kort commentaar 1-4

geplaatst op 30-04-2011

J. Douma

[1] Dodenherdenking

 Na de viering van 30 April volgt de dodenherdenking  en de Bevrijdingsdag, waarop we aan de Tweede Wereldoorlog terugdenken. Het treft ons dan bijzonder als de kracht van het christelijk geloof sterker blijkt dan alle haat die de bezetting van Nederland door de Duitsers opriep.
Iemand stuurde mij het volgende bericht toe. Het gaat over zijn familielid Jan Verhoeff, die op 10 december 1944 te Renesse werd opgehangen met 9 andere verzetsstrijders. Een predikant ds. Voorneveld mocht ze voor hun ophanging een kwartier geestelijke bijstand verlenen. De volgende dag bezocht deze predikant de vader van de inmiddels opgehangen  Jan: Hendrik Verhoeff uit Brouwershaven.
Hij schrijft daarover:

 “ Ik kwam in een gezin waarvan de vader de vorige dag gedwongen was, om naar zijn eigen zoon te kijken die opgehangen was. Wat het voor hem geweest moet zijn om zó zijn jongen te zien, geen buitenstaander die dit ooit zal beseffen. Men moet toch wel alle menselijkheid verloren hebben om dat van een vader te eisen. Maar waren het nog wel mensen? Had de duivel hen niet volkomen in zijn macht? Als een gebroken man was hij naar huis gegaan, terwijl anderen hem moesten ondersteunen.
En nu zat ik vóór hem. Nog was hij als versuft van de zware slag die hem was toegebracht. Ik moest hem en zijn gezin uitvoerig vertellen, wat zijn jongen mij had meegedeeld. En toen kon ik zeggen, dat hij mij de opdracht had gegeven: “Wilt U mijn ouders en mijn zusters zeggen, dat ik mijn zonden verzoend weet in het bloed van Christus?”
Toen greep er iets plaats, dat een onuitwisbare indruk op mij gemaakt heeft. Deze man, nog bedolven onder zijn smart, stond op, het was of zijn figuur iets profetisch kreeg en met krachtige stem sprak hij het uit: “Dominee, dan hebben we alle reden om God te danken!” Is ook dit niet alleen mogelijk geweest door de kracht van het geloof? Geen woord van haat of van wraak werd gehoord, hoewel zij ook hun huis waren uitgedreven, maar alleen dank aan God, omdat Deze hun jongen in Zijn heerlijkheid had opgenomen. Veel heb ik hier niet meer aan toe te voegen.”

 Met dank aan de heer Gert Slings, die de hier vermelde geschiedenis geplaatst heeft op zijn nieuwe website www.janverhoeff.nl.

 [2] Israël na de ‘opname’ van de kerk

 Drs. W. Wierenga heeft een boekje geschreven over de theologie die achter een romanserie te ontdekken valt. Het gaat over de serie die in het Nederlands de titel draagt: de laatste bazuin, geschreven door Tim LaHaye en Jerry B. Jenkins. In miljoenen exemplaren is deze serie in meer dan vijftig talen verschenen. Velen onder ons hebben wel een of meer delen gelezen. En dan vaak zonder te beseffen welke theologie er achter zulke romans schuilgaat. De beide schrijvers behoren tot de navolgers van John Nelson Darby (1800-1882), die tot ver buiten de Darbistische kringen zijn invloed liet en laat gelden. Ook in Nederland weten we daarvan, door met name W.J. Ouweneel. Wie in kort bestek op duidelijke wijze iets over het zgn. dispensationalisme wil lezen, raad ik het boekje van Wierenga aan. Het dispensationalisme verdeelt de geschiedenis in een zevental periodes. Wij leven nu in de zesde dispensatie, waarin de gemeente van Christus een grote plaats inneemt. Maar daarna komt de dispensatie waarin het Joodse volk een belangrijke rol zal spelen.
Zodra het onderwerp Israël onder ons weer actueel wordt, meldt zich ook deze theologie. Miljoenen christenen geloven dat het ogenblik nadert waarop de gemeente van Christus wordt opgenomen in de hemel. Dan is de kerkgeschiedenis voltooid. En daarna? Dan zal de periode aanbreken waarin de Messias het heil met name aan Israël zal schenken. Al de nog steeds geldende beloften voor het volk en het land Israël zullen na de opname van de kerk in de hemel in vervulling gaan. Eerst zal een bange periode van 7 jaar een grote verdrukking brengen op aarde. De antichrist zal optreden en alle rampen die ons in Openb. 6-19 zijn voorzegd, zullen de aarde treffen. Maar na die vreselijke jaren komt Messias Jezus uit de hemel terug om zijn koninkrijk te vestigen. Hij doet dat in Jeruzalem. Het duizendjarig rijk zal dan aanbreken. Israël zal herleven als natie met een tempel, zoals die in Ez. 40-48 beschreven is. De materialen daarvoor liggen bij wijze van spreken reeds klaar!
Ergens schrijft Wierenga (pag. 45) dat voor andere christenen er geen vreemder Darbistisch leerstuk is dan dat over  de ‘opname’ van de kerk in de hemel. Maar we moeten ons niet vergissen: het in tweeën breken van de kerk en (het binnenkort te bekeren) Israël is ook bij veel niet-Darbisten allang een gegeven. Christenen hebben hun Christus, de Joden hebben hun Messias. Het land Kanaän was, is en blijft van de Joden, zo zegt men. En dat heeft zijn consequenties elke keer weer als het over het huidige Israël in de politiek en over de kwestie tussen de Joden en de Palestijnen gaat.

 [3] Wat voor rechten hebben de Palestijnen?

 Het volgende berichtje stemt tot nadenken: Een groep prominente Israëlische intellectuelen en kunstenaars heeft haar steun uitgesproken voor de oprichting van een Palestijnse staat. 47 ondertekenaars lieten dit in een verklaring weten. Ze geven aan dat voor een Palestijnse staat de grenzen van voor de Zesdaagse Oorlog van 12967 gehanteerd moeten worden. De 47 ondertekenaars, onder wie zich topfiguren uit Israël bevinden, roepen hun land op de soldaten terug te trekken van de Westelijke Jordaanoever.
Ik las het bericht in het Nederlands Dagblad van 22 april jl. Wat hier gevraagd wordt, is feitelijk niets anders dan wat destijds door de Verenigde Naties werd voorgesteld en waarmee Israël destijds ook ingestemd heeft. Palestina viel voor een deel aan Israël toe, terwijl een ander deel voor de Palestijnen zou zijn. Naast de staat Israël moest er ook ruimte zijn voor een eigen Palestijnse samenleving.
Heel anders oordelen echter die christenen die vinden dat Kanaän van de Joden is en blijft. Want zij trekken zich, in tegenstelling tot de groep van 47 Israëliërs, feitelijk niets aan van VN-besluiten. Israël is voor de Joden. En dat dit land nederzettingen plaatst op Palestijnse gebied, wordt altijd weer goedgepraat. De Palestijnen zijn slechts vreemdelingen in het land, dat op Bijbelse gronden van Israël blijft! Voor vreemdelingen moest Israël destijds goed zorgen en straks natuurlijk weer.
Maar hoe goed je voor die Palestijnen ook zorgt, ze zijn dan wel tot tweederangs burgers gedegradeerd. Ze zullen de sabbat moeten eerbiedigen, en hun eigen heiligdommen zullen worden afgebroken om voor de (enige) tempel van de God van Israël plaats te maken. Lees Wierenga!
Ik herinner me de tijd van de Zuid-Afrikaanse apartheid. Onder het blanke bewind hadden de zwarten het toch prima, zo werd gezegd. Burgers in volle rechten konden ze niet zijn, maar waar hadden ze het in de Afrikaanse landen beter dan onder de blanken in Zuid-Afrika? Ik kreeg in die tijd geregeld een blaadje waarin ernstig gewaarschuwd werd tegen Mandela en de zijnen. Dat waren allemaal communisten en wee het moment waarop zulke mensen Zuid-Afrika zouden gaan regeren! De geschiedenis herhaalt zich. De Palestijnen zijn terroristen en Israël is een vredelievende natie, die het beste voor de Palestijnen wil, ook al nemen ze voor hun bouwplannen grond af van de Palestijnen.
Ik weet dat de werkelijkheid weerbarstig is, ik weet van raketten en bedreigingen die het gemunt hebben op het bestaan van Israël. Maar ik weet ook hoe je altijd wel argumenten vindt om het recht te buigen, op kosten van anderen. En als dat dan ook nog gebeurt met Bijbelse argumenten, wordt het tijd ieder wakker te schudden die de christennaam wil dragen.

 [4] Beloften en hun vervulling in Christus

 Zijn er dan geen beloften meer voor het huidige volk en land van Israël? Drs. Wierenga geeft daarop een antwoord dat misschien niet volledig is, maar zeker het belangrijkste bevat: In Jezus Christus komt Israël tot zijn doel. Hij is Israël, als het nageslacht van Abraham. Hij is de erfgenaam van de beloften: ze zijn en worden aan Hem vervuld. Wat aan Abraham en het volk dat uit hem gesproten is, ooit is beloofd, krijgt Christus in zijn bezit. Het verkrijgen van alle geestelijke en alle materiële heil dat Israël ooit beloofd is, loopt via Hem (32). Zo is het land Israël niet voor de Joden, evenmin als Nederland ooit van de gereformeerden is geweest. Heer en bezitter van alle landen, inclusief van Israël, is Jezus Christus. We moeten niet zeggen, aldus Wierenga, dat de kerk in de plaats van Israël gekomen is. ‘Dat is te kort door de bocht en wekt terecht ergernis’. De beslissende schakel slaan we met die uitspraak over. Die beslissende schakel is de Messias Jezus. Wie in Hem geloven, zijn samen met Hem erfgenamen, mede-erfgenamen (Rom. 8,17). Een volk mag bezitten en verdedigen wat het toekomt op grond van internationale verdragen, uitspraken en resoluties. Religieus recht op Kanaän heeft Israël niet, ook niet krachtens het verbond met Jahwe en Abraham. Zie Gal. 3,16. ‘Daarom moet een mens, ook een Jood, zich bij Christus aansluiten om te kunnen zeggen: (ook) Kanaän is (ook) van mij. Daarom kan de herbevestiging van het onbekeerde volk Israël in het oude land niet getypeerd worden als vervulling van de belofte aan Abraham dat Kanaän hem en zijn nageslacht zou toebehoren’ (36).
Het is begrijpelijk dat Wierenga zich scherp verzet tegen een mevrouw die vindt dat Jodenzending verkeerd is. Wij mogen Joden niet ongevraagd benaderen met de christelijke geloofsovertuiging, betoogt zij. We zouden dan namelijk blijk geven van ons ongeloof aan Gods trouw en zijn eens gegeven woord, waarmee Hij zich aan Israël als zijn bruidsvolk verbonden heeft. Uit geloof dus zwijgen over Jezus Christus? Wierenga laat zien hoe ver het ongeloof van gelovige christenen reikt, als zij een toekomstige Messias stellen boven de gekomen Christus, wiens naam de enige naam is waardoor Jood en heiden behouden kunnen worden. Paulus heeft dat laatste duidelijk genoeg gemaakt. In de naam van Jezus Christus sprak hij vrijmoedig de Joden aan, tot in hun synagogen toe. Ja, op zijn program stond: eerst de Jood oproepen en dan ook de heiden om zich te bekeren tot Jezus Christus.
De helderheid waarmee Wierenga schrijft, vergemakkelijkt het lezen van zijn boek. Zijn boodschap is voor allen te begrijpen die zich in zijn boekje gaan verdiepen. Ik heb er geen behoefte aan kritiek te leveren, hoewel ik vragen kan stellen, bv. over zijn bewering dat de uitdrukking: ‘in het huis van mijn Vader zijn veel woningen – of kamers’(Joh. 14,2), niet zou slaan op de hemel, maar op de tempel, geestelijk opgevat dan. Maar belangrijker is dat ik deze publicatie hartelijk aanbeveel bij ieder die vandaag of morgen (weer) over het onderwerp ‘Israël’ nadenkt en dan naar een christelijke visie vraagt, zonder dat hij zich door emoties laat voortdrijven. Wie welbewust als christen met het onderwerp ‘Israël’ bezig wil zijn, vindt in dit boek een betrouwbare gids. De schrijver treedt zijn tegenstanders vriendelijk tegemoet, maar durft van medechristenen ook te zeggen dat hij hun leer een dwaalleer vindt.

 N.a.v. W. Wierenga, De schorre laatste bazuin. De theologie achter de romanserie De laatste bazuin. Uitgave Woord en wereld, no. 88. ISBN 978-90-816868-1-5. Prijs 9€ voor abonnees op de serie ‘Woord en wereld’, of 11,50€ voor niet-abonnees.

Reacties zijn gesloten.