De ruimte van Slotman

In het ND van 6 november schreef ds. Hans Slotman over een bepaald aspect ten aanzien van de overgang van dr. Wilschut van de GKv naar de PKN. Slotman vroeg aandacht voor de opmerking van Wilschut dat het (vrijg.) gereformeerde kerkverband te klein is voor klassiek gereformeerd kerkelijk leven en prediking. Dit aspect uit de verklaring van Wilschut heeft tot nu toe te weinig aandacht gekregen, schrijft Slotman.  Laten we de opmerkingen van Slotman eens even bekijken.

 De nood van de GKv.

Wilschut schrijft over de actuele nood van de GKv. Namelijk dat daar geen wijkplaats is “voor klassiek gereformeerd kerkelijk leven en prediking. Daarvoor is het kerkverband te klein”.  Hier wordt ‘nood’ onder woorden gebracht. De nood van de GKv. En die nood is,  dat er te weinig en straks wellicht helemaal geen ruimte meer is voor gereformeerd geluid en leven.  Wat een nood!
Want hier staat eigenlijk: de Gereformeerde Kerken zijn hun identiteit aan het verliezen. De prachtige en schriftuurlijke belijdenis over Christus’ kerk en Gods verbond, verkleurt. Preken over de waarheid van Gods goede beloften én dreigend spreken, krijgen minder ruimte. De heilshistorische christocentrische prediking dreigt te worden vervangen door meer emotioneel bevindelijke prediking vanuit een exemplarische achtergrond. En, om met de woorden van Wilschut te spreken, ‘de ingeslagen koers van een mainstream laat zich dan ook in heel het kerkverband gelden’. Een stroming van evangelische en interkerkelijke nuance is bezig het kerkelijk leven in te kleuren. Met als gevolg dat vanwege de overdosis aan evangelisch bevindelijk geluid het gereformeerde belijden wordt overstemd. Erger: het kan gebeuren dat velen denken dat als je die mainstream voorrang geeft, dat je dan de leden van de kerk kunt ‘vasthouden’. En op basis van een minimaliserende belijdenis (als bijv.  ‘Jezus is Heer’)  wordt de samenwerking gezocht met allerlei kerkelijke groeperingen met wie er geen werkelijke eenheid in belijden is.  

De echte ruimte voor de GKv.

Wat Slotman naar aanleiding hiervan schrijft staat volgens ons haaks op de nood die Wilschut tekent. Of beter: hij misbruikt die. Ook al kiest hij (Wilschut) voor een kerkverband waar ook veel van te zeggen is, dat neemt niet weg dat de nood van de GKv door hem wordt aangegeven als het ‘geen ruimte geven aan het klassiek gereformeerd kerkelijk leven’. Maar wat doet Slotman? Die gebruikt dit argument om nota bene een pleidooi te voeren voor nog meer ruimte dan er al is. Hij bepleit een kerk die niet alleen nog wel een hoekje heeft voor ‘klassiek gereformeerde’ predikanten als Wilschut, maar ook voor meer ‘evangelisch georiënteerde mensen’, of voor wie zich ‘aangesproken voelen door de stilte van het klooster’. De mensen die vertrokken en vertrekken om die redenen naar een evangelische gemeente of naar de PKN zouden eigenlijk allemaal binnen één kerkverband onderdak moeten kunnen vinden. De GKv is daarvoor volgens Slotman inderdaad te klein. Het vraagt om een groter, ruimer verband. Samengaan met NGK en CGK zou daarvoor nog maar een begin zijn. Dus, vragen we dan, moet wat binnen de NGK mogelijk is aan vrouwelijke ambtsdragers, lossere binding aan de belijdenis, discussies over de mogelijkheid van homoseksuele ambtsdragers, verregaande evangelische experimenten etc. sowieso tot de kerkelijke mogelijkheden kunnen behoren binnen de ruime kerk die Slotman voor ogen staat?

 Op weg naar de PKN?

En dat is nog maar het begin wat hem betreft. De suggestie die daarin ligt,  lijkt ons duidelijk: moeten onze blikken niet gericht worden op de PKN? Wilschut kan daar met zijn ‘klassiek gereformeerde overtuiging’ nog wel zijn hoekje vinden. En de evangelische denkende broeder ook, en de stilteliefhebber, en de Taizé-minnaar enz. enz.  Slotman is niet de eerste en enige die onder ons suggereert dat het allemaal wat ruimer moet worden. Daarbij lijkt het ideaal te zijn het bereiken van een kerk met een ruimte zoals die volgens ons al lang te vinden  is: namelijk binnen de PKN. Hooguit de echte vrijzinnigen als Klaas Hendrikse moeten dan wat beter buiten de deur gehouden worden dan de PKN tot nu toe doet. 

 Onze grote zorg is dat wij in dit soort verhalen pleidooien ontvangen voor een kerkverband waarbinnen de gereformeerde belijdenis geen ‘Akkoord van kerkelijk samenleven’ meer kan zijn. De ruimte binnen de kerk wordt een andere dan de bandbreedte van die belijdenis. Te vrezen valt dat dit soort pleidooien ondertussen steeds meer typerend worden voor wat Wilschut al de mainstream heeft genoemd binnen de GKv. Wanneer dit denken inderdaad de hoofdstroom wordt, dan zullen onze kerken vanzelf wel over enige tijd weer met ds. Wilschut kerkelijk verenigd kunnen worden. Zij het dat het dan maar de vraag zal zijn of velen van ons  zich dan net als hij zullen voegen bij de Gereformeerde Bond.  

 Wanneer collega Slotman deze ontwikkelingen geenszins beoogt en wij hem hebben misverstaan, zou hij er goed aan doen publiek nader duidelijk te maken welke ruimte (met welke grenzen!) hij voor gereformeerd kerkelijk leven dan precies wenselijk acht. Nu lijkt ons zijn pleidooi de verdere ondermijning te bevorderen van echt gereformeerd kerkelijk leven.  Een kerkverband  waarin bijv. evangelisch denken (met al zijn arminiaanse tendenzen en moeiten met de kinderdoop!) wettige ruimte heeft, wordt een kerkverband waarin er al minder ruimte komt voor het reformatorische sola Scriptura, sola fide en sola gratia. De nood waar veel kerkmensen nu al mee te maken hebben.   

Maar het mag toch niet gebeuren dat er ruimte wordt gegeven aan een ‘stroom’ die over het verbond van God met de gelovigen en hun kinderen, anders spreekt dan zondag 27 HC en de Dordtse Leerregels? En wanneer er mensen zijn die hun gereformeerde broeders willen vertellen dat ze kerkelijk ruimte moeten geven aan hen die de kerk als instituut op aarde als een menselijke instelling zien, is dat toch in strijd met wat we samen uitspreken in art. 27-29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis?

 Te klein?

Volgens ons is het niet teveel gezegd wanneer we stellen dat de ruimte die Slotman bepleit de nood van de GKv zal vergroten. Een te klein kerkverband? De stelling alleen al is onbegrijpelijk. Immers we meten de kerk, c.q. het kerkverband niet af naar haar omvang of aantal, maar aan de verbondenheid die deze kerk (dit kerkverband) laat zien met Jezus Christus als haar Hoofd in de hemel. Hij toch heeft het gezegd: waar twee of drie in mijn Naam samen zijn daar ben Ik er bij! Houd dan die Naam van de Heiland hoog. De naam van de Christus der Schriften! Met zijn bloed kocht Hij de ruimte voor het leven bij zijn Vader. Tot die ruimte vergadert Hij, in de eenheid van het ware geloof, zijn kerk vanaf het begin van de wereld tot aan het eind van de wereld. Hij is het Hoofd van de kerk. We zullen in de kerk naar Hem toegroeien ‘door ons aan de waarheid te houden’, schrijft zijn apostel Paulus (Ef. 4: 15).

 H.W. van Egmond/P.L. Storm

Reacties zijn gesloten.