Overdoop

  A. Bas 

 Het komt binnen ‘onze’ kerken geregeld voor, dat broeders en zusters zich aangetrokken voelen tot de leer van de ‘geloofsdoop’. In sommige gevallen gaat dit zelfs zo ver, dat ze zich ook over laten dopen. Maar wat heeft dit voor gevolgen voor hun lidmaatschap van de gemeente? In veel gevallen is dit geen vraag, omdat de betreffende broeders en zusters er zelf voor kiezen om zich aan te sluiten bij de gemeente waar ze zich hebben laten overdopen. Maar zo gaat het niet altijd: er zijn ook broeders en zusters die ondanks hun overdoop ‘gewoon’ lid willen blijven van de gemeente. Maar kan dat eigenlijk wel? 

 Verschil

 Deze vraag wordt in het midden van de kerken verschillend beantwoord. Er zijn kerkenraden die gehoor geven aan de wens van de betrokken broeders en zusters. In de meeste gevallen zal er dan wel een traject van onderwijs worden gestart, maar de betrokkenen blijven lid van de gemeente. Andere kerkenraden redeneren dat als je je laat overdopen, je je daarmee feitelijk onttrekt aan de gemeente en kondigen dat dan ook af van de preekstoel.  

Het moge duidelijk zijn, dat een dergelijk verschil in benadering niet erg wenselijk is. Gelijke gevallen moeten in het midden van de kerken gelijk behandeld worden, anders ontstaat er rechtsongelijkheid. Daarom heeft de Particuliere Synode van Gelderland de Generale Synode van Harderwijk de vraag voorgelegd, of overdoop als zodanig voldoende grond is om onttrekking te constateren. En de synode heeft daar ook een duidelijk antwoord op gegeven. (Acta, artikel 19).

  Antwoord 

Het antwoord van de Generale Synode op de vraag van de Particuliere Synode Gelderland bestaat uit vier delen. Om te beginnen wordt gezegd, dat de zogenaamde overdoop in strijd is met wat de Schrift leert. Vervolgens, dat de door Gelderland genoemde ‘feitelijke onttrekking’ noch in de kerkorde noch in de generale regelingen is geregeld. Verder nog, dat ook in geval van overdoop de constatering van een onttrekking alleen kan volgen uit een bewuste overgang naar een andere gemeente. En tenslotte, dat in andere gevallen bijbels onderwijs, gevolgd door vermaan, nodig is.

  Zoals gezegd, is dit een duidelijk antwoord. Het is niet (meer) de bedoeling, dat kerkenraden op grond van het enkele feit dat iemand zich heeft laten overdopen constateren dat hij of zij zich onttrokken heeft en daarvan mededeling doen aan de gemeente. Alleen als iemand zelf aangeeft zich te willen onttrekken en daarbij blijft, kan daarvan mededeling worden gedaan. In alle andere gevallen zijn onderwijs en zo nodig vermaan de aangewezen weg.

  Metterdaad

 Opvallend detail in de uitspraak van de Generale Synode van Harderwijk is de tweede grond. Deze luidt: ‘onttrekking aan de gemeente is noodzakelijk een daad van een gemeentelid die hij zelf moet stellen in woord of (bewuste) daad; zolang er contact met het gemeentelid mogelijk is kan onttrekking door een kerkenraad niet worden geconstateerd zonder instemming van het gemeentelid’. Hier lijkt op z’n minst toch één uitzondering te worden gemaakt: als er geen contact met het gemeentelid in kwestie meer mogelijk blijkt te zijn.

  In het commissierapport dat aan de uitspraak ten grondslag heeft gelegen, wordt dit nader uitgewerkt. Geconstateerd wordt, dat er in de praktijk wel ‘onttrekking metterdaad’ voorkomt. ‘Het gemeentelid doet dan niet mondeling of schriftelijk mededeling van onttrekking, maar laat bijvoorbeeld de ouderling niet meer toe en reageert niet op brieven van de kerkenraad. Of verhuist naar een andere woonplaats zonder een adres achter te laten en/of attestatie aan te vragen. Een gemeentelid kan ook actief worden in een andere gemeente uit een ander kerkverband, zonder de band met de eigen gemeente op te zeggen.’

  In dergelijke gevallen is een kerkenraad volgens het commissierapport verplicht om zich in te spannen alsnog contact te krijgen met het betrokken gemeentelid, en bij die pogingen ook de gemeente in te schakelen. Heeft dat alles echter geen resultaat, dan mag onttrekking worden meegedeeld (vergelijk ook Werkorde 2, artikel D12). Maar als de betrokkene duidelijk maakt zich niet te willen onttrekken, moet het eerder al genoemde traject van onderwijs en zo nodig vermaan gestart worden.

  Onderwijs, maar dan?

 Het is goed, dat er met de uitspraak van de Generale Synode van Harderwijk duidelijkheid komt in deze zaak. Tegelijk blijven er ook vragen over. Bijvoorbeeld de vraag, of het traject van onderwijs en vermaan ook uit kan lopen op afhouding van het Heilig Avondmaal en zelfs uitsluiting uit de gemeente. De besluittekst zwijgt daarover, terwijl het commissierapport opmerkt: ‘soms zal het gemeentelid vrij snel tot het inzicht komen dat men een dwaalspoor bewandeld heeft, maar in andere situaties moet het onderwijs en vermaan langer worden voortgezet. Het is de taak van de kerkenraad daarin goede afwegingen te maken.’ 

 Maar het is toch niet ondenkbaar, dat na een periode van onderwijs de conclusie moet zijn dat het betrokken gemeentelid niet op andere gedachten is te brengen? En wat dan? De zaak verder maar laten rusten, of verdere tuchtmaatregelen nemen? Het lijkt me, dat in de huidige kerkrechtelijke situatie dan de uitspraak van de Generale Synode van ’s-Gravenhage in beeld komt. Daar werd uitgesproken dat tolerantie kan worden geoefend jegens broeders (en zusters) ‘die ter goeder trouw in eenig stuk der leer dwalen, mits dit niet eenig fundamenteel stuk der waarheid raakt, de dwalenden bereid zijn zich beter te laten onderrichten, en beloven voor dit gevoelen geen propaganda te maken.’ (Acta, artikel 138).

  Het lijkt me, dat aan deze voorwaarden in de hiervoor genoemde situatie niet (meer) voldaan wordt. Maar betekent dat dan ook, dat de betrokkene als gevolg daarvan van het Heilig Avondmaal moet worden afgehouden? Ik begrijp wel, dat de Generale Synode van Harderwijk op deze vraag niet is ingegaan. Die is haar immers niet voorgelegd. Maar het is wel een belangrijke en principiële vraag: kan iemand die dwaalt op het punt van de doop, daar ook consequenties aan heeft verbonden en ook na onderwijs en vermaan zich niet bekeert, lid blijven van een Gereformeerde Kerk? Ik vrees, dat zolang we als kerken deze vraag niet beantwoord hebben er ook verschil in benadering blijft bestaan.

   21 januari 2012

 

Reacties zijn gesloten.