Kort commentaar 62-64

[62] Afscheid van koningin Beatrix, inhuldiging van Willem Alexander 

Van koningin Beatrix zal afscheid genomen worden met alle respect en met grote dankbaarheid voor haar arbeid als onze koningin. En uit enquêtes blijkt dat er groot  vertrouwen is in Willem Alexander als nieuwe koning, met zijn charmante vrouw naast zich als koningin. Daarom zal dinsdag a.s. het feest in Nederland alleen maar bedorven kunnen worden door mensen die erop uit zijn zinloos geweld te plegen en tegen de haren van het overgrote deel van ons volk in te strijken. Het is verheugend dat we zo eendrachtig achter ons vorstenhuis staan om onze dank te betuigen voor wat koningin Beatrix meer dan dertig jaar voor ons betekend heeft. En met de verwachting dat koning Willem Alexander zich evenzeer zal inzetten voor ons volk als zijn moeder het deed.
De kerk in Nederland is nooit achtergebleven in haar waardering voor het huis van Oranje. Wel zijn de tijden veranderd. In de kerk zal over God gesproken worden in verband met de troonswisseling, maar in het publieke leven zullen de leiders van ons volk zijn naam nauwelijks of niet meer vermelden, als ze hun dankbaarheid voor een vertrekkende koningin en hun verwachting van een nieuwe koning onder woorden brengen. We mogen al blij zijn dat de nieuwe koning, evenals zijn moeder destijds, de eed aflegt en daarmee Gods hulp zal inroepen, om zijn bereidheid het koningschap uit te oefenen te bevestigen.
Overigens is het danken en het bidden in de kerk niet afhankelijk van wat wij over koningen en presidenten denken, maar van wat God erover gezegd heeft. Na de dood van koningin Wilhelmina heb ik over Ps. 47 gepreekt en het is mij een vreugde het nu a.s. zondag te kunnen doen met het oog op de gebeurtenissen van a.s. dinsdag. Mijn beide preken zijn zeer verschillend. Er liggen vijftig jaar tussen. Maar gelijk blijft dat de vorsten van de volken Gods schildwachten op aarde zijn, zoals Ps. 47, 10b het in de Nieuwe Bijbelvertaling zegt. Schildwachten zijn ze wanneer ze hun werk in Moskou, Pretoria, New York of waar dan ook te verrichten hebben. Wie Romeinen 13 opslaat, kan weten dat er geen enkele overheid is of zij staat in dienst van God. Paulus keurt niet eerst de vorsten of zij al of niet in God geloven. Hij gaat ervan uit, dat God gezagsdragers geeft voor ons welzijn. Zeker, er valt veel meer te zeggen als we naar de toestand in de wereld kijken en erop letten hoe overheden zich soms gedragen. Maar hier starten we: bij wat God wil en bij de zegen die er in het hebben van overheden gelegen is. Dit geloof snijdt alle terrorisme bij de wortel af.
We vestigen ons vertrouwen op God en bidden daarom voor koning en vaderland. Zoals we  in 1 Tim. 2 gemaand worden geen oogkleppen voor te hebben en alleen maar bezig te zijn met onszelf. God wil dat alle mensen behouden worden. En daarom bidden we ook voor overheden, die belangrijk zijn om ruimte en vrijheid voor de verbreiding van het evangelie te scheppen en te laten. 

[63] Synodes en kerken volgen soms een verschillend spoor 

Vanuit het buitenland werd mij telefonisch de vraag gesteld tegen welke besluiten van onze synodes ik bezwaren heb. Die vraag werd mij niet vanuit het luchtledige gesteld. Ik heb er in een vorig Commentaar (no.61) op gewezen dat onze deputaten BBK (Betrekkingen Buitenlandse Kerken) tegen zusterkerken in het buitenland hebben gezegd: U moet u in uw kritiek op de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) in Nederland beperken tot de beoordeling van onze officiële synodebesluiten. Dus geen verhalen over wat er hier en daar in onze kerken gebeurt en die u ontleent aan kritische websites, of aan wat men in kerken die zich van ons hebben afgescheiden, vertelt.
Graag wil ik het antwoord doorgeven dat ik gaf op de vraag hoe ik tegen de besluiten van onze synodes aankijk. Allereerst kan ik zeggen dat ik tegen de meeste besluiten die de laatste synodes genomen hebben, geen of weinig bezwaren heb. Ook niet, om iets verder in de tijd terug te gaan, tegen besluiten die de synode inzake sabbat en zondag hebben genomen. Ik weet maar al te goed dat er in de tijd na de grote reformatie verschillen over dit onderwerp openbaar werden. Dat heeft mij in mijn geschriften voorzichtig gemaakt om in deze kwestie te zeggen: Zo is het en daarmee afgelopen! Geen beslissing over de zondagsopvatting, geen uitspraken over gezangen en liederen zus en zo en ook geen andere zaken, die kerkleden er intussen toe hebben gebracht zich aan de vrijgemaakt-gereformeerde kerken te onttrekken, hebben mij losgeweekt van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt).
Wel heb ik laten merken – dit in de tweede plaats – dat ik tegen de beslissingen en/of goedkeuringen inzake de benoeming van dr. S. Paas en dr. K. van Bekkum voor onderwijs aan de Theologische Universiteit te Kampen ernstige bedenkingen had. Ik heb mijn bezwaren tegen hun dissertaties uitvoerig verwoord, voordat hun benoeming op de synode aan de orde kwam. Tegelijk moet ik zeggen dat de synode de kritiek van anderen en van vrijwel genegeerd heeft. Ik weet van geen enkele schriftelijke poging waarin beargumenteerd onze bezwaren na zorgvuldige toetsing werden afgewezen.
Eveneens heb ik mij verbaasd over de koers die de synode is ingeslagen door zonder kritiek de deelname van onze kerken aan oecumenische bijeenkomsten, zoals aan de Synode van Dordrecht 2010,  goed te keuren. Serieuze rekenschap om in deze kwestie de zeer duidelijke koerswijziging van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) te funderen, heb ik niet aangetroffen. We konden en moesten het blijkbaar doen zonder dat daarvoor een grondige verantwoording tegenover de kerken nodig was.
Ik vermeld hier geen zaken die ik zelf niet onderzocht heb, zoals de invoering van de nieuwe kerkorde. Anderen hebben daartegen wél ernstige bedenkingen en ik hoop dat die bezwaren serieus worden genomen. Ik had genoeg werk om andere kwesties aan de orde te stellen. Wel vraag ik mij af wat voor zin het heeft een nieuwe kerkorde in te voeren als veel kerken toch hun eigen gang gaan.
Daarmee ben ik bij een derde opmerking die ik wil maken. In de vrijgemaakt-gereformeerde kerken trekt men zich soms weinig tot niets aan van wat synodes besloten hebben. Ik denk hier vooral aan de besluiten die nog vrij recent onze synodes genomen hebben inzake gevallen van homoseksueel samenleven. Dit gedrag werd duidelijk afgekeurd. Maar wat zien we gebeuren? Velen nemen intussen een standpunt in zoals het op het Kamper congres op 12 januari 2012 over homoseksualiteit verdedigd werd: Oefen (voorlopig) geen tucht! Dit voorbeeld heeft te maken met een diepingrijpende zaak.

 

[64] De situatie in de kerken en de volgende synode 

Wie kritiek heeft op de nieuwe koers die veel vrijgemaakt-gereformeerde kerken hebben ingeslagen, moet niet zwijgen nu de volgende synode in zicht komt. Na wat ik reeds gezegd heb, betekent dit voor mij niet dat ik bij het formuleren van bezwaren mij moet wachten te vermelden wat er in diverse plaatselijke kerken gebeurt. Mooie papieren waarover de kerken via oude en nieuwe synodes beschikken, bewijzen nog niet dat de kerken ook gereformeerde kerken blijven. Om de stand van zaken te peilen mogen, ja moeten wij weten wat er in de kerken gebeurt.
Als ik merk dat het ons heel kwalijk werd genomen, dat wij voor de missionaire gemeente Stroom in Amsterdam geen mogelijkheid zagen om binnen ons gereformeerde kerkverband geaccepteerd te worden, wordt het actueel om te vragen: Zal de synode van 2014 dat ook vinden? Of mogen bepaalde groepen die zich niet aan de gereformeerde confessie willen binden, wél binnen ons kerkverband worden opgenomen?
Wanneer ik constateer dat in kerken wel de lijn wordt gevolgd van ‘voorlopig geen tucht’ over andere moderne vormen van samenleven (samenwonen, homo- en lesbische verbindingen), ligt het voor de komende synode te vragen of dat zo kan. Zal de synode dergelijke samenlevingsvormen afwijzen om het getuigenis van de Schriften te blijven volgen? Of geeft zij ruimte voor niet-huwelijkse vormen van samenleving? De druk van de geseculariseerde maatschappij, maar ook van binnenuit de kerk om géén tucht te oefenen wordt sterker.
Als ik verder constateer dat onder ons de eenheid tussen kerken wordt nagestreefd, maar nauwelijks nog iemand de vraag durft stellen wat de belijdenis over de ware en de valse kerk te zeggen heeft, dan mag ik weer vragen, of de synode ermee akkoord gaat dat wij op dit punt onze confessie laten inslapen. ‘Toe maar, het staat er nu eenmaal in, maar wat beginnen we er vandaag mee? Mijn antwoord: Geef mij maar een man als Antoine Bodar, die frank en vrij Rome en de paus verdedigt tegen wat hij onzin noemt in (protestantse) verhalen over de zwakheid van het instituut ‘kerk’. Zie het Nederlands Dagblad van 23 april jl. Ik heb meer respect voor hem dan voor al die theologen, die zich publiek niet meer inspannen om kerken te beoordelen zoals hun eigen confessie dat vraagt.
Wie wijst in al de verwarring waarin de kerken bevinden ons de weg? Dat mogen we van de a.s. generale synode 2014 verwachten. Daar zullen allerlei stukken op tafel liggen, waarin ook de zaken aan de orde zullen komen die ik hier heb aangesneden.
Op die synode zullen ook deputaties uit buitenlandse kerken zich presenteren met hun bezwaren. Ik hoop dat zij voet bij stuk houden en (de omvang van) hun bezwaren formuleren zoals zij dat nodig achten. Censuur vooraf van onze deputaten viel slecht bij de buitenlanders, en terecht. Het is een teken van zwakheid als er binnen eigen kerken van alles op door kan, terwijl buitenlandse gereformeerde stemmen aan banden worden gelegd en voorgeschreven krijgen hoe zij zich behoren te beperken in hun kritiek.

 

Reacties zijn gesloten.