Enkele opmerkingen van een deelnemer aan het congres over homoseksualiteit

 J.R. Visser

 Het liefst had ik direct na dit congres een artikel geschreven Toch leek het me beter om daarmee een paar weken te wachten. Om alles te laten bezinken en ook nog wat vragen te kunnen stellen aan bepaalde sprekers. Wanneer je direct schrijft is het vaak de emotie die je dingen laten zeggen waarvan je later denkt dat je het beter toch anders had kunnen formuleren. Dus daarom een beetje later.

 Geen ruimte voor een verhouding in liefde en trouw

 De ochtend van het congres valt het ND nog in de bus. Daarin staat een interview met collega Maarten van Loon. Hij is een van de sprekers op het congres. Hij is in Kampen afgestudeerd op een scriptie over homoseksualiteit. Deze scriptie is ook in boekvorm verschenen onder de titel: ‘In liefde en trouw.’
Zowel in het boek als in zijn lezing op het congres heeft hij duidelijk gemaakt dat vanuit de Schrift hij geen ruimte ziet voor een homoseksuele verhouding. Ook niet voor zo´n verhouding als dat er een is met een partner in liefde en trouw. Het bijzondere hierbij is dat collega van Loon zowel in de krant als in zijn lezing en zijn boek duidelijk laat blijken dat hij zelf graag tot een andere conclusie was gekomen. Hij formuleert dan dat hij helaas tot deze conclusie moest komen. Eerlijk lezen van de Bijbel brengt je bij de conclusie dat de HERE zo´n verhouding niet wil. Collega van Loon heeft daarbij ook heel goed onderzocht hoe er in de tijd van het oude Testament in de samenleving met homoseksualiteit werd omgegaan en hoe er over gedacht werd. Juist vanuit die kennis wordt dan nog duidelijker dat bijvoorbeeld wat we in Romeinen 1 lezen over homoseksuele verhoudingen niet alleen gaat over bepaalde uitspattingen maar er wel degelijk gezegd wordt dat dit tegen Gods wil vanaf de schepping ingaat.  
Het is goed om te zien dat we in de worsteling om onze homofiele naaste, onze homofiele broeder of zuster juist in liefde recht te doen en te helpen toch zien waar de HERE een grens gesteld heeft. Om elkaar te helpen om juist die grens niet over te gaan. Om in openheid en liefde elkaar op de weg van de HERE te bewaren.
Juist als je dat dan gezien en gehoord hebt, valt een groot deel van wat er verder op het congres komt zo tegen.

 Eenswillend met de wil van de HERE

 Je zou verwachten dat je nadat de Geest in de Bijbel zo´n duidelijk antwoord geeft we samen alles op alles zetten om er samen over te praten hoe we in onze tijd als kerk, hetero´s en homo´s elkaar kunnen bewaren op de weg die Christus ons wijst.
Dan valt het zo tegen dat er enkele lezingen volgen die juist een andere kant op wijzen. Die pleiten voor het aanvaarden van een homoseksuele verhouding in de gemeente. Als het maar een verhouding van liefde en trouw is. De spanning tussen het aan de ene kant erkennen dat de HERE homoseksuele verhoudingen niet wil en het nu toch voor een deel aanvaarden ervan kwam naar voren in de lezing van prof. De Bruijne. Hij bracht in zijn lezing naar voren dat de HERE in de Bijbel duidelijk zegt dat homoseksueel leven zonde is. Zo wil de HERE het niet. Maar vanuit de samenleving zoals die nu functioneert wil prof. De Bruijne ruimte maken voor homoseksuele relaties in de gemeente. Als het om een relatie in liefde en trouw gaat. Juist vanuit de moderne samenleving waarin het voor broeders en zusters die homofiele gevoelens kennen moeilijker als ooit is zouden we meer verdraagzaam en geduldig hiermee moeten zijn in de gemeente.
Ik kan wel zeggen dat ik heel teleurgesteld naar huis ben gegaan. Met een hart ook vol zorg. Met een hart vol liefde en mededogen voor onze homofiele broeders en zusters en de mensen die om hen heen staan. De volgende dag kreeg ik van hen dan ook enkele telefoontjes met de vraag of het echt zo erg was als het in de krant stond. Mijn misschien meer eerlijke dan verstandige antwoord was: nog erger!
We moeten heel goed bedenken dat broeders en zusters die met hun homoseksuele gevoelens volgens de wil van God willen leven en er daarom niet aan toegeven zich door zo’n congres in de kou voelen staan. Dat geldt ook voor ouders en anderen die juist mensen die hun heel lief zijn de wil van God volgens Zijn Woord voorhouden en voorgehouden hebben. Zo’n congres laat mensen in geloof de goede strijd strijden in de kou staan.  Dat is geen echte warme gemeenschap van de heiligen.
Dat ‘nog erger’ over dit congres had ook te maken met de gesprekken die er in de groepen en ook persoonlijk op het congres waren. Meerdere keren kwam daarbij naar voren dat voor meerderen het niet beslissend is wat we in de Bijbel lezen. Het antwoord van meerderen was: Dat kan wel zo zijn maar wat nu in de wereld speelt en hoe mensen nu dingen ervaren telt ook mee! Of: Als wij niet kunnen inzien waarom het niet goed is om in liefde en trouw homoseksueel samen te leven waarom zou het dan niet mogen? Als je dan verder praat bleek het voor hen niet genoeg dat de HERE in de Bijbel duidelijk zegt dat Hij het niet wil.
Ik moet eerlijk zeggen dat ik me op die momenten dan helemaal vervreemd voel. Dan krijg je het gevoel: hier hoor ik niet thuis. Want als onze God en Verlosser die veel beter weet wat echt goed is dingen zegt dan is dat toch de beste reden  om iets wel of niet te doen. Ik zou geen betere en beslissender reden kennen dan dat. Ik heb door het werk van de Geest in mij de HERE leren vertrouwen op Zijn Woord.
Ik wil hier aanhalen wat collega B. Luiten naar aanleiding van dit congres 10 februari in De Reformatie schreef: “Ik constateer dat we opschuiven met elkaar en steeds genuanceerder worden. En ik vraag me af, in hoeverre een beroep op Gods woord nog mogelijk is om elkaar te vinden. Kan een kerkenraad nog beleid maken inzake homoseksuele relaties of worden we nu verlamd door een impasse? Zeker moeten we geduldig en zorgvuldig zijn, maar is nog helder waar we staan? Van Tim Keller in New York las ik jaren geleden al dat hij homoseksuelen die met vragen bij hem kwamen, eenvoudig de Bijbel in handen gaf met de uitnodiging: probeer te vinden waar een positief woord staat over homoseksuele relaties. Na verloop van tijd kwamen ze bij hem terug met de erkenning dat die positieve woorden niet te vinden zijn. Integendeel. Zo zette hij ze recht voor God, hij liet Zijn Woord spreken voor zichzelf. Een pastor hoeft dat niet mooier of aannemelijker te maken, dat mag hij niet eens.”
Goede woorden!
Hier zie je ook wat er in onze kerken speelt. Een ouderling zei een paar weken geleden: “Ds, we lijken wel een stuurloos schip”. Als we het zo laten gaan dan drijven we af. Al verder af van een leven dicht bij de HERE. We leven in een tijd waarin we wel godsdienstig willen zijn maar dan zo dat God in de schaduw van ons als mensen staat. Onze eigen gevoelens drijven ons dan al meer in de richting van een leven waarin we doen wat goed is in eigen ogen en als we de hulp en troost van de HERE nodig hebben, bidden we hem daarom.
Laten we toch alles op alles zetten en daarom bidden dat we samen echt al meer eenswillend met de de HERE willen zijn. Een kerk die dat niet doet is de naam kerk niet waard. Kerk zijn betekent dat we in alles ons leven willen leven volgens de wil van onze Here en Heiland Jezus Christus. Zijn wil is goed en heilig. Dat is ook wat we verwachten van het onderwijs zoals dat in Kampen gegeven wordt. Helaas versterkt zo’n congres ons niet in vertrouwen daarin. Laten we samen steeds weer terugkeren naar het eenvoudige onderwijs van de Schrift dan leert de Geest ons al meer als beeld van God in onze tijd te leven.

 

 18 februari 2012  

Reacties zijn gesloten.