Naar aanleiding van de open brief aan ds Wim van der Schee

 Collega van der Schee heeft op de open brief van mij aan hem op zijn eigen site gereageerd. Zie: http://www.wimvanderschee.nl/?p=4867

 Op deze  reactie hoop ik nu in te gaan. Ik wil  wel vooraf een bepaald misverstand wegnemen dat  naar aanleiding van zijn reactie kan ontstaan.
Toen ik namelijk zijn reactie op zijn eigen site zag, heb ik daarop gereageerd. Met het verzoek ook deze reactie op zijn site te plaatsen.  Collega van der Schee weigerde dit en zag het alleen als een persoonlijke reactie. Wat ik schreef en door hem geweigerd is, vind je hieronder. Ik wil het niet bij deze reactie laten. Ik ga daarna nog in op wat hij op zijn site geschreven heeft. 

  

Beste broeder Wim 

Het verbaast me dat je zo schrijft. We hebben gecommuniceerd en ik heb je aangeboden om je antwoord op gereformeerdekerkblijven te publiceren. Jij antwoordde dat je er nog over na moest denken en dat je dacht zelf op jouw site te antwoorden. Dat was prima en ik heb geschreven dat het goed is om zo het gesprek openlijk verder te voeren.
 Dan vind ik het wel onder de maat wat je nu schrijft.  Laten we het gesprek nu verder voeren en ontdekken wat we echt bedoelen en elkaar niet afschieten met allerlei negatieve kwalificaties. Ik zal serieus ingaan op jouw antwoord en ben ook blij met bepaalde gedeelten daarvan. 

 

Rob Visser

   

Beste Wim

 Het is jammer dat jij niet bereid bent tot een open briefwisseling. Waarbij iedereen met ons kan meelezen.  Juist dan kunnen we een gesprek krijgen waarbij duidelijk wordt of we elkaar goed begrijpen en ook corrigeren als duidelijk wordt dat we elkaar verkeerd begrepen hebben.  Juist zo´n gesprek is volgens mij in de kerkelijke situatie van nu hard nodig.
Er zijn dingen in jouw reactie waarmee ik blij ben.  Jij maakt nu duidelijk dat jij in jouw artikel het oog hebt op een minderheid van broeders en zusters die uit de synodale kerken zijn overgekomen en die volgens jou vanuit  ´systematische wantrouwen´ in de kerken gereageerd hebben.
Je nuanceert ook in die zin dat je duidelijk maakt dat je niet twijfelt aan goede bedoelingen die deze mensen hebben gehad. Dit is al een stuk winst uit de wisseling van gedachten die we tot nu toe gehad hebben. Jammer dat het op andere punten niet verder kan gaan.
Wim, je eindigt jouw reactie met deze zinnen: “Het is meer dan een misverstand dat ik ontwikkelingen in ‘de wereld’ eenzijdig optimistisch zou bekijken. Dat is een bewust verkeerde weergave — des te meer bewust, omdat ik er vóór de publicatie van deze open brief aandacht voor gevraagd heb. De verantwoording voor die verkeerde weergave berust bij de schrijver. Zie verder het geschetste beeld van het lastercircuit in ‘Op het randje’.”
Hier wil ik graag op ingaan.

Het is zeker niet bewust dat ik jou door selectief citeren in een verkeerd daglicht wil zetten.  Ik schreef de vorige keer hierover:

“Wim, één van de verschillen tussen ons lijkt me de verhouding tussen de wereld en de kerk. Ik zie bij jou een heel optimistische kijk op de ontwikkeling van de wereld. Jij begroet de ontwikkeling naar het al meer denken vanuit autonomie als een zegen. Je schrijft daarover o.a. dit: “Dat geldt volstrekt voor de ontwikkeling naar meer autonomie van mens en wereld. Dat is een zegen, ook voor kerk en geloof. Je zult je altijd weer zelf je geloof je eigen moeten maken en moeten mogen maken.”

Daarop heb ik gereageerd met de bedoeling dat jij hierop weer zou kunnen reageren. Ik heb ook geschreven dat het er op lijkt dat we hierover anders  denken. Met in gedachte de mogelijkheid om van jouw kant erop te reageren in een broederlijk gesprek. Het is jammer dat jij bent daartoe niet bereid bent.
Ik heb vanuit Romeinen 8 duidelijk gemaakt dat we als kinderen van God toch nooit ‘autonomie’  een zegen kunnen noemen.  Dan is de vraag toch op zijn plaats wat jij onder autonomie verstaat en waarom je het voor geloof en kerk een zegen vindt?
Je noemt iets later autonomie ook een vloek omdat het tot eenzaamheid leidt.  Toch blijft voor jou ook staan dat het een zegen is en daar heb ik vragen over. Vooral ook omdat jij daaraan  dit verbindt: “De tijd van het handhaven van belijdenissen en kerkordes is onontkoombaar verleden tijd. “
Als ik het goed  in zijn verband lees,  vind je dat ook een zegen.  Mijn vraag hierbij is dan:  Wanneer het gaat om belijdenissen  en kerkorden die het Woord van God naspreken wat is er dan mis met het handhaven daarvan?  Bij het ondertekenen van het Ondertekeningsformulier als ambtsdragers beloven we toch juist om dat te doen?  Dan beloven we toch juist dat we de aangenomen belijdenisgeschriften zullen verdedigen en handhaven omdat we ervan overtuigd zijn dat ze in overeenstemming met het Woord van God zijn!
Een open en openbaar gesprek hierover zou veel kunnen opleveren.
Wim, ik hoop dat je toch nog aan dit gesprek wilt deelnemen. Ik ben bereid.

 Hartelijke groet in Christus

 Rob Visser   

 

Voor de eerste open brief van ds, Visser aan ds. van der Schee kunt u klikken op de link: http://www.gereformeerdekerkblijven.nl/wp/?page_id=908

   

Reacties zijn gesloten.