zou voor zondige mensen toch echt te ver gaan en niet te dragen zijn. Dan kun je maar beter niet trouwen.
Dit laat al zien dat we dus niet met dit soort argumenten de woorden van de Here Jezus aan de kant kunnen zetten. Ook als je denkt aan de situatie van het volk Israel in de tijd van het Oude Testament en in de tijd van die Here Jezus, zie je dat het kunnen geven van de scheidbrief geen soort aftrekpost van de goede norm is die de Here Jezus als de wil van God laat zien. Hij typeert het toegestane gebruik van de scheidbrief niet als iets dat door de cultuur goed geworden is. Nee, de Here Jezus laat zien dat dit met ons zondige hart te maken heeft en we er alles aan moeten doen om dat te veranderen.
Het is niet zo dat we uit de scheidbrief en uit het feit dat Paulus in bepaalde gevallen echtscheiding toelaat of zegt dat man en vrouw gescheiden kunnen gaan leven, de conclusie kunnen trekken dat God  de bakens verzet vanwege de omstandigheden of de cultuur. Juist in 1 Korinthe 7 wordt heel duidelijk dat het om uitzonderingen gaat die Gods norm niet mogen aantasten.  De argumenten die in het rapport gegeven worden, overtuigen in het geheel van de Schrift op geen enkele manier.  De HERE is meer dan Zijn schepping en kan ingrijpen in Zijn schepping. Hij is niet aan natuurwetten die Hij in de schepping gelegd gebonden. Hij is groter dan dit. Daarom kan Hij er in Jozua 10 voor zorgen dat er een dag was die langer dan 24 uur duurde.  De HERE staat boven Zijn schepping maar dat betekent nog niet dat Hij Zijn goede wil verandert ter wille van onze cultuur en onze verandering van gedachten.
Dat het in dit rapport er echt om gaat dat de HERE van gedachten zou veranderen, blijkt in de bespreking van wat gerechtigheid is ten aanzien van onze homoseksuele naaste. Daarover iets meer in het volgende gedeelte.  

Wat is echte gerechtigheid?   

In het rapport wordt er op gewezen dat we meer oog gekregen hebben voor de nood van de homoseksuele naaste. Er volgens het rapport in de laatste 200 jaar een beweging gekomen waarbij barmhartigheid, gerechtigheid en vrijheid een grote rol spelen. De nood van de homoseksuele naaste is meer in het oog gekomen.  Vooral de woorden barmhartigheid en gerechtigheid spelen verder in het rapport een belangrijke rol.
Het rapport verwoordt het zo: “De aanzet tot de homo-emancipatie in de 20e eeuw en de primaire drijvende kracht daarachter is dan ook de barmhartigheid geweest. Als er een woord is dat ons als volgelingen van Jezus Christus moet raken, is dat het wel.” (p. 72).

“De tweede drijvende kracht achter de ruimte die homo’s in onze samenleving hebben gekregen, is naar onze mening dus het willen beoefenen van gerechtigheid aan een in de geschiedenis uiterst kwetsbaar gebleken groep. Ook dat moet ons als christenen aanspreken en we zullen naar onze mening ook dit aspect moeten meenemen in onze bezinning op de plaats van homo’s in de gemeente van Christus. Hoe kunnen we hun recht doen? Hoe kunnen zij tot bloei komen met de gaven en mogelijkheden die zij van de HERE gekregen hebben?” (p. 73).
De gerechtigheid waar het hier over gaat krijgt op pag 78 de volgende invulling:
‘Het woord gerechtigheid behelst dat mensen op de plek waar zij in de wereld gepoot zijn de ruimte krijgen om overeenkomstig hun eigen mogelijkheden en gaven tot groei en bloei te komen tot eer van God en tot zegen van de naaste.”
Het zijn allemaal heel mooie woorden. Bij al die mooie woorden en redeneringen wordt duidelijk dat de heilzame en goede norm van de HERE zoals in de Bijbel gegeven niet  beslissend is. Hoe wij als mensen van de 21e eeuw in de Westerse wereld denken wordt beslissend, zelfs als de Geest in de Bijbel over homoseksualiteit geen goed woord heeft, zoals de opstellers van dit rapport zelf schrijven.
Echte gerechtigheid is wat de HERE recht noemt! Dat is de wil van Vader in de hemel zoals de Geest die aan ons in de Bijbel geeft. We hebben jaren achter ons waarin de liefde als hoogste norm werd genoemd en waarbij dan Gods concrete geboden werden veranderd omdat wij het concrete gebod niet meer als liefde konden zien. De liefde zou als vervulling van de wet  dan Gods concrete gebod kunnen veranderen.  Hoe anders spreekt de Here Jezus zelf. Ik denk nu o.a. aan de Bergrede en in het bijzondere aan Matt 5:17-20:  “Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen.  Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn. Wie dus ook maar een van de kleinste van deze geboden afschaft en aan anderen leert datzelfde te doen, zal als de kleinste worden beschouwd in het koninkrijk van de hemel. Maar wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert, zal in het koninkrijk van de hemel in hoog aanzien staan.  Want ik zeg jullie: als jullie gerechtigheid niet groter is dan die van de schriftgeleerden en de farizeeën, zullen jullie zeker het koninkrijk van de hemel niet binnengaan.” 
Het is belangrijk om gerechtigheid steeds te blijven beschrijven als het recht zoals de HERE ons dat in Zijn Woord als Zijn goede gebod voorhoudt. Wanneer Zijn norm en wil vanuit de Bijbel duidelijk zijn, is het niet aan ons om dit vanuit gevoelens en gedachten in eigen cultuur te veranderen. Dan verzetten wij als mensen bakens die de HERE zelf heeft neergezet. Dan herhalen we vanuit de gedachten van eigen tijd wat de mens bij de zondeval deed. Wij weten het beter dan de HERE.
 Betekent dat nu dat wij een stelletje onbarmhartige mensen zijn die onze homoseksuele naaste in de kou laten staan?  Was het zo dat de HERE in de tijd van de Bijbel geen aandacht en liefde had voor die broeder of zuster die worstelde met eigen homoseksuele gevoelens?  Was het zo dat in de tijd van de Bijbel er alleen over seksualiteit gedacht en gesproken werd met het oog op voortplanting? Zo wordt het ons in dit rapport door de meerderheid wel voorgesteld. Dat kun je alleen maar zeggen als je de Bijbel niet ziet als het onfeilbare Woord van God. Dan krijgt de cultuur zo’n grote plaats dat die voor een groot deel beslissend wordt. Dat juist vanuit het Woord van God seksualiteit niet alleen op voortplanting gericht is, laat de Geest in de het boek Hooglied zien. Een heel boek om te laten zien dat seksualiteit ook door God gegeven is om in het huwelijk van te genieten.   Als je bedenkt dat de HERE  altijd dezelfde is en er bij Hem geen verandering is (o.a. Jak 1:17) dan weet je ook dat Gods barmhartigheid en liefde altijd is uitgegaan naar de mens, die zijn strijd tegen het toegeven aan homoseksualiteit  bij Hem bracht. De HERE verandert in Zijn hart niet mee met de golven van de cultuur. Wat zouden we dan een onbetrouwbare God hebben! Dan waren we overgegeven aan de golven van gedachten en smaak van de mensen. Dan zou het zo zijn dat Gods wil bijvoorbeeld op het punt van homoseksualiteit in de Westerse wereld anders zou zijn dan in Rusland. In Rusland wordt op dit punt als algemene mening iets anders gevoeld dan bij ons. 
Dit rapport is een duidelijk voorbeeld van een virus dat in onze tijd naar ons toekomt, waarbij de cultuur en het gevoel van eigen tijd dreigen te gaan heersen over wat de Geest duidelijk in Gods eigen Woord zegt.
In de gesprekken tussen GKV, NGK en CGK zal ook dit rapport en de omgang hiermee een plaats moeten krijgen. Deze manier van omgang met de Schrift zorgt er uiteindelijk voor dat we ieder ons eigen bijbeltje krijgen.
Laten we vol liefde om onze homoseksuele broeder of zuster heen staan. Met heel veel liefde en begrip om vanuit Gods barmhartigheid hem of haar te steunen om de weg te gaan die God wijst. Een weg van zelfverloochening die zwaar is en nog zwaarder gemaakt wordt door o.a. het rapport waar we het nu over hebben. Laten we elkaar willen houden op de weg die de Geest ons voor het hele leven in de Schrift gegeven heeft.

 Ds. Rob Visser, juni 2015 

 

Reacties zijn gesloten.