GKV-NGK – Wederzijds vertrouwen als basis voor kerkelijke eenheid?

 Wederzijds vertrouwen als basis  voor kerkelijke eenheid is wankel en doet zo maar de noodzakelijke waakzaamheid vergeten. 

Een voorbeeld daarvan is te vinden in het rapport van Deputaten Kerkelijke Eenheid voor de GS 2014.
Daar gaat het over het  VOP-rapport ( Vrouwelijk Ouderlingen en Predikanten in de NGK).

Terugkijkend kunnen we constateren dat het VOP-rapport gefunctioneerd heeft op de weg die de NGK zijn gegaan naar het besluit om de ambten van predikant en ouderling voor vrouwen open te stellen. Dat wil echter niet zeggen dat alle leden van de NGK dit rapport voor hun rekening hebben genomen.”

Van de zijde van de GKv is er ernstige kritiek geoefend op dat rapport. Kritiek die binnen de NGK herkend werd.

“In het gesprek met de CCS ( de deputaten van de NGK) werd bovendien duidelijk dat de bekendheid en het vertrouwen dat de opstellers van het rapport binnen de NGK genieten, maakt dat het rapport tegen die achtergrond minder vragen binnen de NGK oproept, dan bij lezing door hen die niet bekend en vertrouwd zijn met de opstellers. Dat gezichtspunt wekt over en weer begrip; zowel voor de vragen over het VOP rapport vanuit de GKv als voor het vertrouwen in de VOP commissie en haar rapport binnen de NGK.”

Het VOP-rapport is schriftkritisch, maar het vertrouwen en de bekendheid van de opstellers van het rapport binnen de NGK maakt dat dat rapport binnen de NGK minder vragen oproept.
Dus er wordt meer gekeken naar wie de opstellers van het rapport zijn, dan naar wat zij in hun rapport beweren.
Gezien het gebruik van de tegenwoordige tijd is dat nog zo, ook na herkenning en veelszins erkenning van de kritiek van de kant van de GKv.
De overeenstemmingen over de hermeneutiek hebben hier geen verandering in gebracht.

 Zonder aanzien des persoons?

Er wordt  veel naar de persoon gekeken en wat hij/zij zegt wordt niet – zonder aanzien van de persoon! – getoetst aan de Schrift.
Dit is een typische NGK benadering. Zie ook de  zogenaamde Tussenbalans voor de GS van 2008.
Helaas hadden onze deputaten hiervoor alle begrip, in plaats van dat ze dit weerlegden..

 Zouden wij nu op gezag van deputaten en de synode moeten geloven dat de vrouw in het ambt geen belemmering meer is op weg naar eenheid  met de NGK.?
Het VOP-rapport is niet getoetst aan de Overeenstemming over de hermeneutiek.
En de teksten uit de Schrift die hier ter zake zijn, zijn niet besproken! Dus het belangrijkste werk moet nog gebeuren!! De Schrift moet open.
Men mag niet blijven steken in overeenstemming over de hermeneutiek en vandaaruit: we kunnen elkaar vertrouwen.

 Pas op voor zelfvertrouwen en zelfverzekerdheid

Op de GS Ede is gezegd: zijn we niet te vriendelijk voor elkaar, te soft? 

Dr. Carlo Janssen ( Canada) in zijn advies aan de synode over het voorgestelde nieuwe Bindingsformulier:

 “Mijn ervaring in Nederland (vooral na vijf jaar ervaring in Canada) doet mij denken dat men in Nederland vaak “te aardig is” voor elkaar. Men geeft elkaar graag de ruimte en durft elkaar vaak niet te bevragen op overtuigingen, laat staan gevolgen te verbinden aan afwijkende opvattingen of gedragingen. Ik vraag me af: zal iemand die verschil ervaart tussen de leer van de Bijbel en de inhoud van de belijdenissen inderdaad eerst vragen aan zijn kerkenraad hoe en waar dit verschil aan de orde gesteld moet worden? En als dit aan het licht komt, wat gaat er dan gebeuren?”.

 Ds. Gijs Zomer zei in de discussie over de noodzaak van een duidelijk Ondertekeningsformulier, met een  duidelijke binding aan de Schrift:

Dr. Carlo Janssen heeft gelijk.
We durven elkaar niet meer aanspreken. Waar is de taal van Paulus, van anathema’s? Zijn we nog onder de indruk van Mat. 18 waar Jezus zegt over wie een kind tot zonde verleidt, dat het beter was geweest dat hij met een molensteen om zijn hals was verdronken? Dat zijn enorm zware bewoordingen. Waarom bezigen wij die niet? Wij zijn immers herders van de kudde?
Het gaat er niet om iets nieuws te zeggen. Maar het gaat er om dat we gemuilkorfd worden als leugenaars. Het gaat om de kudde te beschermen tegen leugenaars.
Binding aan heel de Schrift is nodig  Dat is nodig om te zeggen want we leven in een tijd van relativisme. Men spreekt maar over ‘onze gereformeerde traditie’, ‘onze eenzijdige kijk op Christus’. Laten we aan onze binding vasthouden, een binding aan heel de Schrift. (Aldus het verslag van de zitting van de GS 24 mei 2014, op www.eeninwaarheid.info )
Dat is gezonde gereformeerde taal van een predikant die bij Rom. 3: (Alleen God is waarachtig/betrouwbaar en ieder mens leugenachtig/onbetrouwbaar) niet denkt: dat staat er voor een ander, niet voor mij en voor wie ik denk te kunnen vertrouwen.

 We hebben elkaar bij de les te houden, waarbij ook behoort het weerleggen en bestraffen, 2 Tim 4.
Denk aan Mat. 16, de heerlijke belijdenis van Petrus  Zou Petrus niet veel krediet verdienen? Maar vlak daarop moet de Here hem terechtwijzen: Ga terug achter Mij, Satan! Je zou me nog van de goede weg afbrengen. Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat mensen willen.
Petrus had  zoveel zelfvertrouwen, maar verloochende zijn Heer drie maal.
Paulus schroomde niet Petrus openlijk terecht te wijzen, Gal. 2.
Toen is blijkbaar niet tegen Paulus gezegd: Maar je kunt Petrus toch wel vertrouwen?!
Petrus schrijft later in 2 Petrus 3: onze geliefde broeder Paulus.
Zo hoort het.
Zo behoort men zich te gedragen in het huis van God, de gemeente van de levende God, 1 Tim. 3: 14v!

 Dat beroep op: we kunnen elkaar vertrouwen, is dat niet een collectief zelfvertrouwen, dat zo maar leidt tot collectieve zelfverzekerdheid, ten koste van de nodige nuchterheid en waakzaamheid, zonder aanzien des persoons?
Elkaar vertrouwen,  dat is niet een schriftuurlijke basis.  We moeten betrouwbaar blijken, 1 Kor 4:2.
En het “proeven van de nieren”, – dat wordt wel eens gezegd: we hebben elkaars nieren geproefd en we zijn zo één –  maar dat is niet aan ons. De HERE doorgrondt het hart en toetst de nieren. En lees dit maar in zijn verband. Daar wordt juist gewaarschuwd tegen het vertrouwen op mensen. Jer. 17:5- 10, en gewaarschuwd tegen de arglistigheid van het menselijk hart.
Reken met wat Christus aan het eind van de Bergrede zegt over hen die wel heel hard : Heer, Heer roepen maar toch niet de wil van de Vader doen, al menen  ze zich op geweldige dingen te kunnen beroepen die ze hebben gedaan in Christus’ naam, Mat. 7.
Laten we ons allen daar maar op toetsen en elkaar vragen ons hierop te toetsen.
Zoals ds. Gijs Zomer dat naar voren bracht.

 Ook wie bijv. de gereformeerde belijdenis is toegedaan kan dwalen.
Die basis van wederzijds vertrouwen is wankel en doet zo maar de noodzakelijke waakzaamheid vergeten.

 Pas op voor de verschuiving van geloof naar gevoel.

Ook ons gevoel moet een zaak van geloof zijn, onder de tucht van Gods Woord.
Treffend is wat daarover te lezen was in het Reformatorisch Dagblad van 15-12-2014. Vooral  de uitspraak van Henk Binnendijk (niet iemand van wie men zou denken: zo’n doorgewinterde vrijgemaakte die ergens in de vorige eeuw is blijven steken). En hetzelfde geldt van wat van dr. ir. J. van der Graaf wordt aangehaald.

 RD:

“Minisymposium EO: Bij rot in fundering gaat alles verzakken

Gedurende tientallen jaren heeft de verschuiving van geloof naar gevoel en die van God naar de mens de weg vrijgemaakt voor de wetteloze mens. Het is tijd dat we buigen voor God en Zijn Woord.

Dat stelde Henk Binnendijk zater­dagmiddag tijdens een minisymposium dat de Evangelische Omroep (EO) hield ter gelegenheid van het afscheid van Ad de Boer als voorzitter van de raad van toezicht en de ledenraad.
Als het maar goed voelt…”, was het thema van het symposium. Veel christenen zijn van mening dat onderwerpen zoals samenwonen, homoseksualiteit, euthanasie en de vrouw in het ambt lijnrecht tegen Gods Woord ingaan, aldus de EO. Anderen vinden dat deze opvattingen verschuiven onder invloed van de tijdgeest en persoonlijke ervaringen….
Panelleden gingen onder leiding van Elsbeth Gruteke met elkaar in debat over de vraag hoe om te gaan met de tijdgeest. Gruteke vroeg hun aan te geven of ze het gevoel hebben veranderd zijn in hun houding ten opzichte van de tijdgeest. Dr. ir. J. van der Graaf zei een diep wantrouwen te hebben tegen zijn gevoel, dat kan ontaarden in emotie. „Niet dat emotie per definitie verkeerd is, maar mijn gevoel moet ondergeschikt zijn aan de openbaring.”                      

    Tot zover het RD.

 Maak geen tegenstelling tussen geloof en gevoel.

Geloven is iets van de hele mens. Daarom mag er geen verschuiving van geloof naar gevoel zijn. Het geloof leeft van alle Woord van God. Christus is ook de Heer van ons gevoel. Ook het gevoel moet zich onderwerpen in gehoorzaamheid aan Christus. Als er een verschuiving is van geloof naar gevoel, dan dreigt het gevaar zich door het gevoel te laten leiden, en zich in het gevoel te verschansen. “Als het maar goed voelt… “(2 Kor 10: 4v).
Zie ook wat Paulus schrijft over mensen die de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoet komen en hen naar de mond praten, 2 Tim. 4: 3. Dan zul je nooit in staat zijn de waarheid te kennen, 2 Tim. 3: 7.

 K. Folkersma

 

Afgesloten, 28 februari, 2015

Reacties zijn gesloten.