geplaatst op 16 april 2011
H.J.C.C.J. Wilschut
TERECHT NAAR DE NATIONALE SYNODE?
Deputaten Kerkelijke Eenheid (DKE) hebben een aanvullend rapport uitgebracht over de deelname van de GKv aan de Nationale Synode vorig jaar december. Op zichzelf is toe te juichen, dat het rapport niet al te lang is. Dit voordeel heeft echter als nadeel, dat deputaten in hun verantwoording wel erg vlug klaar zijn. Mijns inziens te vlug. Ik ga met u diverse onderdelen na.
1. Deputaten menen dat zij met hun (niet-officiële) deelname aan de NS binnen de opdracht van de GS Zwolle-Zuid 2008 zijn gebleven.
In concreto bedoelen deputaten de volgende opdracht:
‘deputaten op te dragen vanuit het oogpunt van kerkelijke eenheid landelijke ontwikkelingen in andere kerkgemeenschappen en groeperingen bij te houden, zo nodig nader te verkennen en daarop actief te reageren.’
Hierbij zijn de volgende kanttekeningen te plaatsen:
- Volgens de eigen gegevens op de site van de NS, ging het niet om kerkelijke eenheid, maar om eenheid onder christenen, met het oog op een getuigenis aan het Nederlandse volk. DKE onderstreept dat nota bene zelf onder ‘Beoordeling’ (rapport, p. 6). Strikt naar de letter van de instructie van DKE had men er al zo niets te zoeken. De instructie had het over het volgen van ontwikkelingen in andere kerken en groepen vanuit het standpunt van kerkelijke eenheid.
- Wanneer deputaten dan tóch gaan participeren en zelfs een officieuze afvaardiging samenstellen, gaan zij opnieuw verder dan de instructie toelaat. Actief reageren is wat anders dan actief participeren. Binnen de kaders van de instructie laat zich voorstellen, dat enkele broeders uit DKE als waarnemers de NS hadden bijgewoond. Nu werd een stap verder gegaan en actief aan de NS deelgenomen.
Conclusie:
Grond 1 bij de voorstellen voor het vervolg is niet houdbaar: deputaten hebben niet gehandeld binnen opdracht 3a van de GS Zwolle-Zuid, en hebben daarvan niet op adequate wijze verantwoording afgelegd in het aanvullend rapport.
2. Deputaten menen dat de waarheid geen geweld is aan gedaan door verschillen te bagatelliseren of te relativeren.
Hierbij zijn de volgende kanttekeningen te plaatsen:
Binnen de NS is gezocht naar een grootste gemene deler, met als resultaat de ‘groeibelijdenis’. Daarover zegt de site van de NS:
‘De Credotekst is:
- een verwoording van datgene wat christenen in Nederland anno 2010 samen kan binden. Ook kan de Credotekst dienen als verwoording van het Evangelie voor alle Nederlanders anno 2010.
- een actuele verwoording van wat het voor een christen inhoudt wat hij of zij gelooft, als hij daarop door anderen bevraagd wordt.’
Echter, opvallend is dat dit Credo aanzienlijk summierder dan de oudkerkelijke belijdenisgeschriften, om nog maar te zwijgen over de gereformeerde belijdenisgeschriften. Men heeft gezocht naar een tekst, die anders gelezen kan worden dan wat er in de Geloofsbelijdenis van Nicea staat. Dat relativeert dan ook meteen sterk wat eveneens op de site van de NS te lezen staat:
‘De Nationale Synode is geen superkerkenraad, maar wil christenen uit verschillende kerken samenbrengen om te praten niet over wat hen scheidt, maar over wat hen bindt in de levende God, Vader, Zoon en Heilige Geest. Het gaat dus over eenheid in verscheidenheid.
Het doel van de Nationale Synode is niet om te komen tot een superkerk, waarin iedereen hetzelfde moet denken.
- Het doel van de Nationale Synode is wél het bevorderen van het onderlinge geloofsgesprek om te komen tot een eensgezind getuigenis waarin christenen uitdrukking geven aan wat hen samenbindt in de levende God, Vader, Zoon en Heilige Geest.
- De Nationale Synode wil bovendien naar de Nederlandse samenleving die haar doel en samenhang steeds meer lijkt te verliezen, een getuigenis laten uitgaan: kijk, dit is waar wij christenen samen voor staan! Daarom is de ondertitel van de Nationale Synode ook: protestants platform.’
Let hier op het tweede aandachtspunt Het gaat om een eensgezind getuigenis waarin christenen uitdrukking geven aan wat hen samenbindt in de levende God, Vader, Zoon en Heilige Geest. Hoe kan dat, wanneer je niet met elkaar de Geloofsbelijdenis van Nicea voor je rekening neemt? En deze polyinterpretabele Credotekst moet mede dienen als geloofsverantwoording naar buiten toe.
De veronderstelde eenheid is schijn, wanneer je bij de gekozen woorden je eigen invulling mag hebben, ook afwijkend van Nicea. Dan déél je het bijbels geloof niet werkelijk. Alleen al daarom is de uitspraak van deputaten: ‘de verschillen zijn niet gerelativeerd’ feitelijk onjuist.
Bovendien komt de slotverklaring vertellen (rapport, p. 8):
‘Vanuit de vaste overtuiging dat wat ons verbindt meer is dan wat ons scheidt, gingen wij deze dagen in Dordrecht het onderlinge geloofsgesprek aan over de kerkmuren heen.’
Wie dit zegt, verklaart de inhoudelijke verschillen tot iets bijkomstigs, en heeft die wel degelijk gerelativeerd. Eigenlijk zijn we allemaal één in het geloof, al hebben we zo onze – ondergeschikte – meningsverschillen.
Hiermee gaat de wissel principieel om:
- Hier wordt – onbedoeld, maar toch – het gereformeerd belijden gerelativeerd. Ze gelden in de Gereformeerde Kerken in Nederland als de zuivere leer van de zaligheid, waarvan je niet mag afwijken. Ambtsdragers tekenen daar dan ook voor. Wat van deze belijdenis afwijkt, is dwaalleer.
- Hier wordt tevens ontkend, dat tussen een kerkelijke gemeenschap als de PKN en ons het het Woord van God is, dat scheiding maakt. Er is meer wat ons bindt dan wat ons scheidt. O ja? Staat vrijzinnigheid niet levensgroot tussen ons in?
- Het lijkt een mooie uitspraak: er is meer wat ons bindt dan wat ons scheidt. Maar op de keper beschouwt zet je daarmee jezelf als GKv in de uitverkoop. Als je genoemde uitspraak serieus neemt, dan hebben wij als GKv niet langer recht van zelfstandig bestaan. Want dan zijn wij kennelijk om bijzaken van de PKN gescheiden, terwijl we de hoofdzaak delen. Dan kun je alleen nog maar constateren, dat nog langer doorgaan als zelfstandige GKv zonde voor God is. Want niemand mag om bijzaken apart blijven staan.
Uit het bovenstaande blijkt eens te meer, hoe inadequaat de rapportage van DKE is. Op geen enkele wijze confronteert men zich met de kritiek van prof. dr. J. van Bruggen en van prof. dr. J. Douma, die nu juist bij de NS en Credotekst het waarheidsgehalte van Gods Woord in geding achten. Je kunt niet volstaan met de simpele machtsspreuk, dat de waarheid geen geweld is aangedaan.
3. GKv moeten ook in de toekomst mee blijven doen
Deputaten stellen voor om deel te nemen aan een volgende NS. Bijzonder is de grond hiervoor:
‘Gezien de belofte van de Heer over de eenheid van al zijn leerlingen en gehoord het gebed van Jezus voor die eenheid kunnen / mogen de GKv niet aan de kant blijven staan. Daarbij mogen bestaande verschillen tussen de kerkgemeenschappen niet worden gebagatelliseerd.’
Hierbij zijn de volgende kanttekeningen te plaatsen:
- Allereerst is de grond opvallend principieel gemotiveerd: de belofte en het gebed van de Heer Jezus (waarbij Jezus’ gebed weer eens vrolijkweg voor ons tot een soort gebod wordt gemaakt, zindelijk Bijbellezen blijft kennelijk moeilijk). De zaken worden daarbij op scherp gezet: de GKv kunnen èn mogen niet aan de kant blijven staan. Doe je het toch, ga je dus tegen de Here in: zonde voor God!
- Ongemerkt is toch de overstap gemaakt naar de zaak van de kerkelijke eenheid. De eenheid waarover Christus het heeft, is de eenheid van de leerlingen in zijn gemeente. Je kunt ook niet blijven staan bij alleen maar ‘geloofseenheid onder christenen’. Geloofseenheid roept om kerkelijke eenheid. Vandaar dat DKE het vindt passen voor het eigen deputaatschap om de GKv bij een toekomstige NS te vertegenwoordigen. We praten dus echt over méér dan een maatschappelijk getuigenis. De kerkelijke eenheid wordt geagendeerd.
- De bestaande verschillen mogen niet worden gebagatelliseerd. Pardon, maar die zijn het al. Wordt op deze basis verder gewerkt, dan kunnen en mogen (laat ik het even principieel zeggen!) de GKv niet participeren. Om der waarheid wil. Om des Heren wil.
4. Slotconclusie
Wanneer de GS de voorstellen van DKE ad de NS aanvaardt, zitten we als GKv met een groot probleem. Met de aanvaarding van deze voorstellen veranderen de GKv principieel van koers. Waar vroeger om de waarheid kerkelijke gescheidenheid werd gezien als een heilig moeten, wordt nu kerkelijke eenheid ten koste van de waarheid gezien als een even heilig moeten. Dat zal het onderling vertrouwen niet ten goede komen.
Wanneer dit artikel verschijnt, heeft de GS Harderwijk zich mogelijk al uitgesproken over de deelname aan de NS (op vrijdag 15 april 2011 staan zaken van DKE op de agenda). Van harte hopen en bidden we, dat de GS in dezen DKE niet volgt. We vragen om Gods zegen over de kerken.