Van ondertekeningsformulier naar bindingsformulier

Een cosmetische verandering? 

In het rapport van de deputaten Herziening Kerkorde wordt een nieuw formulier voorgesteld voor ambtsdragers om bij het begin van een ambtstermijn te ondertekenen.
Als je het formulier dat we nu gebruiken vergelijkt met het nieuwe dat voorgesteld wordt, vallen bepaalde verschillen erg op. Het is niet zo dat het oude formulier alleen een nieuw taalkleed gekregen heeft. Het is ook niet zo dat de inhoud nog dezelfde is. Het is echt veel meer dan dat.
De vraag is of dit in onze tijd een verandering ten goede is of niet. Ik schrijf daarover nu een kort artikel om juist te laten zien wat de kern van de zaak is.
Hieronder vind je eerst de twee formulieren waar het om gaat.

 Huidig ondertekeningsformulier: 

“Wij ondergetekenden, dienaren des Woords bij de Gereformeerde Kerk te …… (c.q. binnen de classis van ……), verklaren hierbij voor het aangezicht van de Here, oprecht en met een goed geweten dat wij er hartelijk van overtuigd zijn dat de leer van de drie formulieren van eenheid – de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels – in alle delen geheel met Gods Woord overeenstemt.
Wij beloven daarom dat wij deze leer met toewijding zullen onderwijzen en trouw verdedigen, zonder dat wij openlijk of anderszins, al of niet rechtstreeks, iets zullen leren of publiceren wat daarmee in strijd is. Verder beloven wij dat wij niet alleen elke dwaling, die in strijd is met deze leer zullen afwijzen, maar die ook zullen weerleggen, bestrijden en helpen weren.
Voor het geval wij ooit een bedenking tegen deze leer of een afwijkende mening zouden krijgen, beloven wij dat wij die niet openlijk noch anderszins zullen uiteenzetten, leren of verdedigen, hetzij mondeling of schriftelijk, maar dat wij ons gevoelen in de kerkelijke weg aan de kerkelijke vergaderingen voor onderzoek zullen voorleggen.
Wij beloven dat wij daarbij bereid zullen zijn altijd gewillig aan het oordeel van deze kerkelijke vergaderingen te onderwerpen. Indien wij in strijd hiermee handelen, zullen wij als gevolg daarvan terstond geschorst worden.
Voor het geval de kerkenraad, de classis of een synode om gegronde redenen, ter wille van de bewaring van de eenheid en zuiverheid in de leer, ooit een nadere verklaring zou eisen van ons gevoelen omtrent enig deel van deze leer, beloven wij dat wij daartoe altijd bereid zullen zijn.
Indien wij deze belofte niet nakomen, zullen wij eveneens worden geschorst, onverminderd het recht van appel in geval van bezwaar. Gedurende de tijd van appel zullen wij ons gedragen naar de uitspraak van de mindere vergadering.”

 Voorgesteld bindingsformulier:

 “Wij, ondergetekenden, verklaren van harte in te stemmen met de leer van de Bijbel, zoals die door de Gereformeerde Kerken in Nederland wordt beleden in de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels. Wij beloven de gemeente voor te gaan in het spreken en leven vanuit dit ene evangelie. Wij beloven de waarheid van Gods woord openlijk uit te dragen, en te handhaven tegenover misleidende denkbeelden die binnen de kerk of uit de wereld opkomen.
Wanneer wij op enig onderdeel van de leer verschil ervaren tussen de leer van de Bijbel en de inhoud van de genoemde belijdenisgeschriften, zullen we dit op gepaste wijze aan de orde stellen.
Wanneer er vragen rijzen rondom onze eigen opvattingen of gedragingen, zijn we altijd bereid om ons daarover te verantwoorden.
In beide gevallen zullen we ons houden aan de aanwijzingen van de bevoegde kerkelijke vergaderingen.”

 Het grootste verschil 

Het grootste verschil tussen het huidige ondertekeningsformulier en de tekst die deputaten als een mogelijkheid voorstellen is de binding zelf.
Het is bij het huidige formulier ook zo dat het een binding is aan de leer van de Bijbel. Het gaat daarbij niet alleen om een binding aan de tekst van de belijdenisgeschriften. Deze belijdenisgeschriften willen niet anders zijn dan vertolking en samenvatting van de leer van de Schrift.  We belijden in art 3-7 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis dat we daarom ons binden  aan de hele Schrift als het Woord van God.  Daar is geen woord Frans bij.
De Bijbel staat werkelijk boven alles. Daarom is er ook de mogelijkheid en de plicht om in de Belijdenisgeschriften dingen te veranderen als we vanuit de Schrift leren zien dat een belijdenisgeschrift op een bepaald punt geen goede verwoording van de Bijbelse leer is.
Het grootste verschil zit erin dat de binding aan de door ons aangenomen Belijdenis losser wordt.
Dat komt vooral uit bij de passage over een ambtsdrager die verschil tussen de Bijbelse leer en de Belijdenisgeschriften ervaart. Nu is het zo dat je daarover  niet openlijk mag praten maar het eerste aan de kerkenraad en later aan de andere kerkelijk vergaderingen  moet voorleggen. Om eventueel samen tot verandering van de Belijdenisgeschriften te komen. In het voorgestelde bindingsformulier is er meer ruimte. Het komt niet verder dan dat een ambtsdrager dat op gepaste wijze aan de orde zal stellen. Op geen enkele manier wordt aangegeven wat dat betekent. In het huidige formulier is het duidelijk: niet openlijk of anderszins uitdragen, maar aan de kerkelijke vergaderingen voorleggen. Maar wie zal bij het nieuwe formulier nog beslissen wat een gepaste wijze van kritiek op de belijdenis is?
Door dit onbeslist te laten creëer je dus in de praktijk ruimte om van de aangenomen belijdenis af te wijken. Pas op het moment dat er van buiten af vragen rijzen, komt het moment van verantwoording. Dan is het de bevoegde kerkelijke vergadering die besluit of we deze ruimte houden of niet. Het is dan dus mogelijk dat een kerkelijk vergadering besluit dat iemand op een bepaald punt als ambtsdrager kan uitdragen dat hij anders denkt dan wij samen belijden. Er is niets in de nu voorgestelde formuleringen dat zich verzet tegen deze interpretatie, ook al zouden deputaten (wat we mogen hopen) deze interpretatie geenszins beogen.
Ook al ontkennen de deputaten dit, toch komt het dan feitelijk er op neer dat we uitspreken dat we aan de Belijdenisgeschriften gebonden zijn voor zover ze met de Bijbel overeenkomen. We kunnen er samen niet meer op aan dat de ambtsdragers er samen van overtuigd zijn dat de belijdenisgeschriften in alles de leer van de Schrift uitdragen.
Hiermee komt er ook een heel duidelijk devaluatie van de woorden waarmee de Nederlandse Geloofsbelijdenis begint: “Wij geloven allen met hart en mond”.  Dat we samen hartelijk belijden wat er in onze belijdenisgeschriften staat, komt op de tocht te staan.

 Juist in onze tijd 

Dat we juist in onze tijd hiertoe zouden komen is een heel verkeerd signaal. We leven in een tijd waarin mensen de vrijheid zoeken om hun eigen mening te hebben. Om niet samen ergens aan gebonden te zijn. Juist in een tijd van veel verwarring, komt er het voorstel voor een lossere binding terwijl we juist een duidelijk leiding nodig hebben. Een duidelijke leiding volgens de leer van de Schrift. Door de binding aan de Belijdenisgeschriften losser te maken en daarmee onduidelijker te maken wat de leer van de Schrift is, zal de verwarring in de kerken groter worden. Want waar ben je concreet gesproken nog wel aan gebonden?
Stel dat de ene ambtsdrager vragen bij de kinderdoop heeft, de ander bij de uitverkiezing en weer een ander bij de erfzonde.  Wat is dan nog de leer van de Schrift?  Kunnen we die nog duidelijk belijden of is dat allemaal wazig geworden?
Het is juist in onze tijd heel belangrijk om ons samen te binden aan onze Belijdenisgeschriften omdat we er hartelijk van overtuigd zijn dat ze in alles het Woord van God naspreken.  

Schuldbelijdenis 

We zijn op weg naar de synode.  Op de synode ligt het voorstel om kerken de vrijheid te geven de ambten voor de vrouw open te stellen. Er ligt ook het voorstel voor een minder sterke binding aan de Belijdenisgeschriften voor de ambtsdragers.
Als de synode zou besluiten om op beide punten de voorgestelde koers te gaan, ontstaat er een vreemde situatie. Dan zijn  juist de punten waartegen wij bij de NGK grote bezwaren  hadden door ons weggenomen. Dan moeten we de grote woorden die we door de jaren gesproken hebben terugnemen. De eerlijkheid zou dan gebieden om schuldbelijdenis te doen en ons bij de NGK aan te sluiten. Dan dus wel na schuldbelijdenis van onze kant.
Het is niet zo dat ik die kant op wil. Ik zal dat zelf niet meemaken maar als de kerken zo besluiten moeten ze wel beseffen dat ze dan de NGK jarenlang onnodig verwijten hebben gemaakt. 

Ds. Rob Visser

   

    

 

 

 

 

 

 

Reacties zijn gesloten.