Overweging over Efeziërs 6:12 naar  aanleiding van Openbaring 12 op de dag van bezinning in de Immanuëlkerk Bunschoten op 15 november 2014

 Niet gericht tegen mensen, maar tegen de kwade geesten… 

1. Lezen bij de opening van de dag: Openbaring 12:1-17 

Onze strijd is niet gericht tegen mensen
maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis,
tegen de kwade geesten in de hemelsferen.
Ef. 6:12

 Stellig was het ons allen een lief ding waard geweest, broeders en zusters, als er geen enkele aanleiding was om hier vandaag bij elkaar te komen. Die aanleiding is er helaas wel. Dat doet ons pijn en het doet ons verdriet. Wat veroorzaakt dan die pijn en dat verdriet? Is het niet de toestand van de  Gereformeerde Kerken die ons zorgen baart? De kerken die ons lief zijn?

 * * *

 Maar… net als onder alle andere omstandigheden die ons omringen, moeten we ook vandaag vóór alles ons richten op de hemel. Waar de Allerhoogste Zijn troon heeft. Waar ook Hij is die gezegd heeft: “Ik ben met u al de dagen…” Want genade en vrede kunnen alleen komen van God die is en die was en die komt en van de zeven geesten voor Zijn troon en van Jezus Christus de getrouwe Getuige, de Eerstgeborene van de doden en de heerser over de machthebbers  van de aarde.

 * * *

 Ook op deze dag van bezinning zijn onze hulp, onze hoop en onze verwachting alleen van de HERE Die de hemel en de aarde gemaakt heeft. Van Hem Die trouw blijft ván generatie óp generatie en Die het werk waaraan Hij in den beginne begon niet uit Zijn handen laat vallen!

 * * *

 Zoëven hebben we uit Openbaring 12 gelezen. Met onze apostel Johannes krijgen we daarin een hemelse kijk op onze aardse werkelijkheid. Dít is het wat onze goede God ons steeds weer geeft en waartoe Hij ons steeds weer aanspoort: niet zónder de hemel kijken naar wat er om je heen op aarde gebeurt. Ja zó, want hemel en aarde maken deel uit van de ene werkelijkheid van de HERE God.

 * * *

 Wat we in Openbaring 12 te zien krijgen zijn de lotgevallen en wederwaardigheden van de kerk; ‘de vrouw en haar kinderen’ genoemd. Zwaar wordt zij belaagd door ‘de grote draak’, hier ook aangeduid als ‘de slang van weleer’. Het is satan; Gods grote tegenstander. De grote tegenstander dus van ook deze vrouw; bekleed met de zon, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd. De grote tegenstander dus van de kerk en haar leden.

 * * * 

Wie denkt hierbij niet aan wat onze apostel Petrus schrijft in zijn eerste brief (5:8-9): ‘Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi. Stel u tegen hem teweer, gesterkt door uw geloof, in het besef dat uw broeders en zusters, waar ook ter wereld, onder hetzelfde leed gebukt gaan’? Maar ook aan de woorden van onze apostel Paulus in zijn brief aan de gemeente van Efeze (6:12): ‘Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen’?

 * * *

 Het is belangrijk voor ons dát elkaar vandaag óók voor te houden. We zijn hier niet bij elkaar om een strijd te voeren tegen andere mensen, omdat wíj gelijk hebben en óns gelijk dan ook gehaald moet worden. Er staat toch werkelijk wel wat anders op het spel! Heerst er niet een veel te naïeve en optimistische visie op de mens in onze samenleving? Ook in de kerk en dus ook onder ons? Zou die eigenzinnige naïviteit en dat luchthartige optimisme buiten de kwade macht van satan omgaan? Strooit hij ons zo niet zand in de ogen en sust hij ons zo niet in slaap? Is dat niet een belangrijke oorzaak van het verval van onze kerken? Maar spreken de Schriften dan niet duidelijk over het gevaarlijke optreden vol slechte intenties van de mensenmoordenaar van den beginne ten opzichte van uitgerekend Gods kerk?

 * * *

 Maar, broeders en zusters, laten we onszelf niet verheffen boven anderen. Laten we evenzeer onszelf eerlijk de vraag stellen hoe het gesteld is met óns besef dat ook wij drie doodsvijanden hebben (Heidelbergse Catechismus zondag 52): niet alleen de wereld en ons eigen vlees, maar ook… de duivel. En, zondag 48, dat wij zonder ophouden de HERE óók moeten bidden: ‘Verbreek de werken van de duivel en alle macht die tegen U opstaat; verijdel ook alle boze plannen die tegen Uw heilig Woord bedacht worden’? Gelóven wij nog in de realiteit van wat artikel 12 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis als volgt onder woorden brengt: ‘Uit alle machten loeren de duivelen en de boze geesten als moordenaars op de kerk en elk van haar leden, om álles door hun bedriegerijen te vernielen en te verwoesten’?

 * * *

 Met droefheid moeten we constateren dat de situatie en het klimaat waarin de Gereformeerde Kerken in Nederland onmiskenbaar verzeild zijn geraakt, gespeend lijkt van elk besef van deze werkelijkheid. Terwijl, juist in het kader van déze realiteit, de Heilige Geest álle Christusbelijders aanspoort: ‘Trek de wapenrusting van God aan om stand te kunnen houden tegen de listen van de duivel. (…) De waarheid als gordel, de gerechtigheid als harnas, de inzet voor het evangelie van de vrede als sandalen, het geloof als schild, de verlossing als helm en als zwaard de Geest, dat wil zeggen Gods woorden.’ Alleen het Woord van God, dat Schríft én vléés geworden is, kán ons staande houden. Alleen zo kan grote tegenstander van onze Here en Heiland ontmaskert worden die altijd weer twijfel Gods woorden zaait met zijn aloude vraag: ‘Is het niet dat God gezegd heeft…?’ Deze realiteit én de waarachtigheid van Gods geschreven Woord moeten we dan ook elkaar en de kerken die ons lief zijn met klem voorhouden.

 * * *

 Wij kunnen lijden aan de kerk, pijn vóelen als we aan de kerk dénken. Dat verandert niets aan de hemelse glorie en macht van onze Heiland. Er is daarom geen enkele reden ons voor Zíjn evangelie dat ons van oude tijden door Zíjn Geest op Schrift is overgeleverd te schamen, al staat dat evangelie dwars op onze cultuur. Is Christus’ evangelie ooit iets anders geweest dan een dwarsligger ?  We mogen en kunnen Gods heilige woorden gewoon laten staan en er voor buigen. Dán doet het Zijn werk, dán bouwt het Zíjn kerk. Nog geen duizend duivels kunnen daar tegenop.

 Amen (1036)

 Laten we samen zingen Gezang 34: Een vaste burcht is onze God, / een bolwerk in gevaren. / Hij helpt en redt uit alle nood / die wij hier nu ervaren…

 

 

 

 

VROUW IN HET AMBT MAAKT MIJN GELOOF TOCH NIET ANDERS?

 Broeders en zusters

 Ds Storm heeft ons gediend met een uitstekende analyse van wat er op de synode van Ede besloten is. Ik neem aan dat u dat gelezen hebt en ga dat dan ook niet herhalen.
Ik wil vanmorgen met u een punt wat verder uitdiepen.
Het gaat mij om de besluitvorming waarvan ds Storm schrijft: “ De meest brandende en omstreden kwestie ter synode is ongetwijfeld die van de beoordeling van het rapport van deputaten M/V geweest. Het heeft de synode heel veel moeite gekost om tot besluitvorming te komen.  ….. Er is besloten om met de NGK tot samenspreking gericht op kerkelijke eenheid te komen. Maar kan dan tijdens die samensprekingen niet alsnog blijken dat dit punt een verhindering voor eenwording is? Nee, dat kan niet. Want de synode besloot (besluit 3): “uit te spreken dat door de overeenstemming in de gesprekken over hermeneutiek de belemmering die er lag vanwege het besluit van de NGK om de ambten voor de zusters der gemeente open te stellen, is weggenomen.”  Met als grond: “ondanks het verschil in praktische uitkomsten ten aanzien van de vrouw in het ambt, is gebleken dat we als kerken elkaar vertrouwen kunnen geven inzake de erkenning en aanvaarding van het gezag van de Heilige Schrift. Eigenlijk is dit de meest schokkende uitspraak die te Ede door de kerken is gedaan. Hiermee is gekozen voor het ontstaan van een kerkverband waarbinnen de kwestie van de vrouw in het ambt tot een praktische kwestie is teruggebracht, waar plaatselijke kerken over mogen beslissen.”  Tot zover collega Storm.
Ik ben het volledig met hem eens dat dit het meest schokkende en vergaande besluit tot nu toe van de synode is geweest. Toch wordt dat door velen niet zo ervaren. Je hoort broeders en zusters om je heen zeggen dat het voor de vrede goed is dat er nu nog niet tot de vrouw in alle ambten besloten is. Beter een langzame haast ter wille van de vrede. De vrouw in het ambt komt er toch wel. Als je dan verder praat, komt het argument: je kunt er wel tegen zijn maar vrouwen in de ambten verandert echt niets aan mijn geloof. Daarom kan ik me er ook niet echt druk over maken.
Het is een argument om ook echt over na te denken. Je kunt toch echt gelovig blijven als je als kerk vrouwen in de ambten laat dienen? Dat geloof klinkt toch bijvoorbeeld ook door in het principebesluit dat de Gereformeerde Kerken synodaal in 1966 namen over de vrouw in het ambt?
a. de Geest van Christus herstelt de vrouw geheel in haar volwaardige positie als mens Gods (Gal3;28) en integreert haar als zodanig volkomen in het dienstwerk tot opbouw van de gemeente;
b. Het kan een verschraling van het leven van de gemeente betekenen, wanneer de aan de vrouw tot welzijn van allen verleende genadegave bij de institutaire opbouw van de kerk verwaarloosd zouden blijven;
c. Met de haar geschonken gaven mag de vrouw medewerken in de ambtelijke dienst, zoals deze in zijn geheel tot leiding  van de gemeente is geroepen;
d. Bij de opening van de toegang tot het ambt voor de vrouw dient haar een volwaardige plaats naast de man te worden ingeruimd, overeenkomstig het beginsel van wederzijds aanvullend deelgenootschap in een gezamenlijke taak.” 

Je leest hier toch heel gelovige woorden?  Daarbij sluit toch ook aan wat onze eigen synode besloten heeft over het vrij spreken over wel of geen vrouw in het ambt als er maar vanuit de Schrift geargumenteerd wordt?  De volgende uitspraak:

b. “de visie dat behalve mannen ook vrouwen in de kerkelijke ambten mogen dienen moet vrij bespreekbaar zijn zolang er vanuit de Schrift geargumenteerd wordt.”

 Ik twijfel geen moment aan de oprechtheid van iemand als hij of zij zegt dat de vrouw in het ambt niets aan je geloof verandert. Toch heb ik met dit argument een groot probleem. Het gaat het geloof  van velen namelijk wel wezenlijk veranderen. Dat kan ook eigenlijk niet anders.
Ja, maar onze synode heeft toch juist besloten dat er geargumenteerd moet worden vanuit de Schrift!  Als je vandaar uit verder spreekt kan het toch ook een vrije kwestie zijn? Dan zit het toch gewoon goed.
Het lijkt op het eerste gezicht een heel goede redenering. Dit besluit deed me terugdenken aan zo’n 15 jaar geleden. Wij woonden in Zuid-Afrika. In verband met een zendingsvisitatie vanuit Nederland  waren er ook enkele collega’s uit Nederland. We kregen een gesprek waarbij een van de collega’s zei dat als mensen oprecht vanuit de Schrift met argumenten komen je nooit te maken hebt met kerkscheidende meningen. Dat klinkt goed en dat klinkt ook vol van de echte vrede. Maar toch  klopt deze redenering niet. Ik noem een paar dingen die dit kunnen verduidelijken.
a. Als je naar de geschiedenis kijkt zie je hoe Christus kerk de leer van Arius en Pelagius als ketters veroordeelt. Toch beriepen zowel  Arius als Pelagius zich op de Bijbel. Ze kwamen met argumenten uit de Bijbel. Daarmee was de mening dat de Here Jezus zelf geen God was en dat de mens niet uit zichzelf maar door het verkeerde voorbeeld gaat zondigen geen vrije kwesties geworden. Het was maar niet een kwestie van verschillend de Schrift verstaan geworden. De kerk wist zich geroepen om op grond van het juist verstaan van de Schrift deze dingen als dwaalleer te typeren.    
b. Vanuit de Schrift worden we steeds weer opgeroepen om te toetsen.  Dat zou vervallen als we zeggen dat als iemand maar vanuit de Schrift argumenten geeft het om een vrije kwestie gaat.  We moeten bedenken dat we de Schrift ook echt verkeerd kunnen uitleggen. Ook met de beste bedoelingen. Je kunt met de beste bedoelingen nog altijd eigenwillig zijn. Je bent zo door de geest van de tijd of door een bepaalde gedachte of gevoel ingenomen dat je in feite de Schrift naar je eigen mening toebuigt. Het is niet voor niets dat de Geest Petrus laat schrijven: “Besef daarbij vooral dat geen enkele profetie uit de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat, want nooit is een profetie voortgekomen uit menselijk initiatief: mensen die namens God spraken werden daartoe altijd gedreven door de heilige Geest.” 2 Petr 1:20,21
Denk er eens aan dat een groot kenner van de Schrift  met de naam duivel ook argumenten vanuit de Bijbel gebruikt. Hij probeert daarmee de Here Jezus te verleiden. Matt 4.  De Here Jezus stuurt de duivel dan ook weg. Deze dingen maken duidelijk dat niet elk beroep op de Schrift geldig is.    

Als het om de vrouw in het ambt gaat, verandert je geloof als je dit toelaat omdat je een duidelijk  voorschrift van de Geest ongeldig verklaart. Een regel van de HERE die zelfs in 1 Timotheus 2 in de schepping verankerd wordt. Je ziet ook in de besluitvorming en voorstellen in verschillende kerken dat dit gebeurt.
Bij de besluitvorming in de Gereformeerde Kerken synodaal speelde het begrip tijdgebonden een grote rol. De cultuur van vandaag is zo anders. Het is duidelijk dat Paulus nog zegt dat het niet kan maar dat was vanwege de tijd. Al schrijft Hij dat het Gods wil is vanaf de schepping.
In de Nederlandse Gereformeerde kerken kwam naar voren dat er 2 lijnen in de Schrift te vinden zijn. Het is voor ons moeilijk om die lijnen met elkaar te combineren. Vanuit de cultuur van vandaag wordt de Schrift dan onduidelijk gemaakt om een eigen vrij standpunt te kunnen innemen.
In het rapport dat op onze eigen synode gediend heeft, was het sterk de cultuur en daarmee ook de tijdgebondenheid die de oplossing moest geven. De redenering dat Paulus vanuit missionaire argumenten toen  kwam tot de regel om geen vrouwelijke ambtsdragers te hebben. In onze tijd zou het juist andersom zijn. Als we nu aan deze regel vasthouden zouden we een onnodige drempel voor mensen opwerpen om tot Christus te komen. Deze redenering kom je bijvoorbeeld ook al tegen in twee populaire Afrikaanse studiebijbels uit de negentiger jaren van de vorige eeuw. (Bybellennium; Bybel in praktyk)
Het opvallende is dat wat de Heilige Geest zegt aan de kant geschoven wordt ter wille van hoe er in onze tijd gedacht en gevoeld wordt.  Als je dat op dit punt doet, gaat bij velen hun geloof veranderen. Waarom zou je dan op andere punten in de Schrift ook niet kunnen zeggen dat hier vooral vanuit de tijdgeest van toen geredeneerd wordt. Je ziet dan dat de geest van de tijd het wint van de Schrift.
Hier is van waarde wat K.K. Lim in zijn proefschrift:  “Het spoor van de vrouw in het ambt” naar aanleiding van besluiten om de vrouw in het ambt in verschillende kerken toe te laten schrijft: “Door sterk de nadruk te leggen op de tijdgebondenheid, kan het algemeen geldige onderscheid tussen man en vrouw in elke omstandigheid verschillend toegepast worden. Door de Schrift te benaderen als cultureel bepaald en daarbij het begrip tijdgebondenheid te hanteren wordt de weg gebaand voor de openstelling van het ambt voor de vrouw. Hier rijst dan de vraag wat het criterium voor een dergelijke beslissing moet zijn. Worden hier geen subjectieve maarstaven aangelegd? Hier schuilt immers het gevaar dat de openbaring van God ten prooi valt aan een subjectieve beoordeling van de omstandigheden van de tekst en van de toepassing daarvan in het heden.” p.  270.  

 Uiteindelijk leidt in verreweg de meeste gevallen het toelaten van de vrouw in het ambt er toe dat er een vrijere omgang met de Bijbel ontstaat. Een omgang die openstaat voor allerlei eigen meningen waardoor het concrete spreken van de HERE in  de Schrift aan de kant geschoven kan worden. De Schrift wordt een van de bronnen van Gods openbaring. Daarnaast wordt de cultuur en de tijd ook zo’n bron. In de versmelting van die twee bronnen licht de waarheid dan op. Daarmee wordt ernstig tekort gedaan aan de HERE en aan Zijn Woord voor alle tijden en culturen.   
Het kan bijna niet anders dan dat het toelaten van de vrouw in het ambt er toe leidt dat mensen in de loop van de tijd al losser van het Woord van God komen te staan. Het gaat hierbij ook om het tere leven dichtbij de HERE. In diepe eerbied voor Zijn hele Woord.
Geloven wordt vrijblijvender.
Het is daarom uit liefde voor de HERE en voor Christus gemeente en voor de jeugd! dat ik hierin niet kan meegaan. Laat Gods concrete wijsheid voor ons altijd weer het einde van alle tegenspraak zijn en het begin van echte wijsheid.

 Ds. Rob Visser

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reacties zijn gesloten.