Antwoord op een serie vragen

In het zesde hoofdstuk gaf ik aan aandacht aan twee zaken:

Is er werkelijk verval in de GKv? En: betekent verval dat een breuk met de GKv verantwoord is? Mijn conclusies die ik in de beide onderdelen getrokken heb, zijn duidelijk. Ik heb verschijnselen van verval binnen de GKv gesignaleerd, maar op grond daarvan kan ik onmogelijk concluderen dat afscheiding van de GKv noodzakelijk is.
In aansluiting aan het vorige hoofdstuk wil ik nog een serie vragen beantwoorden, die mij via brieven of op een andere manier bereikt hebben. Het is mij onmogelijk op alle vragen die gesteld zijn te antwoorden, hetzij met een persoonlijk antwoord, hetzij meer algemeen via mijn website. Toch hoop ik met mijn antwoorden velen te bereiken, die zich in deze vragen – en hopelijk ook in mijn antwoord – kunnen verplaatsen.

 7.1. Wij zijn ernstig verontrust, hebben onze vragen aan de kerkenraad voorgelegd, maar krijgen er geen antwoord (meer) op. Hoe nu verder?

 Verontruste gemeenteleden zoeken contact met de kerkenraad, maar vinden dan geen of nauwelijks gehoor. Dat is mij in teveel brieven verteld om te denken dat het uitzonderingen betreft. Het staat in brieven die op mij niet de indruk wekken dat ze van beroepsklagers afkomstig zijn. Uiteraard is het mij niet mogelijk elke brief op de juiste waarde te schatten. Ik besef ook best dat, als een kerkenraad besluiten heeft genomen, bezwaarde broeders en zusters daar niet eindeloos tegen kunnen ingaan. Maar iemand meldt mij dat hij ergens al tientallen jaren woont en nog maar twee keer in al die tijd een brief naar de kerkenraad heeft geschreven. Toch klaagt hij er nu over dat hij geen antwoord krijgt. Er zijn ook verontrusten die vrij geregeld aan de bel trekken, zonder dat het iets oplevert. Een wijkouderling kan zeggen dat hij er alsnog werk van zal maken, maar het dan niet doet. Een andere klager maakt het mee dat de betreffende ouderling zegt niets met de klachten te kunnen beginnen. Daar laat hij het dan ook maar bij.
Ik krijg niet de indruk dat de briefschrijvers alles bij het oude willen laten. Een van hen formuleert het zo: veranderingen zijn goed als ze tot eer van God en tot versterking van het geloof leiden.
Vrijwel niemand wil de GKv verlaten Men vraagt om gehoor, maar krijgt het niet.
Wat we van kerkenraden mogen vragen, is dat zij de bezorgdheid van de briefschrijvers serieus nemen. Het is toch geen kleinigheid als reeds tientallen gemeenteleden die soortgelijke bezwaren hebben, op de zondag uitwijken naar andere gemeenten of zelfs naar andere kerkverbanden.
Het zou ook vreemd zijn als het bezwaarde broeders en zusters moeilijk lukt tot de kerkenraad door te dringen, omdat ze naar hun wijk of wijkouderling worden verwezen. Tegenwoordig worden veel beslissingen niet meer door de kerkenraad, maar binnen wijken van de gemeente genomen. Tegen de bezwaarden zou ik willen zeggen: u hebt de plicht om u tot de kerkenraad te wenden als u ernstig verontrust bent over de gang van zaken in uw gemeente. U hebt tegelijk het recht op gehoor voor uw klachten. En dan gehoor bij de kerkenraad.
Ik wijs weer even op Paulus, die op het strand van Milete afscheid neemt van de broeders ouderlingen van de kerk van Efeze (Hand. 20,17vv). Wat Paulus hier zegt, zou elke kerkenraad in het hart gegrift moeten staan. Paulus verklaart dat hij voor niemands ondergang verantwoordelijk is. ‘Ik heb immers mijn uiterste best gedaan om u vertrouwd te maken met Gods wil. Zorg voor uzelf en voor de hele kudde waarover de heilige Geest u als herder heeft aangesteld; u bent de opzieners van Gods gemeente die hij verworven heeft door het bloed van zijn eigen Zoon…Wees waakzaam en vergeet niet hoe ik ieder van u drie jaar lang dag en nacht onder tranen steeds weer raad heb gegeven’.

 7.2. Heeft het nog zin om, als we bij de kerkenraad geen of niet langer gehoor vinden, de kerkelijke weg via de classis etc. te bewandelen?

 In het algemeen gesproken hecht ik aan deze weg geen waarde als het over allerlei plaatselijke omstandigheden gaat. De plaatselijke kerken hebben intussen wel zoveel ‘vrijheid’ gekregen of genomen dat ze zelf hun liturgie invullen. Het lijkt er soms op dat het weinig meer te betekenen heeft in het Gereformeerd Kerkboek nog algemene liturgische bepalingen te hebben. Her en der trekt men zich van die bepalingen immers weinig meer aan. Iemand schreef me: ‘De mensen willen het goed en bedoelen het goed. Hun intenties zijn prima. Ik verstoor hun vreugde’. Ja, zo voel ik het ook aan. En daarom verwacht ik nul komma nul van brieven aan classis en synode over plaatselijke situaties. Alle muziekinstrumenten en muziektalenten, alle drama (wij deden toch vroeger ook wel ‘stukjes’?!) en keurige filmfragmenten zijn immers ‘op zich’ niet verkeerd!
Nee, en toch raakt door de onbelijndheid van al die vernieuwingen de vreugde bij velen zoek. Een beroep op het kerkverband kan misschien iets opleveren als de helpers dichtbij te vinden zijn. Ik denk aan de visitatoren van de classis. Laat men zich bij hen melden als zij de plaatselijke gemeente bezoeken. Een advies: zijn er meer mensen bezwaard over de gang van zaken, handel dan zoveel mogelijk gemeenschappelijk. Laat u niet afschrikken door het argument dat dit ‘groepsvorming’ is. Als u de gemeente kunt dienen, lukt u dat als groep beter dan alleen.

 7.3. Heeft het kerkverband dan nog wel enige waarde als het bewandelen van de kerkelijke weg feitelijk niets oplevert?

 Ik schreef dat ik er niet veel van verwacht als er tegen plaatselijke ontwikkelingen geprotesteerd wordt. Gemeenten hebben veel vrijheid en de ‘zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente’ is er bij ons sinds de Vrijmaking goed in gehamerd. Dat het individualisme daardoor ook grote kansen krijgt, is uit de huidige situatie heel duidelijk. Uniformiteit in liturgisch optreden is ver te zoeken. Ik heb ergens (zie 3.5) opgemerkt dat uniformiteit in de ochtenddienst ertoe zou leiden dat we elkaar gemakkelijker blijven herkennen als gereformeerde kerken van Roodeschool tot Terneuzen. Ik kon wel raden wat het commentaar op een dergelijke opmerking zou zijn. Zijn we soms niet vrij om dat zelf uit te maken? Waarom is uniformiteit eigenlijk nodig? Wie legt ons aan banden als het over het al of niet voorlezen van de Tien Geboden gaat? Waarom nog een voorbereiding op het Avondmaal? Waarom niet alle muzikale registers opengetrokken die in de gemeente te vinden zijn, het doet er niet toe of het in solo of in koor gebeurt binnen de diensten? Waarom geen drama of geen mime, vooral als we onze kinderen daarbij zo ontroerend mooi kunnen inschakelen? Waarom geen filmfragmenten via de beamer in de kerk? Waarom eigenlijk nog het ouderwetse huisbezoek? De wereld ziet er immers in 2010 zo heel anders uit dan in 1980!
In dit individualisme onthult zich de ontbinding van ons kerkverband. Maar toch is er nog altijd een kerkverband en blijven er synodes. Naast de pluriformiteit in het plaatselijk kerkelijk leven, door de een toegejuicht en door de ander als chaotisch ervaren, zijn er ook nog beslissingen van de generale synodes die in naam van alle kerken genomen worden. Daarvan wordt verwacht dat dergelijke beslissingen door alle plaatselijke kerken gerespecteerd worden. Neem o.a. de ontwikkelingen op oecumenisch gebied, of neem het nieuwe ‘werkboek’ van het kerkrecht voor de toekomst. Synodale beslissingen vragen om een toetsing, waarin alle kerken betrokken zijn.
Zo zal het van belang zijn wat de gevolgen zijn van de beslissingen die de synode van Harderwijk 2011/12 genomen heeft en nog moet nemen. Ik heb al gewezen op het oordeel dat deze synode heeft gegeven over het meewerken aan de synode van Dordrecht.

 7.4. Wat moeten we doen als we de kerkdiensten, bijzondere, maar ook gewone kerkdiensten, niet meer tot onze stichting kunnen bijwonen?

 Zo’n situatie doet zich natuurlijk niet van de ene zondag op de andere voor. De eigen kerkdiensten niet meer willen bezoeken, is een ingrijpende beslissing en kan niet anders genomen worden dan na een (lang) proces van gebed en gesprek. Niemand moet de diensten verzuimen die hij anders wel bezoekt, als hij niet eerst gesprekken heeft gevoerd met de kerkenraad en met anderen in de gemeente. Het is toch denkbaar dat anderen, die eveneens bezwaren hebben tegen de invulling van kerkdiensten, u kunnen overtuigen dat u nog langer geduld moet oefenen.
Bovendien is er verschil in diensten. Wie het moeilijk heeft met een ‘bijzondere’ dienst, hoeft het niet in dezelfde mate te hebben met een ‘gewone’ dienst. Ook zal het verschil maken wie er voorgaat. Zorg er altijd voor dat u zo lang mogelijk aan de eigen gemeente verbonden blijft en zoveel mogelijk de diensten daar bijwoont.
Maar er kan een punt komen waarop u en anderen weigeren nog langer de gewone diensten te bezoeken. U meent dat u stenen voor brood krijgt. U kunt dan proberen:

a) thuis via de computer een gereformeerde kerkdienst te beluisteren;
b) in een naburige gereformeerde kerk een dienst te volgen.

Beide mogelijkheden hebben hun bezwaren en voordelen. Wie thuis luistert, blijft in zijn of haar eigen gemeente, maar bevindt zich niet te midden van zijn broeders en zusters in de kerk. Wie uitwijkt naar een buurtgemeente, loopt meer in het oog dat hij zijn eigen dienst verzuimt, maar hij bezoekt wel een samenkomst waarin hij actief meedoet in luisteren, zingen en bidden.

 7.5. Kunnen we ook als verontruste gemeenteleden samenkomen en elkaar bemoedigen? Is het dan ook niet mogelijk op zondag samen te komen en via de computer een gereformeerde dienst te beluisteren?

 U hebt eerder in dit hoofdstuk kunnen lezen dat ik wel over verval spreek, maar in de huidige situatie geen afscheiding overweeg. Ik zal ook alles afraden wat tot zo’n afscheiding gemakkelijk zou kunnen leiden. Er is niets tegen en alles voor om elkaar te bemoedigen, zeker als verontruste gemeenteleden zich eenzaam voelen in hun gemeente. Maar apart bijeenkomen op de zondag is vaak de inleiding op een breuk geworden met de plaatselijke gemeente. Daarom dring ik er met klem op aan de weg van aparte bijeenkomsten, zeker op de zondag, niet in te slaan.
Ik weet uiteraard dat elders kerken binnen het kerkverband ook niet normaal is. Maar als ik moet kiezen tussen twee kwaden, aarzel ik geen moment hier de minst kwade mogelijkheid te kiezen. En dat is: elders binnen hetzelfde gereformeerde kerkverband de kerkdiensten blijven volgen.
Ik weet van een situatie waarin kerkleden in een naburige kerk aanvaard zijn en daar ook het Avondmaal meevieren. Dat zal met instemming gebeurd zijn van de betreffende gemeente waarin men de diensten niet meer wil volgen. Van zoiets kan ik moeilijk zeggen dat het normaal is. Maar de gereformeerde kerken, die jaren geleden zoiets niet kenden, zijn veranderd. Elders diensten bezoeken is al een vorm van kerkelijk verval. We accepteren dat de gereformeerde kerken geperforeerde grenzen hebben. Dat wil zeggen dat er in de geografische grenzen tussen de plaatselijke kerken gaten zitten. Wie in A thuishoort, maar het daar niet meer kan uithouden, wijkt uit naar B.
Zouden de tegenstellingen binnen de kerken zich verscherpen, dan worden we een kerk met modaliteiten. Denk aan de PKN, waar vrijzinnigen en gereformeerde bonders samen onderdak vinden, en allen wel een weg vinden om hun keuze op de zondag naar eigen verlangen te maken. Men hoort dan bij een groep in de kerk. Dit betekent op gereformeerd standpunt dat zo’n kerk als kerk uiteengevallen is. Zou dat stadium ook in de gereformeerde kerken realiteit worden, dan zijn onze kerken geen gereformeerde kerken meer.
Gelukkig zijn we naar zo’n modaliteitenkerk organisatorisch nog niet op weg. Maar tegenstellingen zijn er wel. En als mensen zich vreemdelingen gaan gevoelen in hun eigen gemeente, raad ik hun toch maar aan desnoods elders te kerken.

 7.6. Als we ervan overtuigd zijn dat we niet alleen van onze eigen gemeente, maar ook van het huidige gereformeerde verband afscheid moeten nemen, waar moeten we dan heen?

 Op deze vraag heb ik al antwoord gegeven: neem geen afscheid. Grijp de mogelijkheden aan die er buiten uw eigen gemeente zijn om kerkdiensten te volgen, catechisaties voor uw kinderen te vinden (ik denk aan ouders die over slecht onderwijs klagen), etc.
Het lijkt me daarom onjuist u te adviseren over mogelijkheden voor kerkdiensten en onderwijs buiten de gereformeerde kerken. Ik heb gemerkt dat verontrusten  die elders kerken (maar dan niet in een vrijgemaakt-gereformeerde kerk), allerlei kerkelijke gemeenschappen noemen waar ze op de zondag de sfeer en ook de preek zeer waarderen en stukken beter vinden dan wat zij in hun eigen gemeente meemaken. Dat kan best zo zijn, maar men is lid van een bepaalde kerk én behoort via de kerk tot een bepaald kerkverband (GKv). Laten we de consequenties daarvan beseffen!
Wie buiten dit kerkverband op zondag zijn voeding zoekt en tegelijk verontrust is over het uitslijten van het gereformeerde karakter van onze kerken, maakt op mij een vreemde indruk. Ik heb het dan niet over kerkgang bij de CGK, die wij als ware kerken erkend hebben. Maar wat te denken als men in een PKN-gemeente of in een Evangelisch-Lutherse kerk zijn toevlucht zoekt? We moeten onze post niet verlaten binnen de GKv, maar elkaar bemoedigen en onze individuele wensen, hoe begrijpelijk soms ook, aan banden leggen!

 7.7. Zijn er andere mogelijkheden dan uw website om het gereformeerde karakter van de GKv te ondersteunen?

 Vanzelfsprekend zijn die mogelijkheden er. Ik heb de weg van een website gekozen om aan de bel te trekken. Er laat zich ook een uitgebreider website denken, waaraan meer mensen meewerken om het gereformeerde element te versterken. Nog mooier zou een kerkelijk weekblad zijn dat door z’n regelmatige verschijning van grote betekenis kan worden. Maar waar halen we de schrijvers én de abonnees vandaan? We kunnen jaarlijks centraal in het land een dag van bezinning organiseren. En ga zo maar door.
We hoeven niet zo vindingrijk te zijn om mogelijkheden te bedenken. Maar voor elke mogelijkheid geldt: wie wil er z’n schouders onder zetten?! Er zijn schrijvers en schrijfsters nodig die het belang van voorlichting inzien en de gave hebben om op heldere manier te formuleren, met liefde voor de gereformeerde religie. Ik heb al laten blijken dat die liefde er nog is. Maar zolang het gros van de kerkleden van mening is dat het met de toestand in de kerken zo’n vaart niet loopt en men het constateren van verval erg overdreven vindt, komt er moeilijk iets van de grond dat op brede bijval kan rekenen. Toch hoop ik dat er méér scribenten uit ons midden wachter op Sions muren willen zijn, om het maar Bijbels uit te drukken.
Ik heb in mijn eerste hoofdstuk al geschreven, dat ik mijn pen snel zal neerleggen als anderen mijn taak overnemen. Er zijn (ook) anderen nodig om zich voor de bevordering van het gereformeerde karakter van de GKv in te zetten.
Ik geloof niet dat ik met mijn website, die inmiddels werd afgesloten, een slag in de lucht deed. Daarvoor heb ik genoeg (en vaak ontroerende) reacties gekregen, om mij in mijn overtuiging gesterkt te voelen. Ik heb met mijn Situatietekening een spoor proberen te trekken en ben mij bewust dat het anders en beter kan. Mits het gericht blijft op wat mij bewoog en ook allen zal bewegen die hun jawoord aan de gereformeerde confessie gegeven hebben.

 7.8. Lopen wij als verontrusten niet het bezwaar dat bij ons de kritiek op het kerkelijk reilen en zeilen van de GKv gaat overheersen en wij alle kerkelijke blijdschap kwijtraken?

 Dat is een belangrijke vraag. Van verontruste gemeenteleden mag een bepaalde houding gevraagd worden.
Kort gezegd komt die houding hierop neer dat we ook in onze kritiek op de GKv door liefde gedreven moeten worden. Onze kritiek ontspringt als het goed is aan onze liefde tot de GKv. Zwijgen is gemakkelijker, maar met een variatie op Spr. 27, 5 geldt dat we beter de kerk openlijk kunnen terechtwijzen dan haar uit liefde sparen. Omdat wij van deze kerken houden, dragen wij leed over haar verval en zwijgen wij er niet over. De kerk is geen club, waarvan je in alle vrijheid afscheid kunt nemen. Zij is aan Jezus Christus verbonden. Zij heet zelfs zijn lichaam, zijn bruid. In die kerk zijn we gedoopt, hebben er belijdenis van ons geloof afgelegd en beleefden er de mooiste momenten. Als we zien dat deze concrete kerk in verval raakt, beroert dat ons heel diep. Aan ons verdriet geven wij uitdrukking, ook al zullen er broeders en zusters zijn die dat verdriet niet begrijpen, ja soms boos worden als wij kritiek hebben. Dat moeten we er voor over hebben.
Uit liefde leveren wij kritiek. Daarom zijn we in onze liefde van meer vervuld dan van argwaan alleen. Alles argwanend bekijken wat er in de GKv gebeurt, is niet de goede houding die wij moeten aannemen. Wij blijven danken en bidden voor de GKv. Wij onttrekken ons niet aan de (financiële) verplichtingen die wij ten opzichte van onze plaatselijke kerk en ook van het kerkverband hebben. Wij houden onze ogen open voor het kwade, maar merken ook het goede op. Het ogenblik kan komen dat het kwade zoveel invloed krijgt dat een verandering van koers niet meer te verwachten valt. Het verval is dan niet meer te stuiten. 
We zullen er voor moeten vechten dat we onze blijdschap niet verliezen. Kritiek op het kwade mag niet samenvallen met verschraling van ons geloof.  Onze liefde tot de broeders en zusters kan schade oplopen. Maar we moeten beseffen dat liefde niet alleen een gevoel, maar ook een opdracht is. Bv. om lankmoedig te zijn. De liefde laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan (1 Kor. 13, 5). Dat is geen tekst die van ons vraagt alles op z’n beloop laten. Want de liefde verheugt zich niet in het onrecht, maar vindt vreugde in de waarheid (1 Kor. 13,6). Het onrecht bestrijden we en de waarheid verdedigen we.
Ik besef dat het moeilijk is onze liefde tot God en onze broeders en zusters in het verval van het kerkelijk leven te beoefenen. Het is moeilijk open en eerlijk alle facetten van het kerkelijk leven te beoordelen en een gebalanceerd oordeel te geven. Laat men proeven dat wij billijk willen oordelen, uit liefde voor de GKv.
Ik geef een recent voorbeeld. Terwijl ik kort geleden op een zondag een uurtje zou gaan wandelen, zag ik op de tv het begin van een GKv-kerkdienst. Van wandelen kwam niets meer. Ik bleef kijken van begin tot eind. Uit verbazing, want het was helemaal geen gereformeerde kerkdienst. Het had net zo goed een uitzending van een evangelische groepering kunnen zijn. De liederen waren uitsluitend opwekkingsliederen, in het Engels gezongen, met Nederlandse ondertiteling. Aan het begin was er een soort votum, aan het eind een soort zegen, door een van de predikanten, uitgesproken in het vlakke veld zonder gemeente.
Nog diezelfde dag ontving ik een e-mail van iemand die mij vertelde dat dit geen gereformeerde kerkdienst was. ‘Hoelang moeten wij deze verkwanseling van het gereformeerde gedachtegoed…nog aanzien…Wordt het geen tijd dat juist leiders als u oproepen tot terugkeer van deze weg, en in het uiterste geval de consequentie aanvaarden die het gevolg is van niet terugkeren?’
Wat moest ik hierop antwoorden? Ik heb naar de betreffende gemeente gebeld en mijn verbazing over de uitzending onder woorden gebracht. Het antwoord luidde dat het geen kerkdienst was, maar een soort zangdienst, zonder votum, zonder zegen en zonder preek. Maar waarom werd er dan toch een votum en zegen aan deze samenkomst geplakt? Antwoord: op aandringen van de mensen van Zendtijd voor Kerken. Uitkijken geblazen dus om de GKv-uitzendingen door ZVK te laten bepalen, zou ik zeggen! Verder hoorde ik dat deze uitzending geen afspiegeling was van de kerkdiensten is men in de betreffende gemeente kan beluisteren. 
Ik was dankbaar voor de correcties op mijn indruk over de uitzending van zondag jl. Daarom moet ik uit liefde voor deze gemeente niet zwichten voor de druk van de briefschrijver, die het blijkbaar nu al welletjes vindt. Gelukkig kan ik ook zó twintig, dertig plaatsen noemen waar op dezelfde zondag goede gereformeerde kerkdiensten zullen zijn gehouden. Ons oordeel moet in balans blijven.

 

Reacties zijn gesloten.