De koers van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) in het contact met de Nederlands Gereformeerde Kerken (over synodes en deputaten)

 De Deputaten Kerkelijke Eenheid (DKE) houden zich niet aan hun instructie en synodes gaan daaraan voorbij.

De GS Zwolle 2008 sprak uit:
“Het is nog niet duidelijk wat de bereikte overeenstemming betekent voor de kaders
waarin bij de NGK de ondertekening staat, te weten de Preambule, art. 17 en 34 van
het Akkoord voor kerkelijk samenleven (AKS) alsmede voor de manier waarop in het
verleden het onderscheid tussen Christus als het fundament en zaken in de belijdenis
die het fundament niet raken werd gebruikt.”

 De Balans(2007/8) van de (meerderheid) van deputaten van de GKv en die van de NGK verwoordde duidelijk de tolerantie die er in de NGK bepleit wordt.
DKE deden echter niet wat de GS 2008 hun opdroeg, al waren ze dat eerst wel van plan (zie hun eerste Jaarrapport, 2009).
Er werd een congres met de CCS van de NGK gehouden dat nodig geacht werd om het vertrouwen bij de CCS (deputaten van de NGK) te herstellen.
Waardoor was het vertrouwen bij de CCS verstoord?  De GS deed niet anders dan de NGK houden aan hun eigen AKS en aan wat CCS in de Balans hadden verklaard.
Na het congres handelden DKE niet naar hun instructie.
Ze gingen over een aantal onderdelen van de belijdenis praten met de CCS van de NGK en meenden dat zo duidelijke overeenstemming bleek wat betreft de binding aan de belijdenis. Daarbij gingen ze eraan voorbij, dat er in een NGK gemeente een ouderling was die niet stond achter wat de gereformeerde belijdenis zegt over de kinderdoop.

 De GS 2011 wees er niet op dat DKE zich niet aan hun instructie hadden gehouden, hoewel uit de kerken wel om zo’n uitspraak was gevraagd.

De GS 2011 gaf DKE de opdracht:

“de gesprekken met de Commissie voor Contact en Samenspreking van de NGK voort
te zetten. Het gesprek dient zich vooral te richten op de zaak van de vrouw in het ambt
en de wijze waarop in de plaatselijke kerken aan de binding aan de belijdenis vorm
wordt gegeven”

Maar in het rapport wordt door DKE niets concreets vermeld over de wijze waarop in de plaatselijke kerken aan de binding aan de belijdenis vorm wordt gegeven. DKE verwijzen wel naar de Balans (2007/2008), maar noemen niet de vragen die volgens de GS 2008 waren overgebleven. De Balans liet juist zien dat de ernstige bezwaren tegen de NGK wat betreft de binding aan de belijdenis en het oefenen van tolerantie nog niet opgelost waren.
Deputaten melden aan de GS 2014 niets over de binding aan de belijdenis in de plaatselijke kerken in de NGK.
Zij stellen: “In beide kerken (GKv en NGK) spelen dezelfde zaken in dit opzicht. Het lijkt ons niet mogelijk om dit onderwerp nog verder uit te spitten.”
Daarmee hebben de deputaten de bezwaren die de GS Zwolle tegen de tussentijdse Balans formuleerde, nog steeds niet doorgesproken, maar omzeild. Ze hebben hiermee de opdracht van de GS niet uitgevoerd.
De destijds genoemde verschillen met de NGK wat betreft de binding aan de belijdenis en tolerantie bij afwijking van de belijdenis vormen nog steeds een blokkade voor gesprekken gericht op eenheid.
Maar opnieuw wees de GS DKE er niet op dat ze zich niet aan hun instructie hadden gehouden. De GS had alsnog opdracht moeten geven de knelpunten t.a.v. de binding alsnog door te spreken. Zoals vele synodes dat noodzakelijk achtten en door de gs 2008 nog een keer duidelijk geformuleerd was.

 En t.a.v. van de zaak van de vrouw in het ambt. Daar zijn twee hermeneutische overeenstemmingen over geformuleerd. Daar zijn al veel vraagtekens bij te plaatsen.
Maar wat uiteindelijk had moeten gebeuren, het bespreken van de betreffende teksten, dat is niet gebeurd. En dat was/is nodig ook om er achter te komen wat die hermeneutische overeenstemmingen betekenen voor de uitleg en de toepassing van de Schrift.

 Hoe groot is het verschil tussen de hermeneutische overeenstemmingen en het rapport M/V dat door de GS werd afgewezen?

Ds. S.M. Alserda, Gereformeerde kerkbode voor Groningen, Friesland en Drenthe, 20-12-2014 (aangehaald in Nader Bekeken, jaargang 22, no. 2, februari 2015, pag. 59v.) signaleert het merkwaardige feit, dat  het M/V rapport door de GS werd afgewezen, maar dat dit vervolgens niet werd gedaan met het DKE-rapport, waarin volgens hem een schriftvisie is verwoord die  ‘vrijwel naadloos’ aansluit bij dat van het M/V-rapport. Ook daarin de nadruk op de culturele kloof tussen de context van de bijbeltijd en de onze, die rechtstreekse toepassing van de Bijbel moeilijk maakt. Met als gevaar dat de gelovige mens uiteindelijk zelf mag bepalen wat nog wel of niet van toepassing is.
Hij verwijst ook naar de emeritus-predikant ds. H. de Jong ( NGK ) die eerlijk zei, dat hij in zijn Schriftvisie een wissel was overgegaan: zoals het OT gedeeltelijk is achterhaald, zo is ook het NT gedeeltelijk achterhaald. Het eerste leidt hij af uit het NT. Het tweede is  z.i. aan de verantwoordelijkheid van de christelijke kerk overgelaten. Vandaar dat de Jong geen bezwaar meer heeft tegen vrouwelijke ouderlingen en predikanten en tegen homo-relaties.
Zijn opvattingen in de NGK worden breed gedragen. Hun leerstoel in Apeldoorn noemden zij  de ‘Henk de Jong-leerstoel’.
Alserda vraagt zich  m.i. terecht af of de bereikte overeenstemming over het Schriftverstaan werkelijk zo verschilt van het VOP-rapport. 

Dit onderstreep des te meer de tegenstrijdigheid tussen het besluit t.a.v. M/V en het besluit t.a.v. de NGK! 

De GKv veranderden van koers

De GKv schuiven op richting de NGK. De NGK zijn niet dichter gekomen bij de grondslag waarop zij en wij stonden voor dat we uit elkaar gingen. Daarom is er niet over te juichen, dat we elkaar zo dicht genaderd zijn.
De vraag dringt zich op: hoe heeft dit zo kunnen gebeuren? Hoe zijn wij kwijt geraakt dat waarvoor de GKv vol overtuiging hebben gestaan na de Vrijmaking, gehandhaafd in de 60-er jaren van de vorige eeuw?

 Wat gebeurt er op de GS? Als het werk van deputaten niet getoetst wordt aan hun instructie, maar zij grote vrijheid krijgen om zelf hun koers te bepalen, dreigen de kerken dan niet overheerst te worden door deputaten?
Spelen deputaten niet een veel te grote rol bij de behandeling van hun rapporten en van eventuele kritiek en bezwaar die vanuit de kerken komen? Dreigt hier niet wat bedoeld wordt als gesproken wordt over de slager die zijn eigen vlees keurt?

 Hoe lang/kort is het geleden dat er nog een pleidooi werd gevoerd voor het beperken van het aantal deputaatschappen? En het pleidooi voor een beknopte kerkorde met hoofdlijnen, te hanteren bij een open Bijbel, in trouw aan de belijdenis?
Is het voor de kerken nog te overzien en met gezonde kritische instelling te volgen?
Is het voor synodeleden allemaal te overzien, te volgen om zich een verantwoord oordeel te kunnen vormen?

 Gevoel of gehoorzaamheid?

Alserda wijst erop dat bij de bespreking  van de voorstellen van DKE  er uitgesproken voor- en tegenstanders waren. Tegenstanders vroegen naar de  argumenten en verdere onderbouwing. Voorstanders gaven die onderbouwing niet, maar spraken vanuit een heel andere invalshoek: dat het zo prachtig was, dat we elkaar nu zo dicht genaderd zijn.
Ligt dan de verlangde koers al vast? En wordt die niet zoals van een kerkelijke vergadering mag verwachten getoetst en verantwoord?
Over het beroep op gevoel en op de overtuiging dat je elkaar toch kunt vertrouwen, zie mijn artikel daarover op deze site van Gereformeerdekerkblijven.

 Maar hier doe ik de oproep aan kerkenraden en kerkleden om waakzaam te zijn.
De vraag is gewettigd: zij die een kerkverband en een kerkelijk leven voorstaan  zoals die in het NGK-kerkverband gevonden worden, zouden die dat  niet eerlijk moeten zeggen en de consequenties daaruit trekken?
Hoe heet dat ook nog maar in de sport, als spelers proberen al spelend zich niet aan de regels te houden maar het op hun manier doen? Noemt men dat niet: spelbederf?
Des te erger is dat in de kerk. Je niet houden aan wat afgesproken is. Je niet houden aan de grondslag van het kerkelijk leven en je daar niet op laten aanspreken.
En is dat niet gebeurd de laatste jaren, zoals ook blijkt in het eraan werken dat het GKv-kerkverband opschuift richting de NGK?                                                                                           Dat is in strijd met datgene wat wij belijden en wat ambtsdragers beloven bij hun bevestiging en waar ze voor tekenen! 

Het kerkverband was toch vanaf de grote Reformatie bedoeld om de kerken te bewaren bij de trouw aan Gods Woord en de daarop gegronde belijdenis? Bij de Afscheiding wilden de Gereformeerde Kerken terug naar de grondslagen van de synode van Dordrecht 1618/19. En in dat spoor wilden ze bijv. ook in de Vrijmaking verder. De NGK gingen over op een ander spoor. Zij stelden een Akkoord voor Kerkelijk Samenleven op waarin independentisme en een ongereformeerde tolerantie de ruimte kregen.
Laten we de NGK oproepen om met ons voor de Here te verootmoedigen en samen terug te kerken naar de gereformeerde grondslagen van kerk en kerkverband.

 Beroep op de situatie in de gemeente te Korinte

Er werd en wordt nogal eens een beroep gedaan op de situatie in de gemeente te Korinte. Daar waren partijschappen en zelfs ernstige dwalingen. En Paulus schrijft die gemeente niet af, nee.
Maar Paulus roept hen wel op om allen eensgezind te zijn, scheuringen te vermijden om in uw denken en overtuiging volkomen één te zijn, 1 Kor. 1: 10. Dat is iets anders dan eenheid van gevoel of een ‘oecumene van het hart’. Het gaat erom elke gedachte aan Christus te onderwerpen en ongehoorzaamheid te bestraffen. 2 Kor 10: 5v.  Dan kom je met argumenten en verantwoord je de keuze die je doet. Naar het gebed van Christus, Joh. 17, voor Zijn apostelen, dat  zij bewaard  worden in de naam van de Vader, zodat zij één zijn. Het gebed: Heilig hen in Uw waarheid, Uw Woord is de waarheid. Het gebed dat verhoord is in de eenheid van het NT. Zo komt het ook tot verhoring van het gebed om eenheid voor allen die door de verkondiging van de apostelen in Christus geloven. Eén zoals de Vader en de Zoon één zijn. Heilige eenheid!
Wanneer wordt opgeroepen tot bekering en daaraan geen gehoor wordt gegeven, is duidelijk hoe de Here Christus daarover oordeelt. Het is duidelijk te lezen in de brieven aan zeven gemeenten in Openb. 2 en 3.

 Verzande reformatie? Pastoraal zelfonderzoek noodzakelijk

Ik moet  vaak denken aan de laatste Schooldagrede van prof. B. Holwerda over de verzande reformatie met verwijzing naar de Richterentijd, toen ieder deed wat goed was in eigen ogen.
Is er nog het “gedenk uw voorgangers” naar Hebr. 13: 7?
Mijn onvergetelijke leermeester ds. D.K. Wielenga J.Dzn (zendingslector aan de School van de kerken) sprak op de Theologische Hogeschool dag, 26-9-1962 ( an het begin van de roerige 60-er jaren die uitliepen op de scheuring GKv en wat nu NGK heet). Hij riep op tot trouw  aan de  ondertekening van het Ondertekeningsformulier en het stipt zich houden aan de aangenomen kerkorde. Hij waarschuwde voor het gevaar van dominocratie en het eigenmachtig optreden van predikanten. Hij wees op de verantwoordelijkheid voor de schapen van Christus.
“Laten de herders bidden om een trouw herdershart. Laten de schapen bidden om echte, goede herders. We willen toch graag, wanneer de opperherder verschijnt, de krans der heerlijkheid ontvangen?”
Deze schooldagrede is op genomen in de bundel: De akker is de wereld, Amsterdam 1971.

 K.Folkersma

Afgesloten 28-02-2015

 

 

Een Generale Synode die tegenstrijdige uitspraken handhaaft

 Begin januari werd op deze site een artikel van mijn hand geplaatst met als titel: ‘Een generale synode kan terugkomen op eigen besluitvorming’.  Zo was de synode op 14 juni , 2014 teruggekomen op een besluit. En dat om verschillende redenen: uitslag van de stemming voor verschillende uitleg vatbaar, verwijzing naar het ND.

 Ook het besluit tot samenspreking met de NGK ontvangt verschillende uitleg, sticht verwarring, wordt in de praktijk gehanteerd tegen de bedoeling van de GS in, als we de preses van de synode, ds P.L. Voorberg, scriba ds R. J. Vreugdenhil en deputaat ds H.J. Messelink moeten geloven. 

De tekst van het besluit van de GS is ondubbelzinnig anders dan wat volgens Voorberg, Vreugdenhil en Messelink de bedoeling ervan zou zijn.
De GS  sprak niet uit dat de belemmering die er lag vanwege het VOP-rapport, maar dat de belemmering die er lag vanwege het besluit enz. is weggenomen. Dat slaat op het VOP-besluit als zodanig! 

 Dus besloot de GS over te gaan van gesprekken naar samensprekingen met het oog op kerkelijke eenheid. Het VOP-besluit als zodanig is geen belemmering meer voor eenwording.
Met een beroep daarop wordt in plaatselijke samensprekingen ervan uitgegaan, dat over de vrouw in het ambt niet meer gesproken hoeft te worden.
Ik hoorde een GKv-lid van een samensprekingscommissie zeggen: we moeten niet overdoen wat de GS gedaan heeft (sic! Wie in 1944 zo redeneerde, ging niet met de Vrijmaking mee; art. 31 KO spreekt anders). 

Het besluit m.b.t. de NGK spoort niet met wat de GS eerder besloot t.a.v. Man/Vrouw.                                                                                        
In het novembernummer van Nader Bekeken wijzen 2 auteurs hierop. De één spreekt van tegenstrijdigheid, de ander van spanning tussen het ene en het andere besluit. 

Daarom het verzoek aan de GS, die in januari nog weer samenkwam, om deze tegenstrijdigheid weg te nemen.
Eén in waarheid (15-02) doet verslag van de bespreking ter synode:
Het moderamen maakt melding van dit verzoek. En stelt dat bepaalde punten opnieuw in behandeling nemen, niet kan. Opnieuw behandelen kan alleen door de generale synode van Meppel.

 Maar het was niet een verzoek om bepaalde punten opnieuw te behandelen, maar om tegenstrijdigheid weg te nemen en in het besluit  met betrekking tot de NGK duidelijk te verwoorden wat de bedoeling ervan was. Want zoals Voorberg, Vreugdenhil en Messelink over de bedoeling schreven, zo stond het niet in het besluit.
De kerkenraad van Mariënberg schreef aan de GS:
“ Het gaat om een vraag met betrekking tot een formulering van een door u genomen besluit. Dat besluit blijkt nú al veel onduidelijkheid en verwarring te geven. Doordat het voor verschillende uitleg vatbaar is. Dat kan toch niet uw bedoeling zijn? En ook niet om dat tot 2017 te laten voortduren? Dat zou de vrede in de kerken immers niet dienen. …

“De deputaten kerkelijke eenheid zeggen zelf dat er nog veel moet gebeuren, bijvoorbeeld op plaatselijk niveau in gesprek gaan over vrouwelijke ambtsdragers op plekken waar de NGK daartoe besloten heeft.” (vet van ons, kerkenraad)….. Als leden van het moderamen deze besluiten, publiekelijk!, behoorlijk nuanceren, zou het dan niet goed zijn als u dat als (gehele) vergadering doet? Zou het dan niet wijs zijn deze besluiten in die zin opnieuw te formuleren?
Als ze zo gelezen moeten worden, zoals ds. Vreugdenhil en dr. Voorberg aangeven? Want zoals zij het uitleggen, zo staat het toch niet duidelijk in deze besluiten? En besluiten dienen, hebt u zelf al aangegeven met betrekking tot een ander besluit, niet voor verschillende uitleg vatbaar te zijn! Zij dienen duidelijk te zeggen, wat zij willen zeggen!….

Wij hopen dat onze vraag duidelijk is. En ook dat het niet gaat om een nieuw onderwerp of een bezwaar tegen een door u genomen besluit. Het gaat ons puur om de formulering van een door u genomen besluit. Die is onduidelijk en geeft zo verwarring. We hopen dat u die onduidelijkheid en verwarring weg wilt nemen, door zich toch over onze vraag te buigen. Het zou, volgens ons, de vrede in de kerken alleen maar dienen. “

Tot zover de kerkenraad te Mariënberg.

 In het verslag over de bespreking ter synode op Eén in waarheid, 15-02 is te lezen:
Na bespreking stelt de preses, dat het genoemde precedent besluiten betrof van de DKE. Het werk van DKE zou bemoeilijkt worden als bepaalde punten in de besluiten niet zouden worden aangepast. Daar kun je wat aan doen op een volgende vergadering. En dat is gebeurd om een weeffout te herstellen binnen hetzelfde proces van behandeling van DKE zaken. Maar het gaat nu om een afgerond besluit. 

Maar het verzoek betrof evenzeer het werk van DKE, dat wel bemoeilijkt moest worden door de discrepantie tussen het besluit met betrekking tot de NGK en de bedoeling die dat besluit zou hebben. Waar dan nog bij kwam de discrepantie  tussen dit besluit en het besluit t.a.v. M/V.(en ook deputaten zijn toch gehouden zich aan de besluiten van de GS te houden?!).Zie mijn artikel “De koers van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) in het contact met de Nederlands Gereformeerde Kerken” op deze site.
Op de vraag: staat de synode achter de publicaties van de preses en van scriba 2?,
werd dit geantwoord:
De genoemde publicaties betreft een publicatie van ds. Vreugdenhil als deputaat DKE. Dat is dus een zaak van het deputaatschap en niet van de synode.
En de publicatie over de uitspraken van de preses is door een site uit een particuliere correspondentie geplukt. Daar reageren we dus niet op. 

En zo werd heengedraaid om de eigenlijke kwestie.
Is scriba Vreugdenhil een ander dan deputaat Vreugdenhil? En als hij als deputaat een bedoeling aan het synodebesluit toekent, die niet in het besluit zelf te vinden is, is het dan geen zaak van de synode om zich af te vragen: hoe zit het met dat besluit, en wat gaan DKE hiermee doen? Hoe zit het met hun instructie?
En wat de preses betreft: hij heeft zich duidelijk uitgelaten in het ND, publiek dus. Maar dat wordt hier niet vermeld.
De kerkenraad te Mariënberg noemde wat publiek in het ND was verklaard.
Dus het verweer t.a.v. de uitspraken van Voorberg is niet recht.
De gestelde vraag kreeg geen recht en eerlijk antwoord en werd omzeild. De vraag luidde immers: staat de synode achter de publicaties van de preses en van scriba 2? Het verweer van het moderamen kan de toets niet doorstaan. De Schrift zegt: Heb de waarheid en de vrede lief.( Zach. 8:19).
De synode deed er het zwijgen toe.

 Nu blijft het zo, dat de GS t.a.v. de vrouw in het ambt uit 2 monden spreekt.
En de uitspraak dat het besluit van de NGK om de ambten open te stellen voor de zusters geen belemmering meer is op de weg naar eenheid, wordt in de praktijk ook zo gehanteerd: dat is geen punt van bespreking meer.
Daarmee wordt in feite de eerdere besluitvorming over M/V achterhaald. Het rapport M/V werd niet aanvaard. De onderbouwing van het voorstel uit te spreken dat ‘zusters in het ambt’ past binnen de bandbreedte van wat schriftuurlijk-gereformeerd is, werd ondeugdelijk bevonden.
De vraag is gewettigd: hoeveel verschilt wat DKE aan hermeneutische overeenstemmingen met de NGK presenteerde nu echt van het M/V rapport?
Dit rapport werd afgewezen, de hermeneutische overeenstemmingen met de NGK werden aanvaard.
Zie ook Ds S.M. Alserda , Vrede in en tussen de kerken.., Gereformeerde kerkbode voor Groningen, Friesland en Drenthe, 20-12-2014 (aangehaald in Nader Bekeken , jaargang 22, no. 2, februari 2015, pag. 59v).

 Laten kerkenraden dit besluit niet aanvaarden, maar revisie vragen!
Dit doet ook de vraag opkomen hoe werkt dat op een GS?
Geleidelijk is de koers in de contacten met de NGK verlegd.
Zie het artikel “De koers van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) in het contact met de Nederlands Gereformeerde Kerken” op deze site.

 K. Folkersma

 

Afgesloten 28 februari

 

 

 

Reacties zijn gesloten.