ORGAANDONATIE EN NIET-REANIMATIEVERKLARING
H.J.C.C.J. Wilschut
Intro
Orgaandonatie en niet-reanimatieverklaring. Het zijn actuele thema’s, waarvan ik merk dat ze in de gemeente kunnen leven. Het gaat niet om theoretische onderwerpen, maar om dingen met praktische gevolgen voor jezelf. Vandaar dit verhaal.
Het toegenomen medisch kunnen roept nieuwe vragen op. In 1877 lukte het voor het eerst om een hoornvliestransplantatie met succes uit te voeren. In 1964 vond de eerste niertransplantatie plaats, in 1967 de eerste harttransplantatie. Zeker de eerste harttransplantaties in het Grote Schuurziekenhuis te Kaapstad door Christiaan Barnard trokken de aandacht.
Geen wonder dat in 1969 prof. dr. J.H. van den Berg een boekje liet verschijnen onder de titel Medische macht en medische ethiek. Het medisch kunnen stelt voor nieuwe vragen. Mag alles wat kan? En waar leg je de grens met je nieuwe technieken? Het werd een veelbesproken boekje.
Voor christenen krijgen die vragen een extra accent. Hoe wil de Here dat we ons in deze kwesties opstellen? Welke weg wijst ons de Bijbel hier? Makkelijke antwoorden zijn niet mogelijk. De simpele verwijzing naar een Bijbeltekst gaat niet lukken. Het gaat om kwesties van een moderne tijd, die de Bijbel zo niet kent.
Toch wil ook hier de Bijbel een licht op ons pad zijn. Al moet je biddend nadenken over de vraag, wat hier de wil van de Here is, wat Hij goed en welgevallig vindt. Ik wil proberen naar de Bijbelse weg met u te zoeken, zonder dat ik denk dat ik hier zoiets als laatste woorden spreek. Discussie blijft mogelijk.
Orgaandonatie
Onder orgaandonatie verstaan we het overplanten van weefsels en organen in een ander lichaam. Je hebt een donor (= gever), die organen afstaat. En een ontvanger, die organen ontvangt.
Gaat om de donor, dan kun je onderscheiden tussen een levende donor en een dode donor. Het is mogelijk om één van je nieren al bij je leven aan iemand anders af te staan. Beide nieren afstaan kan pas na het overlijden. En een harttransplantatie is uiteraard alleen mogelijk wanneer de donor gestorven is.
Is orgaandonatie Bijbels gezien geoorloofd? Ik hoop er straks meer over te zeggen. In ieder geval zal – wanneer het gaat om organen van gestorven donoren – de dood onomstotelijk moeten vaststaan. Voor het overlijden mogen geen onmisbare organen verwijderd worden.
Anders wordt het leven door menselijke hand beëindigd. En dat komt geen mens toe. Met uitzondering dan de keren dat een overheid in dienst van God mag doden. Handen af van het menselijk leven! God bepaalt daarvan het begin en het einde. Dat is Zijn alleenrecht als Maker van het leven.
Wanneer is iemand overleden? Je merkt het aan het stoppen van de ademhaling en het wegvallen van de polsslag. Met goede apparatuur is ook de hersendood te constateren. Is het EEG vlak, dan kun je zeggen dat iemand overleden is, ook wanneer allerlei apparaten het lichaam nog aan de praat houden.
Heel onwerkelijk wanneer je dat meemaakt. Je staat bij het bed. Voor het oog is iemand nog in leven. En toch. De man en vrouw in kwestie is overleden. Schakel je de apparatuur uit, dan vallen binnen korte tijd alle lichaamsfuncties uit. Dat is beslist geen euthanasie. De dood was al ingetreden.
Het kan nodig zijn – om de organen in zo optimale conditie uit het lichaam weg te nemen – om het lichaam nog een poosje kunstmatig aan de praat te houden. Wie zichzelf dan ook als donor opgeeft, moet er rekening mee houden dat zijn lichaam – hoe dan ook – later bij de nabestaanden komt dan gebruikelijk. Vertel daarom altijd aan je nabestaanden wanneer je een codicil bij je draagt. Zodat men er niet door overvallen wordt en een extra emotionele last te dragen krijgt.
Is het voor een christen geoorloofd om organen af te staan? Ik zei al, de Bijbel laat zich daarover niet rechtstreeks uit. Toch helpt de Bijbel ons hier wel degelijk verder.
In de eerste plaats moeten we niet denken, dat de Here met een probleem zou zitten bij de opwekking van ons lichaam, wanneer wij delen ervan weggeven, hetzij bij ons leven of daarna. Je mag je lichaam niet moedwillig verminken. Wees zuinig op wat God gemaakt heeft en Jezus Christus verlost heeft. Maar God wordt bij de opstanding niet gehinderd door de incompleetheid van ons lichaam.
Lichamelijke incompleetheid kan zelfs een voordeel in Gods koninkrijk zijn. Liever gehandicapt het koninkrijk beërven dan compleet verloren gaan, zegt de Here Jezus (Matt. 5:29-30).
Bovendien, de Here zit bij de opstanding niet vast aan wat er van ons lichaam over is. Lichamen vergaan tot stof, kunnen totaal van de aarde verdwijnen. Toch vindt de almachtige God ons stof terug. De tarwekorrel verdwijnt totaal – maar God geeft er een nieuw lichaam aan. Mensen, denk niet klein van God! (1 Kor. 15:35v)
Als het gaat om orgaandonatie, neem ik mijn uitgangspunt in het Bijbelse gebod: Heb je naaste lief als jezelf. Dat betekent tevens: jezelf voor die ander over hebben. Niemand heeft grotere liefde dan wanneer hij zijn leven voor een ander over heeft. De Bijbel weet positief te spreken over deze verregaande vorm van opofferingsgezindheid. Dan kun je moeilijk het minder vergaande als orgaandonatie afwijzen.
In dat verband is het aardig om te wijzen wat Paulus aan de Galaten schrijft. Was het mogelijk geweest, dan hadden ze hun ogen uitgerukt en aan hem gegeven, schrijft de apostel (Gal. 4:15). Dan zegt hij niet, dat de Galaten daarmee te ver zouden zijn gegaan. Was het mogelijk geweest. Nu is het – op een bepaalde manier – mogelijk om iets van jezelf af te staan om er een ander mee te dienen. Ik zou niet weten waarom orgaandonatie niet Bijbels geoorloofd zou zijn.
Ik maak twee slotopmerkingen bij dit onderdeel:
- Orgaandonatie kent een grens. Het is niet mogelijk om hersenen te transplanteren. Ik kan me ook moeilijk voorstellen dat het ooit mogelijk zou worden, gezien de korte tijd waarin de hersenstam afsterft. Maar goed, zeg nooit nooit. Hier ligt m.i. wel een grens. Hersenen en geslachtsdelen zijn zo sterk persoonsgebonden, dat ze moeilijk op een ander kunnen worden overgedragen.
- Het feit dat m.i. orgaandonatie Bijbels geoorloofd is, wil nog niet zeggen dat het dus ook geboden is. Dat lijkt mij een omkering van dit verhaal, die voor mijn besef een stap te ver is. Ieder zij voor zichzelf ten volle overtuigd voor Gods aangezicht zowel om donor te zijn of omdat niet te zijn. Laten we elkaar niet pressen. Het hoort bij de christelijke vrijheid. Vind je dat je iemand ertoe moet aansporen? Akkoord. Maar maak er geen dwingend verhaal van. Geef het ter overweging. En ga niet heersen over andermans geweten.
Niet-reanimatieverklaring
Definitie van reanimeren:
Letterlijk betekent reanimeren: weer tot leven wekken. Een definitie die door betrokken beroepsbeoefenaren wordt gehanteerd luidt:‘een behandeling voor het acuut falen van de bloedsomloop en/of de ademhaling waarvan tenminste hartmassage en/of beademen deel uit maakt en zonder welke de dood zeker zal intreden’.
Het lijkt hier te gaan om een handeling die hoe dan ook positief te waarderen is.
Hoe kan het dan dat hier zo veel discussie over is?
Definitie van niet-reanimeren (gehanteerd door het CBO):‘de afspraak om niet te reanimeren houdt in dat geen enkele vorm van hartmassage, electroconversie of beademing wordt toegepast bij acuut falende of ontbrekende bloedsomloop en/of ademhaling’.
Bij al dan niet reanimeren sta je op de grens van leven en dood. Er moeten snelle beslissingen genomen worden. Niet altijd is er tijd om te kijken of iemand een niet-reanimatieverklaring of –penning bij zich draagt. In principe wordt er gereanimeerd, tenzij meteen duidelijk is dat iemand niet gereanimeerd wil worden (bijv. in een verpleeghuis kan zo’n wens bekend zijn) of dat binnen de kortste keren duidelijk wordt. Overigens, wanneer een situatie zó ernstig is dat meteen helder is dat reanimeren zinloos is of geen werkelijk herstel meer dient – ook dan kan er vanaf worden gezien.
U begrijpt, bij deze laatste mogelijkheid – wanneer reanimatie geen werkelijk herstel meer kan dienen – zit het probleem als het gaat om de niet-reanimatieverklaring. Moet je als christen niet principieel altijd kiezen voor reanimatie, zodat de niet-reanimatieverklaring helemaal niet in aanmerking komt? Moet je niet juist een permanente levenswensverklaring bij je dragen?
Op de achtergrond speelt de problematiek van de euthanasie. Nou ja, problematiek? Een zelfgekozen levenseinde wordt steeds meer geaccepteerd. Al laat de 2e Kamer het nu nog niet toe – het komt er vast nog wel een keer van, dat er ook zonder dat er sprake is van uitzichtloos lijden ruimte komt voor het zelfgekozen levenseinde met hulp van een arts.
Als christenen kennen we respect voor de God van het leven, de God van het 6e gebod. Betekent dat nu dat je k altijd alles moet doen om iemands leven te rekken en te redden? Dus: altijd behandelen, ook wanneer dat geen werkelijk doel meer dient, en reanimeren, wanneer herstel onmogelijk is?
Concreet: hadden degenen die Prins Friso reanimeerden gelijk, dat ze doorgingen toen dat eigenlijk zinloos was geworden? Of had die Oostenrijkse arts gelijk, toen hij zei dat je wel zou kunnen zeggen, dat er te lang gereanimeerd was?
We moeten verschil maken tussen euthanasie aan de ene kant en het achterwege laten of staken van een behandeling aan de ene kant. Dat laatste is wel aangeduid als passieve euthanasie. Het lijkt mij een verwarrende term. Laten we euthansie maar reserveren voor het actief ingrijpen om een mensenleven te beëindigen. Het gaat om een opzettelijk levensbeëindigend handelen. Daar kun je als christen nooit mee akkoord gaan.
Het achterwege laten of staken van een behandeling is iets anders. Er zijn situaties dat een behandeling geen helpende meerwaarde heeft. Wie in de laatste fase van kanker verkeert, kan ertoe besluiten om niet langer chemokuren te ondergaan. Het gaat meer om verlengen van lijden dan om verlengen van leven (dat laatste dan menselijk gezegd).
Je kunt ook alles uit de kast halen om een demente bejaarde van 90 jaar te reanimeren bij hartfalen of bij een longontsteking. Maar ik kan mij indenken dat een kind van God zegt (in de tijd dat hij nog helder van hoofd is): laat in zo’n situatie maar zitten. Geef me liever de basale zorg die een mens altijd nodig heeft (laat een mens niet creperen!). Maar ga verder maar niet meer aan mij sleutelen.
Je kunt je dus iets voorstellen bij een niet-reanimatieverklaring. Wanneer er sprake is van een onomkeerbare situatie (het gaat onomkeerbaar op sterven aan, of de lichamelijke schade is zo groot dat reanimeren verzwaard lijden oplevert), lijkt mij een niet-reanimatieverklaring niet af te keuren.
Daarmee neem je je leven niet in eigen hand. Je laat het in Gods hand. Juist een kind van God kan – hoe moeilijk ook – zijn eindigheid aanvaarden. Je hecht aan het leven op aarde. Maar niet zo dat je er – tegen beter weten in – eindeloos aan wilt vasthouden. Wanneer behandeling en reanimatie geen enkel doel dient, behalve dat je er nog bent (al dan niet bewust), mag een kind van God er m.i. met een vrij geweten van af zien. Je aanvaardt je sterfelijkheid, Je aanvaardt ook dat God je leven op aarde afbreekt. Altijd zwaar om dat aardse leven los te laten. Maar jij weet van leven dat voortgaat, door het sterven heen. Jij kent Christus, die je door het sterven heen haalt en de hemel binnenhaalt.
Opnieuw, laten we hier elkaar vooral niet de maat nemen. Veroordeel niet degene, die met een niet-reanimatieverklaring of –penning op zak loopt. Doe het omgekeerd ook niet, wanneer iemand het om zijn geweten niet kan en wil doen. Samen wil je de Here dienen en gehoorzaam zijn aan Zijn gebod. Ik hoop dat ik u in ieder geval daarbij een beetje heb kunnen helpen.