Over ons appel (1)

  Het tijdschema

 Wij hebben een appel opgesteld dat bestemd is voor op de a.s. generale synode 2014. Meer dan tweehonderd broeders en zusters hebben inmiddels hun handtekening in principe verbonden aan dit appel. Aan de tekst ervan ontbreken nog enkele zaken, zoals met name een passage over het al of niet toelaten van de vrouw in het ambt binnen de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt). Wij streven ernaar de definitieve tekst rond 1 december a.s. te kunnen aanbieden. Allen die inmiddels hun voorlopige instemming met ons appel betuigd hebben, krijgen de eindtekst opnieuw onder ogen voordat zij definitief hun naam verbinden aan onze brief naar de synode.
In de maanden november en  december zullen we ons intensief bezighouden met de verspreiding van het appel, om nog meer mensen wakker te schudden die met ons de synode dringend zullen vragen een halt toe te roepen aan ontwikkelingen die het gereformeerde karakter van onze kerken dreigen uit te wissen.
Op 1 januari 2014 beëindigen we alle activiteiten rond het appel en verzenden het voor behandeling naar het adres voor de komende synode. Wij zullen ons appel ook toezenden aan alle kerkenraden binnen de GKv. Wat wij daarmee beogen, staat in het teken van de slotzin van ons appel. Daarin schrijven we aan de synode: 

‘Wij beseffen dat uw vergadering een zware taak wacht. Wees ervan verzekerd dat wij en vele anderen met ons bidden om de kracht van de Geest van Jezus Christus! Onze brief is geboren uit grote verontrusting over de gang van zaken in de kerken. Maar tegelijk is het onze hartelijke begeerte dat wij in het spoor van uw besluiten samen gereformeerde kerken mogen blijven!’

 De vorm van ons appel 

Het was te verwachten dat wij kritiek zouden krijgen op de vorm die wij hanteren om onze bezwaren aan de synode kenbaar te maken. Dat blijkt uit sommige reacties die we binnenkrijgen. Hoe kunnen wij denken dat we gehoor vinden bij een generale synode wanneer we als particulieren – ook al zijn het er honderden – bij de synode aankloppen? Weten wij niet dat er een kerkelijk weg is via kerkenraden, classes, particuliere synodes naar de generale synode?
Ja, dat weten we heel goed. Maar we weten ook iets anders.
We zijn ervan op de hoogte dat honderden mensen bij hun kerkenraad zich gemeld hebben om soortgelijke zaken aan te snijden als die nu in ons appel staan. Gedesillusioneerd hebben zij de moed opgegeven om nog iets te bereiken ‘in de kerkelijke weg’. Zij stuitten op onbegrip of zelfs op sterke tegenstand in hun pogingen om punten aan de orde te stellen die vroeger in de GKv vanzelfsprekend leken, maar nu zonder discussie uit de belangstelling zijn verdwenen.
Het lijkt vaak alsof wij van een andere planeet komen door nu nog te beginnen over wat gereformeerd is. We weten van veel drukte in de GKv over allerlei zaken, behalve over wat wij als geestelijk verval in onze kerken constateren. Zelden horen we nog in gebeden in de kerk dat we als gemeenschap  het gevaar lopen van het goede kerkelijke spoor af te wijken.
Het Oude Testament onthult zeer openhartig hoe vaak en hoe diep het volk van God kan vallen, en hoe nodig het was dat profeten waarschuwden. Mensen als Paulus brachten het evangelie van Jezus Christus vol bewogenheid, maar drongen er tegelijk op aan dat de gemeenten zich ervan bewust moesten zijn dat ‘woeste wolven’ van buiten en ook mensen van binnen de waarheid zouden verdraaien (Hand. 20:29v).
We vermelden nog een punt. Men wijst ons erop de kerkelijke weg te volgen. Dat deed men ook toen op ons initiatief enkele tientallen leden van de kerken (waaronder meer dan twintig predikanten) zich tot de classis Amsterdam-Leiden hadden gewend om te voorkomen dat ‘Stroom’’ erkend zou worden als gereformeerde kerk binnen de GKv. De drie formulieren wilde men niet ondertekenen en dat vrouwen in hun kerkenraad meebeslisten, was voor Stroom evenmin een blokkade om toegang als gemeente tot de GKv te vragen. Ieder zal, als hij eerlijk taxeert, moeten erkennen, dat dit niet getuigt van het bewandelen door Stroom van de ‘kerkelijke weg’. Maar wat gebeurde? Verontwaardigd keerde menig scribent zich tegen ons, terwijl Stroom een hart onder de riem werd gestoken. We vermelden er wel even bij dat het Stroom was die de aanvraag om toegelaten te worden zelf ook weer introk. Voor die beslissing hadden we respect. Niet voor scribenten die ons geselden wegens ons overtreden van elementaire regels in de kerkelijke omgang, zonder dat zij zich druk maakten over wat ons ertoe bracht bij de classis Amsterdam-Leiden aan te kloppen.

 ‘En wat doen jullie?’

 Over de vorm van ons appel willen we nog het volgende zeggen. Wij weten dat veel broeders en zusters evenals wij zich ernstig zorgen maken over de situatie in de GKv. Tegelijk voegen zij er dan iets aan toe. Als ze het niet zeggen, merken wij wat ze willen zeggen: ‘Ja, maar wat jullie doen – een brief van particulieren naar de synode schrijven, en daarmee een pressiegroep vormen, partijschappen bevorderen, etc. -, dát willen wij niet’. Akkoord, zeggen wij. maar wat doen jullie zelf? Jullie zijn in staat ons te vertellen hoe het niet moet. Maar mogen wij ook weten hoe jullie je bezwaren op de juiste kerkelijke wijze dan wel kenbaar maken?
Wij krijgen sterk de indruk dat velen die hun hoofd schudden bij wat wij doen, zelf niets of nauwelijks iets doen. Daarom houden we hun een spiegel voor. Verontrust zijn, en dan maar afwachten hoe het gaat, is niet de weg die wij zijn ingeslagen. Wij laten van ons horen, per website. We hebben geen landelijke vereniging gevormd. We zijn niet uit op het vormen van een Gereformeerde Bond (daarover later meer). Een krant staat niet tot onze beschikking. Het is armoede troef als we ons kleine groepje kritisch bekijken, Maar ook zonder krant en zonder achterban, moeten we met onze armoedige middelen doen wat de HERE van ons vraagt: waarschuwen. Waarom?  Omdat we ons bewust zijn van het kritieke uur waarin onze kerken beland zijn!
In de huidige versie van ons Appel schreven we aan het slot dat wij met onze ondertekening ‘een misschien wanhopige poging doen alsnog gehoor te vinden’. Iemand die intussen het Appel heeft ondertekend, vindt het woord ‘wanhopig’ onjuist. We zullen het veranderen en ervan maken dat we een uiterste poging doen. Dat is beter, want wij wanhopen niet, omdat wij op Jezus Christus vertrouwen en weten dat niet wij, maar Hij de kerk leidt, haar zuivert en tot voltooiing brengt.
Maar wij weten uit de ‘vermaningen’ van Jezus Christus ook dat wij moeten strijden om in te gaan. De ware rust vinden we elders. En wanneer we in een heftige periode zouden belanden, beseffen we toch dat we in het spoor van Hem moeten gaan die ons geen kalme reis beloofd heeft. Hij heeft ons wel de haven getoond waarin ons schip eens veilig zal aankomen.

 D.V. tot over veertien dagen voor het vervolg van ons commentaar op het Appel.

 

  

Reacties zijn gesloten.