Een zes min voor oecumene

 A.      Bas

 Paus Benedictus XVI heeft zich in het hol van de leeuw gewaagd. Tijdens zijn recente bezoek aan Duitsland heeft hij ook Erfurt bezocht, en uitgerekend in het Augustijnenklooster daar een ontmoeting gehad met vertegenwoordigers van de Evangelisch-Lutherse Kerk in Duitsland. In dit klooster is Luther van 1505 tot 1511 monnik geweest, en het is zelfs niet onaannemelijk dat hij daar zijn befaamde zoektocht naar een genadig God begonnen is.

 Teleurstelling

Algemeen was er waardering voor het gebaar dat de paus met zijn bezoek aan Erfurt maakte, en de moed die hij daarmee aan de dag legde. Desondanks overheerste in de reacties erop toch een gevoel van teleurstelling. Menigeen had met spanning uitgezien naar dit bezoek en er in oecumenisch opzicht meer van verwacht dan het uiteindelijk opleverde.
                Volgens Diederik Noordveld, de Nederlandse directeur van het Oecumenisch Instituut van de Theologische faculteit van de  universiteit van Heidelberg, is Benedictus  als het om oecumene gaat te zeer met kerkelijke regels in de weer, en heeft hij in zijn ontmoeting met de vertegenwoordigers van de Evangelisch-Lutherse Kerk in Duitsland nagelaten nieuwe bruggen te bouwen.
                Nikolaus Schneider, één van de voormannen van Evangelische Kerk in Duitsland, liet in een reactie weten het optreden van de paus als een belangrijk signaal voor de oecumene te beschouwen. Maar ook hij was enigszins teleurgesteld, omdat belangrijke vragen geen antwoord hebben gekregen. ‘Unser Herz brennt nach mehr’, zo liet hij weten. Ons hart verlangt naar meer.

 Verwachting

Maar wat had men dan eigenlijk precies verwacht? Nu, volgens de Evangelisch-Lutherse Kerk in Duitsland staat de Rooms-Katholieke Kerk op twee manieren toenadering in de weg. Om te beginnen, doordat zij protestanten niet toelaat tot de communie en rooms-katholieken deelname aan het protestantse avondmaal verbiedt. En verder, doordat ze lutherse predikanten niet erkent.
                Eisen van geheel andere aard werden gesteld in het hoofdredactioneel commentaar van het Reformatorisch Dagblad. De manier waarop paus Benedictus XVI zich in Erfurt over Luther heeft uitgelaten, werd daarin als een ‘herwaardering’ van de reformator getypeerd. Maar herwaardering is nog geen eerherstel, zo werd er meteen aan toegevoegd. Daarvoor zullen eerst de banvloek die over Luther is uitgesproken en de uitspraken van het Concilie van Trente moeten worden opgeheven.
                Wat opvalt, is allereerst dat het in beide reacties Róme is dat de oecumene frustreert. Maar verder toch ook, dat de lading van het verwijt dat Rome wat dat betreft gemaakt wordt nogal verschilt. In de reactie van de Evangelisch-Lutherse Kerk gaat het toch vooral om praktische zaken, terwijl in het commentaar van het Reformatorisch Dagblad het hart van het evangelie in geding is.

 Verklaring

Voor dit verschil is naar mijn mening een goede verklaring te geven. Als de hoofdredactie van het Reformatorisch Dagblad (onder meer) herinnert aan de uitspraken van het Concilie van Trente, vraagt zij daarmee aandacht voor het leerverschil tussen Rome en de Reformatie. Immers, tijdens het Concilie van Trente heeft Rome officieel de leer van Luther veroordeeld.
                Maar waarom legt de Evangelisch-Lutherse Kerk daar dan niet óók de vinger bij? Wel, dat is mijns inziens te verklaren vanuit het feit, dat zij in 1999 met Rome overeenstemming heeft bereikt over wat een kernpunt is te noemen in de leer van Luther: de rechtvaardiging door het geloof alleen. Met andere woorden: dat wezenlijke verschilpunt is voor haar geen struikelblok meer.
                Tegelijk is dat punt voor het Reformatorisch Dagblad nog wél een struikelblok. En naar mijn mening, ook volledig terecht. Want wie de in 1999 bereikte overeenstemming goed bestudeert, komt tot de ontdekking dat het eeuwenoude leerverschil in feite nog steeds bestaat, en Rome ook op geen enkele manier water bij de wijn heeft gedaan als het gaat om de rechtvaardiging.

 Medewerking

In de zestiende eeuw ging het over wezenlijke vragen. Onder meer de vraag, hoe een mens zalig wordt. Daarbij leerde Rome, dat een mens mee moet werken met de genade van God. Anders gezegd: de mens moet ook zelf een bijdrage leveren. En nogmaals: wie de in 1999 bereikte overeenstemming goed bestudeert, komt erachter dat Rome dat nog steeds leert.
                Sterk wordt in deze overeenstemming van roomse zijde namelijk benadrukt, dat de menselijke bijdrage aan de rechtvaardiging alleen geleverd kan worden dankzij de genade van God. Die moet hem daar de kracht voor geven. Maar tegelijk heeft de mens die bijdrage nog steeds wel te leveren, en wordt aan Luthers ‘Christus alleen’ derhalve tekort gedaan.
                Oecumenisch gezien scoort deze halsstarrigheid van Rome slecht, even als het al genoemde optreden van paus Benedictus XVI in Erfurt. Voor de microfoon van Kruispunt Radio liet de eerder al genoemde Diederik Noordveld weten, het pauselijk optreden in de Lutherstad een zes min te geven. ‘Net voldoende maar voldoende’. Toch heeft dit alles ook nog een andere kant.

 Oecumene

Want wat is oecumene eigenlijk precies? En als we ons inzetten voor (kerkelijke) eenheid, wat voor eenheid jagen we dan precies na? En ook: wat mag die kosten? Wie geen ‘vreemde in Jeruzalem’ is, zal weten dat de fel begeerde (kerkelijke) eenheid vandaag de dag bijna alles kosten mag. Menigeen is van harte bereid, om zelfs hoofdpunten van de leer daarvoor ter discussie te stellen.
                En zo bezien getuigt het ook van moed, als de Rooms-Katholieke Kerk in het algemeen en de paus in het bijzonder geen concessies wensen te doen aan wat in hun beleving de ‘waarheid’ is. Sterker nog: soms zou ik wensen, dat sommige oecumenisch bevlogen protestanten een voorbeeld zouden nemen aan deze ‘roomse halsstarrigheid’. Door wat minder water bij de wijn te doen.
                Ik besef – dat is nogal wat: aan protestanten de paus van Rome ten voorbeeld stellen! En toch denk ik, dat het niet te ver gaat. En wil ik er zelfs nog wel een schepje bovenop doen, door hier te stellen dat de paus en zijn als ‘oecumenisch mager’ betitelde optreden in Erfurt ons ook op een ander punt nog tot voorbeeld kunnen strekken.

 Vraag

Uit de rede die de paus in Erfurt gehouden heeft, kwam volgens de berichtgeving in het Nederlands Dagblad namelijk vooral de persoonlijke band naar voren die hij met Luther voelt. Het mens- en wereldbeeld van de paus en de reformator liggen dicht bij elkaar. ‘Ze hebben veel aandacht voor kruis en zonde. Augustinus is hun gezamenlijke vader.’
                In dat verband zei paus Benedictus XVI het ook te betreuren dat de moderne mens zich maar weinig bewust is van zonde. ‘De paus herkent Luthers vraag “hoe krijg ik een genadige God?” en zegt eigenlijk dat iedereen zichzelf die vraag weer moet stellen’, schrijft het Nederlands Dagblad. En dan denk ik, dat dat een juiste en treffende waarneming van de paus is.
                Sterker nog: ook in gereformeerde kerken wil menigeen van zonde en schuld niet meer horen. Daar word je maar treurig van, zo meent men. En laat het dan zo zijn, dat de paus op de vraag van Luther het verkéérde antwoord geeft, hij stelt zich die vraag dan toch maar. En ik meen, dat we ook in dat opzicht veel van hem leren kunnen. Ondanks zijn zes min voor oecumene.

 15 oktober 2011

Reacties zijn gesloten.