Kort commentaar

[65] De Landelijke Dag op 1 juni

 Zaterdag jl. was er in Bunschoten een Landelijke Dag, die door onze website gereformeerdekerkblijven.nl. georganiseerd was. Het ging over ‘De eenvoudige Heidelberger en de GKv 2013’. Samenwerking met ‘de stichting Woord en Wereld’ zorgde ervoor dat we naast dr. André Bas en dr. Wilco Veltkamp nog een derde spreker hadden, drs. Gert den Dulk. De belangstelling in Bunschoten was niet groot, de inhoud van de referaten hadden we graag aan een breder publiek gegund.
Wat het thema beloofde, hebben de drie sprekers waargemaakt. Zij lieten zien hoe actueel de Heidelbergse Catechismus is en hoe hij ons kan blijven aanspreken. De sprekers vertelden hun verhaal op een aangename wijze. Zij gebruikten de Heidelberger niet om er de kerken in hun huidige situatie mee te striemen. Zij hebben hun toehoorders bij enkele belangrijke thema’s uit de Heidelbergse Catechismus bepaald en onze kerken met hun bijdrage een dienst bewezen. Het is te hopen dat hun referaten veel lezers zullen trekken, zodat de arbeid die zij eraan besteed hebben, meer mensen bereikt dan de paar honderd aanwezigen op de Landelijke Dag.
Dr. Bas liet zien, dat de noodzaak om in de leer van de kerk onderwezen te worden, de kerk vanaf haar aanvang heeft beziggehouden. Het evangelie moest men verkondigen, maar tegelijk moest de kerk onderwezen worden. Dat is dus geen liefhebberij van gereformeerde kerken. Het is een noodzaak voor jong en oud, om te blijven beseffen wat voor troost en vermaan er met de schatten van het evangelie meekomen. Dr. Bas vroeg zich af wat er van het onderwijs in de leer van de kerk terechtkomt. Lege middagdiensten bevorderen het onderwijs niet. Zelfs mag de vraag gesteld worden, of met goedbedoelde leerdiensten de continue behandeling van heel de leer van de kerk tot haar recht komt.
Dr. Veltkamp liet aan de hand van Zondag 31 zien hoe bekering en wedergeboorte geen eenmalige gebeurtenissen zijn. Wij moeten daar altijd mee bezig blijven. Het koninkrijk van God gaat open zo vaak wij de belofte van het evangelie met waar geloof aannemen. We moeten niet de gedachte koesteren dat wij de strijd al gestreden hebben en we al veilig en wel in het koninkrijk Gods gearriveerd zijn. Laten wij God vrezen en beseffen dat door zijn toorn over onze zonden de deur van zijn koninkrijk ook dicht kan gaan.
Drs. Den Dulk wees erop hoe het uitvoerigste stuk van de Heidelberger (de dankbaarheid) ons de ernst van de wet van God inprent. Waarom laat God ons de tien geboden zo scherp  prediken (Zondag 44)? De wet is geen gepasseerd station, maar moet ons altijd weer worden voorgehouden, zodat we nog sterker naar ons behoud door Jezus Christus verlangen. We zijn in een strijd gewikkeld, die tegen onze zondige natuur ingaat en ons hele leven duurt.

 [66] De strijd voortzetten 

Het was geen wonder dat in de bespreking iemand de vraag stelde, wat we met de referaten beginnen als allerlei kwesties in de kerken aan de orde komen. Wat hebben we eraan wanneer we moeten oordelen over vragen als ‘vrouwen wel of niet in het ambt?’
Ik begrijp die vraag uit de zaal. Ik begreep ook dat het forum er moeilijk antwoord op kon geven. Mij hebben de referaten moed gegeven, omdat ik ze eerst aan mijzelf voorhield en  daarna aan hun waarde voor de kerken dacht.
Voor mij was het dus een goede vergadering, al besefte ik dat de vraag naar het antwoord op concrete kwesties niet gegeven kon worden, Een volgende dag ben je dáár weer mee bezig.
Voor mijzelf durf ik ook te zeggen dat ik met de kerkelijke strijd bezig moet zijn. Als de meesten zwijgen, meen ik vandaag te moeten spreken. Ik weet wat velen daarvan denken en soms ook openlijk zeggen: Maak toch geen herrie, het gaat toch prima zo in de kerken? Altijd een donker gezicht zetten, altijd maar weer praten over de kerk, die haar belijdenis niet meer serieus neemt. Altijd maar weer in de contramine zijn!
Ik besef dat men zo denkt. Er zal een eind aan mijn schrijven komen. Maar voordat het zover is, zal ik nog een enkele maal mijn stem verheffen tegen het ontbindingsproces waarin de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) zich bevinden. Luid en vaak heb ik geroepen, zonder antwoord te krijgen. Binnenkort zal ook het roepen ophouden.

[67] Onontkoombaar voorbij? 

In dit Kort Commentaar ben ik zo vrij nog een vraag aan onze theologische opleiding in Kampen te stellen.
De vraag luidt: Is het geen ontbinding als ik van een predikant onder ons, die ook nog in Kampen een aantal colleges kerkrecht geeft, het volgende op zijn weblog lees? Hij schrijft: ‘De tijd van het handhaven van belijdenissen en kerkordes is onontkoombaar verleden tijd.’ Deze predikant, ds. W. van der Schee, heeft wat anders beloofd toen hij predikant werd. Hij zei op vragen ‘ja’ en ondertekende een formulier, waarmee hij het tegendeel bevestigde van wat hij nu op zijn website onontkoombaar noemt. Het is nu verleden tijd om belijdenissen en kerkordes nog te handhaven. Over kerkordes schrijf ik hier niet, al is het vreemd dat een kerkrechtdeskundige zo over kerkordes oordeelt. Waarom hebben we nog zulke deskundigen nodig als toch niemand zich verplicht moet voelen een kerkorde na te komen?
Maar nu over de belijdenissen! Nog tijdens het conflict rond 1967 vonden de kerken dat we onze confessies moesten handhaven. Wij vinden dat als kerken nog, als je de formulieren bekijkt die predikanten en hoogleraren ondertekenen, wanneer zij in de kerken of in Kampen hun werk beginnen. Ds. Van der Schee kijkt er nu kennelijk anders tegen aan. Hij weet net zo goed als ik, dat een predikant zo’n verandering van inzicht aan de kerken moet melden. De kerken hebben het recht en de plicht hem hierop aan te spreken.
Gebeurt dat laatste? Ik las het bericht in het jongste nummer van het blad Nader Bekeken en later ook op de website van ds. Van der Schee. Reacties op zijn uitspraak heb ik buiten Nader Bekeken niet gelezen. Ik vroeg mij af wat Kampen vindt van de uitspraak. Vroeger waren er nog curatoren, die verantwoordelijkheid droegen voor het gereformeerde karakter van de colleges en het niet zouden nemen als iemand dingen beweerde, die Van der Schee zeer vrijmoedig onder onze aandacht brengt.
Ik stuur dit stukje zowel naar ds. Van der Schee als naar de rector van de Theologische Universiteit. Een publieke opmerking van een gereformeerd predikant, zonder enige aankondiging dat hij zich tot de kerken zal wenden, moet men in Kampen toch vreemd vinden. Hij kan het onontkoombaar vinden dat de tijd van het handhaven van belijdenissen en kerkordes voorbij is. Maar wij mogen daarop een antwoord aan zijn adres verwachten van de kerken en/of van Kampen, waar hij werkzaam is.
Het gaat niet over een kleinigheid. De kwestie heeft te maken met de navolging van Jezus Christus, die van zijn dienaren vraagt hun ja ja en hun nee nee te laten zijn.

Ik hoop van harte een goed antwoord te krijgen, zodat de lucht kan opklaren!

 

Reacties zijn gesloten.