GS 2014/15 en NGK

Motto: Een generale synode kan terugkomen op eigen besluitvorming                                                                

Er is onduidelijkheid en verwarring naar aanleiding van de besluiten van de Generale Synode 2014 over de samensprekingen gericht op eenheid met de NGK. Voorlopige acta, hfdst 7, blz. 15v.

Besluit 3:
uit te spreken dat door de overeenstemming in de gesprekken over hermeneutiek de belemmering die er lag vanwege het besluit van de NGK om de ambten voor de zusters der gemeente open te stellen, is weggenomen.

Grond:
ondanks het verschil in praktische uitkomsten ten aanzien van de vrouw in het ambt, is gebleken dat we als kerken elkaar vertrouwen kunnen geven inzake de erkenning en aanvaarding van het gezag van de Heilige Schrift.

 Besluit 4:
de contacten met de NGK voort te zetten en over te gaan van gesprekken naar samensprekingen met het oog op kerkelijke eenheid.

Grond:
nu de belangrijkste belemmering is weggenomen, ligt de weg naar samensprekingen over daadwerkelijke kerkelijke eenheid open.

Ds R.J.Vreugdenhil, lid van het Deputaatschap Kerkelijke Eenheid  en scriba van de GS plaatste met ds H.J. Messelink, voorzitter van DKE in het ND van 13 okt. J.l. een Ingezonden waarin zij stelden :
Kort gezegd is inderdaad ‘de vrouw in het ambt’ geen belemmering meer voor plaatselijke samenwerking met een Nederlands Gereformeerde Kerk. Maar dat is net iets te kort gezegd. De belemmering was vooral de manier waarop in de Nederlands Gereformeerde Kerken ten aanzien van vrouwelijke ouderlingen en predikanten de Bijbel gebruikt werd. De afgelopen jaren hebben de beide kerken op dat punt elkaar gevonden. Geen wantrouwen meer of de Bijbel volledig serieus wordt genomen, ook al zijn de kerken het in de uitleg niet altijd eens. Na het synodebesluit van Ede moet het in plaatselijke gesprekken nog steeds hierover gaan. Als een Nederlands Gereformeerde Kerk gekozen heeft voor vrouwelijke ambtsdragers, dan hoeft dat op zichzelf geen belemmering te zijn, dat klopt. Maar er moet wel doorgepraat worden over het :waarom van die keus. Als je merkt dat je echt één bent in hoe serieus je de Bijbel neemt, dan kun je de stap zetten naar samenwerking. Met respect voor ieders overtuiging en voor de afspraken in elk kerkverband. In gezamenlijke diensten van vrijgemaakt-gereformeerde en Nederlands-gereformeerde kerken zullen dus geen vrouwelijke predikanten voorgaan en alleen predikanten die de gereformeerde belijdenis ondertekend hebben.                                                                                     De belemmering is dus weg. Maar dat was geen hek dat nu van de dam is. Kerkelijke samenwerking kan nog steeds alleen maar binnen het samen erkende hek van respect voor de Schrift.

Desgevraagd schreef ds Vreugdenhil  en hij gaf permissie dit te gebruiken (” Als u hiermee ook anderen wilt dienen, staat dat u vrij.” Uiteraard, het gaat over publieke zaken.):
In de landelijke besprekingen (en in besluiten van eerdere synodes) ging het niet om het NGK-besluit over vrouwelijke ambtsdragers als zodanig, maar om de onderbouwing ervan in het VOP-rapport. Eerdere synodes wezen aan dat in dat VOP-rapport op een wijze geredeneerd wordt die geen recht doet aan de gereformeerde belijdenis omtrent het gezag van de Schrift. Daarom is met de NGK gesproken over hoe zij de Schrift beschouwen en hanteren. Op dat punt is overeenstemming bereikt. Vanuit die overeenstemming is ook in de landelijke vergadering van de NGK (door NGK-eren zelf!) Kritiek geoefend op elementen uit het VOP-rapport. En voor de GS Ede 2014 was deze overeenstemming aanleiding om te constateren dat deze belemmering m.b.t. het Schriftgezag weggenomen is.

Zo is het inzicht gegroeid dat er geen is-gelijk-teken geplaatst moet worden tussen een besluit om vrouwelijke ambtsdragers toe te laten en het loslaten van het Schriftgezag. Een kerk die vrouwelijke ambtsdragers heeft, heeft daarmee niet het gezag van de Schrift verworpen. Ook in het besluit van de GS Ede 2014 n.a.v. het rapport ‘M/V in de kerk’ is dat uitgesproken.
In de besprekingen van onze deputaten met de landelijke commissie van de NGK is die overeenstemming bereikt en dat gaf de basis om over te gaan tot samensprekingen. De synode heeft niet besloten tot eenheid of erkenning van de NGK-kerken als geheel. Voordat in een plaatselijke situatie daartoe wel besloten kan worden, zal er over allerlei zaken gesproken moeten worden. Als het daarbij gaat om een plaatselijke NGK-gemeente met vrouwelijke ambtsdragers, is de vraag op zijn plaats vanuit welke omgang met de Schrift zij daartoe besloten hebben. Omarmt men volledig het VOP-rapport (met zijn Schriftbeschouwing waar ernstige vraagtekens bij geplaatst zijn) of herkent men de kritiek daarop en wil men wat dit betreft royaal de gereformeerde belijdenis m.b.t. de Schrift volgen. Als dat laatste het geval is, is er wat dit betreft geen belemmering. Maar zet men, in navolging van dat VOP-rapport, een deel van de Schrift als het ware tussen haken (als niet-hanteerbaar in deze tijd), dan ligt daar wel een belemmering.
Daarom hebben wij in ons ND-ingezonden geschreven dat er doorgepraat moet worden over het waarom van die keus.
De preses van de GS, dr P.L. Voorberg heeft volgens het ND van 17-11 jl. gezegd:
‘Onze kritiek op de vrouwelijke ambtsdragers in de NGK is altijd gericht geweest op het fundament onder dat besluit, het VOP-rapport.’  We hebben  ‘elkaar als kerken op dit punt, hoe we de Bijbel lezen, kunnen vinden.’ Daarmee is eenheid met de NGK nog niet bereikt. ‘De deputaten kerkelijke eenheid zeggen zelf dat er nog veel moet gebeuren, bijvoorbeeld op plaatselijk niveau in gesprek gaan over vrouwelijke ambtsdragers op plekken waar de NGK daartoe besloten heeft.’

Desgevraagd heeft hij verklaard:
Het is zo dat deputaten kerkelijke eenheid overeenstemming hebben bereikt over de hermeneutiek. Dat betekent dat daarmee de NGK afstand genomen hebben van (de hermeneutiek) van het VOP-rapport. Daarmee is het fundament onder de vrouw in het ambt in de NGK weggevallen. Ze kunnen niet nu opeens de vrouwen ontslaan. Daar zal over doorgepraat moeten worden. Dat is de stand van zaken. De kritiek op het VOP-rapport is als juist erkend. Daarmee is de grond voor het VOP-besluit in de NGK weg. Daar moeten de NGK mee aan het werk.

Dit is niet in de besluiten terug te vinden.
Als dit de bedoeling is, dan zijn de besluiten met de gronden op zijn minst heel onvolledig, ja zeggen iets anders dan nu wordt

gezegd.                                                                                                                                                                          En genoemde besluiten betekenen eigenlijk dat de besluiten tot verdere bezinning op M/V achterhaald zijn. Of zoals wel gezegd is: de vrouw in het ambt, vooralsnog bij de voordeur afgewezen, kwam via de achterdeur binnen.

De praktijk wijst uit dat het zo niet werkt, zoals Messelink, Vreugdenhil en Voorberg stellen dat de bedoeling is. ‘Van Nunspeet tot Dalfsen’. Waar de samensprekingen vastliepen, omdat de NGK vrouwelijke ambtsdragers heeft, is met een beroep op de gs het hek wel van de dam… De kardinale vraag is: is het VOP-besluit van de NGK schriftuurlijk te verantwoorden? Maar die vraag wordt nu gepasseerd, want de GS heeft uitgesproken: dit is geen belemmering meer. Deze omslag wordt niet verantwoord. Eigenlijk wentelt men de verantwoordelijkheid af op de gs.
De basis is nu: we kunnen elkaar vertrouwen wat betreft de aanvaarding van het gezag van de Schrift. Maar ook wie geacht wordt dat hij te vertrouwen is, kan aan het dwalen raken. Petrus was toch ook te vertrouwen net zo goed als Paulus, zo zou je zeggen. Maar Paulus moet hem openlijk terechtwijzen ( Gal. 2).
Een ambtsdrager mag zich er nooit van afmaken met: ik ben toch te vertrouwen? Hij moet betrouwbaar blijken en de toets doorstaan ( 1 Kor. 4 ).
Royaal de belijdenis aanvaarden wat betreft het gezag van de Schrift en toch voor vrouwelijke ambtsdragers zijn, kan dat de toets doorstaan?
Betrouwbaarheid betekent, dat je je laat aanspreken op wat de Schrift zegt. De teksten waarin het gaat over M/V en ambt moeten besproken worden. Dat is niet gebeurd. De teksten moeten besproken worden, uitgelegd waarbij de hermeneutische overeenstemming moet worden gehonoreerd en tegelijk beproefd. Zo werkt dat toch? Wisselwerking van exegese en hermeneutiek waarbij de Schrift het laatste Woord heeft.
Het is m.i. een valkuil om wederzijds vertrouwen voldoende te vinden en op grond daarvan verschil zoals t.a.v. “VOP” verklaren tot een praktisch verschil, dat je van elkaar kunt aanvaarden.
Mag je zo, als het gaat over de gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift, de betrouwbaarheid van mensen als grond aanvoeren? Alsof ik die van harte het gezag van de Heilige Schrift erken en daarvoor wil buigen, niet kan dwalen. Ik lees dat nergens in de Schrift. Wel het tegendeel. Wie meent te staan moet oppassen dat hij niet ten val komt!
Daarom moet alles getoetst worden en gebracht onder de gehoorzaamheid aan Christus. Laten we altijd elk voor zich persoonlijk ons toetsen aan wat Christus ons leert aan het slot van de Bergrede over de brede en de smalle weg, over valse profeten, over hen die “Heer, Heer” roepen, maar niet doen de wil van de hemelse Vader. Ze denken dat ze tegenover Christus zich op heel wat kunnen beroepen, wat ze gedaan hebben in Zijn Naam. – wij zouden zeggen: geweldig toch!- Maar Christus zal zeggen: Weg met jullie, Ik heb jullie nooit gekend, jullie wetsverkrachters. Het komt aan op het horen en doen van wat Christus zegt. Daarbij moeten we allereerst naar onszelf kijken en onszelf dat aantrekken. En elkaar vragen: reken mij na met Gods Woord, om ons samen te onderwerpen aan Christus.                                                                                         Niet vertrouwen op eigen vroomheid enz. Maar eigen leven en optreden toetsen aan Gods Woord en  anderen laten toetsen wat wij zeggen en doen.                                                                                                                                     Ik wijs met het bovenstaande niet naar anderen. Ik wil het allereerst mijzelf aantrekken. En mij er niet op beroepen: ik ben toch te vertrouwen. Maar daarmee ook afwijzen , dat wederzijds vertrouwen de grond kan zijn om een verschillende praktijk aanvaardbaar te achten, terwijl de Schrift hierover het nodige zegt.
We moeten betrouwbaar blijken (1 Kor 4) ook daarin dat wij ons verantwoorden vanuit Gods Woord. Wie te vertrouwen is toont dat ook door het  (laten) aanleggen van de toets van het Woord.
Wees maar voorzichtig met te zeggen: we hebben elkaars nieren geproefd; dat moet dan de grond voor vertrouwen zijn. Alleen de Here doorgrondt ons hart en toetst de nieren.
Ik heb nog geen gronden gelezen die duidelijk maken dat een “VOP”-besluit  schriftuurlijk  verantwoord is.
Bij    Besluit 2  (de visie, dat behalve mannen ook vrouwen in de kerkelijke ambten mogen dienen, vrij bespreekbaar moet zijn, zolang er vanuit de Schrift geargumenteerd wordt.)   is op te merken:
Er moet niet alleen vanuit de Schrift geargumenteerd worden, maar ook schriftuurlijk. Zelfs iedere ketter heeft zijn letter. Toch?!

De binding aan de belijdenis                                                                                                                                                                                                                     De grote belemmering die er was en is wat betreft binding aan de belijdenis en tolerantie t.a.v. wezenlijke en voortgaande afwijking van de belijdenis, wordt stilzwijgend gepasseerd.                                                                Terwijl in de NGK duidelijk ruimte is voor wat de GKv altijd hebben beoordeeld als ongeoorloofde tolerantie. AKS, Preambule, art 17, onderscheid maken tussen wat in de belijdenis fundamenteel en niet fundamenteel is. De bijbelkritiek bij drs. H. de Jong en zijn kritiek op wat de gereformeerde belijdenis zegt over de Heilige Schrift.  Hij krijgt in de NGK alle ruimte. Ja, hij is zelfs door de NGK hoog geëerd met het naar hem noemen van de bijzondere leerstoel aan de Theologische Universiteit Apeldoorn. Met de bedoeling dat daar voortgebouwd zal worden op zijn werk. Doet dit geen afbreuk aan het  vertrouwen, waar steeds een beroep op gedaan wordt?

Er is een ontwikkeling in gang gezet die naar de mens gesproken niet te keren is. ( VOP-besluit geen belemmering meer, en evenmin het verschil in binding aan de belijdenis, daar hoeft niet meer over gesproken worden).                                                                                                                                                                                                                                            Als dat niet de bedoeling van de synodebesluiten is, laat dat dan nu duidelijk gezegd worden opdat de verwarring wordt weggenomen. Dit kan niet wachten tot de volgende gs.

Laten de leden van de GS dit niet negeren maar hun verantwoordelijkheid betrachten.

En hoe moeten DKE hiermee verder?

Wat voor verwachtingen worden er bij de NGK gewekt?

Ik noemde bij deze en gene de wenselijkheid, dat de gs hier nog op terug zou komen, zij kwam immers nog bijeen. Mij werd gezegd, dat dat niet kon. De beoordeling van de besluiten van deze GS zou aan de volgende zijn. Maar waarom zou een GS niet aan zelfbeproeving kunnen doen. Hier is ook te denken aan art 48 KO: Aan het einde van een meerdere vergadering zal censuur geoefend worden over hen die zich in de vergadering misgaan hebben. Naar de achterliggende waarde van dit artikel zou een GS ook zelfcensuur moeten toepassen als zij  besluiten heeft genomen waarmee iets heel erg mis is. En dat laatste blijkt hier het geval.

Tot mijn verrassing las ik in de voorlopige acta, hfdst. 7, blz. 8, dat de GS op besluitvorming terugkwam.

Op 14 juni 2014 wordt op deze besluitvorming teruggekomen. De bespreking op 9 mei maakte duidelijk dat afgevaardigden om verschillende redenen bezwaar hadden tegen het voorgestelde besluit 6. Deputaten bleven met het onbevredigende gevoel achter dat de uitslag van de stemming voor verschillende uitleg vatbaar is, vergelijk bijvoorbeeld het verslag op 10 mei in het ND waarin wordt opgemerkt: .”.. de uitkomst (..) bleef ongewis. De deputaten mogen zich bezinnen zoveel zij willen, de vergadering sprak zich er niet expliciet over uit. En het verzoek om meer ruimte te bieden aan deputaten werd gisteren nog niet beantwoord. ( vet cursief van mij K.F.).

Verschillende redenen…, uitslag van de stemming voor verschillende uitleg vatbaar, verwijzing naar het ND.

Dus het kan wel dat teruggekomen wordt op besluitvorming. En voor dit verzoek zijn wel paralellen aan te wijzen met de situatie op 14 juni.

  Dat het besluit t.a.v. de NGK ( “VOP”-besluit van de NGK geen belemmering meer..) in strijd is met het eerdere M/V besluit ( verdere studie is nodig), is alleen al reden genoeg om terug te komen op het besluit t.a.v. de NGK.

 Laat er een dringend appèl gedaan worden op de leden van de GS, nu zij nog weer samenkomt, 16 en 17 januari.  Het gevaar dreigt dat de GKv door de wissel gaan om te komen op een spoor, waarop zij kwijt raken wat zij als Gereformeerde Kerken vrijgemaakt altijd hebben voorgestaan.

Laten kerkenraden, als zij daarvoor nog de gelegenheid hebben, in deze zin een beroep op de GS doen.

 

Ds. K. Folkersma

 

 

Reacties zijn gesloten.