Besluiten GS Harderwijk II

Volstaat instemming met de Apostolische Geloofsbelijdenis om aan het avondmaal deel te kunnen nemen?

P.L. Storm 

Soms is het fijn om ongelijk te krijgen. Over een mooi voorbeeld daarvan schrijf ik in dit artikel. Ik wil aandacht vragen voor een besluit van de GS 2011, waarin uitgesproken wordt om aan een verzoek niet te voldoen dat o.a. door mijn eigen kerkenraad (die van de GKv te Vroomshoop) aan de GS was gedaan. Zo’n afwijzing lijkt niet zo plezierig want het ging mijn kerkenraad om een zaak die hem best wel hoog zit. En toch ben ik blij met dit besluit. En graag wil ik aandacht vragen voor het betreffende besluit, want als het goed is gaat het nogal wat gevolgen krijgen voor de praktijk in diverse kerken van ons kerkverband.

Het Kader van 2005

De zaak waarom het gaat betreft het toelaten van gasten tot het heilig avondmaal. En dan wel die gasten die lid zijn van een ander kerkgenootschap, een niet-zusterkerk. Sinds een besluit van de GS 2005 (zie art. 50 in de betreffende Acta) hebben we als kerken daarvoor een kader van een drietal voorwaarden waaraan zo’n lid van een niet-zusterkerk moet voldoen, wil een kerkenraad inderdaad hem of haar kunnen toelaten.  De kerkenraad moet zich ervan overtuigen dat zo iemand: 

  1. een aanvaardbare reden heeft het avondmaal in de gemeente te vieren en dat zijn deelname dienstbaar is aan de opbouw van het lichaam van Christus;
  2. in de eigen kerk tot het avondmaal is toegelaten, niet onder tucht staat, instemt met de gereformeerde belijdenis en godvrezend leeft, zoals bedoeld in art. 60 KO;
  3. met het oog op deelname aan het avondmaal bereid is zich te onderwerpen aan de onderlinge aansporing in de gemeente en aan het toezicht van de kerkenraad.

De wijze waarop de kerkenraad gasten hiervan in kennis stelt moet duidelijk zijn voor zowel gasten als de eigen gemeente. 
Nu is er over dit kader indertijd heel wat geschreven. En dan vooral in kritische zin. Zowel door voorstanders van een ruimer toelatingsbeleid als door tegenstanders. Zelf ben ik, behorend tot de tweede categorie, bijv. mee verantwoordelijk voor diverse artikelen die hierover verschenen zijn op de site www.gereformeerdblijven.nl, (ze zullen binnenkort ook in het archiefgedeelte van deze site terug te vinden zijn). Welke ruimte (en in welke situaties) is hier nou eigenlijk gegeven en welke niet? Daar zou veel over te zeggen zijn, maar daar gaat dit artikel niet over. Feit is dat van diverse kanten bezwaren zijn ingediend bij de volgende GS (die van 2008), maar dat die toen alle afgewezen zijn. En daarmee werd het kader gehandhaafd.

De GS van 2008

Toch leek het erop dat die GS toch nog wel een nieuw element had toegevoegd aan de kerkelijke afspraken over gasten. Op één verzoek uit de kerken is de GS 2008 namelijk wel ingegaan, en wel op dat uit Alkmaar. Ik citeer eerst het betreffende besluit met de grond (in art. 22 van de Acta):

“Besluit 3:

te voldoen aan het verzoek in de brief van de Gereformeerde Kerk te Alkmaar, door uit te spreken, dat wanneer instemming gevraagd wordt met de gereformeerde leer niet meer of minder gevraagd wordt dan wanneer er instemming gevraagd wordt met ‘de leer van het Oude en Nieuwe Testament, die in de Apostolische Geloofsbelijdenis is samengevat en hier in de christelijke kerk geleerd wordt.’

Grond:

de vraag die besproken wordt met degenen die als gasten het heilig avondmaal meevieren komt overeen met de vraag die gesteld wordt aan degenen die in de weg van openbare belijdenis van het geloof toegang vragen tot het heilig avondmaal.” 

Wat de GS dus gedaan heeft in 2008 is het geven van een nadere concretisering van de zinsnede uit punt  b. uit het Kader waarin sprake is van instemming ‘met de gereformeerde belijdenis’ door de gast. In de bijbehorende grond 5 is sprake van ‘instemming met de gereformeerde leer’. Die laatste uitdrukking (‘gereformeerde leer’) horen we nu terug in besluit 3, maar die komt juist uit de gronden van 2005, niet uit het Kader zelf. In het Kader zelf is blijven staan: instemming met de gereformeerde belijdenis. Het wonderlijke is dat door de GS 2008 een nadere uitleg gegeven is van alleen de uitdrukking ‘instemming met de gereformeerde leer’. Dat wordt namelijk ingevuld met wat gevraagd wordt van broeders en zusters die belijdenis afleggen van hun geloof. Dat lijkt heel solide, omdat de suggestie ervan uitgaat dat we van gasten hetzelfde vragen als van onze belijdeniscatechisanten. Maar dat is natuurlijk niet echt zo. Van belijdeniscatechisanten wordt wel degelijk veel meer gevraagd dan alleen deze vraag om tot het avondmaal te kunnen worden toegelaten (zie de andere vragen voor de openbare geloofsbelijdenis!). Maar er lijkt ook nog een andere adder onder het gras te schuilen.

Omstreden uitleg

De vraag bij de openbare geloofsbelijdenis om in te stemmen met de leer van OT en NT (“die in de Apostolische Geloofsbelijdenis is samengevat en hier in de christelijke kerk geleerd wordt”), gaat terug op dezelfde vraag als die in het klassieke doopformulier vanouds gesteld wordt aan doopouders. Die vraag is altijd bedoeld geweest als instemming met heel het belijden van de kerk. Daarom is die vraag in de 17e eeuw door de kerken ook nadrukkelijk gehandhaafd tegenover de bezwaren tegen binding aan de belijdenis uit remonstrantse hoek. Inderdaad is de gereformeerde belijdenis bedoeld (hier in Nederland dus onze eigen zes belijdenisgeschriften). Dat is ook steeds de gangbare opvatting geweest. Zeker ook weer sinds daarover discussie geweest is in de jaren zestig rond de buitenverband-kwestie. Van de kant van diverse latere NGK-ers werd gesteld dat alleen ambtsdragers zouden instemmen met heel de belijdenis. Maar ‘gewone’ kerkleden, dus ook jongeren die belijdenis doen, zouden zich alleen maar binden aan de Apostolische Geloofsbelijdenis. Bij deze opvatting zijn de namen te noemen van de hoogleraren C. Veenhof en H.J. Jager, en iemand als ds. G Visée.[1] Tegen deze opvatting is indertijd door prof. J. Kamphuis e.a. krachtig stelling genomen.[2]

Tegenover die oude discussie heeft de GS van 2008 geen standpunt ingenomen, lijkt het. Is dat bewust gebeurd? Dat is niet uit de Acta van de GS 2008 te halen. Daar wordt niets over deze kwestie vermeld. Zoals in art. 22 van die Acta sowieso (heel ongebruikelijk) helemaal niets te vinden is aan verslaggeving van de uitgebreide bespreking, die er wel degelijk geweest is (blijkens indertijd gepubliceerde persverslagen ervan). Uit persverslagen van die tijd (met name het uitgebreide verslag dat indertijd op de site www.eeninwaarheid.nl verscheen) krijg je de indruk dat er toen bewust voor gekozen is om deze kwestie onbeslist te laten. Maar die verslagen hebben uiteraard geen officiële status.

Het effect van het besluit van 2008

Hoe dan ook, velen hebben dit synodebesluit opgevat in de zin dat over de vraag of we in de kerk nu instemming vragen met heel het belijden van de kerk of alleen met de 12 artikelen van de Apostolische geloofsbelijdenis, kerkenraden de vrijheid hebben van de laatste opvatting uit te gaan.[3] Met alle gevolgen van dien ondertussen voor de praktijk. Ik heb in de afgelopen jaren ondertussen over heel wat kerken in ons kerkverband gehoord dat ze de gastregeling zo minimaal interpreteren en toepassen. Ondertekening van de Apostolische geloofsbelijdenis is dan voldoende. Of de mondelinge uitgesproken bereidheid ertoe. Of er wordt zelfs volstaan met een uitnodiging vanaf de kansel dat iedereen aan tafel welkom is die met de Apostolische geloofsbelijdenis instemt. Kortom, een in de praktijk open avondmaal.

Het bezwaar ertegen ingediend bij de GS 2011

Uit zorg hierover heeft de kerkenraad van Vroomshoop de GS van Harderwijk aangeschreven. Hij was de enige niet. Ook de kerkenraad van Veenendaal-Oost schreef over deze kwestie: [4] Ik citeer twee stukjes uit de brief die Vroomshoop schreef over het besluit van 2008:

“Daarmee lijkt de GS het signaal af te geven: de plaatselijke kerken mogen zelf weten hoe ze deze formulering uitleggen. Betekent het een binding aan de gereformeerde leer zoals wij daar in al onze belijdenisgeschriften voor uitkomen? Of alleen aan de 12 artikelen van de Apostolische Geloofsbelijdenis? Zowel ten aanzien van wat we van onze kerkleden vragen als van gasten die avondmaal wensen mee te vieren, lijkt dit opeens een onbesliste kwestie, die plaatselijk uitgemaakt mag worden. Dat gebeurt naar onze waarneming op het ogenblik ook al druk. Met als gevolg een steeds verder uiteenlopende praktijk binnen ons kerkverband ten aanzien van de toelating tot het avondmaal. Maar ondertussen is er tegelijk ook een groot verschil gewettigd in hoe je tegen de binding aan de gereformeerde belijdenis aankijkt binnen de kerken! Wie is nou eigenlijk aan heel de belijdenis gebonden?

Dit kan en mag toch niet de bedoeling wezen, lijkt ons. Wij vermoeden dat men in 2005 deze interpretatie ook helemaal niet bedoeld of zelfs maar voorzien heeft. Niet voor niets is sprake in het Kader van instemming met de  gereformeerde belijdenis. Hanteer je die formulering serieus dan zou daarmee bijvoorbeeld elke Baptist of Rooms-Katholiek die mee wil vieren in de problemen komen. Maar met ondertekening van alleen de Apostolische Geloofsbelijdenis zullen ook zij geen enkele moeite hebben. Dat gebeurde al hier en daar in onze kerken. Dat heeft na het besluit van 2008 ook een steeds verdere vlucht genomen.

(…)

Samenvattend is ons verzoek aan uw vergadering om een uitspraak die helderheid schept over de interpretatie en reikwijdte van de formulering waar besluit 3 van de GS 2008 naar verwijst. En dit ter vervanging van besluit3 inzijn huidige vorm. Zodat er voor alle kerken weer de duidelijkheid ontstaat dat inderdaad instemming met heel de in onze kerken beleden leer bedoeld is in het Kader van 2005, en niet loutere instemming met de Apostolische Geloofsbelijdenis. Het lijkt ons ongewenst en zeer schadelijk voor de onderlinge eenheid wanneer plaatselijk met totaal verschillende interpretaties gewerkt blijft worden, met als gevolg een steeds verder uiteenlopend toelatingsbeleid rond het Heilig Avondmaal.”

Wat besloot de GS Harderwijk 2011?

De GS besloot op 28 mei 2011 echter niet aan de verzoeken van Veenendaal- Oost en Vroomshoop te voldoen. Zij zegt het letterlijk zo. Dat lijkt een bittere pil voor die twee kerken, en een slecht signaal voor alle kerken. Maar dat is schijn. Dat blijkt wanneer je de gronden onder dit besluit leest. Nog niet zozeer de eerste grond op zichzelf genomen:

  1. de Generale Synode van Zwolle-Zuid 2008 heeft met artikel 22, besluit 3 het besluit van de GS Amersfoort-Centrum 2005, artikel 50 niet gewijzigd, alleen toegelicht; 

Maar wel als je de tweede grond erbij neemt: 

  1. de synode van Zwolle-Zuid stelt bij wijze van toelichting het instemming vragen met de gereformeerde leer gelijk met het vragen om instemming met de ‘leer van het Oude en Nieuwe Testament, die in de Apostolische Geloofsbelijdenis is samengevat en hier in de christelijke kerk geleerd wordt’. Er is geen sprake van instemming met ‘alleen’ of ‘louter’ de Apostolische Geloofsbelijdenis. 

 Ik vraag aandacht voor die laatste zin: Er is geen sprake van instemming met ‘alleen’ of ‘louter’ de Apostolische Geloofsbelijdenis. Wie de voorwaarden om gasten toe te laten wel zo interpreteert zit er gewoonweg naast. Trouwens, wie de vragen bij doop of openbare geloofsbelijdenis vergelijkbaar interpreteert dus net zo goed. Dit is voor de GS kennelijk dermate duidelijk en vanzelfsprekend dat ze eigenlijk tegen de twee kerken die een brief stuurden zeggen: waar hebben jullie het over? Er hoeft helemaal geen andere uitspraak te komen, want de vorige synode heeft die kwestie van de interpretatie van de belijdenisvraag helemaal geen open kwestie gelaten. ‘Geen sprake van’ zelfs! En de instemming met de belijdenis waar de GS 2005 het over heeft is uiteraard en nog steeds instemming met heel de belijdenis van de kerk.
Ondertussen heeft de synode met deze toelichting op haar afwijzing van de verzoeken van beide kerken toch precies gedaan wat beide kerken verlangden. Wat zuinig getrakteerd, zeker, maar niet minder helder. En dat is iets om dankbaar voor te zijn.

Conclusie

Wat er verder ook voor vragen te stellen zijn naar de precieze strekking van de voorwaarden uit 2005 om gasten uit niet-zusterkerken aan het avondmaal toe te laten, niet onhelder is meer dat tot die voorwaarden in ieder geval behoort dat zo’n gast moet instemmen met wat de kerk in heel haar belijdenis leert. En dat is toch grote winst. De leer van de kerk is niet losgemaakt van het avondmaal als feest van de kerk. Zodat recht gedaan blijft worden aan wat we samen als kerken belijden, bijvoorbeeld in art. 35 van de NGB, namelijk dat Christus het avondmaal heeft ingesteld “om te voeden en te onderhouden degenen die Hij reeds opnieuw geboren deed worden en in zijn huisgezin, dat is zijn kerk, heeft ingelijfd”.

Wij mogen dus na deze toelichting van de GS van Harderwijk van alle kerken in ons kerkverband verwachten dat ze zich bij deze interpretatie van de gastenregeling aansluiten in hun praktijk. En dat betekent dus voor heel wat kerken het terugkeren op de schreden die zij waren gaan zetten op het pad naar een feitelijk open avondmaal. Een praktijk die onze kerken altijd als een ongereformeerde praktijk hebben veroordeeld. 


[1] Een gemakkelijk vindbaar en sprekend voorbeeld hiervan (voor zowel prof. Jager als ds. Visee) is te vinden in het artikel ‘Belijden en belijdenis’, in H.J. Jager, Kernwoorden van het Nieuwe Testament dl 2, Amsterdam 1977 (tweede druk), p. 131 vv. 

[2] Zie bijvoorbeeld zijn Om recht en waarheid, Goes 1968, Hoofdstuk III. 

[3] Illustratief is bijvoorbeeld het commentaar van ds. Jac. Ophoff te Zwolle-N op zijn weblog (www.huisvanvrede.nl , onder de titel ‘Synode heeft mij niet geestelijk geïnspireerd’) kort na de synode van 2008: “De synode heeft het besluit van Amersfoort over gasten aan het avondmaal gehandhaafd. Dat is ook een daad. Belangrijker is de winst dat nu duidelijk is geformuleerd wat ‘de gereformeerde leer’ betekent: instemming met de apostolische geloofsbelijdenis. Nu is dat plaatselijk hier en daar ook eerder al wel bedacht en toegepast, maar mooi dat dat nu landelijk is vastgelegd.” 

[4] Het synodebesluit meldt onder het materiaal: “Brief van de Gereformeerde Kerk te Veenendaal-Oost d.d. 8 januari 2010 met verzoek om van genoemd besluit van de Generale Synode Zwolle-Zuid terug te keren naar het besluit van de GS Amersfoort-Centrum 2005 (Acta, art. 50), met als argument: ‘instemming met alleen de Apostolische Geloofsbelijdenis geeft te veel ruimte aan de mogelijkheid tot het niet delen in essentiële geloofsstukken’;”

 

 

 

OP WEG NAAR EEN NIEUWE KERKORDE (I) 

H.J.C.C.J. Wilschut 

De route naar een nieuwe kerkorde is een nieuwe fase ingegaan. Deputaten herziening kerkorde hebben aan de kerken een nieuw concept voorgelegd: Werkorde 2. Daaraan willen we ook op deze site de nodige aandacht besteden. Vandaag een eerste inleidende bijdrage. 

Besluitvorming GS Harderwijk
De synode van Harderwijk nam op 16 april 2011 over de werkorde de volgende besluiten:[1]  

Materiaal: 
1.        ontwerp kerkorde van deputaten herziening kerkorde; 
2.        projectplan herziening Kerkorde (bijlage 3.1. Acta GS Zwolle-Z 2008).  

Besluit 1: 
uit te spreken dat deputaten herziening kerkorde de synode terecht een volledig herziene kerkorde hebben voorgelegd. 

Gronden: 
1.     de PS Groningen vroeg in 2002 aan de GS Zuidhorn om een mogelijke herziening van de KO; 
2.        hoewel de GS Zuidhorn (2002) een beperkter besluit nam door te vragen op welke onderdelen herziening nodig was, besloot de GS Amersfoort-Centrum (2005) tot een algehele herziening van de kerkorde; 
3.        de GS Zwolle-Zuid (2008) sloot zich hierbij aan; 
4.     op de GS Amersfoort-Centrum bleek reeds dat veel kerken naar deputaten hadden gereageerd op een wijze die liet zien dat algehele herziening noodzakelijk was; 
5.       op de GS Zwolle-Zuid werd uiting gegeven aan de behoefte die er was aan een fundamentele herziening van de kerkorde waarbij niet gewacht hoefde te worden op een expliciete vraag daartoe vanuit de kerken. 

 Besluit 2: 
uit te spreken dat deputaten zich materieel aan hun opdracht hebben gehouden door de synode te dienen met een ontwerp herziene kerkorde.  

Besluit 3: 
deputaten op te dragen versie 2 van de WO (l mei 2011) naar de kerken te sturen en zo gelegenheid te geven te reageren op dit tweede concept. 

Gronden: 
1.        in het “Projectplan herziening Kerkorde” is in het aan de deputaten opgelegde tijdpad de kerken een tweede ronde toegezegd;
 2.        versie 2 van de WO die op l mei 2011 aan de synode wordt aangeboden is, door de ontbrekende tweede ronde binnen de kerken, een ander product dan de definitieve versie die de synode van Zwolle-Zuid beoogde om door haar opvolgster te worden vastgesteld in eerste lezing.  

Besluit 4: 
deputaten op te dragen het naar de kerken te versturen concept vergezeld te doen gaan van een brief (leeswijzer) met een inventarisatie van alle inhoudelijke wijzigingen (veranderpunten) to.v. de huidige KO, en daarin tevens aan te geven het verschil in gewicht en de consequenties van de voorgestelde wijzigingen, en inzicht te verschaffen in de achtergrond van met name belangrijke wijzigingen. 

Grond:
 het gaat om een zeer uitgebreid concept en het is voor kerkenraden niet altijd eenvoudig de consequenties van de door deputaten voorgestelde wijzigingen te zien en te doordenken. Deputaten kunnen de kerken vanuit hun expertise hierin behulpzaam zijn.  

Besluit 5: 
voor de vaststelling van de eerste lezing van de nieuwe kerkorde zal onderstaand tijdpad worden aangehouden:  

01-05-2011:              tweede concept KO gereed/toezending aan GS Harderwijk 
01-06-2011:              toezending leeswijzer aan GS Harderwijk 
juni 2011:                   kennisneming door GS van versie II en de leeswijzer 
16-06-2011:              toezending aan de kerken 
tot 15-12-2011:        inzending definitieve reacties kerkenraden aan deputaten KO 
01-04-2012:             definitief concept KO aan GS 
eind mei 2012:         bespreking definitief concept door de GS en vaststelling 1e lezing van de nieuwe KO 
begin juni 2012:       toezending eerste lezing naar de kerken  

Artikel 31 KO 
In een eerder artikel heb ik al kanttekeningen geplaatst bij besluit 1, over de omgang met artikel 30 KO.[2] In deze bijdrage moet ik iets zeggen over de omgang met artikel 31 KO. 
Er lag op de tafel van de GS een brief met bezwaren van de Gereformeerde Kerk te Smilde, uitlopend op de volgende voorstellen:

  Om nog niet op de GS Harderwijk de Werkorde in eerste lezing vast te stellen.

  • Om ingebrachte bezwaren te overwegen en daarover een oordeel uit te spreken.
  • Om deputaten opdracht te geven om op de volgende GS met een nieuw concept te komen, dat: 

1.    materieel en formeel meer aansluit bij de huidige KO;
2.    meer recht doet aan de bepaling van art. 30 KO, dat ingrijpende wijzigingsvoorstellen vanuit de kerken dienen te komen.  

Hoe je ook over deze voorstellen denkt, formeel hadden deze aan de orde moeten komen bij de besluitvorming op 16 april 2011. Ze raken de procedurele gang van zaken. Bovendien worden de voorstellen gepresenteerd in het kader van een reeks bezwaren, overeenkomstig artikel 31 KO (er wordt nota bene expliciet om een beoordeling van de bezwaren gevraagd). Uiteraard had de GS het volste recht om bezwaren en voorstellen geargumenteerd af te wijzen. 
Nu wordt de brief niet eens genoemd in het materiaal. Het heeft er alles van, dat de brief in kwestie ongelezen is doorgestuurd naar de deputaten. Jammer. Zo heeft het weinig zin om als plaatselijke kerk naar de synode te schrijven. 

Termijn 

Op 11 juni 2011 ontvingen de plaatselijke kerken een brief van deputaten waarbij allerlei stukken m.b.t. het gewijzigd concept werden aangeboden. Deputaten hebben zich wat dat betreft nauwkeurig aan het uitgezette tijdpad gehouden.  
De kerken hebben de tot 15 december 2011 de gelegenheid om inhoudelijk op het gewijzigd concept te reageren. Het is te betreuren dat voor deze datum gekozen is. Welke kerkenraad brengt dit op binnen de gestelde termijn?  

Want: 

  1. Deputaten hebben zich er niet met een Jantje van Leiden afgemaakt. Er ligt een rapport van meer dan 150 pagina’s op tafel. Trek ik de doublures eraf, dan blijven er nog altijd 100 pagina’s over. Daarin wordt meer dan eens de Memorie van Toelichting op de 1e versie van de Werkorde genoemd. Dus ook die moet je raadplagen. Wil je als kerkenraad hier serieus werk van maken, dan vraagt dat heel wat tijd en energie.
  2. Het materiaal kwam half juni 2011 binnen. Op een moment, dat in de meeste plaatsen het kerkenraadswerk komt stil te liggen door de vakantieperiode. Alleen het direct nodige komt aan de orde. Pas eind augustus gaan kerkenraden weer volop draaien.
  3. Dat is het moment, waarop ook het huisbezoekseizoen begint, en zowel ouderlingen als diakenen weer actief hun wijk ingaan. Dan wordt het wel een heel zware belasting om het nieuwe concept te lezen, te bestuderen en te beoordelen. 

 Te vrezen is dat veel kerkenraden de genoemde termijn niet halen. Dat lijkt mij niet in het belang van de zaak. Waarom niet langer de tijd genomen? Mogelijk kunnen deputaten de inzendtermijn wat verruimen of er soepel mee omgaan. Maar veel speelruimte hebben ook zij niet. Op 1 april 2012 worden zij geacht om een nieuw en definitief concept aan de GS voor te leggen. Misschien dat massaal protest leidt tot heroverweging van de gestelde termijnen.  

Inhoudelijk 
Aan de inhoud van Werkorde II hoop ik een aparte bijdrage te wijden. Aan één element uit het rapport van deputaten wil ik hier wel aandacht geven. Het betreft de volgende passage op p. 55:  
Nu de kerken voor de tweede keer in de gelegenheid worden gesteld om te reageren, is het van belang enkele aanwijzingen te geven met het oog op die reacties. We beogen daarmee dat de tweede ronde een toegevoegde betekenis krijgt en niet slechts een herhaling van zetten oplevert. Dat zou jammer zijn en het proces niet verder helpen.   

Op zichzelf genomen is het een nobel streven om herhaling van zetten in een discussie te voorkomen. Toch is er niet altijd aan te ontkomen. Ook niet als het om dit nieuwe concept gaat.  

Want: 

  1. Niet altijd wordt door deputaten op eerdere argumentatie ingegaan. Natuurlijk, ik begrijp ook wel dat je niet op alle argumenten tot in detail kunt ingaan. Maar argumentatie-op-hoofdzaken heeft recht op bespreking. Kijk niet gek op wanneer die argumentatie dan nog eens herhaald wordt.
  2. Niet altijd is wel gegeven tegenargumentatie overtuigend. Dat roept onherroepelijk een kritische reactie op, waarbij eerdere argumentatie zowel herhaald als verdedigd wordt. 

 Kortom, mooi dat deputaten de discussie willen stroomlijnen en een cirkeldebat voor willen zijn. Maar meer dan eens blijkt voortzetting van een eerder begonnen gedachtewisseling noodzakelijk. 

 

15 september 2011   

 

 

 



[1] Het aanvullende besluit op 11 juni 2011 over het instellen van ad-hoc commissie blijft hier buiten beschouwing.

[2] Zie het artikel ‘Om het recht van de mindere vergadering’ op deze site dd. 25 mei 2011.

 

Reacties zijn gesloten.