Kort commentaar 23-26

J. DOUMA

 [23] Synodes over homoseksualiteit

  Bij mijn weten heeft geen van de synodes van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) vóór het jaar 2008 zich uitdrukkelijk over de homoseksuele leefwijze uitgesproken. Moeilijkheden daarover waren er zeker, maar algemeen was men van overtuiging dat homoseksueel geslachtsverkeer in strijd was met Gods wil en zo ook benoemd moest worden. Gesprekken met homofiele broeders en zusters zijn er heel veel gevoerd. Er was geen sprake van dat men deze gemeenteleden de kerk uit joeg met de kerkelijke tucht. Tucht begint immers altijd met het indringende gesprek en niet met afhouding van het heilig avondmaal. Ik weet van zulke gevallen af en ben er soms bij betrokken geweest. In een aantal gevallen kwam het tot een regeling waarin homofiele broeders en zusters de kerkenraad beloofden – soms tot in schriftelijke verklaringen  toe –  dat zij wel wilden samenwoonden, maar zich wensten te onthouden van seksuele omgang met elkaar.
Anderen echter wilden deze weg niet gaan. Zij wensten te zijn die ze waren. Wie kan ons verhinderen zo te leven als wij gestructureerd zijn?! Waarom mag de heterofiel dat wel en wij als homofielen niet? Volgens hen deugt dat hele onderscheid tussen homofiel en homoseksueel niet. Het mag kloppen voor de pedofiel, die ondanks zijn geaardheid van kleine kinderen af moet blijven. Maar het gaat kennelijk niet op voor de homofiele man en de lesbische vrouw.
De kerk staat hier voor een beslissing. Kun je bij de oude aanpak blijven, die langer dan vijftig jaar in de vrijgemaakte kerken de toon aangaf? Wat was die aanpak? Enerzijds probeerden we de homofiel te helpen. Anderzijds bleven we zonde zonde noemen en hielpen we de homo niet door de homoseksuele leefwijze goed te praten, of de beslissing maar aan de persoon in kwestie over te laten. Natuurlijk moet de homoseksueel zelf beslissen, maar binnen het kerkelijk kader dragen ook anderen voor die beslissing verantwoordelijkheid. De ambtsdragers kunnen over het goddelijk gebod niet zwijgen en de kerkelijke tucht niet buiten beschouwing laten. Boven dat wat wij aan sympathieke broeders en zusters gunnen, geldt onze eerbied en liefde voor Gods gebod.

  [24] De synode van Zwolle-Zuid 2008 over samenwonen van een lesbisch paar

  Ergens in het land woonde een lesbisch paar samen, dat tegenover de kerkenraad de belofte had afgelegd zich te onthouden van seksuele omgang. De kerkenraad hield hen daarom niet af van het heilig avondmaal. In zijn beleid stelde de kerkenraad,  dat hij zulk samenwonen niet wilde afwijzen, maar wel afraden. Toen  gemeenteleden daar bewaar tegen maakten en op afwijzen aandrongen, oordeelde de generale synode van Zwolle-Zuid 2008 als volgt:

  ‘Bij het ambtelijk spreken moet aan de macht van satan en de zuigkracht van de zonde het gewicht worden toegekend die ze daadwerkelijk hebben. De Here Jezus heeft zijn discipelen het gebed geleerd om niet in verzoeking geleid te worden en Hij heeft hen ook het gebod gegeven om wat verleiding tot zonde in je leven betekent niet te zoeken, maar juist radicaal weg te doen (Matth. 5,29; 18,7-9)’.

 Een kerkenraad kan, aldus de synode, in zijn herderlijke zorg voor hen die (gaan) samenwonen niet anders dan met grote ernst (…) waarschuwen voor onderschatting van de zuigkracht van de verleiding en voor overschatting van de eigen weerbaarheid tegen die verleiding’. Een levensstijl die aan de verleiding bewust blootstelt, moet worden afgewezen (Acta art. 52).

  In een eerder commentaar op deze uitspraak heb ik mijn instemming betuigd met wat de synode van 2008 hier schrijft. Men kan een soortgelijk voorbeeld van welwillendheid om een lesbische relatie onder bepaalde voorwaarden toe te laten vinden in mijn boekje Hoe gaan wij verder? (2001), 142-144. In het daar genoemde  voorbeeld ging de kerkenraad niet over ijs van één nacht. Dat weet ik, omdat ik zelf in deze zaak betrokken werd. Onze motieven om op deze wijze te helpen waren naar mijn overtuiging zuiver. Toch kies ik nu voor de duidelijke taal van de Synode van Zwolle –Zuid 2008. De adviezen die deze synode afwees, hoe goed ze ook bedoeld waren, zijn lapmiddelen. In het geval dat ik in mijn publicatie van 2002 heb vermeld, heeft de afloop van de lesbische relatie dat ook wel bevestigd.

  [25]. De synode van Harderwijk 2011 over een homoseksuele relatie

  Het viel te verwachten dat ook de laatste synode – die haar werkzaamheden pas dit jaar afrondt – zou moeten oordelen over de kwestie die ons nu bezighoudt. Deze keer betrof het  een broeder die in een homoseksuele relatie leefde met een vriend, die zelf geen lid van een vrijgemaakte kerk was. De synode had begrip en waardering voor de wijze waarop de plaatselijke kerkenraad aan homofiele broeders en zusters een veilige plaats wilde bieden in de gemeente van Christus, met gebruikmaking van ruimte en geduld om mensen te laten groeien naar wat de HERE van hen vraagt.
Tegelijk sprak de synode echter uit dat de kerkenraad in beleid en pastoraat als uitgangspunt hoort te nemen dat een homofiele broeder of zuster niet  kan worden toegelaten tot het doen van openbare geloofsbelijdenis en de viering van het heilig avondmaal, wanneer die broeder of zuster (nog) niet kan instemmen met de beoordeling van de kerkenraad.
Wat was die beoordeling van de kerkenraad dan?  Dat het leven in een homoseksuele relatie zonde is. Maar de broeder in kwestie toonde geen bereidheid zich van die zonde te bekeren. Daarom had de kerkenraad ten onrechte besloten de betreffende broeder toe te laten tot het doen van openbare geloofsbelijdenis en daarmee ook  tot het vieren van het heilig avondmaal.
Wanneer de kerkenraad broeders of zusters toelaat tot het doen van openbare geloofsbelijdenis, stelt hij hen  (volgens de synode)  voor het aangezicht van de HERE om hen door hun jawoord onder meer te laten beloven dat zij zich vanwege hun zonde voor God verootmoedigen en de hartelijke begeerte hebben met de wereld te breken, hun oude natuur te doden en godvrezend te leven (derde belijdenisvraag), en ook dat zij zich aan de kerkelijke terechtwijzing zullen onderwerpen, wanneer zij zich in leer of leven misgaan (vierde belijdenisvraag).  Maar in een homoseksueel  samenleven  is iemand niet bezig  ”zijn oude natuur te doden en godvrezend te leven” . Hij blijkt ook niet bereid zich te onderwerpen aan de terechtwijzing die de kerkenraad naar hem heeft laten uitgaan.
Elke avondmaalsviering  is voor de avondmaalsganger een herhaling en bekrachtiging van iemands geloofsbelijdenis! Het Avondmaalsformulier zegt toch o.a. ook dat ‘allen die, getrouwd of ongetrouwd hun lichaam niet rein bewaren’ geen toegang hebben tot de viering!

 Tot zover enkele grepen uit het besluit van onze laatste generale synode. Ook hier is het niet van belang  namen van de kerk, laat staan die van de betreffende broeder te noemen. Het besluit schijnt alleen in de (vertrouwelijke) Handelingen voor te komen, maar werd mij toegezonden door een van de bezwaarden die zich bij de synode van Harderwijk gemeld had. Ik zou niet weten waarom de uitspraken die ik citeer een vertrouwelijk karakter dragen. Het gaat om de richtlijn die deze synode heel algemeen aangeeft en om haar uitgangspunt  dat een homoseksuele leefwijze een zonde voor God genoemd moet worden. Vandaar dat zij de toelating tot het doen van openbare geloofsbelijdenis en tot de viering van het heilig avondmaal niet kon goedkeuren.

  [26] In het spoor van de synodes of van het Kamper Congres?

  Op het ééndaagse Kamper congres aan de Theologische Hogeschool (Broederweg 15) d.d. 20 januari jl. zijn geluiden gehoord die, als ze verder aanzwellen in de vrijgemaakte kerken, in één klap een eind maken aan de kerkelijke tucht als het over de zonde van homoseksueel samenleven gaat. Zeker, er is hier over opschorting in het oefenen van tucht gevraagd. Alles is voorlopig. We moeten eerst ons verder bezinnen en afwachten welke nieuwe weg God ons zal wijzen. We moeten ons eerst eens goed bezinnen op wat tucht is, in de kerk waarin de een wel toegang heeft, ook al vergrijpt hij zich net zo goed aan geboden van God, terwijl de homoseksuele zondaar  van het avondmaal geweerd wordt.
Ik denk dat uitstel van de tucht tot afstel ervan zal leiden. Zo gaat dat nu eenmaal. Blijkbaar zeggen we in dit geval dat we alvast de oude schoenen ( de tuchtoefening uit het verleden) kunnen weggooien, zonder dat we nog in de nieuwe (het resultaat van studeren en afwachten) kunnen stappen. Nee, eerst de tuchtoefening opschorten, eerst hard aan de studie, eerst een geweldig stuk ongelijke behandeling  onder de broeders en zusters wegwerken, en dan…
Valt er dan niets meer te bestuderen?  Zeker, maar dan niet om tuchtmaatregelen op te schorten. ik herhaal wat ik in mijn Situatie in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) heb geschreven(pag. 36):

  ‘Het blijft moeilijk in de christelijke kerk om eerlijk tucht te oefenen als zondaars ongelijk behandeld worden. Bv. als we mild zijn in geval van overspel en echtscheiding, terwijl we met de mensen die homoseksueel leven meteen weten wat we moeten doen.  Toch is de oplossing niet om dan ook maar de zonde van de homo’s door de vingers te zien. Denk aan Jezus’ houding tegenover de overspelige vrouw (Joh. 8). De houding van de Farizeeën tegenover deze vrouw wordt gelaakt, maar zelf krijgt zij te horen: ‘Ga naar huis, en zondig vanaf nu niet meer’ (Joh. 8,11)’.

  De vrijgemaakt-gereformeerde kerken staan voor de keus in het spoor van twee synodes te blijven gaan, of in dat van het Kamper congres te treden. Wie de uitspraken van de beide synodes het liefst begraaft, omdat ze in de huidige kerkelijke wereld haast niet meer te verteren zijn, bespaart zich veel moeiten. Maar het komt erop aan gereformeerde kerken te blijven. We moeten zeker op dit aangelegen punt – de tuchtoefening in de gereformeerde kerken – niet bang zijn dat hardop te zeggen. We moeten niet de indruk wekken dat we grote woorden gebruiken, maar op tijd toch wel weer zullen bijdraaien. We moeten Kerk van Christus zijn. En deze valt niet automatisch samen met het lidmaatschap van een vrijgemaakt-gereformeerde kerk. Goede synodebesluiten over tuchtoefening  kunnen we niet naast ons neerleggen.

  

3 maart 2012

 

Reacties zijn gesloten.