Verslag bijeenkomst leden GS Ede 2014 met delegatie indieners ‘Appel’

VERSLAG

bijeenkomst leden Generale Synode Ede 2014 met delegatie zeven indieners ‘Appèl’

Mennorode, Elspeet op 28 februari 2014 

De voorzitter van de synode heet de leden van de delegatie hartelijk welkom, hij gaat voor in gebed, gezongen wordt Psalm 133.

 Ds. Storm krijgt gelegenheid voor enige nadere toelichting. Hij zegt het volgende: 

Wij willen u, leden van de Generale Synode, van harte danken voor uw uitnodiging om vanmiddag hier in uw midden te zijn. Wij waarderen het bijzonder dat u de gelegenheid hebt willen geven om op deze manier het appel toe te lichten dat namens meer dan 1500 broeders en zusters op u gedaan is. Temeer daar deze  brief door u onontvankelijk verklaard zal gaan worden. Dat laatste is voor ons geen echte verrassing. Het appel is geen appel, bezwaarschrift, in kerkrechtelijke zin noch een revisieverzoek o.i.d.  Al of niet ontvankelijk doet er in feite ook niet zoveel toe. Het gaat ons om een persoonlijk appel op alle leden van deze vergadering.

 Dat er zoveel ondertekenaars kwamen was verrassend voor onszelf. Wij zijn hier met zijn zevenen, maar hebben wel aan hen die we hier in ieder geval vertegenwoordigen verantwoording af te leggen over vanmiddag. En dat zullen we ook doen.

 Wat drijft ons? Een aantal van ons hebben afgelopen zomer het voornemen opgevat om dit appel op de komende GS te doen. We hebben ervoor gekozen deze brief publiek te schrijven en mee n.a.v. reacties te corrigeren of aan te vullen. En ieder die zich erin kan vinden en meeondertekenen wil, hebben we daarvoor de gelegenheid willen geven. Kerkenraden blijken in afnemende mate in staat zijn zich te buigen over deputatenrapporten die meestal slechts enkele maanden voor de GS verschijnen. Zij kunnen of willen daar vaak de tijd niet meer voor nemen. Daarom, en ook mede vanwege de toegenomen moeite voor kerkenraden om nog tot eensgezinde standpunten te komen, leek het ons goed rechtstreeks te laten horen hoeveel zorg en verdriet er bij ons leeft over hoezeer ons kerkverband een innerlijk verdeeld huis is geworden. Zeker, er is veel waar we dankbaar voor zijn om wat de HERE aan de kerken gaf én geeft. Maar juist dat maakt dat wij de ogen niet mogen sluiten voor het uit elkaar groeien op punten waar dat niet zou moeten en die de grondslagen van de kerk raken. Dat kan een GS niet allemaal oplossen. Maar haar besluitvorming zal wel sterke invloed hebben op waar we als kerken voor zeggen te staan en elkaar aan willen houden.

 Met onze brief hebben we geprobeerd in kort bestek een schets te geven op welke cruciale punten het denken en de concrete praktijk steeds meer uit elkaar groeien. We hadden dat veel uitvoeriger kunnen doen. Maar het ging ons om een herkenbare schets, die duidelijk genoeg typeerde en illustreerde in welke situatie u geroepen bent uw besluiten te nemen. En tegelijk duidelijk maakt waarom wij hopen en bidden dat die besluiten er onder Gods genade eraan zullen bijdragen dat we zullen blijven wat we door Gods genade mogen zijn: gereformeerde kerken.

 De ondertekenaars van deze appelbrief zijn allemaal verschillende broeders en zusters. Die ook echt niet allemaal alles precies hetzelfde vinden. Het gaat hen niet om het willen fixeren van de kerk op hoe het ooit was. Alsof kritiek op het verleden van onze kerken bij voorbaat verdacht en onnodig zou zijn. En veranderingen altijd achteruitgang zouden betekenen. We verlangen geen vrijgemaakt museum maar een levende belijdende kerk. Het gaat ons er ook niet om dat we allemaal gelijk denken. Het gaat ons er wel om dat niet teloor zal gaan wat de ondertekenaars bij al hun verschillen allemaal bewogen heeft om van onze kerken lid te willen zijn, of ooit lid te willen worden. Namelijk de lang met elkaar gedeelde opvattingen over het gezag van de Schrift, de binding aan de gereformeerde belijdenisgeschriften als uitdrukking van ons gedeeld geloof en een gereformeerde manier van kerkverbandelijk samenleven, waarin ja en nee ook inderdaad ja en nee zijn. We menen met verdriet te moeten constateren dat we binnen ons kerkverband op deze drie punten steeds minder gelijk denken en handelen.

 Het is niet nodig om te herhalen wat daarover in onze brief wordt gezegd. Slechts over een enkel punt vooraf iets meer. Wij hopen dat uw besluitvorming zal bevorderen dat de manier waarop we ons aan de belijdenisgeschriften binden niet losser en vrijblijvender zal worden en hét akkoord van kerkelijk samenleven zal blijven. Dat is wat we proberen  te benadrukken  in ons eerste punt. Zeker, een kerk redt het niet met een formeel dichtgetimmerde binding, terwijl wat we samen belijden geen zaak meer is van ons hoofd en hart. Toch is de binding zelf onmisbaar voor een voor gemeenten van Christus veilige manier van samenleven. Een nieuwe formulering kiezen voor het Ondertekeningsformulier – nu zelfs bindingsformulier genoemd – kan nodig of nuttig wezen. Al vraag ik mij persoonlijk af of er in de huidige situatie een goed signaal van uitgaat. Maar het concept dat nu aan uw vergadering voorgelegd is, roept ernstige vragen op. 

Volgens dat concept zal een ambtsdrager die verschil ervaart tussen wat de Bijbel leert en de belijdenis, dit ‘op gepaste wijze aan de orde stellen’. Met deze nieuwe bepaling zou door de kerken een omslag worden gemaakt. Volgens het huidige formulier mag een afwijkend inzicht niet openlijk worden uitgedragen. Het moet aan de kerkelijke vergaderingen worden voorgelegd. Het voorgestelde formulier laat wel in het midden wat ‘op gepaste wijze’ precies is, maar het omvat volgens het deputatenrapport in elk geval dat een afwijkend inzicht publiek aan de orde gesteld kan worden. Daar pleiten deputaten zelfs voor. Als er kritische vragen zijn, helpt het niet een open discussie te verbieden, zo stellen deputaten. Door de discussie aan te gaan, zouden we  laten zien dat we voor de waarheid staan. Daarbij zou ook het contrageluid gehoord moeten worden. Met het nieuwe Ondertekeningsformulier kan in feite elk deel van de gereformeerde leer openlijk in discussie worden gebracht. Een breuk met ons verleden!

 De binding aan de belijdenis is in het geding als het gaat om de verhouding met de Nederlands Gereformeerde Kerken. Het verontrust ons dat deputaten kerkelijke eenheid (DKE)  aan uw vergadering voorstellen om nu de weg in te slaan van samensprekingen gericht op kerkelijke eenheid , omdat de belemmeringen zouden zijn weggenomen. Terwijl de grote vragen die de concrete praktijk binnen de NGK oproept m.b.t.  hoe de binding functioneert, of juist vaak niet functioneert, nog steeds overeind staan. Vragen die de GS van 2008 verhinderden om zomaar in te stemmen met de zgn. Balans. Vragen die ieder, die de moeite neemt om publicaties in de kring van de NGK te volgen, als reële vragen steeds bevestigd ziet.

 Wij hopen, zoals u hebt kunnen lezen, dat uw vergadering niet zal overgaan tot het toelaten van zusters tot de kerkelijke ambten. Wanneer uw vergadering dat inderdaad niet zal doen, is daarmee ook dit punt nog steeds een belemmering om te besluiten wat DKE voorstelt, namelijk om te spreken van overeenstemming inzake de hermeneutiek. ‘Nee’ zeggen tegen vrouwelijke ambtsdragers moet door uw vergadering niet ondergraven gaan worden door wel ‘ja’ te zeggen tegen samensprekingen met het oog op eenheid, omdat de praktijk en onderbouwing daarvan bij de NGK opeens wel binnen de gereformeerde bandbreedte blijkt te vallen (zoals DKE meent). Via steeds verdergaande plaatselijke samenwerking haal je dan als kerkverband alsnog de vrouwelijke ambtsdrager binnen.

 Niet alleen door de ondertekenaars van onze bief, maar door velen wordt met spanning uitgekeken naar uw besluiten inzake het M/V -rapport. Anders dan dat rapport stelt, zijn we van mening dat de daarin bepleite hermeneutiek niet binnen de bandbreedte valt van wat gereformeerd mag heten. In die hermeneutiek is sprake van een breuk met hoe gereformeerde kerken de Schrift ontvangen en gelezen hebben. Wat zou het ’t landelijk bevorderen van gereformeerde kerkelijke eenheid dienen wanneer uw vergadering de weg zou gaan die de Christelijke Gereformeerde Kerken een aantal jaren geleden al gegaan zijn. Wat is trouwens de uitspraak van die kerken  op hun laatstgehouden GS inzake de gevoelige materie van de homoseksualiteit voorbeeldig en bemoedigend als het gaat om het voorrang geven aan de Schrift boven wat in eigen tijd en cultuur nog begrepen wordt en acceptabel gevonden wordt. 

Het geeft ons (en velen met ons) veel verdriet dat we zulke verdeelde kerken zijn geworden. Het is aangrijpend dat we ook in ons bidden en danken tot onze God en Vader onderhand nogal eens tegen elkaar in bidden én danken als het gaat om ontwikkelingen vandaag, als ook om wat we in het verleden als kerken doorgemaakt en ontvangen hebben.

 Wat is het aangrijpend dat we een kerkelijk leven hebben waarin we wel werken aan uitvoeriger regelgeving dan ooit te voren – middels een omvangrijke nieuwe kerkorde en bijbehorende generale regelingen – maar ondertussen de praktijk steeds meer er één is van onbekendheid met kerkelijke afspraken of vrijmoedige onwil om zich eraan te houden.

 Wat is het aangrijpend dat we kerken worden waarin de rechtsongelijkheid toeneemt. Waar in gemeente A de toelating tot het avondmaal ook wat gasten betreft als vanouds is, volgt gemeente B een ruimer beleid met behulp van de enig jaren oude gastenregeling. En worden tegelijkertijd  in gemeente C en heel wat gemeenten meer die afspraken niet eens meer gevolgd, maar is er feitelijk een open avondmaal, waarbij de beslissing tot de toegang van de tafel van de Here aan de avondmaalsganger wordt gelaten.

 Wat is het aangrijpend dat in de ene plaats iemand onder kerkelijke censuur komt, terwijl in een andere plaats daar geen sprake van is. Bijvoorbeeld bij samenwonen of een homoseksuele relatie.

 Wat is het aangrijpend dat in de ene kerk het nog voorlezen van de Tien Geboden misplaatst wordt gevonden, en in een andere juist zeer onopgeefbaar. En wanneer we in ons zingen voor de Here volstrekt uit elkaar groeiende kerken zijn geworden.

 Wat is het aangrijpend dat we op het ogenblik met zulke verschillen binnen één kerkverband leven onder het oog van de Heer van de kerk, terwijl het om verschillen gaat die we niet verantwoord en geloofwaardig een beetje vroom kunnen afdoen met: dit is allemaal mooie diversiteit en pluriformiteit binnen de katholieke breedte die er mag zijn wat Hem betreft. Want dan moet zijn eigen spreken in het Woord toch regelmatig ja en nee tegelijk zijn geweest.

 Omdat ons dit aangrijpt en Christus’ Woord en kerk ons lief zijn, hebben we u geschreven zoals we hebben geschreven. Gebrekkig en kerkrechtelijk van nul en generlei waarde, zeker. Maar we hebben u zo graag willen laten weten dat we bidden dat uw overwegingen en besluiten er onder Gods zegen aan mee zullen werken dat we samen gereformeerd blijven, omdat we samen onder het Woord zullen blijven, verbonden met zijn kerk, de kerk der eeuwen. Dat we samen naar Christus zullen blijven toegroeien. En dat dan, zoals de apostel Paulus schrijft in Efeziërs 4, door de liefde en door ons aan de waarheid te blijven houden (vers 15). 

De synode-voorzitter. Ds. P.L. Voorberg, geeft aan, dat het karakter van de beslotenheid van de ontmoeting betekent, dat een verslag geanonimiseerd zal moeten zijn. Dat was de delegatie al van plan. Verder stelt de voorzitter, dat het geen discussiebijeenkomst zal zijn, maar dat deze ontmoeting is bedoeld als een kunnen doorvragen van de kant van de synodeleden om, waar nodig, meer duidelijkheid over het ingediende Appel te krijgen.

 Allereerst zal aan de orde komen: de ‘vorm’ van het appel, en vervolgens de inhoud ervan, per punt zal het appel worden behandeld.

 VRAGEN over de ‘vorm’

-Wat betekent het ‘geen gehoor krijgen’? Wat houdt in het niet kunnen gaan van de kerkelijke weg? Is het appel een soort ontsnappingsroute om de kerkelijke weg te kunnen ontlopen?
-Kan er iets gezegd worden over het ontstaan van het appel?

 ANTWOORDEN

-De kerkelijke weg loopt vaak dood, zie bijvoorbeeld het aankaarten van omstreden benoemingen aan de TU – er heeft nooit een inhoudelijke beoordeling van de bezwaren plaatsgevonden. Er is wel geijverd voor het bewandelen van de kerkelijke weg. En nog, het Appel is niet bedoeld als vervanging van die kerkelijke weg. Maar in het Appel gaat het om het stem geven aan de behoefte om samen dingen hardop te zeggen over de moeiten van het kerkelijk leven.
-Het Appel is ontstaan vanuit het overleg van een paar mensen, er is voor gekozen om het publiek te maken, en ruim 1500 ondertekenaars hebben zich er achter geschaard.
-Van de kant van kerkeraden is er geen belangstelling geweest om het in de kerkelijke weg aan de orde te stellen. Het grote aantal ondertekenaars is een steun in de rug geweest om de zaken toch kenbaar te maken. Zou het voor de synode heel anders geweest zijn ter zake van de behandeling van het appel, als er één kerkeraad geweest was, die het op de tafel van de synode had gelegd, terwijl er nu meer dan 1500 ondertekenaars zijn?
-We hebben niet meer zo’n hoge pet op van de kerkelijke weg – welke kerkelijke vergadering durft zich nog duidelijk uit te spreken in de lijn van het Appel?

 Verdere VRAGEN over de ‘vorm’

-Je kunt je afvragen of zo’n Appel het geëigende middel was, ook in de kerkeraden.
-Er zijn veel ondertekenaars, maar er zijn veel meer mensen die er niks van willen weten, hebben de ondertekenaars overwogen dat de stilte die van de kant van de kerkeraden volgde er een indicatie van kon zijn dat je mogelijk gewoon eigenwijs bezig was?
-Hoe homogeen zijn de ondertekenaars? Is het een zaak van geen reactie krijgen = geen materiële onderbouwing van besluiten krijgen? Zijn de opmerkingen over de CanRC in de conclusie wel hard te maken? Is het niet nodig om een stringentere onderbouwing te geven?
-Handtekeningenacties zou ik organiseren bij zaken van leven en dood. Is het nu of nooit? Is de kerkelijke weg echt onbegaanbaar? De mensen van 70+ weten nog wel waar de zaken over gaan, bij de jongeren is minder kennis. Wie vertegenwoordigt u? Heeft u niet het gevoel met een achterhoedegevecht bezig te zijn? Haalt dit wel wat uit?

 Verdere ANTWOORDEN

-Deze zaken zijn voor ons diep ingrijpend. God roept ons tot polemiek. We zien de kerken in steeds verder in verval raken, in de richting van de volkskerk gaan. Het Appel is een noodkreet. Laten we werken aan het heel belangrijke: gereformeerd blijven! Inderdaad voeren wij een achterhoedegevecht, maar als dit het is wat God van ons vraagt, dan doen wij dit. Wij hopen gehoord te worden. We hebben de onderbouwing bewust beperkt gehouden. Het is een appel, en het gaat om de teneur van het stuk, waarin wij naar ons beste weten hebben geschreven.
-Er is geen ‘achterban’, we zijn niet bezig een gereformeerde bond in de GKv te vormen. Daarom hebben wij dit signaal willen afgeven, een signaal inzake de grondslagen van de kerken, van het kerkelijk leven. Heeft het te maken met eigenwijsheid? Het gaat niet om kleine zaken, het gaat helemaal niet om leeftijdsgebonden zaken. Zie de inhoud! Wat is leeftijdsgebonden aan de M/V-discussie of aan de vraag of we met de NGK verenigd moeten worden?
-Inderdaad gaat het om zaken van leven en dood. Hoe gaan de kerken verder? Wat heeft dat te zeggen i.v.m. onze jeugd? Losraken van het Woord is beslissend ook voor het nageslacht. Wij willen trouw zijn aan de HEERE en Zijn Woord en Hem volgen. God ontferme Zich over onze kerken. 

VRAGEN over de inhoud van het Appel, punt 1, Binding aan de gereformeerde belijdenisgeschriften

-Heeft er bij de opstellers van het Appel voldoende zelfreflectie plaatsgevonden? Wat is de onderbouwing van het gedeelte over ‘Stroom’?
-Ik ben verontwaardigd over de vraag die in het Appel wordt gesteld aan het eind van punt 1 – wij hebben allemaal aangegeven te staan voor Schrift en belijdenis.
-Is er begrip voor een andere opzet van het Ondertekeningsformulier? Wat betekent de voorgestelde verandering van het Ondertekeningsformulier in het Bindingsformulier?
-Waarom zou je afwijkingen van de belijdenis niet publiek mogen aankaarten en bespreken? In het voorgestelde nieuwe formulier wordt dat wél mogelijk gemaakt.

 ANTWOORDEN

-Aanpassing en modernisering van een oud formulier is volstrekt legitiem. Maar het nu voorgestelde is echt een inhoudelijke verandering. Want het is altijd gegaan om de veiligheid van de gemeente. De belijdenis is akkoord van samenleven, geeft uitdrukking aan het gezamenlijk geloof. De belijdenis is geen discussiestuk. Daar moet je geen verwarring over mogen stichten. Vgl. de jaren ’60 in de vorige eeuw: een heel duidelijk ‘nee’ kwam er toen tegen publieke bestrijding van onderdelen van de belijdenis! Als iedereen in de kerken zo hartelijk zou staan voor Schrift en belijdenis als de vragensteller, dan hadden we deze middag niet gehad. Maar wij leven in kerken, waar de confessionele trouw wel onder druk staat. Het raakt ook wat u zelf moet gaan bespreken, bijvoorbeeld inzake de relatie met de NGK. De synode krijgt het voorstel van DKE te behandelen om over te gaan tot samensprekingen met de NGK gericht op eenheid met die kerken, hoe kan dat met de huidige praktijk binnen die kerken?
-‘Stroom’ wilde geen binding via het ondertekenen van het Ondertekeningsformulier en wilde zusters taken toedelen die liggen op het ambtelijk vlak. Dus hebben wij gezegd: zo kan dat níet in kerken van gereformeerd belijden. We leven in de actualiteit waarin gesteld wordt: ondertekenen is onontkoombaar verleden tijd. Dat je eerst zelf persoonlijk in gesprek moet gaan over publiek gestelde zaken, is onzin. Als je daartegenover publiek een vraag stelt, heb je recht op antwoord. Allemaal hebben de afgevaardigden instemming betuigd – binding aan confessie en kerkorde is van grote betekenis! Alle aanwezigen hebben het Ondertekeningsformulier ondertekend!
-Het voorgestelde bindingsformulier is een stap achteruit, want er wordt ruimte aan kritiek gegeven, en alles wordt neergelegd bij de plaatselijke kerk.
-Het voorgestelde bindingsformulier voldoet niet aan de instructie die de deputaten hebben gekregen. Strekking, inhoud en doel van het ‘oude’ Ondertekeningsformulier zouden volledig gehonoreerd worden. Terwijl in wat je nu ziet, dat niet het geval is. De discussie over het quia / quatenus (ben je gebonden aan de belijdenis quia = omdat die in alle stukken van de leer overeenkomt met Gods Woord, of quatenus = voorzover de belijdenis overeenkomt met Gods Woord) kan zomaar weer, eindeloos, gevoerd worden. De gemeente heeft recht op het gebonden zijn van de ambtsdragers aan de aangenomen leer. Deputaten hadden ook de opdracht overleg te voeren met de CGK, de enige kerken, die wij erkennen als ‘ware’ kerken, maar via het voorgestelde formulier verwijderen we ons van de CGK.
In 2008 bleek uit de ‘Tussenbalans’, dat er nog geen duidelijkheid was op het punt van de binding binnen de NGK. DKE kregen van de synode 2008 de opdracht hierover met de NGK door te spreken. Maar ze deden dat niet. De synode 2011 heeft dat niet afgekeurd, maar gaf wel opnieuw de opdracht dat er verder doorgesproken moest worden over de binding aan de belijdenis. Maar deputaten hebben daarover aan de synode 2014 niets concreets te melden. Nu stellen deputaten al voor om samen te spreken om te komen tot eenheid. Weer handelden deputaten niet conform hun instructie. Dat is o.m. de reden, dat mensen er moe van worden de kerkelijke weg te gaan. Nu stellen de deputaten al voor om samen te spreken om te komen tot eenheid. Alles schuift klaarblijkelijk op in de richting van de NGK. Het gevolg daarvan is een vervreemding van de CGK.

 Verdere VRAGEN

-Waarop is de passage over de discussie over het Ondertekeningsformulier in de classis Amsterdam-Leiden gebaseerd?
-Staat veiligheid van de gemeente voorop, of kan ook de publieke discussie over de belijdenis opbouwend zijn voor de gemeente? Zijn beide denklijnen niet legitiem?

 Verdere ANTWOORDEN

-Wat de tweede vraag betreft: het is geen wenselijke praktijk om over het akkoord van samenleven publiek te kunnen discussiëren. Let op het effect voor de gemeente. Het ene moment mag over een onderdeel uit de belijdenis gediscussieerd worden in aanloop naar een besluit van een kerkelijke vergadering. En is dat na die beslissing dan opeens weer niet toegestaan? De belijdenis van de kerk is niet ons meest verheven discussiestuk! Maar het is juist de uitdrukking van ons gezamenlijke geloof. We hebben sinds de jaren zestig toch benadrukt dat het de belijdenis is, niet alleen van de ambtsdragers, maar van de hele gemeente?
-Wat de eerste vraag betreft: de bronnen uit de betreffende tijd zijn hier op dit moment niet bij de hand.

 OPMERKING vanuit de synode

-Er loopt helemaal geen discussie over het Ondertekeningsformulier in de classis Amsterdam-Leiden.

 VRAGEN over de inhoud van het Appel, punt 2, Het gezag van de Heilige Schriften

-Gesteld wordt dat er geen antwoord is gegeven op ingediende theologische bezwaren in de kwestie Paas. Is dat terecht zo gesteld? Of is er misschien mondeling antwoord gekomen? Of is men niet tevreden met de antwoorden?
-Moesten de bezwaarden soms bij een andere instantie hun bezwaren indienen?
-De docenten van de TU mogen, gezien de aard van het werk, ‘buiten de kaders  denken’, is er wat dit betreft ook verschil tussen een college en een preek?
-De delegatie vraagt om rust voor de gemeente. Maar maakt het Appel de onrust niet juist groter? Voorbeelden worden veralgemeniseerd. Is er bij bevestiging van de betrouwbaarheid van de Heilige Schrift nog wel ruimte / vrijheid van exegese? Zijn er geen betrouwbare predikanten meer?
-Moet de synode dissertaties gaan becommentariëren?

 ANTWOORDEN

-Zeven predikanten hebben zich indertijd met hun bezwaren tegen de opvattingen van dr. Paas tot de TU gewend. De Raad van Toezicht gaf aan, dat zij geen rechtsingang hadden. De Raad is verantwoording schuldig aan de generale synode. Bij die synode moesten de bezwaarden ook zijn met eventuele bezwaren tegen een benoeming. Vervolgens hebben de zeven zich gewend tot het Curatorium. Dat gaf aan niet bevoegd te zijn om te reageren op hun bezwaren. Advies van de hoogleraar kerkrecht maakte duidelijk, dat alleen kerken zich konden wenden tot de synode. Dus toen konden de zeven niet verder. Dat hebben toen wel de raden van de kerken te Bunschoten-Oost, Ten Boer, Smilde en Katwijk gedaan. Op de synode is vervolgens alleen de procedure bij de benoeming onderwerp van behandeling geweest. Er is dus nooit een officieel inhoudelijk oordeel gekomen over de bezwaren. Het gaf een enorme ‘van het kastje naar de muur’-ervaring.
Wanneer waar is wat het Appel signaleert, dan wordt de onrust niet veroorzaakt door wie het signaleert, maar door wat terecht gesignaleerd wordt.
-Een ander, toenmalig lid van één van de genoemde kerkeraden, niet behorend bij de zeven, vertelt: een privé-gang naar de curatoren leverde niks op. Er was de eis van eerst gesprek. In plaats van gesprek is er een briefwisseling geweest, waar het antwoord niet op de zaken inging. De eis van gesprek is nogmaals gesteld. Daar kon i.v.m. ziekte niet aan worden voldaan. De kerkeraden die zich tot de synode wendden, hebben ook geen inhoudelijk antwoord ontvangen. De Raad van Toezicht zou de bezwaren afhandelen, terwijl nota bene de synode was aangeschreven, de synode de eindverantwoordelijkheid had en dus antwoord moest geven. Ook nu, 2014, stelden de deputaten administratieve ondersteuning (DAO) ten aanzien van het verzoek van een kerkeraad om alsnog antwoord van de synode te krijgen, dat dit verzoek onontvankelijk is, eerst zou er gesproken moeten worden met de Raad van Toezicht. De synode geeft dus géén antwoord!
-‘Kampen’ is nooit het inhoudelijke gesprek aangegaan. De synode becommentarieert geen dissertaties. Maar toetst wel confessionele betrouwbaarheid. Maar hoe gaat dat in Kampen? Het is erg onbevredigend verlopen. Kamper docenten bleken vaak de betreffende publicaties (het ging om méér dan alleen de dissertatie) niet gelezen te hebben. Er blijven onbeantwoorde vragen.
-Een preek is geen college, maar ook bij wetenschappelijk werken is de docent gebonden aan de belijdenis. En bij bezwaren tegen die belijdenis hebben we dan de kerkelijke weg afgesproken.
-Ook de docenten aan de TU ondertekenen het Ondertekeningsformulier. Voor de opleiding van predikanten is beslist nodig goed toezicht op de docenten!

 VRAGEN over de inhoud van het Appel, punt 3, De vrouw in het ambt

-Voor wat betreft het commentaar op de NGK moeten we ook niet vergeten dat de als ware kerk erkende CGK een heel ruime praktijk kent bij de toelating tot het avondmaal. We moeten dus niet eenzijdig naar de NGK kijken. Waarom is daar geen aandacht aan gegeven?

 ANTWOORDEN

-We hebben op de genoemde punten (vrouw in het ambt en homoseksueel gedrag) moeite met de NGK, niet met de CGK. Die laatste hebben ter zake duidelijke besluiten genomen.
-Het CGK-rapport geeft besluiten die op grond van de Schrift genomen zijn. Onze grootste zorgen rond de hermeneutiek liggen op het punt: ‘de cultuur wordt beslissend’. Deputaten veronderstellen dat Paulus’ motief is: geen onnodige hindernissen opwerpen voor buitenstaanders, dus aanpassing aan de culturele context. Maar Paulus noemt heel andere gronden voor zijn voorschrift, het ambt komt niet toe aan de zusters. Hij noemt redenen uit de context van heel de Schrift en niet ontleend aan de omringende cultuur … Zo wordt de Schrift één van de bronnen van openbaring.

 VRAAG

-Heb je te maken met alleen de voorstellen, of moet je dan ook het onderliggende rapport aannemen of veroordelen? 

ANTWOORD

-Als dit hermeneutisch kan, dan kan ‘alles’. Onze diepste zorgen hebben te maken met de TU, en wel vanwege een fundamenteel verschil in de benadering van de Schrift.

 OPMERKING vanuit de synode

-Bij besluiten zijn ook gronden, die gronden worden gebaseerd op, afgeleid vanuit het rapport. 

VRAGEN over de inhoud van het Appel, punt 4, Visie op de kerk van Jezus Christus

-De concrete vraag is lastig in te vullen met ja of nee. Hoe moet de eis van de Heilige Schrift vandaag worden ingevuld, ‘wat is kerk’?
-Wat is de onderbouwing voor de opmerking, dat ‘er nauwelijks obstakels zijn om ook de PKN als ware kerk te begroeten’?
-Is er ook geen schuldbelijdenis en bekering nodig, als het Appel over ons verleden stelt: ‘wij hebben gefaald in het waarderen van Gods werk buiten onze eigen kerkgrenzen’?

 ANTWOORDEN

-Wij hebben terecht eenzijdigheden van vroeger achter ons gelaten. Maar nu is het ondertussen doorgeslagen naar de andere kant en lijkt er van een valse kerk niet meer gesproken te kunnen worden. Terwijl de binding aan de drie formulieren van eenheid betekent dan wij het onderscheid ‘waar / vals’ handhaven. Met iemand als H. de Jong die in zijn ‘De weg’ niet meer gereformeerd is inzake het gezag van de Bijbel, maar veel cultureel bepaald laat zijn, kun je niet in één kerk zitten. Wij zíjn te eng geweest, maar nu slaat het door naar de andere kant, zie Stadskanaal, GKv en Hervormde kerk. We kunnen veel samen doen, wordt er gezegd. Zie de nationale synode, met alles aan vrijzinnigheid (die echt niet vanzelf verdwijnt, zoals de voorzitter van DKE denkt te kunnen stellen) en dwaling. Onze vraag aan u is: strijdt u nog voor eenheid in de waarheid?
-De nationale synode heet ‘forum’, maar treedt in de publiciteit als méér dan een forum, namelijk als demonstratie van streven naar eenheid. Z’n uitgangspunt is: ‘We horen bij elkaar, want we zijn aan elkaar gegeven in het ene lichaam van Christus’ en dat met inbegrip van vrijzinnigen en remonstranten. Daar tegenover staat 2 Johannes, ‘heet dwaalleraars niet welkom, want dan heb je deel aan hun boze werken’. De zgn. groei-belijdenis is niet gelijk aan Nicea. Deputaten zouden deelnemen en het katholiek gereformeerd belijden aan de orde stellen. Maar in het aanvullend rapport staat niks over de uitvoering van deze aan hen gegeven opdracht. Wel schrijft een GKV-delegatie-lid over het samen op één fundament staan. Maar dat is niet anders dan het ondermijnen van de belijdenis, het is niet waar. En ook opmerkingen die de leer van de doop van jonge kinderen relativeren, staan op gespannen voet met de belijdenis!

VRAGEN over de inhoud van het Appel, punt 5, Kerkdiensten en catechismusprediking

-Waar komt dit sombere beeld vandaan? Ik zie een opleving in het onderwijs inzake de leer. In 95 procent van de kerken wordt volgens mij nog over de leer gepreekt.
-Waarom is het een relativering wanneer gesteld wordt dat er ‘als regel’ twee keer een eredienst moet worden gehouden?
-Waarom is die eenheid zo nodig? Het gegeven beeld spoort niet met de werkelijkheid.
-In de inleiding is gesproken over ‘aangrijpende’ verschillen, maar is de binding aan Gods Woord niet voldoende en dan mógen er toch verschillen bestaan?

 ANTWOORDEN

-De jeugddiensten in de PKN in de jaren ’70 zijn een teken aan de wand. Het moest allemaal leuk zijn, maar veel jongeren van toen doen niets meer met het geloof. De duidelijke verkondiging van het Woord van God is van belang. Er is sprake van ‘vormendienst’. Leer moet in overeenstemming zijn met lied, anders (Calvijn) komen de dwalingen de kerk zingend binnen. Er zijn tegenwoordig kerkdiensten zonder verkondiging. De middagdiensten worden slecht bezocht. Er wordt gepreekt in een klimaat van ‘iedereen gelooft toch?’ Zowel de leerdiensten, als de Tien Woorden zijn van groot belang.

-De formulering ‘als regel’ is pas op de synode van 2011 toegevoegd. Een kerkorde formuleert als zodanig de regel. Het stond niet in het oorspronkelijke ontwerp, dat gewoon stelde dat er elke zondag twee erediensten worden gehouden. Bij ‘als regel’ komt relativering om de hoek kijken en wordt de uitzondering acceptabel voor kerken die menen goede redenen te hebben om van de regel af te wijken en de tweede diensten te schrappen. Wat al enkele kerken daadwerkelijk doen. Leerdiensten staan of vallen met de tweede dienst.
Aangrijpend is het wanneer er tegen elkaar in gebeden wordt, vgl. eind oktober ‘voor welke kerkelijke eenheid dank je en om welke bid je?’ Dat vult de ene bidder heel anders in dan de ander. Waar de één stof voor danken ziet, ziet de ander zorg en reden om te bidden om behoed te worden voor eenheid ten koste van de waarheid. Aangrijpend zijn de gevolgen van centralisatie en decentralisatie. Aangrijpend is de rechtsongelijkheid bij het mogen aangaan aan de tafel van de Heer, bij de (niet) bediening van de tucht. Aangrijpend is het tegen elkaar in werken en preken.
-De tendens is: over tien jaar is de middagdienst voorbij. Het gevolg: de kennis vermindert.

 Verdere VRAAG

-Als de gemeente niet wil komen, wat kun je dan?

 ANTWOORD

-In de 16de eeuw wordt door een kerkelijke vergadering gesteld: zelfs doorgaan als alleen het gezin van de predikant aanwezig is. 

Nog verdere OPMERKINGEN vanuit de synode

-Het tegen elkaar in bidden gebeurde altijd al, vgl. vroeger GPV al dan niet samengaan met RPF, de HEERE weet gelukkig wel wat goed voor ons is
-Er is altijd veel mis … hoe gaan we om met de bruid van Christus? Altijd zijn er ups en downs, we moeten er worstelend mee bezig zijn. 

VRAGEN over de inhoud van het Appel, punt 6, Is binnen het christelijk leven een homoseksuele relatie mogelijk?

-Niet alleen homoseksueel gedrag, maar álle samenwonen dient genoemd te worden.
-Johannes 8, de Heere Jezus leert eerst barmhartigheid: ‘Ik veroordeel u niet …, ga heen, zondig niet meer’, en wij? Het Appel stelt dat het gebod voorrang moet hebben, maar de Heere Jezus geeft juist de barmhartigheid voorrang.

 ANTWOORDEN

-Inderdaad moet je beginnen vanuit de barmhartigheid, maar lees ook die volgende woorden om ze te doen: ‘zondig niet meer!’ Uit eerbied voor God (belangrijker dan onze gevoelens voor de naaste) kun je niet zo blijven samenleven, als je doet. GOD liefhebben is het eerste gebod. Er zouden meer zaken onder de tucht moeten komen, alle zaken die God verbiedt.
-Kijk uit voor de valkuil: ‘door tucht houden we niet vast à geen tucht’. Vgl. de opmerking die gemaakt is: ‘de tucht helpt (toch) niet’.

 In de algemene afsluiting kregen eerst de delegatieleden en vervolgens de synodeleden allen nog de gelegenheid voor een korte opmerking. 

Delegatieleden:

-Schuif zaken niet naar voren, maar neem heldere beslissingen.
-Laten we vast houden wat de Heere ons in de Gereformeerde Kerken heeft gegeven voor en na de Vrijmaking. En als er iets veranderd dient te worden, laat dat dan met duidelijke, Schriftuurlijke argumenten verantwoord worden.
-Laten de besluiten van de synode de vrede in de gemeenten dienen.
-Dien de kerken met besluiten die niet vooral faciliterend en de ontwikkelingen volgend en legitimerend zijn, maar met besluiten die echt de kerken helpen om kerken onder het Woord te blijven.
-Blijf voor alles trouw aan Gods Woord en verwacht het van dat Woord en van de Geest van God die daar mee werkt.
- Christus is Koning. Blijf als synode dicht bij de Schrift en laat de woorden van God uw beslissingen dragen.
-Broeders, ik meen dat bij u, en ik zie dit ook bij kerkenraden, te constateren dat de neiging er is om naar de meerderheid te luisteren. En natuurlijk, er zal regelmatig gestemd moeten worden. Toch wil ik u oproepen primair het Woord van de Heere voorop te stellen. Daar heeft u wijsheid bij nodig, de leiding van de Heilige Geest. Die wijsheid van de Heere wens en bid ik u toe.  

 Synodeleden:

 -We merken betrokkenheid. We zijn zo ontzettend dankbaar voor de 30ers en 40ers die op hun eigen manier geloven. Dank altijd eerst, zie Paulus’ brieven. We hoorden alleen zorg. Er moet ook vertrouwen zijn, er zijn zoveel mooie dingen!
-Laten we als synode denken om de lammetjes / de jeugd van de kerk!
-Hoe moet het wat de Appelschrijvers betreft verder, als er inzake vier punten door de synode wordt gehandeld overeenkomstig het Appel en inzake twee punten niet?
-Belangrijk is het beloften en afspraken na te komen. Laten we vertrouwen hebben in elkaar, en bovenal in Gods Geest.
Wat nu? Een andere kerkkeus? Hoe gaan de opstellers van het Appel om met die vraag. Zie Calvijn in het vierde boek van de Institutie: ‘de kerk niet zomaar verlaten’. Binnen de GKv spreken om de eenheid van het geloof te bewaren.
-Ik heb geen vragen gesteld, omdat ik boos was vanwege het Appel. Nu ik de toelichting heb gehoord, vind ik het zelfs aangrijpend, ik voel me in de klem, en onder verdachtmaking gezet. Hebben we nog vertrouwen in elkaar? Dat vertrouwen mis ik. Over en weer van harte achter Gods Woord!
-Ik wens de Appellanten toe leerbaar te zijn. Ik ben het met hen eens dat het gaat om trouw aan het Woord. Maar er is een grondig verschil over de vraag: ‘wat is het Woord van God?’
-Begrip voor de zorgen. Een wonder is het: nog steeds een GKv die gaat voor Schrift en belijdenis. Het blijft waken en vechten. Danken voorop.

 Na gesproken te hebben aan de hand van Filippenzen 4:6-7 en na het zingen van Psalm 119:24, 40, gaat de assessor, K. Wezeman, voor in gebed.
De voorzitter van de synode, ds. P.L. Voorberg, sluit de middagbijeenkomst.

 

 Delegatieleden:          J. Douma
                                   K. Folkersma
                                   H.G. Gunnink
                                   P.L. Storm
                                   J.W. Veltkamp
                                   J.R. Visser
                                   J. de Voogd

Reacties zijn gesloten.