Kort commentaar 10-15

geplaatst op 25 juni 2011

J. Douma

 [10] Nog eens: Indianenverhalen

 Het College van Bestuur van de Theologische Universiteit heeft op 15 juni jl. een persverklaring uitgegeven, waarin het de uitdrukking ‘Indianenverhalen’ terugneemt. Zoals onze lezers uit mijn Kort commentaar van 14 dagen geleden hebben kunnen lezen had dit woord betrekking op zeven predikanten die in 2009 bezwaren hebben ingebracht tegen de benoeming van dr. Paas aan onze Theologische Universiteit. Hun kritiek op deze benoeming leidde ertoe dat de toenmalige rector prof. De Ruijter hen diskwalificeerde als ‘vertellers van Indianenverhalen’.  Met instemming van prof. De Ruijter heeft het College van Bestuur in Kampen nu besloten deze uitdrukking terug te nemen.
Ik ga niet herhalen wat ik over deze kwestie de vorige keer geschreven heb. Ik ga ook niet schrijven hoe royaal of niet royaal hier iets wordt ingetrokken. Ik constateer dankbaar dat een struikelblok uit de weg is geruimd. Kampen heeft zich aangetrokken wat via ds. Hilbert Gunnink, één van de zeven predikanten, in de kring van de synode ter sprake kwam. Ik sluit mij aan bij de verwachting van Kampen dat deze stap, zoals we in het Persbericht lezen,  ‘het herstel van de broederlijke verhoudingen en een goede inhoudelijke discussie zal bevorderen’.   

[11] Hetzelfde fundament, maar dan de ‘praktische zaken’

De nieuwe hoofdredacteur, ds. Bas Luiten van De Reformatie is niet onduidelijk als het gaat over de eenwording van GKv, CGK en NGK. Eigenlijk zeg ik het zo niet secuur genoeg. Want in zijn ogen zijn deze kerken reeds één, als het gaat over het fundament dat bestaat uit de Schrift en de gereformeerde belijdenis. Verschillen zijn er in actuele zaken, maar die moeten we onderling verdragen. Uit zijn artikel wordt ook duidelijk dat hij tot die verschillen ook rekent de acceptatie van vrouwelijke ambtsdragers en van samenwonende homoseksuelen. Zulke praktische zaken moeten de eenwording van de drie kerken principieel volgens hem niet verhinderen.
Het zou mooi zijn als het zo was. Maar we weten uit de praktijk dat beide zaken kerkelijke eenheid kunnen opbreken of verhinderen. Nog onlangs verliet een predikant de Church of Scotland vanwege haar besluit om kerkleden die homoseksueel leven tot de kerkelijke ambten toe te laten. Volgens deze dominee legitimeert de kerk daarmee homoseksualiteit, terwijl de Bijbel dat zonde noemt. Deze predikant weet niet hoe zijn toekomst eruit zal zien, maar hij weet wel dat hij een kerk die officieel een bepaalde zonde legitimeert, moet verlaten.
Nu is het zo dat de GKv in haar synodale beslissingen er nog steeds van uitgaat dat  homoseksueel samenleven een zonde is. Ik ben die mening ook toegedaan en daarom begrijp ik de stap van die Schotse dominee, ook al weet hij niet wat de toekomst hem zal brengen.
Ook de kwestie van de vrouw in het ambt is geen geringe zaak, die we zomaar zouden kunnen onderbrengen bij de ‘praktische’ zaken, ongeacht onze eenheid inzake Schrift en belijdenis. Het is immers voor ieder duidelijk dat voor- en tegenstanders van de vrouw in het ambt zich (moeten) beroepen op de Schrift.  Al die studies hebben er niet toe geleid dat de GKv voor vrouwen de deur openzette naar het ambt. Ook op de huidige synode kwam men er niet uit. Een van de afgevaardigden hield de vergadering voor dat het geen zin had weer een commissie van onderzoek in te stellen, omdat die er evenmin eenstemmig uit zou kunnen komen. En dan lijkt het voor de hand te liggen de ambten in de kerk voor de vrouw niet open te stellen.

 [12] Een laag dieper

Leerzaam in dit opzicht is een Open Brief die twee jongeren uit de ChristenUnie, de heren Mart Keuning en Robert Heij, naar het partijbestuur van de ChristenUnie hebben gestuurd. Zij snijden de kwestie aan of CU-leden die in een homoseksuele relatie leven, de ChristenUnie wel kunnen vertegenwoordigen. En dan komt het: Met één been staat de ChristenUnie ‘in de oude traditie, waarin we allemaal hetzelfde uit de Bijbel haalden en homoseksualiteit als zonde afdeden’. Met het andere been staat de ChristenUnie, aldus de schrijvers van de Open Brief, ‘in de realiteit van een verbrede partij, waarin een eenduidige Bijbelinterpretatie niet meer voor zich spreekt’. Dat dilemma werd duidelijk zichtbaar toen partijleider Slob bij Nieuwsuur, de avond na het laatste CU-congres, weer over het (ontbreken van een)homostandpunt in verlegenheid werd gebracht. De vraag van de beide schrijver is nu of de CU teruggaat naar de partij waarin één Bijbelinterpretatie mogelijk was en we dan maar op de koop toenemen dat een deel van de leden en kiezers ons de rug toekeert. Of dat we de consequenties van de verbreding van de CU accepteren om op zoek te gaan naar de ‘gedeelde waarden die we uit het woord van God halen’.
Ik denk dat de beide jonge CU-leden hier een laag dieper doorstoten dan ds. Luiten het deed in De Reformatie. Zij beseffen, dat als je de homoseksuele relatie aanvaardt in de CU, je het ons vertrouwde spoor van Bijbellezen verlaat en op een andere manier de Bijbel gaat lezen. Wat bij ds. Luiten een ‘praktische’ zaak heet, is hier tot een principieel niveau opgetild: Hoe lezen wij de Bijbel?
Ik val niet over de uitdrukking van de beide briefschrijvers dat wij vroeger allemaal hetzelfde uit de Bijbel ‘haalden’. Dat is mij prima, zolang het betekent dat het ook werkelijk uit de Bijbel te halen viel en valt. Welnu, dat is ten aanzien van homoseksueel samenleven heel duidelijk. Maar het andere standpunt is niet uit de Bijbel te halen en kan er alleen maar ingelegd worden. Bv. door te stellen dat de liefde alles bepalend is. Als de liefde de ander maar geen kwaad doet, kan een liefdesrelatie op allerlei manieren ingevuld worden. Doet een homoseksuele relatie aan beide partijen geen kwaad (Rom. 13.10; 1 Kor. 13,5), waarom zou er dan alleen voor een hetero- en niet ook voor een homorelatie plaats zijn?  Zeker, in Bijbelse tijden was zo’n relatie onmogelijk, maar de cultuur is veranderd en daarom is de Bijbel op dit punt verouderd. We concentreren ons daarom op de liefde en zetten de homoseksuele relatie in dat ‘Bijbels’ kader.

 [13] Vertalen of ontkrachten?

 Helaas menen de briefschrijvers dat de tijd is aangebroken om opnieuw na te denken over de vraag hoe Gods Woord politiek vertaald moet worden, nu de verscheidenheid onder de CU-leden ontegenzeggelijk is toegenomen. Dat laatste heb ook ik gemerkt, als het gaat over de CU en homoseksualiteit. Ik vermoed dat de briefschrijvers, zoals zoveel anderen, de homoseksueel de kans willen geven om in principe voor alle CU-posten beschikbaar te zijn. Anders moeten we, zo schrijven ze (zie Ned. Dagblad van 8 juni jl.) op de koop toenemen dat een deel van de leden en kiezers ons de CU de rug toekeert. Maar als het gaat zoals de briefschrijvers kennelijk willen, zullen zij en de CU op de koop moeten toenemen dat Gods Woord op het punt van de homoseksualiteit niet vertaald, maar ontkracht wordt. Ik twijfel er niet aan dat het inslaan van de ‘oude’ koers leden kost. Ik twijfel er evenmin aan dat het kiezen van hun alternatief eveneens leden kost. Het is maar waarvoor je wilt staan.
Er is nog een christelijke partij in Nederland, waarvan een vertegenwoordiger zich over homoseksualiteit heeft uitgelaten. Dat was de SGP-afgevaardigde E. Dijkgraaf uit de Tweede Kamer, die (natuurlijk) ook de vraag moest beantwoordden waarom samenwonende homoseksuelen niet op de lijst voorkwamen. Nee, antwoordde Dijkgraaf, ‘maar dat geldt ook voor iemand die ongehuwd samenwoont of die te veel drinkt, of continu 160 km rijdt. Ik kan me geen discussie herinneren in onze partij waarin homoseksualiteit een rol speelde. Wij veronderstellen dat mensen die zich bij ons aanmelden zich houden aan de regels zoals wij die graag zien’. Zo staat te lezen in NRCWeekend  van 4/5 juni jl.
Dat lijkt mij helder. Ik hoop dat CU en SGP niet verder van elkaar vervreemd raken dan nu al het geval is. Maar dat zal gebeuren als de CU niet even frank en vrij als de SGP durft te getuigen van wat zij van al haar vertegenwoordigers mag vragen als het over de christelijke levensstijl gaat. De kwestie van de homoseksuele levensstijl is maar geen praktisch verschil tussen christenen, maar heeft alles te maken met hoe we ook in 2011 de Bijbel lezen. De moeite om dat te doen, heb ik al meer dan veertig jaren ervaren. Maar dat neemt de noodzaak om eerlijk met de Bijbelse boodschap om te gaan niet weg.

 [14] Een vraag aan het Nederlands Dagblad

 Ook het Nederlands Dagblad vindt dat de verschillen tussen de NGK en de GKv het gescheiden optrekken van deze beide kerken niet rechtvaardigen. Ik lees in het hoofdartikel van 18 juni jl. dat dit ook ten aanzien van het onderwerp homoseksualiteit geldt. De redactie weet te melden dat inhoudelijk de betrokken ethici vrijwel gelijk denken. Dat is opvallend, omdat enige toelichting op deze stelling niet gegeven wordt. Terwijl in de NGK het homoseksuele samenleven aanvaard is, wil men daar nu gaan studeren op de vraag welke weg Gods Woord wijst inzake gemeenteleden die een homoseksuele relatie onderhouden als het over de toelating tot het ambt van ouderling of diaken gaat! De homoseksuele relatie is daar kerkelijk kennelijk reeds aanvaard en nu komt vervolgens de vraag op of homoseksueel samenlevende gemeenteleden wel in aanmerking kunnen komen voor het kerkelijk ambt. Zie ons Kort Commentaar [7]! Onze synode heeft tot nu toe die stap naar de erkenning van de homoseksuele relatie niet gezet en juist het tegendeel ervan laten zien.
Het zou toch vreemd zijn als de GKv met de NGK in één studiecommissie ging zitten om ‘elkaar aan te spreken bij een open Bijbel’! Van de kant van de NGK is het fundamentele antwoord al gegeven: gemeenteleden kunnen homoseksueel samenleven. Dan is de Bijbel zo ‘open’ niet meer voor de gezamenlijke bespreking. De homoseksuele relatie is in de NGK ‘Bijbels’ aanvaard, maar door de GKv niet. Het zou goed zijn als het Nederlands Dagblad zich nader verklaarde.

  

 [15] Mijn Situatietekening

 

 Zoals de meeste lezers van deze website weten, heb ik op een eigen website, die inmiddels is opgeheven, een Situatietekening gegeven van mijn opvattingen over de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Van meer dan één zijde is gevraagd of deze Situatietekening niet kon worden overgenomen op onze nieuwe website. Ik voldoe graag aan dit verzoek en heb de tekst hier en daar gecorrigeerd. Ook heb ik van de aanvankelijke indeling in zes hoofdstukken er zeven gemaakt.
Deze veranderingen betekenen niet dat ik de hele tekst herschreven heb. Integendeel, ik heb haar gehandhaafd. Ik blijf dus bij wat ik vanaf begin juni tot begin oktober 2010 in veertiendaagse bijdragen geschreven heb. Dat had ik moeilijk kunnen doen als er in de pers uitvoerig gediscussieerd was over de bezwaren die ik heb ingebracht tegen de gang van zaken in ons kerkelijk leven. Dan kon ik met een herhaling van wat ik geschreven had, niet volstaan. Men heeft zich echter niet druk gemaakt over de argumenten die ik heb gebruikt om te waarschuwen tegen de koers die de kerken inslaan.
Mijn  naam viel nogal eens, tot op de laatste generale synode van Harderwijk toe.
Maar publiek ingaan op mijn argumenten deed vrijwel niemand. De enige die mij uitvoerig van antwoord gediend heeft, was drs. Henk de Jong, toen ik kritiek oefende op wat hij over de homoseksuele leefwijze een en andermaal geschreven had. Wij zijn door onze discussie niet dichter bij elkaar gekomen, maar we konden onze bijdragen afsluiten met een vriendschappelijke ontmoeting. Zo kan het dus ook nog onder broeders toegaan.
Mijn Situatietekening is te vinden in een nieuwe rubriek: Archief. Veel van wat in zo’n rubriek wordt ondergebracht, haalt men er zelden weer uit. Welnu, wat iemand met dit archiefstuk van mij wil doen, is zijn zaak. Als mijn opdracht zie ik het om de oproep ‘Geef rekenschap!’, die ik in 2010 in meer dan één zaak heb laten horen, te herhalen. Dat mijn aanklacht ook die van vele lezers was, heb ik uit zeer veel persoonlijke reacties duidelijk gemerkt.
Het is in het kerkelijk leven een bittere ervaring als we onze nood klagen en er dan niet geluisterd of gereageerd wordt. Honden kunnen blaffen, maar intussen trekt de karavaan gewoon verder. Zo zal het o.a. gaan met de oecumenische contacten op het niveau van de zgn. Synode van Dordrecht. Ik denk aan het artikel dat dr. A. Bas op deze website geplaatst heeft, waarin hij gewezen heeft op de behoedzaamheid die de GKv aan de dag legden tegenover de Gereformeerde Oecumenische synode (GOS), zo’n veertig jaar lang vanaf 1948. Daarnaast plaatst hij dan het gemak waarmee de GKv vandaag meelopen in het streven naar eenheid binnen de veel bredere ‘synode van Dordrecht’. Hier is sprake van een duidelijke wending in ons kerkelijk leven.
Ik heb in mijn Situatietekening van verval gesproken en handhaaf die kwalificatie. Ik moet de eerste uiteenzetting nog lezen waarin men met argumenten aankomt om de koers van vandaag te verdedigen tegenover wat wij gisteren ‘gereformeerd’ noemden. Van conservatisme ben ik wars, maar niet van het blijven in het gereformeerde spoor, zoals het in onze conmfessies getrokken is.

Om mensen ter wille te zijn die met websites niet zo overweg kunnen en toch graag mijn Situatietekening in een andere vorm willen lezen, kan men tegen betaling van € 12,50 op rekening 13.67.41 van J. Douma, Hardenberg, het geschrift ontvangen, portokosten inbegrepen. Graag duidelijke opgave van naam en adres! Omvang van het geschrift: 81 pagina’s, in geprinte vorm en voorzien van een metalen ringband. Aan een website is doorgaans maar een kort leven beschoren. Ook daarom ben ik zo vrij geweest een geprinte editie te verzorgen.

 

 15 oktober 2011

 

Reacties zijn gesloten.